O Ninho: Futebol E Tragédia

Netflix

Zowel de ouders als hun kinderen zijn de koning te rijk. De jongens zijn geselecteerd door de jeugdopleiding van de Braziliaanse voetbalclub Flamengo. Een carrière als topspeler, waarvan de hele familie zou kunnen meeprofiteren, is weer een stapje dichterbij gekomen. Vooralsnog bivakkeren de talenten echter op Het Gierennest, het trainingscomplex van de volksclub uit Rio de Janeiro, waar ze worden ondergebracht in een slaapcontainer. En die blijkt niet brandveilig.

Op 8 februari 2019 ontstaat er, na enige dagen hevige regenval, kortsluiting in een airco in de container, waar de veelbelovende tieners (14-17 jaar) slapen in hun stapelbedden. ‘Toekomst onderbroken – tien eeuwige kampioenen sterven op trainingscomplex’, kopt een Braziliaanse krant naderhand. ‘Het grootste verdriet ter wereld’, staat elders te lezen. Marcos Marinho, de zaakwaarnemer van één van de gestorven jeugdspelers, Victor Isaias, kan er nog altijd niet over uit. Hij voelt zich schuldig. ‘Ik had de jongen uit z’n huis gehaald om een droom te verwezenlijken’, vertelt hij geëmotioneerd. ‘En bracht hem terug in een kist.’

In de driedelige serie O Ninho: Futebol E Tragédia (114 min.) reconstrueert Pedro Asbeg de ramp met twee voetballers die de brand overleefden, de ouders van enkele gestorven jeugdspelers, een beveiliger van de club, advocaten die bij de zaak betrokken raakten en journalisten die zich daarin vastbeten. Want de brand staat niet op zichzelf. Uit interne mails blijkt dat de club – hier vertegenwoordigd door oud-speler Zico en voormalig trainer Vanderlei Luxemburgo, die met de kwestie zelf niets van doen hebben – er allang op is gewezen dat de container gevaarlijk zou kunnen zijn. Met die kennis is echter nooit iets gedaan.

Al snel staan de nabestaanden van de spelers en hun belangenbehartigers recht tegenover de club Flamengo die opnieuw weigert om z’n verantwoordelijkheid te nemen – op een manier die enigszins doet denken aan De Zaak Nouri bij Ajax. Gedeeld verdriet maakt plaats voor nét iets te zakelijke onderhandelingen. Deze gedegen miniserie, waarvoor de fatale brand nog eens is gereconstrueerd, brengt haarfijn in beeld hoe het rouwproces van ouders, die afscheid hebben moeten nemen van zowel hun kind als hun gezamenlijke droom, daardoor volledig wordt ontregeld. Hun verdriet laat zich niet zomaar afkopen, maar is wel relatief gemakkelijk te verergeren.

Lastpak: Noa Lang

Prime Video

In zekere zin komt deze docuserie als mosterd na de maaltijd. Want als er nu één ding is verbeterd bij Noa Lang sinds hij bij PSV speelt, dan is het zijn imago. Daar is deze serie niet voor nodig.

De aanvaller die bij zijn terugkeer naar de Nederlandse Eredivisie in de zomer van 2023 nog een ‘milde TBS-patiënt’ werd genoemd, is sindsdien al getypeerd als iemand met een ‘grote bek, klein hartje’, nadat hij uitgebreid de tijd nam voor enkele fans met een verstandelijke beperking, en door zijn huidige trainer Peter Bosz zelfs bestempeld als leider, een potentiële aanvoerder. En dan ligt alsnog Lastpak: Noa Lang (150 min.) op de digitale deurmat en rakelt allerlei oude controverses op. Bovendien is Lang al enige tijd geblesseerd en nog enkele maanden uit de roulatie.

De vierdelige serie van Bart van den Aardweg start aan het begin van het seizoen 2022-2023 als Noa Lang na twee succesvolle seizoenen bij de Belgische topclub Club Brugge ondanks een enkelblessure geselecteerd hoopt te worden voor het wereldkampioenschap in Qatar, een toernooi dat in deze productie wordt teruggebracht tot de kwartfinale van het Nederlands elftal tegen Argentinië. Vanuit Nederland zien zijn zwangere vriendin Blossom, moeder Manon en een groep fanatiek meelevende vrienden hoe hun held zijn allereerste speelminuten maakt en vervolgens wordt uitgeschakeld.

Eenmaal terug in Europa gaat het bij Club Brugge allengs slechter en slechter, komt de geboorte van zijn eerste kind steeds dichterbij en begint Lang zich af te vragen waar hij zijn carrière wil vervolgen. Tegelijkertijd blikt Van den Aardweg samen met de hoofdpersoon, diens ‘tough love’-vader Jeffrey en zijn voormalige trainers Leen Boer (Feyenoord), Erik ten Hag (Ajax) en Alfred Schreuder (Club Brugge) terug op Langs roerige loopbaan, die natuurlijk wordt geïllustreerd met fraaie voetbalbeelden van de buitengewoon getalenteerde blonde krullenbol die gaandeweg uitgroeit tot een lefgozer pur sang.

Daarbij passeren de bekende verhalen de revue: dat zijn vader in de gevangenis zat toen hij nog maar een jongetje was, dat hij als speler van de jeugdopleiding van Feyenoord geen geheim maakte van zijn liefde voor Ajax en dat hij als jong broekie bij Ajax, voor de camera, zijn trainer Erik ten Hag en aanvoerder Dusan Tadic brutaal weerwoord gaf. Mensen op straat in België herkennen hem als ‘dat vervelende mannetje van de tv’, stelt Noa Lang zelf, die een onbegrensd zelfvertrouwen lijkt te hebben en, zo geeft ie grif toe, inderdaad het bloed onder iemands nagels vandaan kan halen.

Die Noa Lang doet zich ook in deze miniserie gelden. Op de parkeerplaats van zijn auto ligt een lege kartonnen doos met piepschuim. Hij weigert hem op te ruimen en parkeert steeds gewoon zijn auto overheen. Totdat hij er toch aan moet geloven. Lang bekvecht ook ongegeneerd voor de camera met Blossom en rijdt terwijl hij wordt gefilmd bovendien nog even zijn auto in de kreukels, nadat hij eerder al een rijverbod heeft gekregen in België. ‘Dit is zo lomp!’ zegt hij dan, enigszins ongemakkelijk kijkend. En maakt er daarna maar het beste van: ‘Het staat wel op camera. Dat is altijd lachen.’

In Lastpak doen ook de internationals Memphis Depay, Denzel Dumfries en Jurriën Timber hun zegje over hun collega met altijd, ook als het niet uitkomt, dat hart op de tong – al laat hij tegelijk zelden écht het achterste daarvan zien. Het blijft bij een enkele persoonlijke ontboezeming, bijvoorbeeld als hij net vader is geworden. ‘Ik denk dat ik oprecht pas echt gelukkig kan zijn als alles voorbij is en ik terugkijk op mijn carrière, echt trots kan zijn op wat ik heb bereikt en ik dan mijn rust heb’, zegt hij met z’n pasgeboren kind in zijn armen. ‘Maar tot die tijd heb ik geen reden om gelukkig te zijn.’

Ook hij, de ogenschijnlijk zo onverschillige handenbinder, worstelt soms met alle druk van die dekselse voetballerij. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar tijdens zijn persoonlijke gesprekken met prestatiecoach Joost Leenders over de aanhoudende malheur bij Club Brugge. Of de ellenlange transferonderhandelingen tussen Club en PSV, waarvan hij volgens eigen zeggen ‘helemaal parra’ wordt. Dan laat Noa Lang even het schild zakken, dat hem in zijn loopbaan net zo vaak heeft gediend als dwarsgezeten, en wordt de man achter de voetballer zichtbaar, het joch achter de branieschopper.

Een typisch kind van een adorerende moeder en een vader die zijn gevoelens nauwelijks kan laten zien, zou je als buitenstaander op basis van deze aardige miniserie zeggen. Minder aaibaar dan de jongen die zoveel lof kreeg toegezwaaid omdat hij op de foto ging met fans met een beperking, maar ook minder onhandelbaar dan de al dan niet milde TBS-patiënt waarvoor hij regelmatig is versleten. Een lastpak, zoveel is zeker, die toevallig héél goed kan voetballen.

Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend

Apple TV+

Om te kunnen zeggen dat hij groter is dan Diego Maradona – iets wat hij zelf nooit over zijn lippen zou krijgen – zal Lionel Messi toch echt wereldkampioen moeten worden. In 2022 krijgt hij in Qatar zijn allerlaatste kans. En die grijpt hij met beide handen aan. Aan het eind van dat WK, waarin ook het Nederlands elftal nog moet worden verslagen, staat hij met de cup in handen.

In de vierdelige serie Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend (182 min.) wordt het hele toernooi nog eens van voor tot achter doorgenomen: van de smadelijke nederlaag in de openingsmatch tegen Saudi-Arabië via die gewonnen strafschoppenserie tegen Oranje naar de finale tegen Frankrijk. En tussendoor zijn er uitstapjes naar Leo’s jeugd, zijn mislukte vorige WK’s en – natuurlijk – Maradona.

Want ook in deze gladde sportproductie, waarin geen cliché wordt geschuwd, moet ’t weer verplicht over de Argentijnse knuffelbeer ‘Diego’ gaan. ‘Ik zou mezelf nooit durven te vergelijken met hem’, antwoordt Leo braaf als de eeuwige vergelijking weer eens aan de orde wordt gesteld. Hij spreekt sowieso liever met zijn voeten. Want uit zijn mond komen doorgaans weinig voltreffers. 

En ook Messi’s coach Lionel Scaloni, zijn medespelers en deskundigen zoals Gary Lineker en Jorge Valdano komen meestal niet verder dan wat al duizenden malen eerder is gezegd over de Argentijnse supervoetballer, zijn gouden linkerbeen en hoe hij binnen het team functioneert – of ze praten hem ongegeneerd naar de mond. Zoals ze ook, sorry, bij Diego Maradona altijd hebben gedaan.

Pas als de serie in aflevering 3 aanbelandt bij ‘de meest memorabele wedstrijd van het toernooi’, krijgt Messi’s World Cup iets van glans en een rauw randje. De hoofdpersoon zelf moet direct glimlachen als hem naar de match tegen Oranje wordt gevraagd. Hij is van tevoren op scherp gezet met een – enigszins verkeerd uitgelegde – uitspraak van de Nederlandse coach Louis van Gaal.

De wedstrijd zelf mondt mede daardoor uit in een gevecht, waarbij in deze miniserie de nadruk ligt op de Nederlandse misdragingen (terwijl de Argentijnen zich ook bepaald niet onbetuigd lieten). En Messi’s provocerende gebaar richting ‘bad guy’ Van Gaal, nadat hij heeft gescoord, wordt behandeld als genoegdoening – niet als het lichtelijk gênante moment waarop een grootheid even zichzelf verliest.

‘s Mans sneer in de catacomben naar Wout Weghorst ‘¿Qué mira’ bobo?’ – wat zoveel betekent als: waar kijk je naar, idioot? – blijkt met een beat eronder zelfs viral te zijn gegaan. Het incident krijgt in deze serie van Tim Pastore, eerder verantwoordelijk voor Messi Meets America, net zoveel aandacht als de halve finale van Argentinië tegen Kroatië. Dat blijkt niet meer dan een formaliteit: 3-0.

En dan blijft voor de slotaflevering van deze promodocuserie alleen de wedstrijd tegen die andere favoriet over: het Frankrijk van steraanvaller Kylian Mbappé. Het wordt een legendarische WK-finale, door Pastore met veel bombast en drama opgediend. Want het verhaal van Messi’s carrière, constateert sportjournalist Gastón Edul treffend, is nu eenmaal geschreven door een briljante scenarioschrijver.

‘Uiteindelijk ben ik maar een joch uit Rosario’, blijft de held zelf nochtans bescheiden, ‘die ervan houdt om met een bal te spelen.’

Sunderland ‘Til I Die – Season 3

Netflix

Nieuwe eigenaar, nieuwe dromen. ‘Ze willen Haaland, Mbappé en Jude Bellingham’, zegt een medewerker van de voetbalclub Sunderland lachend tegen Kyril Louis-Dreyfus. ‘Dus trek je portemonnee maar.’ De zieltogende arbeidersclub uit het Noordoosten van Engeland, inmiddels goed voor twee (televisie)seizoenen voetballeed, bivakkeert alweer enige tijd op het derde niveau en is nu overgenomen door de 23-jarige telg van een rijke Franse familie, die jarenlang aan het roer heeft gestaan bij Olympique Marseille.

Dat is vragen om ellende, precies waar de kijker van Sunderland ‘Til I Die – Season 3 (127 min.), geregisseerd door Benjamin Riad, inmiddels op hoopt. En de eerste de beste wedstrijd, wanneer Sunderland AFC in januari 2022 als nummer twee van League One aantreedt tegen laagvlieger Bolton Wanderers, is het alweer raak. Bij het eindsignaal staat er 6-0 op het bord voor Bolton. ‘Sunderland krijgt klop overal waar ze komen’, zingen fans van de tegenpartij treiterend. Het is de grootste nederlaag voor The Black Cats in acht jaar. De dag erop wordt (dus) trainer Lee Johnson de laan uitgestuurd.

Zijn opvolger laat even – en enkele verliespartijen – op zich wachten. Fans en media roepen om de Ierse voetballegende en tv-persoonlijkheid Roy Keane, die trouwens ook niet slecht zou zijn geweest voor deze Netflix-serie. Want die heeft inmiddels z’n eigen dynamiek gekregen. Nieuwe spelers, trainers en supporters weten door seizoen 1 en 2 hoe ’t eraan toe kan gaan in het binnenste van de volksclub uit de Engelse industriestad. Dat geldt ook voor de man die uiteindelijk wel langs de lijn belandt: Alex Neil. Hij moet het team naar het Championship leiden. Ofwel: nieuwe coach, nieuwe dromen.

Dat is alleen, zo bleek al eerder, geen garantie voor succes bij ‘the sleeping giant’. ‘We slapen al best lang, hè?’ stelt een supporter nuchter vast. We liggen in coma, bevestigt één van zijn vrienden. Die nadruk op de beleving van de volkssport voetbal, meer dan op de goals en spectaculaire acties, is wat ook dit laatste seizoen van de Sunderland-serie uiteindelijk boeiender maakt dan All Or Nothing-serie over topclubs zoals Manchester City, Arsenal en Tottenham Hotspur. De hoofdpersonen staan in Sunderland eerder langs de lijn dan in het veld – al zoomt Riad tussendoor ook even in op enkele (modale) spelers. De menselijke maat blijft te allen tijde leidend. Ook als de club zicht krijgt op een beslissingswedstrijd in het Londense Wembley-stadion om promotie naar het Championship af te dwingen. Nieuwe league, nieuwe dromen?

Seizoenkaarthouder Ian Wake heeft alleen weinig positieve associaties met de heilige voetbalgrond. Sinds Sunderland daar in 1973 de FA Cup won ‘a life of misery was inflicted on us when it came to going to Wembley to watch Sunderland’, zegt Wake zonder een spoor van ironie. Gewone mannen en vrouwen zoals hij, de levenslange supporter die een thuis heeft gevonden bij de club, vormen het warme hart van deze voetbalserie, die uiteindelijk op dezelfde plek eindigt als waar ie, zeventien afleveringen eerder, ooit begon: in St. Mary’s Church, waar pater Marc Lyden-Smith tijdens een emotionele afscheidsbijeenkomst nog maar eens het belang van voetbal benadrukt.

Wir Die Wand

Real Fiction Filme

De twaalfde man is in het Westfalenstadion van Borussia Dortmund ook vaak een vrouw – of, ook geen probleem, een homo. Op de zogenaamde Südtribune, de grootste staantribune van Europa, nemen elke week ruim 25.000 BVB-supporters van alle klassen, gezindten en overtuigingen plaats. Samen vormen zij Die Gelbe Wand.

Tijdens Dortmunds thuiswedstrijd tegen FSV Mainz 05 op 20 april 2013 staan er topspelers als Gündogan, Lewandowski, Götze, Sahin en Hummels in het elftal, dat onder leiding staat van de huidige Liverpool-coach Jürgen Klopp. Regisseur Klaus Martens heeft voor en tijdens de match echter alleen oog voor de tribune. Daar mag al 33 seconden nadat het signaal ‘Volgass’ is gegeven de vlag uit. Marco Reus, die overigens nog altijd voor BVB uitkomt, zet de thuisclub op een 1-0 voorsprong.

Wir Die Wand (83 min.) is een groepsportret. Van mensen die nauwelijks iets met elkaar gemeen hebben, behalve hun onvoorwaardelijke liefde voor Borussia Dortmund: de man die verantwoordelijk is voor de geel-zwarte spandoeken, een voormalige koempel, de officiële voorzanger, een LHBTIQ+-supporter, de universitair docent wiskunde, een broze oudere vrouw, het voormalige voetbaltalent dat van de ene naar de andere blessure ging, een jeugdige prostituee en de Turkse beveiliger.

Martens zet een camera op al die verschillende individuen en bekijkt hoe zij de wedstrijd beleven. Intussen laat hij hen buiten beeld aan het woord over hun persoonlijk leven en wat de club daarin betekent. Een bijzondere positie is er voor stadionspeaker Norbert Dickel. Hij heeft zelf het BVB-shirt gedragen en zijn carrière, zo wil althans de mythe, zelfs opgeofferd voor de club. In de bekerfinale van 1989 draafde de geblesseerde ‘Nobby’ toch op en maakte toen twee beslissende doelpunten.

Wat verder opvalt op de Südtribune: geen kwetsende spreekkoren, geen troep op het veld en geen (dreigend) geweld. Een bezoek aan het BVB-stadion, inmiddels omgedoopt tot het Signal Iduna Park, voltrekt zich in een familiaire sfeer. Iedereen mag er zijn en hoort erbij. Daar, in het hart van de geel-zwarte familie, wordt zichtbaar waarom stadions wel eens de nieuwe kerken worden genoemd. En dus is Wir Die Wand niets minder dan reclame voor het voetbal en de devote aanhangers daarvan.

Lutar, Lutar, Lutar

ESPN

Alleen de liefde zelf maakt net zulke grote emoties los als de belangrijkste bijzaak van de wereld, voetbal. Lutar, Lutar, Lutar (110 min.) levert het tastbare bewijs, via de aanhang van Clube Atlético Mineiro, sinds 1908 de trots van de Braziliaanse mijnwerkersstad Belo Horizonte. De gezworen fans Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. belichten de turbulente historie van hun club, vanuit de beleving van supporters zoals zijzelf. ‘Wij zijn geen team dat de ene na de andere cup wint’, zegt een fan van ‘Galo’ treffend. ‘Wij zijn een team van eer, lef en traditie. Nog een beker in de prijzenkast? Big fucking deal. Ik ben een Atleticano. Die cups kunnen me gestolen worden. Ik ben een martelaar.’

‘Huwelijken, verjaardagen, noem ’t maar op’, zegt Tia Célia Diniz, een oudere vrouw, die voor de camera heeft plaatsgenomen in het zwart-witte clubshirt. ‘Als Galo speelt, hoeven ze niet op me te rekenen. Dan zit ik in het stadion.’ De quote zou zo afkomstig kunnen zijn uit Fever Pitch, het heerlijke boek dat Nick Hornby schreef over zijn tragische liefde voor de Londense voetbalclub Arsenal. Tia illustreert nog maar eens hoever haar liefde gaat: ‘Mijn dochters bevielen altijd als het seizoen al was begonnen. Ik bracht hen dan naar het ziekenhuis en zei: als ik terugkom van de wedstrijd, kun je me vertellen of het een jongen of een meisje is geworden. Het is hoe dan ook een Atleticano.’

De club maakt elementaire clangevoelens los. Die spelen nog altijd duchtig op bij de herinnering aan de dramatische beslissingswedstrijd om het Braziliaanse kampioenschap van 1977 tegen grote rivaal São Paulo. Het onrecht stapelde zich werkelijk op: Galo had in de competitie elf punten voorsprong opgebouwd (die nu ineens niet meer meetelden), moest aantreden zonder z’n sterspeler Reinaldo, werd een glaszuivere strafschop onthouden en ging toen de bietenbrug op na een dramatisch verlopen penaltyreeks. Het verlies leidde tot massale rouwtaferelen in de Braziliaanse stad. ‘Belo Horizonte heeft nooit een triestere dag gekend’, zegt Reinaldo in dit gepassioneerde clubportret.

De traumatische nederlaag is ook een bevestiging: Atlético Mineiro wordt stelselmatig benadeeld tegenover de clubs uit grote steden zoals Rio de Janeiro of São Paulo. En dat Calimero-complex blijkt, in combinatie met blinde clubliefde, een prima drijfveer om tóch te komen tot grote prestaties. Al kunnen die dat gevoel van miskenning nooit helemaal wegnemen. Want zeg nou zelf: Reinaldo is toch beslist niet minder dan de legendarische Pele, die alom wordt beschouwd als de beste speler aller tijden? Bedenk daarbij dat de sterspeler van Galo jarenlang he-le-maal kapot is geschopt en daarnaast op alle mogelijke manieren werd tegengewerkt door de militaire machthebbers in het land.

Borges en Marins Jr. volgen hun club over hoge toppen en door diepe dalen. Via interviews met voormalige topspelers als ÉderToninho Cerezo en Ronaldinho en ronduit schitterende voetbalbeelden uit de meer dan een eeuw omvattende clubhistorie, natuurlijk. Eerst en vooral is Lutar, Lutar, Lutar – wat zoveel betekent als: streef, streef, streef, een leus die regelmatig door Galo’s thuisbasis Mineirão galmt – echter een lyrische ode aan al die Atleticano’s en de manier waarop zij leven met hun club. Als Atlético Mineiro na enkele magere jaren in 2013 eindelijk de Copa Libertadores in de wacht sleept, het hoogtepunt uit de clubhistorie en de climax van deze film, is het volksfeest dan ook niet te overzien.

‘Dank u God, vader, moeder, oom dat ik een Atleticano mocht worden’, vat verteller Carol Leandro dit sentiment nog even samen, bij een beeld waarop ze in het stadion met andere fans een doelpunt viert. ‘Dit ben ik: Carol. Vrouw, zwart en supporter. Maar er is geen betere definitie van mij dan de zin op het spandoek hier achter op de foto. Wij als Atleticano spreken altijd in meervoud. Wij blijven en wij zingen. Wat er ook gebeurt, ongeacht de tijd of omstandigheden, dat is een vanzelfsprekendheid in ons leven. Wij blijven en wij zingen.’ Waarna het ‘Galo, Galo, Galo…’ weer van de tribunes neerdaalt…

Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team

Netflix

‘Het is moeilijk om er één te winnen’, dreunt één van de onvermijdelijke deskundigen aan het begin van Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team (174 min.) de vaste riedel op. ‘Twee keer op rij winnen is ongelooflijk. En drie keer winnen is nog nooit gebeurd.’ Uitroepteken. Het is duidelijk wat er op het spel staat voor de Amerikaanse vrouwen tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2023 – en dus ook wat het uitgangspunt is voor deze vierdelige docuserie. En, zoals elke voetballiefhebber inmiddels weet, gaat die missie glorieus mislukken.

Filmmaakster Rebecca Gitlitz wist op voorhand dus al ze moest toewerken naar een unieke prestatie of een enorme deceptie. Ze neemt daarbij haar tijd. Eerst concentreert ze zich op uitleg over het Amerikaanse vrouwenvoetbal, de samenstelling van de selectie, enkele hoofdrolspeelsters en de keuze over wie er wel en niet mee mag naar het WK in Australië en Nieuw-Zeeland. De spanning daarover bij enkele speelsters, die niet tot de kern maar tot de zogenaamde ‘bubbel’ daaromheen behoren, wordt zelfs over twee afleveringen uitgesmeerd.

Sinds het vorige wereldkampioenschap voetbal is er van alles veranderd bij de Amerikaanse vrouwen: een nieuwe coach, geblesseerde en gestopte voetballers en vijf speelsters die een kind hebben gekregen. Hoewel de uiteindelijke ploeg bekende cracks zoals Megan Rapinoe en Alex Morgan bevat, heeft Team USA ook veel onervaren krachten in de gelederen. En bondscoach Vlatko Andonovski moet ook nog maar bewijzen dat hij uit de schaduw kan treden van zijn immens succesvolle voorganger Jill Ellis, die de wereldtitel pakte in 2015 en 2019.

En dan wacht in aflevering drie, na een zuinige overwinning op Vietnam, al snel een tegenstander van formaat: de Oranje Leeuwinnen. Gitlitz maakt er een episch gevecht van: overspannen wedstrijdcommentaar, slow motion spelmomenten, bekvechtende speelsters, dramatische muziek en intens meelevende supporters. Het blijkt de eerste van een serie do-or-die wedstrijden voor de Amerikanen, die in eigen land ernstig onder vuur komen te liggen. Oud-International Carli Lloyd geeft haar voormalige teamgenoten bijvoorbeeld van onder uit de zak.

Dat WK komt voortijdig tot een eind tijdens een dramatische penaltyreeks, maar dat is niet de apotheose van deze degelijke sportserie. Die brengt nog in beeld wat er altijd gebeurt als de resultaten van een elftal tegenvallen en laat natuurlijk ook de spraakmakende afwikkeling van het wereldkampioenschap zelf, exemplarisch voor hoe vrouwen wereldwijd nog altijd topsport moeten bedrijven in een mannenwereld, niet links liggen. En dan is ook alweer de volgende stip op de horizon gezet voor Team USA: de Olympische Spelen van Parijs in 2024.

(Ook) daar móeten de Amerikaanse voetbalvrouwen vanzelfsprekend winnen.

Cody Gakpo – Psalm 20:4

Viaplay

Wie heeft welk belang? Wat is de motivatie van PSV om deze driedelige docuserie via Viaplay met de wereld te delen? En waarom wil Cody Gakpo dat die productie er komt? In eerste instantie moet het idee zijn geweest dat de aanvaller in de zomer van 2022 zijn laatste wedstrijden voor de Eindhovense voetbalclub zou spelen – in het ideale scenario bekroond met een kampioenschap – en dat hij daarna een transfer zou maken naar Engeland, vermoedelijk naar het Manchester United van landgenoot Erik ten Hag. Dan was Cody Gakpo – Psalm 20:4 (110 min.) simpelweg een mooie afsluiting van ruim vijftien jaar bij de club van zijn jeugd, stad en dromen geweest.

Hoewel hij zich destijds in het openbaar op de vlakte hield, stuurde Gakpo zelf nadrukkelijk aan op een transfer in de zomer en ging hij er ook vanuit dat die rond zou komen, zo blijkt in deze miniserie van Lennart Timmerman. Hij verhuurde zijn appartement bijvoorbeeld al door, naar de nieuwe assistent-trainer Fred Rutten. Alleen die overgang liet maar op zich wachten. Intussen verkeerde de ranke aanvaller bepaald niet in topvorm. Op de valreep, op de allerlaatste dag voor de sluiting van de transfermarkt, kon hij echter alsnog uit drie clubs kiezen. En daaruit maakte Cody Gakpo, vertelt hij op de avond zelf, op geheel eigen wijze een keuze, waarbij het advies van zijn God een doorslaggevende rol speelde.

Timmerman en zijn cameraman Ties Gooren, allebei in dienst van PSV, hebben een heel aardig inkijkje gekregen bij hoe Gakpo en zijn team, broer Sidney en zaakwaarnemer Kees Ploegsma Jr., de situatie probeerden te managen en na het wereldkampioenschap in Qatar, waar de speler onder de hoede van de eveneens in deze miniserie aanwezige coach Louis van Gaal floreerde, alsnog een transfer tot stand wilden brengen. Manchester United was toen opnieuw in markt, maar haakte wederom af. Dat liet Team Gakpo alleen niet weten aan Liverpool, dat inmiddels ook serieuze interesse had getoond in de zeer populaire ‘Eindhovenaar’. Die club kreeg simpelweg te horen dat Cody Gakpo de keuze op hen had laten vallen. Een aardig staaltje onderhandelen, waarmee ook PSV uiteindelijk was gediend.

Of dat het hele verhaal van de transfer is? Het is in elk geval de lezing van Gakpo en PSV, die voor deze serie nog altijd samen optrekken. Ook algemeen directeur Marcel Brands en ex-trainer Ruud van Nistelrooy verschijnen voor Goorens camera en staan Timmerman te woord. Die transferperikelen vormen ook het meest interessante deel van deze miniserie die – de titel verraadt het al – verder, enigszins oppervlakkig, aandacht besteedt aan zijn geloof en de directe omgeving van de sporter aan het woord laat, zijn moeder Ank en vriendin Noa. Dat levert weinig nieuwe inzichten op over de Nederlandse topaanvaller, die inmiddels alweer bijna een jaar actief is in de Britse Premier League.

Cody Gakpo – Psalm 20:4 is alsnog geworden wat PSV en de speler destijds waarschijnlijk voor ogen hadden: een viering van het afscheid van een clubicoon, dat nu de wijde wereld opzoekt, om later als een gearriveerde ster, zo lijkt althans de intentie, weer terug te keren in de moederschoot. De meerwaarde van deze promodocu zit met name in die gecompliceerde transferperiode en de toegang die de makers daarbij hebben gekregen tot de hoofdpersoon en zijn directe entourage. Waarbij we als buitenstaanders – het zij nog maar eens gezegd – dus niet weten wat we niet krijgen te zien en een beetje moeten gissen naar wie welk belang heeft.

Copa 71

IDFA

Een jaar na het wereldkampioenschap voor de mannen in 1970, waarbij het swingende sambavoetbal van Brazilië ieders hart veroverde, was Mexico City het toneel voor het allereerste WK voetbal voor vrouwen. Terwijl de beelden van Pele en zijn medespelers, voor het eerst in kleur, naderhand de hele wereld overgingen en zich daarna in het collectieve geheugen van sportliefhebbers nestelden, werd Copa 71 (89 min.) echter doelbewust uit de sporthistorie gewist.

Want de internationale voetbalbond FIFA, een echt mannenbolwerk, moest helemaal niets van vrouwenvoetbal hebben en ondersteunde dit toernooi sowieso niet. Officials ontraadden de sport die oorspronkelijk best populair was bij vrouwen toen al een hele tijd, vertelt historicus David Goldblatt in deze historische documentaire. Die was nu eenmaal veel te gevaarlijk voor het zwakke geslacht. Dit sentiment werd, onbedoeld, heel treffend verwoord door een verslaggever. ‘What is nice girl like you playing football?’ vroeg hij aan een Britse speelster, een smakelijke scène die de tijdgeest perfect blootlegt.

Met voetbalsters van de zes deelnemende landen (Engeland, Mexico, Italië, Frankrijk, Denemarken en Argentinië) blikken de filmmakers Rachel Ramsay en James Erskine terug op het wereldkampioenschap, dat nog altijd geldt als het best bezochte sportevenement voor vrouwen aller tijden. De finale in het imposante Azteca Stadion in Mexico City werd bijgewoond door ruim 100.000 enthousiaste fans. Naderhand wachtte alle betrokkenen echter een enkeltje vergetelheid. Pas twintig jaar later ging de FIFA alsnog overstag en organiseerde de bond in 1991 het ‘eerste’ WK voetbal voor vrouwen.

Deze delicieuze sportfilm, met prachtige wedstrijdbeelden, diept dit ‘vergeten’ voetbalverhaal op en schetst tevens de context waarbinnen dat zich afspeelt, een mannenwereld waar seksisme en vooroordelen welig tieren en vrouwenvoetbal op z’n best als ‘sexy’ wordt betiteld. Het toernooi blijkt desondanks, of ook wel een beetje daardoor, een enorm succes. En dit maakt het extra wrang dat het daarna zo grondig is afgedekt dat zelfs een vrouwelijke voetbalpionier zoals de tweevoudige Amerikaanse wereldkampioene Brandi Chastain er tot voor kort nog nooit van had gehoord.

Deze film zet dit eindelijk recht en ontrukt meteen enkele vrouwelijke voetbalhelden aan de vergetelheid.

Higuita: El Camino Del Escorpión

Netflix

Of hij bevriend is met Pablo Escobar? wil een journalist weten. ‘Ja’, antwoordt René Higuita zonder ook maar een spoor van twijfel.

Higuita geldt als één van de spectaculairste keepers die ooit tussen – nou ja, tussen… – de palen heeft gestaan. Zijn hele loopbaan is samengebald in één enkel beeld uit 1995: met een verbluffende bicycle kick, naderhand ‘de Schorpioen‘ genaamd, voorkomt de Colombiaanse krullenbol tijdens een duel met het Engelse elftal in het Wembley-stadion een potentieel tegendoelpunt. Een andere doelman zou de bal gewoon hebben gevangen en eens rustig om zich heen kijken.

‘El Loco’ is nu eenmaal een man van het spektakel. Hij komt vaak (veel te) ver uit zijn doel, trekt rustig ten aanval op de helft van de tegenstander en scoort regelmatig uit penalty’s en vrije trappen. René Higuita is daarnaast ook topsporter in een land waar een bloedige oorlog woedt tussen concurrerende drugskartels. Die wordt tevens op het voetbalveld uitgevochten via América (van het Cali-kartel) en Higuita’s club Atletico Nacional (gesteund door Escobars Medellin-kartel)

Ergens onderweg is de flamboyante doelman bevriend geraakt met Pablo Escobar, bevestigt diens broer Roberto in Higuita: El Camino Del Escorpión (100 min.). ‘En daar was niets vreemds of aparts aan.’ Dat moge zo zijn, maar niet elke voetballer komt in de positie – of wil in de positie komen – dat hij moet bemiddelen bij de ontvoering van een jong meisje (dat nu, een kleine dertig jaar later als geanonimiseerde volwassen vrouw, haar verhaal doet in deze film van Luis Ara). Deze verhaalwending, met veel drama gereconstrueerd, brengt Higuita ernstig in de problemen.

Het is een verhaal dat exemplarisch lijkt voor de verwording van René Higuita’s land, maar dat hier vooral aanleiding is om de loftrompet te steken over de hoofdpersoon. Dat is sowieso de makke van dit portret (en dit soort sportportretten in het algemeen): wie er ook zijn zegje mag doen – Higuita’s echtgenote Magnolia en de rest van zijn familie of Colombiaanse voetbalcoryfeeën zoals Carlos Valderrama en Francisco Maturana – er valt geen kwaad woord over René.

En serieuze vragen over de verwevenheid van boven- en onderwereld blijven natuurlijk al helemaal achterwege. Deze film is bedoeld als heldenverhaal van de man achter ‘de Schorpioen’, een showkeeper die vanwege ongelooflijke heldendaden en een enkele tragische flater een eigen plek in de sportgeschiedenis heeft verworven.

Messi Meets America

Apple TV+

De ene na de andere superpass en wondergoal vloeit uit het linkerbeen, dat de wereld al zoveel vreugde en genot heeft geschonken. Toch is het een raai idee dat de beste voetballer van de wereld – misschien wel de beste speler aller tijden – zijn voeten nu laat spreken in een gemankeerde competitie zoals de Amerikaanse Major League Soccer. Op halve kracht steekt Lionel Messi, hoewel slechts één meter zeventig groot, met kop en schouders boven iedereen uit.

Diverse toppers op hun retour gingen hem voor naar het land van de onbegrensde mogelijkheden: Pelé, Johan Cruijff en ook ene David Beckham, die in 2007 van Real Madrid naar LA Galaxy verkaste. Hij heeft nu als postiljon d’amour gefungeerd bij de komst van de Argentijnse superster naar Inter Miami, de club waarvan Beckham al enkele jaren voorzitter is. Het team, dat stijf onderaan staat, krijgt daardoor een flinke oppepper, maar in wezen profiteert de gehele competitie ervan. Alle ogen zijn weer eens gericht op de Verenigde Staten als Messi Meets America (220 min.).

En daar hoort ook een gelikte docuserie bij. Waarin superlatieven natuurlijk tekort schieten om deze unieke speler, club en situatie te beschrijven. Het begint meteen al goed. Serena Williams, LeBron James en Victoria, jawel, Beckham zijn er getuige van hoe Messi, vergezeld door zijn oude strijdmakker Sergio Busquets en in de rug gesteund door coach Tata Martino (die hij nog kent van FC Barcelona en het Argentijnse elftal) zijn debuut voor Inter Miami, als aanvoerder natuurlijk, in blessuretijd opluistert met een fabelachtige treffer. Te mooi om waar te zijn, bijna.

Zo ongeveer zouden ze in een willekeurig wielercriterium de Tour de France-winnaar laten zegevieren of bij het Amerikaanse showworstelen een zinderende apotheose in scène zetten. Maar, alle gekheid op een stokje, de waarheid is soms nu eenmaal vreemder dan fictie. Ook in de navolgende wedstrijden fungeert Leo Messi als dynamo en inspiratiebron voor het tot voor kort zieltogende elftal. En deze productie van executive producer Tim Pastore komt nooit verder dan het enthousiast en met veel bombast uitserveren van deze wedstrijden en de onbetwiste ster daarvan.

Ofwel: Messi’s Inter Miami tegen Amerikaanse varianten op Bal op ’t Dak en Schuppekutterveen: FC Dallas, Philadelphia Union en – oeioei! – Reese Witherspoons Nashville SC. Waarbij steeds ook de plaatselijke supporters en middenstand even worden belicht. Messi Meets America doet ondertussen geen enkele poging om dieper te reiken of de schijnwerper te zetten op waar het misschien wringt of schuurt. De zesdelige serie lijkt dan ook vooral bedoeld als promotool bij het uitrollen van het product Lionel Messi in de groeimarkt Amerika.

Beckham

Netflix

Een vierdelige docuserie over oud-topvoetballer David Beckham, met in totaal bijna vijf uur speeltijd. Dat lijkt op voorhand, zelfs voor lieden die gek worden als ze gras ruiken, geen onverdeeld genoegen. Beckham (282 min.) valt echter alleszins mee. De hoofdpersoon speelt namelijk behoorlijk open kaart, ook over zijn donkere periodes, misstappen en conflicten. Net zoals zijn moeder Sandra, zo’n vrouw die altijd partij kiest voor haar kind, van haar hart ook geen moordkuil maakt. En vader Ted, een echte Manchester United-fan, laat zich, wellicht onbedoeld, kennen als een archetypische horror-voetbalvader. Hij schijnt in z’n privé-archiefje meer dan 1300 filmpjes van jeugdwedstrijden van zijn zoon te hebben. Documentairemaker Fisher Stevens (The Lincoln Project), als acteur bekend in de rol van Hugo Baker in Succession, kan het nauwelijks geloven. ‘Jézus!’

Een uitgesproken troef van deze serie – en ook van David Beckham, zal hij er zelf onmiddellijk bij zeggen – is mevrouw Victoria Beckham, met wie hij nu alweer meer dan 25 jaar een tandem vormt. Een wereldwijd bekend merk ook. Samen en los van elkaar. Rode loperwerk. ‘Met haar ga ik trouwen’, zou Beckham tegen teamgenoot Gary Neville hebben gezegd toen ze de girlband The Spice Girls voor het eerst op tv zagen. Hij kon zijn ogen nauwelijks geloven toen Posh Spice niet veel later een wedstrijd van United bijwoonde, waarin hij natuurlijk weer een prachtgoal maakte. ‘Toen hield ik niet van voetbal’, vertelt zij. ‘Nu ook niet, trouwens.’ Victoria wilde gewoon in contact komen met David. Ze onderbreekt haar verhaal om de hond des huizes te roepen. ‘Olive, kom even hier. Dan zie ik er aardiger uit.’ Haar echtgenoot reageert direct: ‘Dan heb je meer dan één hond nodig. Ik haal de rest.’ De twee zijn duidelijk aan het kloten, steken de draak met hun eigen imago.

Die humor is tevens een terugkerend element in deze miniserie. Ook Fisher Stevens veroorlooft zich tijdens de interviews regelmatig een lollige vraag of snedige opmerking en heeft het geheel bovendien met veel panache gemonteerd. Ook zijn bronnenkeuze is opmerkelijk. Natuurlijk, ManU-iconen als Rio Ferdinand, Roy Keane, Steve Bruce, Paul Ince, Eric Cantona, Paul Scholes, Gary en Phil Neville, Ole Gunnar Solskjaer en de legendarische manager Alex Ferguson – die Beckham als jongen al onder zijn hoede nam en hem later overigens ook rücksichtslos afdankte toen er naar zijn mening te veel afleiding kwam in Beckhams leven – ontbreken niet. Net als zijn voormalige Real Madrid-collega’s Figo, Roberto Carlos, Michel Salgado en Ronaldo en oud-trainers zoals Carlos Quieroz en Fabio Capello. Stevens spreekt hen uitgebreid, maar filmt hen ook, héél close, terwijl ze verlekkerd of met afgrijzen naar hun eigen wedstrijden kijken. Prachtmateriaal.

De filmmaker haalt echter ook enkele quotes bij modegoeroe Anna Wintour, bassist Peter Hook van de Manchester-bands Joy Division en New Order en de gebroeders Eamonn en James Clarke, de paparazzi die ‘Posh’ en ‘Becks’ voor het eerst samen op de foto zetten. Zelfs de Argentijnse ijzervreter Diego Simeone zit glimmend voor de camera. Hij ontwikkelde zich tot Beckhams ‘angstgegner’. Nadat Simeone de glamourboy een rode kaart had aangesmeerd, werd Engeland uitgeschakeld op het WK van 1998. En dat kreeg ‘Stupid Spice’ hoogstpersoonlijk in de schoenen geschoven. Hij werd de risée van Groot-Brittannië. Bij de receptioniste van Manchester United, die eerder wekelijks postzakken met liefdesbrieven voor hem in ontvangst moest nemen, kwamen nu kogelbrieven binnen. Een onverlaat hing bij een Londense pub zelfs een pop van Beckham aan een strop. De voetballer stond intussen op het punt om voor het eerst vader te worden.

Zo slalomt deze miniserie door een publiek geleefd leven waarvan de gemiddelde voetbal- of entertainmentkenner alles al denkt te weten. Ook bij David Beckham geldt echter: (schone) schijn bedriegt. Zie ‘Goldenballs’ bijvoorbeeld maar eens aan het werk in zijn eng schone keuken, bij z’n al even perfect georganiseerde klerenkast of ontspannen dansend met zijn lief op de mierzoete Kenny Rogers & Dolly Parton-klassieker Islands In The Stream. Hij blijkt ook een onvervalst na-regen-komt-zonneschijn type. Want Becks en Posh mogen dan geen héél gelaagde personen/personages zijn. Ze hebben wel levenslust, veerkracht én – meer dan vermoed, eerlijk gezegd – zelfspot. Het blijkt zo’n stel, dat tegelijkertijd groter dan groot en kleiner dan klein leeft en dat die bijna vijf uur speeltijd dus uiteindelijk toch wel waard is.

Twee jaar later, in het najaar van 2025, krijgt ook Victoria Beckham haar eigen docuserie op Netflix.

Volendam, Een Dorp In De Eredivisie

AVROTROS

Op donderdag 9 maart 2023 gooit voorzitter Jan Smit, in een ander leven zanger en Bekende Nederlander, de knuppel in het hoenderhok bij FC Volendam. ‘Superlatieven komen tekort als wij spreken over ons eigen Gallië’, begint hij zijn speech op de informatieavond nog positief. ‘Wij zijn het dorp waar alles het mooiste is en vanzelfsprekend het beste. Dat gezegd hebbende zou ik daar ook nog iets aan toe willen voegen: ons dorp wordt vergiftigd door mensen vol jaloezie, onwetendheid en vooral pure domheid.’ Waarna Smit enkele dorpsgenoten ongenadig van onder uit de zak geeft.

Het is een ideaal startpunt voor de zesdelige docuserie Volendam, Een Dorp In De Eredivisie (270 min.), die vervolgens negen maanden terug in de tijd gaat, als de net gepromoveerde voetbalclub aan het seizoen 2023-2023 begint. Na dertien jaar is FC Volendam eindelijk terug in de eredivisie. Smit heeft grote ambities: er moet net buiten het dorp een nieuw stadion komen, in de vorm van een schip, en binnen vijf jaar moet Volendam Europees voetbal spelen. Trainer Wim Jonk, oud-topvoetballer en ook al zo’n icoon van de plaatselijke gemeenschap, is al blij als ze zich op het hoogste Nederlandse niveau kunnen handhaven.

Want Volendam is natuurlijk geen Manchester City, ook geen Feyenoord en zelfs geen FC Utrecht – clubs waarover eerder een voetbalsoap werd gemaakt. ‘Het Andere Oranje’ doet eerder denken aan Sunderland, de Britse vereniging waarbij gedurende twee voetbal- en serieseizoenen alles misging wat er mis kon gaan en ’t heerlijk meeleven was met de treurende en mopperende achterban. Dat sprak uiteindelijk ook meer tot de verbeelding dan het topsportklimaat en de juichcultuur bij de topploegen. FC Volendam, een dorpsclub die op het hoogste podium wil acteren, heeft diezelfde potentie. Het moet alleen nog even degraderen.

En dat is dus precies wat Smit en Jonk, die leiding geeft aan het omstreden Team Jonk, koste wat het kost willen voorkomen. Hun plannen met de club vallen alleen niet bij iedereen in goede aarde. Als de trots van het dorp uiterst matig aan het seizoen begint – ‘een gelijkspel zet geen zoden aan De Dijk’, grapt de gelikte voice-over Bart Arens daarover, na een bloedeloze remise tegen Vitesse – leidt dit tot stevige discussies bij de Volendamse vissers, vuilnismannen en kapper. Deze beste stuurlui aan wal zorgen voor allerlei aandoenlijke scènes, waarmee de sfeer in het dorp treffend wordt opgetekend. Dat spits Henk Veerman, een echte Volendammer, regelmatig op de bank zit, zit ze bijvoorbeeld niet lekker.

Volendam, Een Dorp In de Eredivisie registreert zo fijntjes hoe de druk toeneemt op de voorzitter, die nog even een pro-Zwarte Pieten-protest de kop indrukt en verder lekker ruziet met zijn eigen Raad van Commissarissen, en de trainer, die van zijn elftal maar geen eenheid weet te maken en zich genoodzaakt ziet om een speler op non-actief te zetten. ‘Dit betekent degraderen als je zo blijft voetballen’, fulmineert Jonk tegen zijn spelers, bij een erbarmelijke wedstrijd tegen mededegradatiekandidaat Fortuna Sittard. ‘Geen enkele wedstrijd ga je winnen.’ Dat is echter buiten de veerkracht van Volendammers gerekend – ook al staat er tegenwoordig nauwelijks een echte dorpeling in het elftal.

Deze miniserie weet de mensen, (klaag)cultuur en omgangsvormen van dat Nederlandse Asterix & Obelix-dorpje aan De Dijk – dat zich weinig aantrekt van de rest van het Nederlandsche rijk, maar waar een nieuw clublied zomaar tot bedreigingen kan leiden – intussen heel aardig te pakken te krijgen.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt. De hele serie is hier te bekijken.

All Or Nothing: Die Nationalmannschaft In Katar

Prime Video

Alles of niets. Het is de ultieme sportgedachte. De dood of de gladiolen. Bij de documentaire-franchise All Or Nothing, waarvoor elke keer een ander voetbal- of american football-team wordt gevolgd, lijkt het uitgangspunt toch eerder álles, of zo’n minst heel veel. Want ook al geeft zo’n topploeg ogenschijnlijk een ongefilterd kijkje in z’n binnenste, uiteindelijk moet het totaalplaatje, als het ook maar enigszins kan, wel positief blijven – en bijdragen aan de verbinding met de achterban.

Vanuit die gedachte heeft de Duitse voetbalbond er vast mee ingestemd om de deuren van het nationale elftal te openen tijdens het wereldkampioenschap in Qatar van 2022. In hun bangste dromen hadden ze niet kunnen vermoeden dat ‘Die Mannschaft’ het toernooi al na de eerste ronde zou moeten verlaten. En dat is natuurlijk precies de reden waarom All Or Nothing: Die Nationalmannschaft In Katar (154 min.) op voorhand interessanter lijkt dan al die andere series.

Want hoe kun je het verhaal sturen van een elftal dat genadeloos is afgeschminkt? Of moet je dat idee dan gewoon maar loslaten? Op het gevaar af dat je een soort Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen (2000), Roel van Dalens pijnlijke film over het desastreuze jubileumjaar van de Amsterdamse voetbalclub, de wereld in slingert en daardoor nog jarenlang wordt achtervolgd. Alle reden om de proef op de som te nemen en deze vierdelige serie van Christian Twente à la minute te verslinden.

All Or Nothing: The German Team In Qatar begint achttien maanden voor het WK, nadat het Duitse elftal bij het wereldkampioenschap in 2018 en Europees kampioenschap in 2020 ook al voortijdig is uitgeschakeld. Er wordt een nieuwe bondscoach aangesteld: Hansi Flick, een gekende teambuilder die in de voorbije jaren met de Duitse topclub Bayern München alles gewonnen heeft wat er te winnen viel. Hij moet de neuzen dezelfde kant opzetten en het elftal terug naar de top brengen.

Het toernooi begint echter al meteen met gedoe: een rel rond de zogenaamde OneLove-aanvoerdersband verstoort de voorbereiding op de openingswedstrijd tegen Japan, die dan ook prompt verloren gaat. Het gaat daarna van kwaad tot erger, hoezeer Flick en zijn mannen de moed er ook in proberen te houden. Twente krijgt intussen opvallend veel toegang tot de trainingen, wedstrijdbesprekingen en kleedkamerpraat, waarbij het er onderling soms pittig aan toegaat.

Hij heeft bovendien alle sleutelfiguren (Flick zelf, zijn trainersstaf, technisch directeur Olivier Bierhoff en de topspelers Manuel Neuer, Ilkay Gündogan, Thomas Müller, Leon Goretzka, Kai Havertz, Antonio Rüdiger, Jamal Musiala en Niclas Füllkrug) uitgebreid kunnen interviewen. Achteraf, dat wel. Met de kennis van dat moment, bijvoorbeeld over het feit dat Hansi Flick bondscoach is gebleven – en dat het voor de eigen carrière dus niet verstandig is om hem en plein public af te branden.

Bij de tweede wedstrijd tegen topland Spanje staan de Duitsers al in de overlevingsstand – maar dan zijn ze volgens de overlevering het gevaarlijkst. Aan het gelijkspel tegen dit topland, dat de voorronde wél zal overleven, ligt het ook niet. Wat ’t dan wel is? Honger? Instelling? Flick krijgt er maar geen greep op. ‘Als we zo doorgaan, gaan we naar huis’, schreeuwt hij in de rust van de derde wedstrijd tegen Costa Rica, als het water hen aan de lippen staat. ‘Dat is toch niet te geloven.’

Hij zal er echter aan moeten geloven in deze patente miniserie, bijeengehouden door verteller Béla Réthy, die de hectiek en intensiteit van deelname aan een groot sporttoernooi, met behulp van dramatische actiebeelden en bombastische muziek, uitstekend weergeeft en bovendien een belangrijk voetbalcliché ontkracht: ‘Voetbal is een eenvoudig spel: 22 mannen lopen gedurende negentig minuten achter een bal aan. En aan het einde winnen de Duitsers…’

NIET.

Der Anschlag – Angriff Auf Den BVB

SkyShowtime

Het lijkt een normale Champions League-avond te worden voor Borussia Dortmund. Dinsdag 11 april 2017, de eerste kwartfinale-wedstrijd tegen AS Monaco. Die Gelbe Wand, de befaamde supportersschare van de Duitse voetbalclub, maakt zich al op om zijn plek in te nemen op de tribunes van BVB’s Signal Iduna Park-stadion.

Buiten het blikveld van de fans zijn er bij de spelersbus, die onderweg is van het hotel naar het stadion, even na zeven uur echter enkele explosieven tot ontploffing gebracht. ‘Ik riep: niet stoppen’, herinnert middenvelder Nuri Sahin zich in Der Anschlag – Angriff Auf Den BVB (Engelse titel: Football Bomber – Attack On Borussia Dortmund, 91 min). ‘Dat weet ik nog, want ik dacht: dit is een aanslag.’ Verdediger Marc Bartra blijkt gewond. ‘Gelukkig waren de artsen snel ter plaatse’, vertelt hij. ‘Ik riep: dokter, ik heb hulp nodig. Mijn arm doet pijn. Ik kan niet bewegen. Ik was versteend.’

Terwijl hulpverleners zich bekommeren om Bartra wordt in allerijl de wedstrijd afgeblazen. Die moet een dag later, tegen de wil van de meeste spelers in, echter alsnog worden gespeeld. Want hoewel de aanslag nog niet is opgeëist, houdt iedereen rekening met Islamitische Staat, dat in de voorgaande jaren terreuracties in Parijs en Brussel heeft uitgevoerd. Geen westerse leider of organisatie wil daarom nu openlijk zwichten voor terreur. En even later wordt op de plaats delict een verklaring aangetroffen die inderdaad begint met de zinsnede ‘Im Namen Allahs’.

Maar moeten de daders werkelijk in de kringen van extremistische moslims worden gezocht? Of is de verwijzing naar IS simpelweg een dwaalspoor? Christian Twente en Markus Brauckmann reconstrueren de aanslag op de BVB-bus, de navolgende verslagenheid bij de spelersgroep en de zoektocht naar de verantwoordelijken met de algemeen directeur, supporters, journalisten, politiemensen en een terrorisme-expert en hebben bovendien enkele kerngebeurtenissen nagebootst. Het is een bijzonder verhaal, dat alleen tamelijk conventioneel wordt verteld.

Deze documentaire doet precies wat ie belooft, maar sprankelt of emotioneert slechts een enkele keer. Hoe bijzonder ’t ook is dat een gewone Dortmund-supporter alle puzzelstukjes bij elkaar legt, zodat er al snel een mogelijke dader in beeld komt. En die blijkt wel heel bijzondere motieven te hebben gehad om rücksichtslos te speculeren met de levens van meer dan twintig mensen.

Trailer Der Anschlag: Angriff Auf den BVB

That Peter Crouch Film

Prime Video

Freak. The Laughing Stick. All elbows and ugly. Als jonge speler leerde Peter Crouch de wreedheid van het voetbal kennen. Vanaf de tribune, op televisie en ongetwijfeld ook in de kleedkamer gingen ze bepaald niet zachtzinnig om met hem, de lange slungel die maar niet wilde ogen als een goede voetballer. Crouch moest heel wat twijfel overwinnen en had uiteindelijk ook een flink aantal jaren en clubs nodig om via Liverpool en het nationale elftal van Engeland alsnog de top te bereiken. En toen smeten de tabloids ineens met superlatieven over de Britse bonenstaak, die veel beter was dan hij leek: ‘Crouch Standing Tall’, ‘Saint Peter’ en ‘Crouch Aims For The Heights’.

Inmiddels is ‘Crouchie’ in eigen land allang uitgegroeid tot een volksheld, een man die ná zijn carrière zeker zo populair is als tíjdens zijn voetballoopbaan. Niet in het minst door een no-nonsense houding en ontwapenend gevoel voor humor. In That Peter Crouch Film (86 min.), die volgt op onder andere That Peter Crouch Podcast en Crouchfest, blikt de voormalige spits samen met zijn (typische voetbal)vader Bruce, echtgenote Abbey Clancy, beste vriend Greg Chapman, voormalige trainer Harry Redknapp, oud-bondscoach Sven-Göran Eriksson, medespelers als Steven Gerrard en Jamie Carragher en lekker veel zelfspot terug op zijn onverwacht succesvolle carrière.

Waar deze, ja, sympathieke film van Benjamin Hirsch uiteindelijk tamelijk cheesy eindigt – met een cultfiguur, die geniet van zijn succes en populariteit – begint ie eigenlijk best grimmig: bij de harde omgangsvormen, of simpelweg het gebrek aan fatsoen en respect, binnen het betaalde voetbal. Waar je openlijk wordt aangepakt om wie je bent of hoe je eruit ziet. Als je daarbinnen wilt overleven, moet je over incasseringsvermogen beschikken en een olifantshuid ontwikkelen. Wanneer er openlijk wordt gespeculeerd dat je wel eens homo zou kunnen zijn (Graeme Le Saux) bijvoorbeeld. Of, omdat je zo lelijk bent, wordt voorgedragen als nieuwe vertolker van Hannibal Lecter (Luke Chadwick).

Peter Crouch blijkt uiteindelijk in staat om, na een ellenlange doelpuntloze start bij Liverpool en een wedstrijd met het Engelse elftal waarin hij steeds luidkeels wordt uitgejoeld, alle kritiek en zijn eigen gebrek aan (zelf)vertrouwen achter zich te laten en de allerlaatste stap naar de top te zetten. De lange weg daarnaartoe, en de twijfel bij Jan en alleman (waaronder Peter zelf) die daarmee gepaard ging, heeft hem alleen maar menselijker en sympathieker gemaakt. Zoals laatbloeiers als Marten de Roon, de al even humorvolle Nederlandse Crouch, nu eenmaal altijd meer van ‘ons’ zullen voelen dan spelers van het Nederlands elftal die als kind al werden vergeleken met Cruijff, Van Basten of Sneijder.

Crouchie speelt ook openlijk met dat sentiment. Als ze hem in een televisieprogramma vragen wat hij zou zijn geweest als hij geen topvoetballer was geworden, antwoordt de voormalige schlemiel, die allang met een topmodel is getrouwd, bijvoorbeeld precies goed getimed met: ‘maagd’. En daar lacht hij dan zelf het hardst om.

Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje

BNNVARA/Signal.Stream / vanaf maandag 26 juni op NPO

Het was zeker mooi, maar had ook iets wrangs. Nog nooit waren ze zo van ‘ons’ en toch duidelijk van ‘hen’, als toen de Nederlandse ‘Atlas Leeuwen’ voor hun andere vaderland, Marokko, grote successen vierden in Qatar. Nadat het Nederlands elftal al was uitgeschakeld, drong het nationale team van Marokko, als eerste Afrikaanse land in de geschiedenis, door tot de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. In dat elftal speelden vier spelers die in Nederland zijn opgegroeid een sleutelrol: Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech, Noussair Mazraoui en Zakaria Aboukhlal.

Khalid Alterch, alias rapper ICE en ‘Tonnano’ uit de misdaadserie Mocro Maffia, heeft de vier Marokkaanse topvoetballers weten te strikken voor Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje (135 min). In deze vierdelige serie blikken ze samen met andere Marokkaanse Nederlanders zoals straatvoetballer Soufiane Touzani, schrijver Abdelkader Benali, ontwerper Aberrahmane Trabsini (modemerk Daily Paper), komiek Khalid Akouzdame (Borrelnootjez), oud-voetbalprof Ali Boussaboun, acteur Iliass Ojja, cabaretier Jawad Es Soufi (Sloegie), en Dania Boussatta, speelster van het Marokkaanse vrouwenteam, terug op het toernooi waarmee hun land zich wereldwijd in de kijker speelde – en zelfs in Nederland, waar ze zich allemaal wel eens onwelkom hebben gevoeld, de handen op elkaar kregen.

Met de wedstrijden van het WK voetbal als anker, waarvoor hij zelf met vrienden ook naar Qatar is afgereisd, gaat ICE ook met hen in gesprek over hoe ’t is om Marokkaan in Nederland te zijn. Een Marokkaanse jongen in Nederland, om precies te zijn, zo’n beetje het meest omstreden smaldeel van de vaderlandse populatie. Het is een verhaal van (gekrenkte) trots, familiegevoel en (geknakt dan wel hervonden) zelfvertrouwen. En van de herwaardering van Marokko als thuisland, ook als voetballer. Waar voor talenten het Nederlands elftal jarenlang het beoogde eindstation was, ook uit puur opportunistische overwegingen, lonken sinds het WK de Lions de l’Atlas nadrukkelijker dan ooit. Dat zien ook traditionele Nederlandse voetbalkenners als Willem van Hanegem, Andy van der Meijde en Joep Schreuder, die overigens niet al te veel toevoegen aan de reeks.

In deze miniserie wordt vooral het collectieve gevoel van Marokkaanse Nederlanders uitgedrukt. Niet zozeer via een treffend groepsportret of een helder opgebouwde thematische vertelling, maar meer in de vorm van een associatieve grabbelton van meningen, gevoelens en bespiegelingen. Tezamen schetsen die een aardig beeld van wat er leeft in de gemeenschap – en welke rol voetbal daarin speelt.

Captains Of Zaatari

Trigon Films

Hebben wij echt kans om onze droom waar te maken en profvoetballer te worden? vraagt de Syrische tiener Mahmoud Dagher tijdens een ontmoeting van zijn jeugdvoetbalteam met niemand minder dan Xavi, de oud-speler en coach van FC Barcelona. ‘Jullie hebben alles in eigen hand’, antwoordt die in kenmerkende sporttaal. ‘Het hangt van jullie zelf af. Jullie zijn op het cruciale moment in je leven aanbeland, waarop je kunt zeggen: ik wil voetballer worden.’

Dat is nét iets gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mahmoud en zijn teamgenoten zijn afkomstig uit een vluchtelingenkamp in Jordanië en nemen deel aan de AlKass International Cup in Qatar. Net als andere tieners dromen ze ervan om de nieuwe Messi of Cristiano Ronaldo te worden en een plek te veroveren bij een Europese topclub, zoals het Bayern München van Robert Lewandowski, Thomas Müller en Arjen Robben dat even verderop ontspannen traint.

Als de Syrische jongens zich in de kijker weten te spelen bij het onder 17-toernooi in Doha, hoeven ze niet terug naar Kamp Za’atari. Samen met zijn beste vriend Fawzi Qatleesh fantaseerde Mahmoud daar nog over een plek in het Syrische nationale elftal. Tot zijn grote verdriet werd Fawzi nét voor het toernooi echter te oud bevonden. In een ontroerende scène van Captains Of Zaatari (74 min.) droeg hij zijn aanvoerdersband vervolgens over aan Mahmoud.

Voor het oog van hun verwanten in Jordanië, die via een gammele televisie meekijken, krijgen de talenten nu de kans om zich te onderscheiden. De Egyptische documentairemaker Ali Elarabi registreert dit van beide kanten: hoe de jongens proberen te scoren en de achterblijvers in het kamp intens meeleven. Ook als Mahmoud het woord neemt. ‘Toen ik vluchteling werd, werd ik meteen van al mijn kansen beroofd. Maar ik zal nooit toelaten dat ook mijn dromen worden gestolen.’

En daarmee heeft hij meteen de kern te pakken van deze zeer geslaagde coming of age-docu, waarin voetbal uiteindelijk niet meer dan een voertuig is naar de wereld van de boezemvrienden Fawzi en Mahmoud. Zoals voetbal voor hen juist het voertuig úit die wereld moet worden.

Real Madrid: Until The End

Apple TV+

De topspelers Cristiano Ronaldo, Sergio Ramos en Raphaël Varane zijn vertrokken. Coach Zinedine Zidane heeft de handdoek in de ring gehooid. En het befaamde stadion Santiago Benabéu staat in de steigers. Nee, slechter kan het niet gaan met Real Madrid, een voetbalclub die alleen het allerhoogste nastreeft en die na een vrijwel ongeëvenaarde succesperiode halverwege 2021 op een dood spoor lijkt te zijn aanbeland.

Een ideaal moment dus voor een ervaren coach, de kiene prijzenpakker Carlo Ancelotti, om in te stappen en het oude Madrid dood te verklaren, zodat een nieuw Real kan opstaan. Een ideale uitgangspositie ook voor een meeslepende docuserie over het seizoen 2021-2022 van de Spaanse topclub. Een beetje voetballiefhebber weet natuurlijk hoe dat gaat aflopen. Waarbij het meteen de vraag is of Real Madrid: Until The End (166 min.) er ook zou zijn gekomen als ‘De Koninklijke’ in eigen land was afgetroefd door FC Barcelona, met de staart tussen de benen vroegtijdig de Champions League had moeten verlaten en Ancelotti tijdens een hete herfst de zak zou hebben gekregen? Op z’n Sunderland ‘Til I Die’s, zogezegd.

Maar nee, na enkele smadelijke nederlagen, zowel in eigen land als in Europees verband, hervindt El Real zich natuurlijk en wordt deze driedelige serie van Jésus Marcos en Pablo Pasada een ‘himmelhoch jaugzend’ verslag van een on-ge-lo-fe-lijk succesverhaal. Waarbij de ‘comeback kids’ van Carlo Ancelotti menigmaal door het oog van de naald kruipen, zich steeds uit geslagen positie terugvechten en aan het eind dus die ‘Cup met de Grote Oren’ in de lucht mogen houden. En dat willen de topcoach, zijn spelers en voorzitter Florentino Pérez, onlangs nog in een heel andere rol te zien in de ontluisterende miniserie Super League: The War For Football, maar al te graag weten.

Deze serie staat natuurlijk bol van de enerverende wedstrijdbeelden, wordt (met een eindeloze stroom platitudes) ingekaderd door clubcoryfeeën zoals Raúl, Roberto Carlos en Mijatovic en de (blijkbaar) onvermijdelijke voetbalkenners en laat een erg uitleggerige verteller vervolgens alle nog rondslingerende verhaallijntjes aan elkaar verbinden. En dan is er ook nog gelegenheid om in te zoomen op individuele spelersverhalen: van aanvoerder Karim Benzema (die eindelijk niet meer in Ronaldo’s schaduw hoeft te staan), ‘Dreh & Angelpunkt’ Luka Modric (met prachtige beelden van hoe hij in de kleedkamer een grote overwinning viert) en de Braziliaanse vleugelspeler Vinicius Jr. (die eindelijk zijn belofte inlost).

Elke aflevering wordt ingeleid door alweer zo’n Koninklijk icoon (David Beckham), is gecentreerd rond een heroïsch Champions League-duel en lijkt uiteindelijk toch vooral bedoeld ter meerdere eer en glorie van de club, die natuurlijk – geen mens die daaraan twijfelt – véél groter is dan alle verzamelde individuen. De goede verstaander weet inmiddels meer dan genoeg: Real Madrid: Until The End is spekkie voor het bekkie, of toch écht een beetje te veel – laten we het zo maar formuleren – ‘Super League’ voor de gewone huis, tuin & keuken-supporter.

Messi

102 Distribution

‘Luister goed: jij wordt de beste voetballer van de wereld’, zegt oma tegen de kleine Lionel in de documentaire Messi (90 min.) uit 2014. Want zo werkt mythevorming: als je weet hoe het verhaal afloopt – ook al wisten ze toentertijd natuurlijk nog niet dat de held in 2022 de wereldtitel zou bemachtigen – dan kun je gerust een scène voor twee acteurs schrijven over de jeugd van de beste voetballer van zijn (of elke) generatie, waarin zijn grootmoeder deze gedenkwaardige woorden uitspreekt tegen haar kleinzoon. En of die dan ooit daadwerkelijk uit haar mond zijn gekomen, doet er dan in wezen niet meer toe.

Zoals het ook niet uitmaakt of de arts, die ‘Leo’ en zijn ouders bezoeken vanwege een groeihormoontekort, ooit daadwerkelijk heeft gezegd dat hij desondanks groter wordt dan Diego Maradona, het Argentijnse icoon waartegen Lionel Messi al zijn hele carrière, tenminste tot die wereldtitel, heeft moeten opboksen. Daarmee krijgt dit verhaal – en een goed verhaal moet je nu eenmaal niet dood checken – alleen maar meer cachet. Deze documentaire van Álex de la Iglesias bevat echter wel héél veel van zulke nagespeelde scènes, vermengd overigens met onweerstaanbare (jeugd)beelden van de dartelende linkspoot.

Messi zelf, althans de volwassen versie daarvan, komt niet aan het woord. Alleen de dertienjarige uitgave, als hij net naar Spanje is verkast, om voor FC Barcelona te gaan spelen. En die zegt dan dat Maradona zijn grote idool is, maar ook dat hij zelf niet op hem lijkt. Verder laat hij vooral zijn voeten spreken. Dat wordt ruimschoots gecompenseerd door anderen. Die hebben zich verzameld in een typisch mediterraan restaurant en bespreken daar in kleine groepjes het leven van de held van deze film. Aan één tafel zitten bijvoorbeeld familie, vrienden en leraren, aan een andere zetelen jeugdtrainers en medespelers bij de Argentijnse clubs Grandoli en Newell’s Old Boys.

Elders in deze hybride van docu, drama en lofzang zitten Barcelona-iconen zoals Gerard Piqué, Javier Mascherano en Andrés Iniesta gebroederlijk bij elkaar, om de loftrompet te steken over de ploeggenoot die hen al aan zoveel trofeeën heeft geholpen. Aan een privétafel prikken bovendien de voormalige verlosser van Barcelona, Johan Cruijff, en een gewezen topspits van Argentinië, Jorge Valdano, samen een vorkje. Ze raken verzeild in een fascinerende dialoog over de brille van de voetballer Lionel Messi. En aan weer een andere tafel legt oud-bondscoach César Luis Menotti intussen uit hoe je zo’n speler inpast in je team.

Uiteindelijk komen al deze passanten uit Messi’s leven natuurlijk ook te spreken over de eeuwige vergelijking met Diego Maradona. Met behulp van split screen worden de overeenkomsten tussen de twee grootheden en hun signatuurdoelpunten fraai in beeld gebracht. Als persoon heeft Messi altijd wat schril afgestoken bij de driftkikker Maradona, die bovendien in 1986 namens zijn land de wereldcup omhoog mocht houden. Dat is onlangs tijdens het wereldkampioenschap van 2022 ruimschoots gecompenseerd. Messi vloog zo nu en dan op z’n Maradona’s uit de bocht en mocht na afloop bovendien poseren met zijn eigen wereldbeker.

Hij was tijdens dit toernooi ook weer diverse malen, na alwéér een doelpunt, te aanschouwen in die karakteristieke pose: dankbaar naar boven kijkend, intussen beide wijsvingers in de lucht stekend. Sinds het veer-in-de-reet portret Messi weten we: hij kijkt niet naar de Heer, maar naar zijn oma in de hemel. Die altijd al wist dat hij de beste zou worden.