Earth, Wind & Fire (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World)

HBO

Met de begeestering en overtuigingskracht van een echte liefhebber is Ahmir ‘Questlove’ Thompson al enkele jaren druk doende om zijn eigen muzikale helden te eren in documentaires. De drummer van de Amerikaanse hiphopgroep The Roots, die tegenwoordig vooral actief is als filmmaker, heeft zich al gebogen over respectievelijk het Harlem Cultural Festival in 1969 in de Oscar-winnaar Summer Of Soul (…Or When The Revolution Could Not Be Televised), de muzikale invloed van het befaamde televisieprogramma Saturday Night Live in Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music en de brille van Sly & The Family Stone in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius).

Nu bekommert Questlove zich om de Afro-Amerikaanse soul-, funk- en discogroep die tussen 1971 en 1984 veertig miljoen platen verkocht, dertig hits had en zes Grammy Awards won: Earth, Wind & Fire. En hij geeft ook die film een onnavolgbare ondertitel mee: (To Be Celestial Vs. That’s The Weight Of The World) (119 min.). Centrale figuur is de enigmatische bandleider Maurice White (1941-2016), een man met een enorme geldingsdrang en groter dan grote ideeën, geïnspireerd door spiritualiteit, meditatie en astrologie. Een man ook, die zelden het achterste van zijn tong laat zien – en ook in deze film, waarin hij via archiefbeelden en -interviews aanwezig is, ongrijpbaar blijft.

Maurice White leert zijn groep eerst ongenadig funken, maakt daarna fluks de oversteek naar een top 40-publiek en omarmt tenslotte zeer commerciële disco. De dampende optredens van Earth, Wind & Fire gaan vergezeld van spectaculaire kostuums, uitzinnige decors en uitgekiende podiumchoreografie. Totdat White gaandeweg zijn ‘mojo’ kwijtraakt en de groep zonder aankondiging vooraf plotseling ontbindt. De man die in het openbaar geloof, hoop en liefde predikt, heerst achter de schermen als een verlichte despoot en zet zo behoorlijk wat kwaad bloed bij sommige andere groepsleden. Die hebben sowieso al langer het gevoel dat ze door hem worden behandeld als willekeurige sessiemuzikanten. Totdat ze tóch niet zonder elkaar blijken te kunnen – en willen.

Thompson tekent deze geschiedenis vaardig op met de bandleden Philip BaileyRalph Johnson en Maurices broer Verdine White, andere verwanten van de voorman en Earth, Wind & Fire-medewerkers, zoekt zijn heil tevens bij tijdgenoten zoals Booker T. Jones, Lionel Richie en Stevie Wonder (die tot Questloves grote verbazing bekent dat zijn evergreen I Wish is geïnspireerd op EWF’s eerste hit Shining Star) en geeft de navolgers Flea, Anderson .Paak en H.E.R. alle gelegenheid om de loftrompet te steken over White en consorten. En die maken in de 21e eeuw nog een serieuze revival door als Barack en Michelle Obama, nog altijd fan, in 2009 hun entree maken in Het Witte Huis.

Mede dankzij de eerste zwarte Amerikaanse president en zijn echtgenote hebben hits als FantasyBoogie Wonderland en September een zoveelste nieuw leven gekregen. Deze ferme film, die is volgestort met fraai archiefmateriaal en opgeleukt met animaties, legt alle stukjes van de kleurrijke Earth, Wind & Fire-puzzel nog eens netjes op hun plek. Zodat het totaalplaatje, dat verder niet héél wereldschokkend is, volledig zichtbaar wordt.

Sentient

Lisa Jones-Engel / In Film

Zijn dierproeven onontbeerlijk voor het waarborgen van de menselijke gezondheid? Of is het volstrekt onethisch om dieren hiervoor in te zetten en brengt dit zelfs gevaren met zich mee?

Zonder testen op dieren was er vast niet zo snel een vaccin voor het Coronavirus ontwikkeld. Tegelijkertijd zou de volgende pandemie wel eens kunnen ontstaan doordat testdieren, bijvoorbeeld afkomstig uit schimmige fokkerijen in Azië, gevaarlijke ziekten zoals ebola, tuberculose en malaria meebrengen naar het westen. Dat is ‘een luid tikkende tijdbom’ volgens primatoloog Lisa Jones-Engel.

De wetenschap moet top zijn, hun welzijn optimaal. Dat waren voor haar mentor Jim Mahoney, directeur van het Amerikaanse LEMSIP-laboratorium, altijd de basisvoorwaarden voor dierproeven. In het kader van AIDS-onderzoek injecteerden zij destijds chimpansees met het HIV-virus. Dat doel rechtvaardigde volgens hen de middelen, maar zorgde tegelijk voor schuldgevoelens.

Toen Lisa Jones-Engel in Cambodja echter zag hoe een moedermakaak en enkele oudere dieren een door haar in de val gelokt jonkie als een leeuw beschermden, maakte dit een onuitwisbare indruk op de primatoloog. De vooraanstaande wetenschapper groeide uit tot een dierenactivist, die nog altijd geëmotioneerd raakt als zij de beelden terugkijkt in de documentaire Sentient (105 min.).

Jones-Engel fungeert als spil van deze genuanceerde film van Tony Jones, waarin alle elementen en kanten van het debat over het testen van dieren, primaten in het bijzonder, aan de orde komen. Niet alleen schokkende undercoverbeelden van misstanden in commerciële dierproefcentra dus, maar ook de emoties van wetenschappers die betrokken zijn bij onderzoeken met dieren.

Want sommige medewerkers houden daar psychische klachten of zelfs PTSS aan over. Hun doel mag dan alle middelen heiligen, daarmee wordt hun eigen gevoel nog niet uitgeschakeld. Als biomedisch wetenschapper Preston van Hooser van de Universiteit van Washington bijvoorbeeld vertelt hoe hij ooit een levende muis in tweeën hakte, schiet ie helemaal vol. ‘Omdat het dier leed.’

Jones ondergraaft tegelijk een belangrijk argument voor dierproeven van de biomedische industrie, die in deze film wordt vertegenwoordigd door lobbyist Cindy Buckmaster: om de veiligheid van een medicijn te kunnen garanderen, is testen op dieren bittere noodzaak. Hoe vaak je medicijnen echter ook uitprobeert op dieren, laat hij zien, bij mensen kunnen er altijd onvoorziene effecten optreden.

Zodat de slotsom van Sentient uiteindelijk toch lijkt te luiden dat dit soort wetenschappelijk onderzoek ongewenst is. Voor dier én mens.

Cameraperson

Janus Films

Ook wanneer je als Cameraperson (102 min.) opereert als de spreekwoordelijke ‘fly on the wall’ en de werkelijkheid alleen maar lijkt te registreren, ben jij degene die bepaalt wat de wereld krijgt te zien. Als cameraman, cinematograaf of pak ‘m beet ‘director of photography’ (DOP) kies je immers de plek, het frame, de achtergrond, het perspectief en de belichting van wat de beurtelings onthullende, meedogenloze of juist verliefde camera vastlegt.

Na 25 jaar ‘schouderen’ of staan achter een statief, waarin ze werkte voor klassieke documentaires zoals Citizenfour (Laura Poitras), Fahrenheit 9/11 (Michael Moore) en This Film Is Not Yet Rated (Kirby Dick), maakt Kirsten Johnson in deze persoonlijke film uit 2016 de balans op. Het zijn de memoires van een cameravrouw die veel van de wereld heeft gezien en laten zien: Nigeria, Jemen, Darfur, Oeganda, Afghanistan, Liberia én Bosnië, waarnaar ze in deze documentaire steeds weer terugkeert. Naar een oorlog, die van geen ophouden wil weten. Johnson laat ook zien hoe ze werkt. Het zoeken naar een shot. Het scherpstellen. En de opmerkingen vanachter de lens, de gesprekjes die daar soms worden gevoerd en de aanwijzingen richting de mensen voor de camera.

Samen met filmmakers, producers, fixers en tolken bezoekt ze plekken des onheils. Het motel waar Servische soldaten zich schuldig maakten aan massaverkrachting. De pickup truck van drie witte racisten, waarachter de zwarte Amerikaan James Byrd Jr. in 1998 met een ketting werd gehangen. Wounded Knee, waar in 1890 honderden Sioux-indianen werden afgeslacht en ook navolgende generaties ‘native Americans’ gewond raakten. Het Tahrir-plein in Cairo waar de Arabische Lente werd neergeslagen. En de Rwandese Nyamata-kerk waar Hutu’s tienduizend leden van de Tutsi-stam om zeep hielpen. En natuurlijk ontbreekt ook het World Trade Center in Johnsons eigen thuisbasis New York niet, het toneel van de terroristische aanslagen van 9/11.

Kirsten Johnson zet haar camera tevens op persoonlijke subjecten: haar kleine kinderen Viva en Felix bijvoorbeeld (terwijl die de dop weer op de lens proberen te krijgen). Haar moeder Catherine Joy Johnson, enkele jaren nadat zij is gediagnosticeerd met Alzheimer. En haar vader Dick, die ze in 2020 nog zal vereeuwigen in de geweldige documentaire Dick Johnson Is Dead. Cameraperson wordt zo tegelijkertijd een intieme terugblik op een enerverend (werk)leven en een boeiende bespiegeling op beeld: wat het is, hoe het wordt verkregen en wat het te weeg kan brengen. Waarbij de camera – dat mag echter geen verrassing heten – nooit liegt.