Sigrid Kaag: Van Beiroet Tot Binnenhof

Hans Fels / VPRO

Onderhandelaar In Oorlogstijd, de aflevering van Tegenlicht die Shuchen Tan in 2015 maakte, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het imago van Sigrid Kaag als topdiplomaat, een vrouw die in de helleholen van de wereld strijdende partijen uit elkaar houdt of zelfs tot elkaar probeert te brengen. Het was moeilijk om níet onder de indruk te raken van de VN-gezant Kaag, die bijvoorbeeld het hoofd koel en hart kloppende hield tijdens de oorlog in Syrië en de vluchtelingenstroom die daardoor op gang kwam.

Die bewondering voelde Shuchen Tan zelf vermoedelijk ook. In de navolgende jaren bleef ze haar hoofdpersoon volgen. Het kwam desondanks als een verrassing toen die het steven wendde richting Nederland, om in eigen land minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking te worden in het kabinet Rutte III. Wat had de vaak kleine vaderlandse politiek te bieden aan deze vrouw van de wereld? En hoe zou die gedijen in een context, waarin er vaker vliegen werden afgevangen dan mensenlevens gered?

Die vraag ligt ten grondslag aan de documentaire Sigrid Kaag: Van Beiroet Tot Binnenhof (76 min.) en heeft alleen maar meer lading gekregen doordat de hoofdpersoon sindsdien ook nog politiek leider is geworden van haar partij D66 en de komende maanden dus als lijsttrekker campagne moet gaan voeren voor de Tweede Kamerverkiezingen. Moet gaan voeren, omdat het getuige deze film nog maar de vraag is of ze zich daarbij senang zal voelen. En, eerlijk gezegd, ook of ze daarin op haar best zal zijn.

‘Het is een totaal onbeschermde tak van sport, met een niveau van gemeenheid en laagte dat ongekend is’, zegt Sigrid Kaag zelf met een zeker dedain over de vaderlandse politiek, waarin ze desondanks ook de komende jaren een prominente rol wil spelen. Vanaf haar terugkeer naar Nederland is ze, mede vanwege haar Palestijnse echtgenoot die ooit actief was binnen de PLO, onderdeel geweest van een (online) lastercampagne. Tegelijkertijd is er de voortdurende druk om de persoon achter de politicus centraal te stellen. Dat gaat eveneens tegen haar natuur in. ‘Je moet weten of ze capabel zijn, of ze betrouwbaar zijn’, doceert ze. ‘En kunnen ze het aan?’

Al het andere is nodeloze ballast, wil Kaag maar zeggen. Maar of ze zich met die attitude staande zal kunnen houden in de slangenkuil die ook de Nederlandse politiek kan zijn? En waarom wil ze dat eigenlijk? Is het werkelijk alleen plichtsbetrachting? Het zijn vragen die ook Shuchen Tan zichzelf stelt in de voice-over waarmee ze de verschillende elementen van deze film, die geregeld schakelt tussen het huidige en vroegere leven van haar protagonist ‘Sigrid’, bij elkaar houdt. 

Dat is geen ongebreidelde lofzang geworden, zoals critici lijken te suggereren, die met het oog op de aanstaande verkiezingen de timing van de documentaire betwisten. En ook geen meeslepende film over een politieke buitenstaander die brandschoon probeert te blijven terwijl ze in een modderpoel duikt. Sigrid Kaag: Van Beiroet Tot Binnenhof is eerst en vooral, opnieuw, een portret van een diplomaat aan het werk. Waarbij het internationale decor van die eerdere film zeker zo interessant is als de Haagse kaasstolp waarbinnen ze tegenwoordig moet zien te blijven ademen.

Eind juni 2021 is deze documentaire onder vuur komen te liggen omdat de makers D66 de ruimte zouden hebben gegeven om de inhoud en uitzenddatum van de film te beïnvloeden. Zie hieronder het item van Nieuwsuur daarover:

Shirkers

Netflix

De wereld van onze jeugd is allang verdwenen. Met elk jaar raken we verder verwijderd van wie we ooit waren en wat we ooit deden. Sandi Tan heeft tenminste de film nog. Althans, had de film nog moeten hebben…

De dwarse tiener uit Singapore liep begin jaren negentig met een wild idee rond. Samen met haar hartsvriendinnen Jasmine Ng (montage) en Sophie Siddique (productie) wilde ze een speelfilm maken. Over een meisje zoals zij. Sterker: ze schreef zelf het script en nam natuurlijk ook de hoofdrol op zich. Shirkers zou de eerste Singaporese indiefilm worden. Een Aziatische zusterfilm van Rushmore en Ghost World, Hollywood-klassiekers die pas jaaaren later zouden worden gemaakt. Maar ergens onderweg viel de droom van Sandi Tan in duigen.

Ruim 25 jaar later is de speelfilm die nooit de bioscoop zou halen uitgelopen op een documentaire. Via de wonderlijke, spannende en uiteindelijk ook tragische verwikkelingen rond Shirkers (97 min.) reconstrueert de kunstzinnige veertiger de wereld van haar jeugd. Het meisje waarvan ze nu denkt dat ze toen was, maar ook de schilderachtige omgeving waarin ze zich toen bewoog. Het Singapore dat is ingehaald door economische voorspoed en voorgoed van gedaante is veranderd.

Daarvoor trekt Tan, die later carrière zou maken als filmcriticus, schrijfster en filmer, alle lades van haar jonge jaren helemaal open: schrijfsels, tekeningen, filmpjes, knipsels, brieven, knutselwerkjes… En de bijbehorende mensen, surrealistische taferelen en overgesatureerde kleuren. Relikwieën van een verloren tijd, die hier op een bijzonder joyeuze manier, met een overdaad aan liefde voor cinema met een rafelrandje, tot leven wordt gewekt.

Al die afzonderlijke brokstukken van een onbezonnen leven worden door Sandi Tan zelf aaneen gepraat tot een boeiend coming of age-drama, waarin ze tevens het geheim probeert te ontrafelen van de enigmatische vaderfiguur Georges Cardona, die haar film destijds slinks de nek omdraaide – en Shirkers, op het Sundance-festival bekroond met de World Cinema Documentary Directing Award, nu indirect een tweede leven en een véél groter publiek heeft bezorgd.