Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op NPO3

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

The Pilgrimage Of Gilbert And George

Gilbert & George

Twee mensen, één kunstenaar. Al ruim een halve eeuw onafscheidelijk: George Passmore en Gilbert Prousch. Ze zijn hun eigen kunst. Samen dus. Ze ontmoetten elkaar in 1967 tijdens de opleiding beeldhouwen op de Saint Martin’s School Of Art in Londen. Hij, uit het Engelse graafschap Devon. En hij, uit de Italiaanse Dolomieten. Ze vormden subiet een duo. Voor het leven. Met als motto: kunst voor allen.

Getweeën lopen ze in The Pilgrimage Of Gilbert & George (88 min.), statig en liefst volstrekt synchroon, door hun eigen carrière, op weg naar het onvermijdelijke einde. Strak in het pak. Met een uitgestreken gezicht ook. En volstrekt onverstoorbaar. Al hun hele leven willen ze niet tot de gevestigde orde behoren – of erdoor geaccepteerd worden. Bijgestaan door enkele intimi en kenners doen ze in dit dubbelportret van Mike Christie zo hun verhaal. Twee monden, één vertelling.

Over levende standbeelden, ‘eeuwenoude’ houtskooltekeningen, The Dirty Words Pictures, schreeuwerige spandoeken en, jawel, The Naked Shit Pictures. En een kunstenaar met twee hoofden en Iijven, maar slechts één hart. Één idee. Om werk te maken voor een breed publiek, voorbij de linkse kunstelite. ‘We proberen kunst te maken waarmee we de straat op kunnen’, zeggen Gilbert & George. ‘Niet voor de ingewijden, maar voor elke taxichauffeur en elke drugsverslaafde.’

En deze joyeuze film, waarin het symbiotische tweemanschap alle ruimte krijgt én neemt, zet vol de schijnwerper op die directe, kleurrijke en soms ook provocatieve kunst, waarin thema’s als straatcultuur, de AIDS-crisis en religie hun plek hebben gevonden. ‘Veel mensen vragen ons of de werken over onze sterfelijkheid gaan’, zeggen de twee tachtigers, die al bijna zestig jaar met één stem spreken, bepaald niet zonder zelfspot. ‘We vinden het echter nog te vroeg om daar werk over te maken.’

En ook dat lijkt dan weer een sprekend voorbeeld van twee zielen, één gedachte. Als het inmiddels niet gewoon om één ziel gaat….