Marty, Life Is Short

Netflix

Het leven is kort. Die titel ligt, gezien de lengte en de achternaam van de hoofdpersoon, voor de hand: Marty, Life Is Short (101 min.). In het geval van de Canadese komiek/acteur Martin Short, die beweert dat hij aan een gelukkige jeugd lijdt, heeft die titel echter ook nog een andere betekenis: het leven kan zomaar ineens afgelopen zijn.

Regisseur Lawrence Kasdan, de maker van dit portret van de man die doorbrak bij de comedyshows Second City, SCTV en Saturday Night Live, daarna een ster werd in Hollywood en op Broadway en nu op late leeftijd opnieuw scoort met de serie Only Murder In The Building, behoort tot Shorts Bekende Vriendenkring. Die verzamelt zich sinds jaar en dag voor etentjes, feestjes en vakanties in Snug Harbour, het zomerhuis van Martin en zijn echtgenote Nancy Dolman in Ontario. Een groot deel van die groep participeert ook in deze documentaire: Eugene Levy, Steve Martin, Tom Hanks, Steven Spielberg, Andrea Martin, Paul Shaffer, Catherine O’Hara, Walter Parkes en Rita Wilson.

En er draait ook altijd wel een camera als zij zich bij de Shorts verpozen met hun gezinnen en andere bekendheden zoals Chevy Chase, Kurt Russell, Goldie Hawn, Sally Field, Danny Glover of Glenn Frey (Eagles) ontmoeten. In een jolige bui spelen Martin Short (als zijn eigen karikaturale typetje Ed Grimley) en Tom Hanks (in de iconische rol van Forrest Gump) er bijvoorbeeld een scène uit de filmklassieker Butch Cassidy And The Sundance Kid na. ‘Momma always said: jumping off cliffs is like a box of chocolates’, zegt Forrest in stijl. ‘You never know what you might hit.’ Waarna ze zich, tot hilariteit van de andere aanwezigheden en in navolging van Robert Redford en Paul Newman, in zee storten.

Die homevideo’s zijn zeer vermakelijk. Net als de talloze fragmenten uit zijn films, voorstellingen en shows. Short transformeert in de meest buitenissige personages (de plompe interviewer Jiminy Glick bijvoorbeeld, die de sterren écht alles mag vragen, vindt ie zelf) en zorgt continu voor kolderieke taferelen.  Hij laat zich intussen door Kasdan ook wel een beetje in z’n kaarten kijken, maar geeft, zeker als het gaat om zijn huwelijk en kinderen, beslist niet alles prijs. Want hoewel zijn leven inmiddels toch echt moet worden gekarakteriseerd als ‘long’ en zijn carrière als geslaagd, heeft Martin Short op sommige momenten in zijn leven onmiskenbaar ook aan het kortste eind getrokken.

Donor Unknown

Met Film

‘Jij hebt een donor’, zei haar moeder vroeger tegen JoEllen. ‘Geen vader.’ Dat gaf haar als kind alle ruimte om te fantaseren: hij was een filmster. Een zakenman in een kantoor. Of hij woonde in het buitenland.

Van haar moeders familie, de Marshes, weet JoEllen nagenoeg alles. Ze kan hun stamboom helemaal uittekenen tot aan de legendarische Mayflower, het schip met Engelse kolonisten dat in 1620 naar het beloofde land Amerika voer, op zoek naar een leven in vrijheid. De begraafplaats van, jawel, Marshtown ligt vol met familieleden. Van haar vader, de spermadonor, weet de jonge vrouw uit Pennsylvania echter niets. Behalve dat hij bij de California Cryobank geregistreerd stond als Donor 150. 

JoEllen heeft ook het profiel gevonden dat haar moeder destijds heeft opgesteld voor de beoogde donor. Het is de vraag of/hoe dit correspondeert met de man die door regisseur Jerry Rothwell aan het begin van de documentaire Donor Unknown (76 min.) uit 2010 al is geïntroduceerd als haar biologische vader: een wat wereldvreemde dierenvriend in een rommelige camper op Venice Beach, Los Angeles. Sperma doneren was voor hem jarenlang een soort substituut voor een reguliere baan.

Pas halverwege de film wordt onthuld hoe ‘150’ werkelijk heet. Daarna werkt Rothwell langzaam toe naar een ontmoeting tussen de man en zijn nageslacht. Want intussen hebben zich, via het register donorkinderen, ook andere zoons en dochters van hem gemeld, halfbroers en -zussen van JoEllen met soortgelijke vragen en ervaringen. Zij hebben ook meegewerkt aan een artikel in The New York Times, dat ook donor 150 onder ogen is gekomen. Hij voelt zich verplicht om contact op te nemen.

Met deze exploratie van de gevolgen van spermadonatie begeeft Jerry Rothwell zich in de schimmige wereld van spermabanken en -donoren, die sindsdien nog veel vaker in documentaires is bezocht: is het niet vanwege sjoemelende vruchtbaarheidsartsen, zoals de Nederlandse dokter Jan Karbaat, die in het pre-DNA tijdperk niet schroomden om hun eigen zaad te gebruiken, dan wel vanwege véél te enthousiaste donoren, zoals de Amerikaan Ari Nagel en de Nederlander Jonathan Jacob Meijer.

Donor Unknown belicht de zoektocht van 150’s kinderen, maar schetst ook de business. Van praktische zaken, zoals de ‘masturbatoria’ in een spermabank, tot de manier waarop de zoektocht naar een donor is ingericht. Zo kunnen wensouders bijvoorbeeld aangeven op welke beroemdheid die moet lijken. Dat betekent overigens niet dat je kinderen ook op Ben Affleck lijken als je die uitkiest, haast een medewerker zich om erbij te zeggen. ‘Ben Afflecks eigen kinderen lijken niet eens op hem.’

Voor de toekomst kan echter niets worden uitgesloten, zo valt ruim vijftien jaar nadat deze delicate documentaire werd uitgebracht inmiddels wel vast te stellen. We hebben nu al 60.000 kinderen verwekt’, stelde de eigenaar van een spermabank destijds trots. ‘Het begint nu pas.’