The Thief Collector

HBO

Routineus beginnen ze aan het leegruimen van de woning in het kleine Amerikaanse plaatsje Cliff. It’s all in a day’s job voor Dave Van Auker en zijn collega’s van Manzanita Ridge Antiques in Silver City, New Mexico. Ditmaal is alles echter anders. Op een augustusdag in 2017 treffen ze op de slaapkamer van het huis een schilderij aan, dat verdacht veel lijkt op Woman-Ochre, een belangwekkend werk van de befaamde Nederlands-Amerikaanse schilder Willem de Kooning.

Het schilderij is al ruim dertig jaar spoorloos. Op 29 november 1985, de dag na Thanksgiving, werd het door een man en een vrouw gestolen uit het University Of Arizona Museum of Art in Tucson. Toen was het ‘slechts’ drie á vier ton waard. Inmiddels wordt het op een slordige 160 miljoen dollar ingeschat. Ter plaatse, in Nowhereville, USA , hebben ze desondanks weinig op met het schilderij. Dat kan hun kleine broertje ook – of een bonobo, heb je die wel eens zien schilderen?

In de woning van de pensionado’s Jerry en Rita Alter worden tevens manuscripten aangetroffen van de man des huizes. In het korte verhaal The Thrill Seekers beschrijft Jerry bijvoorbeeld hoe de adrenalinejunkies ‘Georges’ en ‘Suzie’ een schilderij stelen. Ze beschouwen zichzelf als ‘masters of victimless crimes’. Moet dit worden opgevat als een bekentenis? Regisseur Allison Otto heeft hun lotgevallen in elk geval met acteurs en een vette knipoog verfilmd voor The Thief Collector (96 min.). 

Er zijn drie soorten kunstdieven volgens Bob Cauthorn, voormalig kunstmedewerker van The Arizona Daily Star. De types die simpelweg de gelegenheid aangrijpen, zij die er dik geld mee willen verdienen en lieden die puur en alleen voor zichzelf stelen. Die laatsten zijn volgens hem het gevaarlijkst. Zij verbergen het ontvreemde werk angstvallig voor de wereld. Behoren de Alters tot die categorie? Of hadden ze misschien een appeltje met De Kooning te schillen? En hebben ze wellicht nog meer op hun kerfstok?

Met familieleden, kennissen, medewerkers van de plaatselijke kringloopwinkel, vertegenwoordigers van het museum, kunstkenners en een agent van het FBI Art Crime Team ontleedt Otto in deze vermakelijke kunstcrime-docu het dubbelleven van Jerry en Rita Alter. Hebben ze al die tijd iedereen in het ootje genomen? Of doelbewust een mythe rond hun eigen levensverhaal gecreëerd? Maar als dat laatste waar is: hoe komen ze dan in Godsnaam aan Woman-Ochre?

Hopper: An American Love Story

Exhibition On Screen

Misschien is dit het verhaal. Van Edward Hopper (1882-1967), één van de grootste Amerikaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Een schilder die, vanuit zijn eigen bubbel, de ziel van zijn land op het canvas wist te krijgen. Een verdwenen Amerika, nog nét niet vergeten. Waar geen zwarte Amerikanen schijnen te bestaan. Net als groepen mensen. ‘s Mans wereld wordt vrijwel alleen bevolkt door eenlingen. Zijn iconische schilderijen lijken doortrokken van een gevoel van opperste eenzaamheid.

Een verhaal – over een man, een kunstenaar, een oeuvre – dat wordt verteld door biografen, connaisseurs en curatoren. Exact de ‘high brow’-kenners die je in een portret van een belangwekkende kunstenaar verwacht. Hun zorgvuldig geformuleerde observaties en conclusies worden, natuurlijk, geïllustreerd met ’s mans filmische schilderijen. Die in Hopper: An American Love Story (52 min.) natuurlijk ook zeer accuraat worden geduid, vergeleken en geprezen. 

De persoon Edward Hopper, een man die volgens mensen die het kunnen weten was ‘geboren om kunstenaar te worden’, komt zelf aan het woord via een enkel bewaard gebleven interview op beeld en de gedachten die hij ooit op papier zette en die nu zijn ingesproken door stemacteur Glen McCready. ‘Ik wou dat ik nog meer kon schilderen’, verzucht die bijvoorbeeld. ‘Ik word doodmoe van lezen en naar de film gaan. Ik zou veel liever de hele tijd schilderen.’

Het was geen vrolijke man, zoveel wordt uit alle verhalen wel duidelijk. Een eenzaat en brompot zelfs. Zijn echtgenote Josephine Nivison Hopper, zelf ook kunstenaar, had getuige haar eveneens voorgelezen dagboeken heel wat te stellen met haar ‘E.’, die ze op goede momenten ook nog wel eens ‘Eddy’ noemde. Hopper was nu eenmaal geen mensenmens. Hij verdween liever in zijn werk, zoals één van de sprekers in deze tv-docu van Phil Grabsky het formuleert.

Misschien is dit inderdaad het verhaal: van een man die leeft voor en door zijn kunst. Het wordt in dit portret alleen wel erg braaf verteld, een tikkeltje saai zelfs – al kan de Hopper-veteraan of -novice vanzelfsprekend zijn ogen uitkijken bij zijn tijdgebonden en toch tijdloze oeuvre.

Dicht Bij Vermeer

Cinema Delicatessen

Gregor Weber maakt buiten even een ommetje. De conservator van de grootste Vermeer-expositie ooit, in het Rijksmuseum te Amsterdam, moet laten bezinken wat hij zojuist te horen heeft gekregen. ‘Ik was zo onder de indruk van dit schilderij en nu hoor ik dat jullie twijfelen’, zegt Weber even later, als hij weer wat is bedaard, tegen conservator Betsy Wieseman van The National Gallery Of Arts in Washington D.C. Met haar team heeft zij die dag een presentatie gehouden over het schilderij ‘Meisje met de fluit’. Dat is volgens hen niet van Vermeer. ‘Dit is iets nieuws en dat moet ik slikken’, bekent Weber. Hij maakt er maar een grapje van: ‘Als een grote kikker.’

De Duitse conservator, een kunstwetenschapper die overduidelijk ook met hart en ziel van deze specifieke kunstenaar houdt, fungeert als kloppend hart voor de documentaire Dicht Bij Vermeer (78 min.), waarin Suzanne Raes de aanloop naar de onlangs geopende en direct uitverkochte Vermeer-expositie vereeuwigt. Behalve het verzamelen van zoveel mogelijk werken van de enigmatische Delftse kunstenaar Johannes Vermeer (1632-1675), aan wie in totaal slechts zo’n 37 schilderijen worden toegeschreven, en het inrichten van de tentoonstelling behoort daartoe ook het gesprek over wat een ‘Vermeer’ kenmerkt en hoe zo’n kunstwerk is te herkennen.

Dat vereist in eerste en laatste instantie héél goed kijken. En dat is precies wat Raes in deze kalme, ingetogen en oogstrelende film ook doet: ze laat liefhebbers en kenners met een timmermansoog naar het werk van Vermeer kijken en dit inhoudelijk duiden. En ze daagt haar publiek vervolgens uit om met behulp van die kijkwijzer volledig op te gaan in wereldberoemde kunstwerken, die toch steeds weer nieuwe geheimen prijsgeven. Daarmee ontstaat ongetwijfeld ook meteen iets van begrip voor het feit dat kenners zoals Gregor Weber en schilder Jonathan Janson zomaar kunnen volschieten als ze Vermeers schilderijen zien of de impact daarvan proberen te beschrijven. 

Én dat ze ’t ook niet zomaar willen en kunnen accepteren als een ‘Vermeer’ ter discussie wordt gesteld, dat ook. De twee komen los van elkaar tot dezelfde conclusie: dat ‘Meisje met de fluit’ is wél van Vermeer. Binnen hun omgeving lijkt – nee: is – dat een zaak van levensbelang. Via gedreven kunstminnaars zoals zij legt Dicht Bij Vermeer, net als eerder bijvoorbeeld Oeke Hoogendijks Mijn Rembrandt, de mores bloot van een wereld, die zich volledig lijkt te onttrekken aan de waan van de dag en van nature op zoek is naar een stukje eeuwigheid.

Apolonia, Apolonia

IDFA

Alsof alles was voorbestemd. Zelfs het moment waarop de Franse kunstenares Apolonia Sokol eind jaren tachtig werd verwekt, is vastgelegd. Ze zag de tape die haar ouders toen maakten nog vóór haar achttiende verjaardag. Apolonia’s geboorte werd natuurlijk ook gefilmd. En hoe ze opgroeide in Lavoire Moderne Parisien, het undergroundtheater van haar ouders. Totdat die uit elkaar gingen en ze als achtjarig meisje met haar moeder in Denemarken belandde. En daar leerde ze in 2009 aspirant-filmmaker Lea Glob kennen. Die begon haar voor een schoolopdracht te filmen.

Dertien jaar later is er Apolonia, Apolonia (115 min.), op het IDFA verkozen tot beste documentaire, een hartveroverend portret van een mediagenieke, onbeschaamde en getalenteerde jonge vrouw voor wie er geen onderscheid bestaat tussen wat ze doet en wie ze is – al vinden ze haar persoonlijkheid op de prestigieuze kunstopleiding Beaux-Arts vooralsnog interessanter dan haar schilderijen. In Hollywood waagt ze, aan de hand van de gladde kunsthandelaar Stefan Simchowitz, een poging om op z’n Amerikaans door te breken. Daarna volgen onder andere nog Kopenhagen, Istanboel en Rome. Apolonia dreigt zichzelf onderweg soms kwijt te raken, als kunstenaar en als mens, maar ploegt steeds moedig voorwaarts.

Het blijken de onvermijdelijke hobbels in Sokols tocht naar de top (waarbij ze wordt vergezeld door de gevluchte Oekraïense Femen-activist Oksana Shachko, die haar weg maar niet kan vinden in het leven en uiteindelijk een droeve laag zal toevoegen aan deze vitale documentaire). Gaandeweg vindt de vrijgevochten Française tóch de weg omhoog. Lea Glob, die ondertussen is uitgegroeid tot een vriendin van ‘Api’ en ook haar eigen persoonlijk leven een plek geeft in de film, heeft die van zeer nabij kunnen vereeuwigen. Apolonia Sokol, een fenomeen in wording. Een beetje zoals Billie Eilish in R.J. Cutlers The World’s A Little Blurry.

‘Het kostte me dertien jaar om te beseffen dat ik een camera op het leven zelf had gericht’, constateert Glob in één van haar persoonlijke voice-overs, als ze aan het eind van de film haar protagonist en haar werk nog eenmaal alle ruimte geeft. ‘Groter, harder en mooier dan ik ooit had kunnen bedenken.’

Master Of Light

One Story Up Productions

Oppervlakkig beschouwd is het verhaal van George Anthony Morton één groot succesverhaal. De Afro-Amerikaanse dertiger groeide op in een drugsmilieu te Kansas City, werd op zijn twintigste vanwege het bezit van crack cocaïne veroordeeld tot ruim elf gevangenisstraf en leerde achter de tralies Rembrandt en zichzelf als kunstenaar kennen. Eenmaal buiten ging hij studeren aan een prestigieuze kunstacademie in New York en werd een schilder om rekening mee te houden.

Intussen is er echter nog altijd dat gewone leven: vrienden en familieleden die niet bij machte waren om uit die wereld te stappen. Zelfs zijn eigen moeder Tela, die hij jarenlang niet zag omdat ook zij gedetineerd was, beweegt zich permanent op of over de grenzen van de wet. Als ze weer eens buiten beeld is geraakt, belt Morton simpelweg alle gevangenissen in de directe omgeving. ‘Wat heb ik gedaan dat zo erg is dat je me niet kunt vergeven?’ vraagt ze als hij haar toch weer heeft opgespoord.

Zulke vragen probeert deze moderne Master Of Light (84 min.) met een therapeut te beantwoorden in deze stemmige en geladen film van de Nederlandse maakster Rosa Ruth Boesten, die op het South By Southwest Festival in Austin, Texas, werd uitgeroepen tot beste documentaire. Via het schilderen van de gezichten uit zijn leven – moeder Tela, zijn broer en zus en z’n elfjarig neefje Treshon, waarin hij zijn jongere zelf herkent – portretteert hij ook zichzelf, een man die gevangen zit tussen twee werelden.

De man die bij een spel met gemerkte kaarten, waarbij elke deelnemer op voorhand weet wat hij gaat trekken, per ongeluk een troefkaart in handen heeft gekregen: een buitengewoon talent waardoor hij boven zichzelf kon uitstijgen. Tegelijkertijd is hij als man van Afrikaanse afkomst ook klaar met de ‘eurocentrische gelaatstrekken’ die hij tot in den treure heeft moeten reproduceren tijdens zijn opleiding,. ‘Ik draag een traditie mee de toekomst in, waarvan mensen als ik nooit deel hebben uitgemaakt.’

Hij is, nu in de woorden van rapper Tupac, een roos die uit beton groeit. Boesten vervat ‘s mans strijd in veelal donkere, onheilszwangere beelden, begeleid door een broeierige soundtrack, en neemt echt de tijd om haar protagonist reliëf te geven en in te kleuren. Een moderne meester, laverend langs zowel Rembrandt als de Amerikaanse ‘war on drugs’ en Black Lives Matters, dóór opgekropte woede, ‘survivor’s guilt’ en het onvermogen om te vertrouwen, vluchtend in zijn kunst en al wat hem lief is, op zoek naar het licht.

Eye Of The Storm

Montrose Pictures

‘Ik moet maar hopen dat ik goed heb gegokt’, zegt James Morrison (1932-2020) enigszins opgelaten lachend, terwijl hij in zijn atelier in het Schotse kuststadje Montrose kijkt naar de helblauwe lucht die hij heeft geschilderd. ‘s Mans zicht en gezondheid gaan zienderogen achteruit. ‘De gedachte dat ik hier aan het werk ben en niet de juiste kwast kan uitkiezen en vervolgens iets kan maken wat ertoe doet, boezemt me echt angst in.’

De tijd dat hij buiten kon werken ligt sowieso al achter de Schotse schilder. Jarenlang stond hij met zijn poten in modder als hij de wereld om hem heen vereeuwigde op zijn canvas. Ten tijde van de opnames voor het sfeervolle portret Eye Of The Storm (tv-versie: 52 min.) is Morrison, ook door de dood van zijn geliefde vrouw Dorothy, echter al enige tijd veroordeeld tot zijn eigen werkruimte. Toch probeert hij onverminderd zijn eigen hoge standaard te blijven halen.

Zijn hele leven lang zag hij de wereld – zijn eigen thuisbasis Schotland in het bijzonder – zoals niemand anders die zag. En anderen mochten met hem meekijken. Tijdens From Angus To The Arctic, een overzichtstentoonstelling in The Scottish Gallery te Edinburgh, is de weerslag daarvan te zien: expressieve werelden, waarin nauwelijks een mens is te zien. Want die is uiteindelijk irrelevant voor het landschap, aldus de hoogbejaarde kunstenaar.

Regisseur Anthony Baxter omkleedt Morrisons levenslange ‘jacht op het licht’ met beelden uit oude reportages, een weelderige soundtrack en animaties die Catriona Black maakte aan de hand van zijn reizen naar de Noordpool. Zo ontstaat het beeld van een man met een missie, die nochtans aimabel en bescheiden is gebleven. Ook nu zijn tijd er langzamerhand opzit. ‘Het kan me niet schelen of ik slecht schilder. In dit stadium ben ik al blij dat ik verf op het canvas kan aanbrengen.’

Joan Mitchell – Woman In Abstraction

AVROTROS

Hoewel zij doorgaans van haar hart geen moordkuil maakt, moet haar werk toch vooral voor zichzelf spreken. ‘Als je met blablabla begint’, meent Joan Mitchell (1925-1992), ‘maak je alles kapot.’

Mitchell maakt enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog haar entree in de kunstscene van New York, waarvan dan ook ‘action painters’ als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Franz Kline deel uitmaken. Voor hen is het schilderen zelf bijna net zo belangrijk als het resultaat ervan. Mitchell is één van de weinige vrouwen die echt een prominente rol claimt in deze mannenwereld. Haar werk wordt intussen steeds abstracter. Eind jaren vijftig verkast de kunstenares naar Parijs, waar ze een langdurige en getroebleerde relatie krijgt met de schilder/bon vivant Jean-Paul Riopelle.

‘Ze zei altijd voor de grap: ik ben maar een vrouwelijke schilder’, vertelt schrijver Paul Auster in Joan Mitchell – Woman In Abstraction (53 min.). ‘Spottend. Ze wilde niet in het getto van vrouwelijke schilders worden geplaatst. Ze vond dat ze net zo goed was als ieder ander. En dat was ze ook.’ Regisseur Stéphane Ghez wandelt in deze tv-docu soepeltjes door Mitchells leven en carrière, illustreert die met haar kleurrijke schilderijen (die door enkele galeriehouders en conservatoren van duiding worden voorzien) en geeft het geheel een lekkere push met een zeer expressieve soundtrack.

‘Verlies je jezelf door te schilderen?’ vroeg een interviewster ooit aan de vrouw die gebeurtenissen in haar eigen leven en de wereld om haar heen verwerkte in abstracte schilderijen. ‘Als dat gebeurt ben ik zo gelukkig’, antwoordde Joan Mitchell. ‘Daarom schilder ik waarschijnlijk. Dan besta ik niet meer. Dat is heerlijk. Ik zeg altijd dat het net is als fietsen met losse handen. Heerlijk.’

Munch In Hell

Wat moest er gebeuren met de nalatenschap van Edvard Munch? Toen de vermaarde Noorse expressionistische kunstenaar op tachtigjarige leeftijd overleed in 1944, op een moment dat zijn land nog volop verwikkeld was in de Tweede Wereldoorlog, liet hij zijn volledige collectie van ruim 20.000 prints en schetsen en meer dan duizend schilderijen na aan de gemeente Oslo. Na de oorlog ontstond er onmiddellijk een verhit debat over hoe Munch’s erfenis moest worden beheerd.

Inmiddels, 75 jaar later, is er na heel veel gesteggel eindelijk het nieuwe Munch-museum Lambda, 150 jaar nadat de kunstenaar werd geboren in een gezin dat werd geteisterd door ziekte en dood. Die achtergrond sijpelde door in zijn werk, waarmee hij volgens Munch In Hell (53 min.) mensen wilde laten zien zoals ze zijn, niet zoals ze eruit zien. Munch was op zoek naar de natuur van de menselijke soort, de relatie tussen man en vrouw in het bijzonder, en spaarde zichzelf en zijn directe omgeving daarbij niet. Het maakte hem tot een veelbesproken en omstreden kunstenaar.

Deze fraaie en stemmige film van Stig Andersen hinkstapt door de tijd voor en na Munch’s dood: tussen zijn (liefdes)leven, carrière en werk enerzijds en de eindeloze stroom incidenten en conflicten rond z’n nalatenschap anderzijds. Die parallelle vertelwijze, bijeengehouden door een prikkelende voice-over en vergezeld door een spannende synthesizersoundtrack, zorgt ervoor dat deze film meer wordt dan een chronologisch opgemaakte winst- en verliesrekening van een turbulent, ten volle geleefd leven, vol drankzucht, fatale liefdes, psychische inzinkingen en baanbrekende kunst.