Last Take: Rust And The Story Of Halyna

Disney+

De twee slachtoffers zijn met een traumahelikopter afgevoerd. ‘Het gaat goed met Joel’, zegt een man op de filmset van Rust. ‘En hoe gaat het met haar?’ vraagt Alec Baldwin. Het antwoord is ontmoedigend: ‘Niet zo goed.’

Baldwin lijkt in de openingsscène van Last Take: Rust And The Story Of Halyna (91 min.) nog nauwelijks te kunnen bevatten dat de ‘nepkogel’ die hij als acteur heeft gelost daadwerkelijk zijn collega’s heeft getroffen. ‘Waar is Halyna geraakt?’ vraagt hij door. ‘Het lijkt alsof het schot door haar rechteronderarm is gegaan’, antwoordt een collega. ‘Hij verliet haar lichaam bij haar linkerschouderblad, dus…’ Baldwin probeert te begrijpen wat hij hoort. ‘Hij is door haar lichaam gegaan? Levensbedreigend?’

Inmiddels weet de hele wereld het antwoord: Rusts 42-jarige Oekraïense cinematograaf Halyna Hutchins zou de verwondingen die ze op 21 oktober 2021 opliep bij de opnames van de western in Santa Fe, New Mexico, niet overleven. Regisseur Joel Souza, die eveneens werd getroffen door de kogel die door het lichaam van zijn cameravrouw was gegaan, overleefde het schot wel. De filmset werd na het incident door de plaatselijke politie direct uitgeroepen tot een plaats delict.

Hutchins’ echtgenoot Matthew vroeg de bevriende documentairemaakster Rachel Mason om een film aan zijn vrouw te wijden. Zij voelde zich echter genoodzaakt om eerst te belichten wat er op die filmset is gebeurd. Halyna’s camera-assistent blijkt een dag voor het schietincident te zijn vertrokken. Lane Luper beklaagde zich onder andere over de gebrekkige veiligheid. ‘Things are often played very fast and loose’, schreef hij aan de producers. Op 16 oktober waren  er al twee vuurwapens per ongeluk afgegaan.

Assistent-regisseur Dave Halls, verantwoordelijk voor veiligheid op de filmset, liet de zaak echter niet onderzoeken. Terwijl er alle reden was om het werk van de 24-jarige wapenmeester Hannah Gutierrez-Reed eens onder de loep te nemen. Ze mocht dan een dochter zijn van Thell Reed, die zowat elke filmcowboy ooit had leren schieten, maar ze was ook erg onervaren. Hannah werd bovendien slechts in deeltijd ingehuurd als wapenmeester en moest op andere dagen (slechter betaalde) productieklussen doen.

Met vrijwel alle direct betrokkenen, Baldwin en Gutierrez-Reed uitgezonderd, reconstrueert Mason nu het tragische incident op de filmset, dat vervolgens uitgroeit tot een trieste mediahype. De Trumps hebben bijvoorbeeld nog een appeltje met Alec Baldwin te schillen, sinds hij Donald persifleerde in Saturday Night Live. En dus maakt die de acteur moedwillig verdacht in interviews en begint Don Jr. doodgemoedereerd T-shirts met de tekst ‘Guns don’t kill people, Alec Baldwin kills people’ te verkopen.

Last Take nestelt zich zo tussen pak ‘m beet Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (over Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now), Burden Of Dreams (over Werner Herzogs Fitzcarraldo) en Lost In La Mancha (over Terry Gilliams The Killing Of Don Quixote) in het rijtje van documentaireklassiekers over rampzalige filmshoots. Een aangrijpend document over een bijzonder tragisch incident dat diepe indruk heeft gemaakt op alle betrokkenen – niet in het minst door de onsmakelijke nasleep ervan.

En om het drama helemaal een wrang randje te geven: ook Rust zelf, inmiddels met goedkeuring van Halyna’s moeder Olga uitgebracht, gaat over een onopzettelijke schietpartij en de nasleep daarvan.

The Last Truck: Closing Of A GM Plant

HBO

De fabriek gaat dicht. Nee, Rick Wagoner, de CEO van General Motors (GM) heeft op 3 juni 2008 geen leuke boodschap. Het gaat slecht met de auto-industrie. GM moet de broekriem aanhalen. Op 23 december, nét voor Kerstmis, gaat de vestiging in Moraine, Ohio, voorgoed sluiten. ‘Merry fuckin’ christmas’, zegt een medewerker cynisch.

Het leeuwendeel van de 2500 werknemers, die vaak al een half leven bij GM werken, heeft waarschijnlijk gedacht dat ze hier hun pensioen zouden halen. Die vlieger gaat echter niet op. ‘Dit is mijn leven’, vertelt een vrouw. ‘Ik ben een fabrieksarbeider en ik ben daar trots op.’ Die trots is alomtegenwoordig in The Last Truck: Closing Of A GM Plant (41 min.), de korte docu die Julia Reichert en Steven Bognar hebben gemaakt over de fabriek en z’n medewerkers. Jaarlijks leveren ze 280.000 trucks af. En het duurt maar een dag of drie om helemaal uit het niets een voertuig te maken.

De auto-industrie in de Verenigde Staten ligt alleen op z’n gat. Volgens het nieuws zijn Amerikaanse arbeidskrachten simpelweg veel te duur. Ze zouden wel 78 dollar per uur kosten. Daar moeten de GM-medewerkers in Moraine hartelijk om lachen. ‘Dat zou mooi zijn’, reageert een man schaterend. Een vrouwelijke collega kan haar verontwaardiging echter nauwelijks onderdrukken. Ze is al blij als ze aan een derde daarvan komt. ‘En ik daag iedereen uit om een uur of tien per dag te gaan werken in die fabriek’, zegt ze venijnig, ‘en dan te zeggen dat ik geen 25 dollar per uur verdien.’

Via de GM-fabriek in Ohio vertellen Reichert en Bognar het verhaal van de Amerikaanse industrie, die rond 2008 in een ernstige crisis verzeild is geraakt. En dat is een ramp voor de arbeidersklasse. Hele gemeenschappen raken bevangen door een diepgevoelde woede richting politiek en bestuur. Hun teleurstelling – en die van gewone werkemannen en -vrouwen zoals zij – wordt gezien als een mogelijke verklaring voor de verkiezingswinst van Donald Trump in 2016 in de zogenaamde ‘Rust Belt’-Staten en zijn aanhoudende populariteit in gebieden waar oude fabrieken moesten sluiten.

Terwijl de laatste weken voordat de deuren op slot gaan voorbij vliegen, begint het de werknemers te dagen wat dit betekent voor henzelf en de plaatselijke gemeenschap als geheel. ‘Ik moet mezelf op mijn 45e opnieuw uitvinden’, zegt een vrouw geëmotioneerd. Net als veel van haar collega’s kent ze geen ander werk dan een plek aan de lopende band bij GM. Hetzelfde geldt voor de mensen in haar woonomgeving, die vrijwel allemaal bij General Motors of een aanverwant bedrijf in Moraine werken. ‘A GM Town no more’, kopt de lokale krant. De laatste truck dient zich aan.

Toen de GM-fabriek in 2014 werd overgenomen door het Japanse bedrijf Fuyao Glass, zagen Julia Reichert en Steven Bognar hun kans schoon en maakte samen de documentaire American Factory, geproduceerd door Barack en Michelle Obama, die een Oscar voor de beste documentaire won.

Sta Op! En Rust

Doxy

Steeds meer jonge mensen krijgen te maken met een burn-out. Voor Nederlanders met een migratieachtergrond geldt dit in het bijzonder. In Sta Op! En Rust (56 min.) verkent Bibi Fadlalla met enkele Nederlanders van kleur de problemen die zij ervaren en de mogelijke oorzaken daarvan.

Ze spreekt bijvoorbeeld Chichi Zhang, eigenaar van een social media agency. Haar moeder was tandarts in China en heeft in Nederland haar beroep weer opgepakt, Chichi’s vader werd intussen directeur van een ziekenhuis. Als dochter had zij het gevoel dat ze nauwelijks aan de hoge verwachtingen van haar ouders kon voldoen. Met alle gevolgen van dien.

De wortels van student rechten Vida Asaré liggen in Ghana. Haar broers en zussen zijn ook gebleven in hun Afrikaanse geboorteland. Vida’s vader zag in haar echter de persoon die de familie zou kunnen dragen. Dat zorgde voor een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ze was jaren alleen bezig met studie en werk – en de angst om vooral maar geen teleurstelling te worden.

Bestuursadviseur Tofik Dibi, oud-Tweede Kamerlid voor GroenLinks, verbaast zich erover hoezeer hij op een gegeven moment in de greep was geraakt van andermans verwachtingen. ‘Dat ik nog aan iemand wil bewijzen dat ik een goeie man van kleur ben’, zegt hij hoofdschuddend. ‘Of een goeie Nederlander, een goeie Marokkaan of moslim, een normale homo…’

Verder heeft ondernemer Manouschka Bottse, die als negenjarige over kwam vanuit Suriname, ervaren dat een vrouw van kleur in Nederland altijd met een achterstand begint. Die ervaring deelt ze met Jessica de Abreu. Als kind van De Bijlmer voelde zij altijd de druk om te presteren. Drie masters volstonden niet om dat gevoel onschadelijk te maken.

Fadlalla maakt dit idee, dat je altijd tekort schiet, voelbaar in deze bijna tactiele film. De persoonlijke verhalen van haar hoofdpersonen zijn omlijst met een wirwar aan flikkerende beelden, pling-geluidjes en statements van influencers, opinieleiders en celebrities. Zij benadrukken het belang van hard werken, jezelf bewijzen, tegenslagen slikken, nét een stapje verder gaan….

En als ze zulke wijze raad niet willen aannemen van pak ‘m beet Kim Kardashian, Denzel Washington of Beyoncé, dan is er nog altijd een ‘inner voice’, ingesproken door Yannick Jozefzoon, die zich persoonlijk tot hen richt. ‘Die opofferingen zijn ’t waard’, houdt ie hen vol overtuiging voor. ‘En je moet niet vergeten: je ouders zijn niet voor niets naar Nederland gekomen.’

Naarmate de film vordert, wordt Jozefzoons toon valser – en zijn venijnige boodschap nauwelijks meer te negeren. Totdat die alles om zich heen leegzuigt. ‘Je wilt niet die luie Marokkaan zijn, hè?’ klinkt hij bijvoorbeeld ronduit sardonisch, met veel echo op zijn stem. ’Of die Surinamer die altijd te laat komt?’ Na een korte stilte: ‘Hell no! You’re gonna miss out.’

Zo maakt Sta Op! En Rust treffend invoelbaar welke druk Nederlanders met een migratieachtergrond, vanuit hun omgeving en zichzelf, kunnen ervaren en hoe ’t uiteindelijk bijna onvermijdelijk kan worden dat ze daaronder bezwijken.

An American Pastoral

IDFA

Met enige goede wil is in deze documentaire een vooraankondiging van de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te vinden. In An American Pastoral (118 min.) kijkt de Franse filmmaakster Auberi Edler in 2023 mee bij een fel bevochten verkiezing in de zogenaamde ‘Rust Belt’, de Amerikaanse staten die een jaar later bij de presidentsverkiezingen duidelijk ‘rood’, Republikeins, zullen stemmen.

Als er vijf plekken vrijkomen in het negenkoppige bestuur van de openbare school van Elizabethtown, een slaperig stadje in de Amerikaanse staat Pennsylvania, ontstaat er een pittige ideeënstrijd. Niet zozeer tussen Democraten en Republikeinen, want Etown is een door en door rode stad. De strijd gaat tussen gematigde Republikeinen, die de plekken nu bezetten, en partijgenoten die veel strenger in de leer zijn.

Als zij bij de verkiezingen aan het langste eind trekken, gaat er een straffe conservatieve wind waaien door Elizabethtown. Christelijke nationalisten willen boeken met een expliciete inhoud verbannen uit de schoolbibliotheek en gaan ongetwijfeld ook tornen aan LHBTIQ+-rechten. Tijdens politieke bijeenkomsten komen landelijke kopstukken zoals Michele Bachmann en Glenn Beck de achterban alvast flink oppoken.

Edler volgt kandidaten van beide zijden naar vergaderingen, kerken en schimmige zaaltjes. Ze treft daar een volledig verdeelde natie. Tegenover de rekkelijken – en zowaar ook enkele Democraten – staan de hardliners voor wie ‘Merica eerst en vooral een christelijk land is, waar jongens gewoon jongens zijn en meisjes meisjes, iedereen een wapen hoort te dragen en Trump ook de verkiezingen van 2020 heeft gewonnen.

Met de schooljeugd wordt verder nauwelijks gesproken. Deze ideologische oorlog speelt zich duidelijk boven hun hoofd af – al zullen zij straks wel degelijk met de consequenties ervan worden geconfronteerd. Auberi Edler mengt zich niet in het debat, maar registreert feilloos hoe dit Elizabethtown – en in het verlengde daarvan: de Verenigde Staten – volledig uiteenrukt en wellicht zelfs grondig van karakter doet veranderen.