Counting Crows: Have You Seen Me Lately?

HBO Max

In de Viper Room, de club van Sal Jenco en Johnny Depp voor de ‘happy few’ in het hart van Los Angeles, vindt Adam Duritz zichzelf terug. Na het onverwacht grote succes van August And Everything After (1993), het debuutalbum van zijn band Counting Crows, is hij een idool geworden, een man die in het openbaar voortdurend beloerd en opgejaagd wordt. De zwaarmoedige, literair onderlegde zanger en songschrijver met die karakteristieke dreadlocks breekt met zijn stem en woorden harten, maar loopt ondertussen met z’n ziel onder z’n arm.

In de illustere Viper Room kan hij gewoon aan of achter de bar staan en onbekommerd kletsen met andere bekendheden. ‘Het boeide niemand dat ik beroemd was’, herinnert Adam Duritz zich in de degelijke muziekdocumentaire Counting Crows: Have You Seen Me Lately? (90 min.) van Amy Scott. ‘Jack Nicholson staat daar. Wie geeft er dan om jou? Ik heb een keer Mexicaans gegeten met Allen Ginsberg. We hebben daarna samen naar Adam Ant gekeken.’ Hij kijkt in de camera, ogenschijnlijk veel ontspannener dan toentertijd. ‘Wat wil je nog meer in het leven?’

Als hij weer een beetje mens is geworden, begint Duritz met de andere Counting Crows aan de opnames voor hun tweede langspeler Recovering The Satellites (1996). In diezelfde periode treedt de (over)gevoelige bard definitief toe tot de rangen der beroemdheden, via relaties met bekende sterren zoals Jennifer Anniston en Courtney Cox die breed worden uitgemeten in de pers. Hij fungeert als pispaal: de man die alles heeft en desondanks ongelukkig is. Met de regelmaat van de klok wordt Duritz weggezet als een huilebalk, die zichzelf véél te serieus neemt.

Zijn medebandleden David Immerglück, David Bryson, Dan Vickrey, Charlie Gillingham en Matt Malley hebben dan nogal wat met hem te stellen, laten ze doorschemeren tegenover Amy Scott. Dat is al vanaf het allereerste begin. Ze hebben hun platencontract nog niet getekend of de frontman eist de alleenheerschappij op. En ook in het contact met de buitenwereld gaat Duritz op z’n strepen staan. Een optreden bij het populaire tv-programma Saturday Night Live legt de band bijvoorbeeld bepaald geen windeieren, maar zal door zijn eisenpakket nooit een vervolg krijgen.

Intussen zit er al die tijd daadwerkelijk iets verkeerd bij Adam Duritz. Hij loopt rond met ernstige mentale problemen, die hem uiteindelijk tot een opname nopen. Op de dag dat hij incheckt bij een kliniek, herinnert ie zich, vertrekt daar Mariah Carey. Zij wordt vervolgens in het openbaar zo door het slijk gehaald dat hij ’t daarna wel laat om z’n verhaal te doen. Duritz, inmiddels zonder dreads, spreekt inmiddels best openhartig over zijn psychische strubbelingen. Daar zit ook de voornaamste meerwaarde van deze film, die is vernoemd naar een compositie over hij zichzelf kwijtraakt.

‘Could you tell me one thing you remember about me?’ vraagt hij daarin. ‘And have You Seen Me Lately?’ Het zijn de woorden van een man die voortdurend naar zichzelf zoekt – zichzelf soms helemaal niet meer kan voelen – en die via z’n liedjes de weg terug probeert te vinden naar wie hij is en de wereld waarin hij zich beweegt.

Deep Water: The Golden Globe Race

The Weinstein Company

Aan het begin van 1968 is het nog niet meer dan een stoutmoedig plan: een zeilrace rond de hele wereld. Vanuit Zuid-Engeland via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika langs Australië en Nieuw-Zeeland, richting Kaap Hoorn te Chili en van daaruit weer, ten oosten van Zuid-Amerika, naar huis. Geen mens heeft dit al eens gedaan. Kan de boot ’t wel aan? En is een mens überhaupt in staat om zeker tien maanden helemaal alleen te zijn?

Bij echte durfals hebben zulke elementaire vragen geen enkele afschrikwekkende werking. Don Crowhurst, een 36-jarige Britse ingenieur met vier jonge kinderen, wil de uitdaging bijvoorbeeld graag aangaan. Hij weet een sponsor, de zakenman Stanley Best, te strikken en zet zijn eigen huis in als onderpand. Als hij voor de start van de Sunday Times Round The World Race alsnog afhaakt, dan is het gezin Crowhurst dus alles kwijt.

De voortekenen zijn vanaf het begin slecht: zijn boot vertoont nogal wat mankementen. De feestelijk bedoelde champagnefles om die te dopen bij de tewaterlating wil maar niet kapot. En Crowhurst is eigenlijk ook helemaal niet zo’n ervaren zeiler. Op de allerlaatste startdag, eind oktober 1968, zet hij alsnog koers richting Kaap de Goede Hoop. Daarmee kan ook de documentaire Deep Water: The Golden Globe Race (93 min.) definitief van start.

Deze film van Louise Osmond en Jerry Rothwell uit 2006 reconstrueert met Donald Crowhursts vrouw, zoon en beste vriend, concurrent Robin Knox-Johnston en enkele journalisten die destijds verslag deden hoe de race daarna verloopt. Na een typische ‘slow start’ begint Crowhursts boot recordsnelheden te ontwikkelen. Hij wordt ineens beschouwd als een potentiële winnaar van de 5000 pond die beschikbaar zijn gesteld voor de snelste boot.

In werkelijkheid ligt de situatie totaal anders. De Brit wordt aan boord vergezeld door een 16 mm-camera en taperecorder. Als die draaien speelt Don Crowhurst vol overtuiging de vaardige lange afstandszeiler. Uit zijn persoonlijke logboek, voor deze film ingelezen door de acteur Simon Russell-Beale, komt echter een heel ander beeld: van een man in nood, die geen reddingsboei meer ziet. Aan het eind wacht de dood of een totaal bankroet.

Tijdens de race haken een aantal van de negen deelnemers snel af. Uiteindelijk zijn er nog maar een handvol over voor de prijzen: de Britse zeilers Nigel Tetley en Robin Knox-Johnston, de Fransman Bernard Moitessier (die een zeildagboek bijhoudt, waaruit Osmond en Rothwell ook regelmatig putten) én Don Crowhurst. Zelf weet hij wel beter. De desperate zeiler beseft dat hij zich in te Deep Water heeft begeven. Er is geen weg meer terug.

Deze meermaals bekroonde documentaire, waarin de Britse actrice Tilda Swinton als verteller fungeert, maakt de tocht die hij is aangegaan, zowel fysiek als mentaal, invoelbaar. Wat begint als een onbezonnen onderneming groeit door een leugentje om bestwil uit tot een menselijk drama. Niet alleen voor de eenzame zeiler Donald Crowhurst.