Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Narco Cultura

WNYC Studios

De statistieken zijn dodelijk:

2007: 320

2008: 1623

2009: 2754

2010: 3622

In de Mexicaanse grensgemeente Ciudad Juárez vloeit door de escalerende drugsoorlog steeds vaker bloed. Tegelijkertijd blijft de teller in El Paso, aan de andere kant van de Mexicaans-Amerikaanse grens, steken op vijf moorden per jaar. Daar lijkt die oorlog soms bijna een bron van vermaak. ‘Met een AK-47 maar zonder kogelvrij vest reed ik rond in mijn witte truck’, zingt Edgar Quintero, frontman van BuKnas de Culiacan, bijvoorbeeld geveinsd stoer. ‘Ik schoot er één neer. Mijn geweer schiet altijd raak. Met een goed oog en een goede hartslag vecht mijn school terug.’

Edgar schrijft op bestelling ‘narcocorrido’s’, typische Mexicaanse songs waarin de ‘helden’ van de karteloorlog worden bewierookt. Tijdens een optreden met zijn groep in El Paso laat hij doodleuk een bazooka zien. Waar doet die jullie aan denken? vraagt hij aan het verzamelde publiek, dat vervolgens hartstochtelijk meezingt: ‘Met een AK-47 en een bazooka op mijn schouder. Kruis mijn pad en ik hak je kop eraf. Wij zijn bloeddorstig, gek en moordlustig.’ Het is weer eens wat anders dan André Hazes – of La Bamba van Ritchie Valens. Een latino-variant op gangsterrap, zo je wilt.

Terwijl Edgar, als onderdeel van de zogenaamde Movimiento Alterado, vanaf de goede kant van de grens onbekommerd het kartelleven verheerlijkt, leeft forensisch onderzoeker Richi Soto daadwerkelijk te midden van die Narco Cultura (99 min.). Hij rijdt in deze grimmige film van Shaul Schwartz uit 2013 regelmatig met gillende sirene naar een plaats delict, waar achteloos een slachtoffer van de drugsoorlog is gedumpt. Als medewerker van de Mexicaanse justitie loopt Richi ook zelf gevaar – of zijn familieleden, want de drugskartels deinzen werkelijk nergens voor terug.

Gedurende de gehele documentaire alterneert Schwartz tussen de bittere realiteit van het desolate leven in de Mexicaanse grensstreek en de ‘cultuur’ – een parodie bijna, als het niet zo onsmakelijk was – die daarvan wordt gemaakt in de Verenigde Staten. ‘Het is goeie muziek, al ben ik tegen geweld’, zegt een jonge Amerikaanse vrouw in een sexy jurkje bijvoorbeeld, bij een optreden van de befaamde corrido-zanger Alfredo ‘El Komander’ Rios. Intussen houdt ze ferm een mitrailleur vast en benadrukt nog maar eens: ‘Het is heel erg wat er in Mexico gebeurt. Dus: stop het geweld.’

Truth is, tegelijkertijd, scarier than fiction: diezelfde karikaturale corrido’s, waardoor schoolmeisjes zomaar zeggen dat ze best een narco als vriendje willen hebben, gelden aan de andere kant van de grens, op het slagveld van de permanente drugsoorlog, inmiddels als een aankondiging of melding van alwéér een moord. Het normale leven raakt er volledig door ontspoord. Terwijl Richi Soto overweegt of hij toch maar naar de VS moet verkassen, maakt zijn tegenpool Edgar Quintero juist plannen om eens inspiratie op te gaan doen in de wereld waar al z’n songs zijn gesitueerd.

Het is de Narco Cultura in een notendop. Waar de drugsoorlog het leven van gewone rechtschapen Mexicanen ondraaglijk maakt, is die over de grens een bron van vermaak of inkomsten – of simpelweg een bijproduct van de niet te bevredigen behoefte aan narcotica.