A Killer Story

HBO Max

Waar is het bewijs? vraagt Eileen Umbehr zich af als Dana Chandler veroordeeld wordt vanwege de moord op haar voormalige echtgenoot Mike Sisco en diens nieuwe vriendin Karen Harkness. Zij zijn in de nacht van 7 juli 2002 doodgeschoten in hun eigen slaapkamer. Met elf kogels, vanuit een volautomatisch wapen, vermoedelijk een 9mm-Norinco Uzi. ‘Overkill’, aldus een betrokken rechercheur. De dader heeft vermoedelijk in een vlaag van emotie gehandeld. Dana, die in het verleden een drankprobleem had en onlangs op de hoogte zou zijn gebracht van Mike en Karens verloving, lijkt de ideale verdachte. Zelfs haar eigen kinderen raken overtuigd van haar schuld – ook al is er geen enkel bewijs dat ze die nacht ook in Topeka, de woonplaats van haar ex, is geweest.

Eileen en haar echtgenoot Keen geloven er geen snars van dat Dana schuldig is. Zij proberen journalist Joe Sexton, die de rol van verteller op zich neemt in de driedelige serie The Killer Story (118 min.) van Matthew Galkin, te verleiden om de zaak verder te onderzoeken. Hij beschouwt de Umbehrs in eerste instantie als stereotiepe amateurdetectives, met een ernstige vorm van tunnelvisie, en hapt pas na ‘brief 2714’ toe, als blijkt dat ook de rechter serieuze twijfels heeft. Dana Chandler lijkt vooral te zijn veroordeeld op basis van de verhalen van haar voormalige schoonfamilie, waarbij een uitzending van het Amerikaanse true crime-programma 48 Hours over de dubbele moord een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Een typisch geval van ‘trial by media’.

Wie heeft er belang bij de moord? Die vraag heeft de gelovige Umbehrs, die het als hun levensopdracht ziet om Chandler vrij te pleiten, naar hun eigen verdachte geleid. Over hem hebben ze inmiddels een dossier van 200 pagina’s, genaamd ‘Person Of Interest’, samengesteld. Ook dit proberen ze aan Sexton te slijten. ‘De oorspronkelijke rechercheur in deze zaak had meteen een theorie en sloot zijn ogen voor ander bewijs dat ergens anders naar kon wijzen’, houdt de journalist hen voor. ‘Zijn jullie niet bang dat jullie dezelfde fout maken?’ En daarmee verwoordt hij de essentie van deze intrigerende miniserie, die zich niet (alleen) verlekkert aan een schokkend misdrijf, maar duidelijk ook een punt wil maken over hoe misdaadliefhebbers en media daarmee omgaan.

True crime², zogezegd. A Killer Story begeeft zich zo op hetzelfde terrein als Citizen Sleuth, Zodiac Killer Project en Cybersleuths: The Idaho Murders. Galkin toont de verwikkelingen in de jarenlang aanslepende moordzaak, inclusief schokkende verhaalwendingen en cliffhangers, maar laat tevens zien hoe beeldvorming, kokerzicht en manipulatie hun eigen plek claimen binnen die geschiedenis. En aan het eind ligt er géén panklaar antwoord, waarbij een plaatselijke variant op Hercule Poirot of Miss Marple voor het gemak nog even de dader aanwijst en diens beweegredenen uitlegt. Dat gebrek aan zekerheid is voor vaste true crime-kijkers overigens ook onbevredigend. Zij moeten dan maar hopen op een vervolg van dit tragische moordenaarsverhaal.

Power

Netflix

Wie is er machtiger? vraagt Yance Ford zich af in de openingsscène van Power (88 min.). Het volk of de politie? Het is de opmaat naar een zeer kritische beschouwing van de Amerikaanse politie, die door hem wordt beschouwd als een staat binnen de staat. En die heeft ‘t in het bijzonder gemunt op minderheden, zwarte Amerikanen in het bijzonder.

De ‘paramilitaire organisatie’ is onder andere voortgekomen uit de slavenpatrouilles. Politiemensen spreken volgens de Afro-Amerikaanse agent Charlie Adams niet voor niets over ‘patrouilleren’. Historicus en socioloog Nikhil Pal Singh verwijst daarnaast naar hoe de politie, halverwege de negentiende eeuw, witte kolonisten steunde bij het overnemen van land van indianenstammen. Of de gemeentepolitie die toen in de steden de arbeidersklasse in het gareel moest houden. De politiemacht wordt nu eenmaal ingezet door de bezittende klasse, betogen diverse deskundigen, om de status quo in stand te houden en uitdagers daarvan klein te houden.

Volgens hen gaat het daarbij in het bijzonder om immigranten – en dus om racisme en xenofobie. Filosoof George Yancy geeft het voorbeeld van de arts Samuel Cartwright. Hij constateerde in de negentiende eeuw dat slaven die de plantages wilden ontvluchten aan de psychische aandoening ‘drapetomanie’ leden. Want zulke inferieure mensen konden natuurlijk met geen mogelijkheid de oprechte behoefte hebben om vrij te zijn. Ze waren immers geboren om slaaf te zijn. Alle reden dus ook om elke vorm van oproer direct de kop in te drukken en onruststokers, zoals burgerrechtenactivist Stokely Carmichael en Black Panther-leider Huey P. Newton, keihard aan te pakken.

Wat in 1838 begon met het allereerste hedendaagse politiekorps in Boston, is een kleine tweehonderd jaar later uitgegroeid tot 18.000 korpsen met ruim een miljoen agenten. Een miljardenbusiness, laat Yance Ford zien in dit polemische beeldessay, dat thematisch verwantschap vertoont met recente films als Riotsville, U.S.A. en Stamped From The Beginning. In een ontluisterende sequentie vragen alle Amerikaanse presidenten van de afgelopen halve eeuw – van Lyndon Johnson tot Joe Biden, met uitzondering van Jimmy Carter – bijvoorbeeld om meer geld voor Law & Order. In 2023 ging het inmiddels om niet minder dan 192 miljard dollar.

Intussen kunnen de politieorganisatie of individuele agenten nauwelijks aansprakelijk worden gesteld als ze hun boekje te buiten gaan, stelt Ford. En daarvan zijn in dit prikkelende pamflet talloze voorbeelden te zien, uit vroeger tijden en van recenter datum, zoals bijvoorbeeld de pijnlijke ‘I can’t breathe’-video van Eric Garner of het filmpje van de 75-jarige demonstrant die rücksichtslos omver wordt geduwd door een politieman, op zijn achterhoofd valt en bloedend wordt achtergelaten. Met al die verschillende voorbeelden wordt een repressief systeem geschetst, dat de bovenklasse beschermt en de rest van het volk, desnoods met bruut geweld, probeert te knechten.

A-ha The Movie

Eerst wilden ze koste wat het kost beroemd worden. En toen ze dat eenmaal waren, nadat de met een kekke videoclip opgeluisterde single Take On Me een wereldhit was geworden, ontstond de behoefte om serieus genomen te worden. Géén tienerbandje, met louter mooie jongens. Maar volbloed muzikanten die iets hebben te vertellen. En daarbij liep het dan weer spaak. Als het beeld van een band – bandje, in dit geval – zich eenmaal heeft gezet, laat zich dat verdomd moeilijk bijstellen.

Toch bestaat A-ha nog steeds. Het Noorse tienertrio dat perfect paste in de gladde jaren tachtig gaat, na enkele tussenstops, alweer zo’n veertig jaar mee. En dus is het zo langzamerhand tijd voor A-ha The Movie (90 min.). Dat is zo’n typische bandjesdocu geworden, waarin chronologisch de groepshistorie wordt doorgenomen en intussen aandacht wordt besteed aan de huidige activiteiten van de helden. Daarin zit meestal ook een mooie spanning: in hoeverre kunnen zij zichzelf ervan (blijven) overtuigen dat ze niet alleen bestaan uit verleden, waaraan in het nostalgiecircuit natuurlijk altijd behoefte is, maar ook serieus moeten blijven werken aan het heden en de toekomst?

Vanzelf gaat dat bij dit drietal in elk geval nooit. Tussen zanger Morten, gitarist Pål en toetsenist Magne is er voortdurend frictie. Alles bij A-ha eindigt ‘met getouwtrek en een rotsfeer’, zegt de laatste in deze documentaire van Thomas Robsahm, waarin het feit dat het lang niet altijd gezellig is in de band bepaald niet wordt verbloemd. Magne wil bijvoorbeeld best optreden met zijn oude maten, maar niet meer met hen de studio in. Dat loopt toch altijd op een enorme teleurstelling uit. Gedoe over rechten en geld ook. ‘Het voelt alsof ik dan een kamer inloop, waarin ik me vreselijk heb gevoeld’, zegt hij treffend.

Het is wel verfrissend dat daarover zo open en onbezwaard wordt verteld in deze vermakelijke bandfilm, die verder precies biedt waarop het publiek zit te wachten. En dat telt – als we tenminste de albumverkoopcijfers van A-ha mogen geloven – in potentie enkele tientallen miljoenen zielen.