Leve De Organen

Esmee Feenstra / filmfestival.nl

Het is relatief eenvoudig om te formuleren wat hersendood inhoudt, stelt professor Van Dijk van het Leids Universitair Medisch Centrum: de hersenen doen niets meer en zullen ook nooit meer iets gaan doen.

Tot zover de theorie, de praktijk is een stuk minder eenduidig. In de interviewdocumentaire Leve De Organen (55 min.) introduceert Frans Bromet meteen de jonge vrouw Esmee Feenstra, die na een zwaar ongeval in coma raakte, hersendood werd verklaard en de situatie tóch overleefde. Ze staat hem nu ogenschijnlijk kerngezond te woord. Het had weinig gescheeld of Feenstra’s organen waren verwijderd om te worden gedoneerd. De artsen stonden op het punt om het zogenaamde hersendoodprotocol op te starten toen haar zus constateerde dat ze nog reageerde op prikkels.

Het verhaal van Esmee Feenstra vormt het startpunt voor een serie gesprekken die Bromet, naar aanleiding van de komst van de nieuwe Wet op de Orgaandonatie in 2020, voert met direct betrokkenen: neurologen, oud-cardioloog/schrijver Pim van Lommel, een wetenschapsfilosoof, nabestaanden, een verpleegkundige, mensen met een bijna-dood ervaring en de ontvanger van een gedoneerd orgaan. Want wat betekent het als we straks allemaal automatisch donor zijn? Lopen we het risico dat de dood vooral een medische aangelegenheid wordt, waarbij de te overlijden persoon dreigt te verworden tot een soort leverancier van organen?

Bromet monteert zijn gesprekken puur op inhoud (met de nodige jump cuts), doorsnijdt die met ogenschijnlijk tamelijk willekeurige klassieke kunstwerken met medische taferelen en voegt zo nu en dan wat stemmige pianomuziek toe. Het is een sobere aanpak, die ervoor zorgt dat er, behalve allerlei pratende hoofden, weinig valt te zien en die kijkers dwingt om vooral aandachtig te luisteren naar de filosofische, praktische en ethische dilemma’s en overwegingen van de verschillende sprekers.

Donordrama

donordrama

 

Er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen? In zijn voorstelling Ruwe Pit (2001) vat cabaretier Theo Maassen op geheel eigen wijze de kapitalistische basisgedachte samen. Vanuit dat uitgangspunt is het niet zo vreemd dat er zoiets als een levendige handel in menselijke organen is ontstaan.

Joost van der Valk en Mags Gavan, het filmende stel dat ook al met verve doordrong tot de wereld van de Haagse Crips-gang en de beruchte Molukse motorclub Satudarah, begeeft zich in de internationale orgaanhandel. Als potentiële afnemers van een ‘gedoneerde’ nier. Met een eigen Facebook-pagina, flink gevulde portemonnee én meerdere verborgen camera’s.

Van der Valk fungeert als verteller in Donordrama (47 min.), Gavan doet zich voor als de vrouw die een nier nodig heeft – voor haar zus, zo stellen ze het verhaal al snel bij. Hun zoektocht brengt hen in schimmige kringen in India en Bangladesh. Letterlijk schimmig overigens, want het leeuwendeel van handelaren, doktoren en advocaten waarmee ze op weg naar een transplantatie moeten dealen is onherkenbaar gemaakt.

Gaandeweg dringt het duo ook door tot enkele donoren, voor wie het verkopen van een orgaan bittere noodzaak was om het hoofd boven water te houden en die sinds de operatie nog dagelijks kampen met de gevolgen daarvan, lichamelijke klachten en sociale uitsluiting. Als tegenhanger portretteren Van der Valk en Gavan de Friese man Lammert die, vanwege het tekort aan donornieren in Nederland, al heel lang wacht op een transplantatie en zienderogen aftakelt.

Gewone mensen die, gedwongen door de omstandigheden, producent en consument worden van een product dat je eigenlijk niet wilt verhandelen. Ze worden bijeen gebracht door handige handelslieden, die vakkundig vraag en aanbod op elkaar afstemmen – en ook best een centje willen bijverdienen. Want er is, blijkt maar weer eens uit deze schrijnende documentaire, blijkbaar behoefte aan…