Tina In Sexbierum

VPRO

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in – ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik – een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten Of Vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Zij krijgen hem echt met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil ie meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina In Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie – en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes – niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort en zij zich daardoor nog eens extra realiseert waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ‘Onze Vrouw in Friesland’ naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

De Glazen Kerk

EO

Coby Boot is in 1959 getrouwd in de kerk van het kleine Zeeuwse dorp Kortgene. En nog geen tien jaar geleden heeft de oma van filmmaker Matthijs Vuijk er haar overleden echtgenoot uitgeleide gedaan. Nu is diezelfde kerk, negenhonderd jaar oud inmiddels, failliet.

Ruben van Zwieten, predikant en ondernemer op de Amsterdamse Zuidas, heeft het kerkgebouw opgekocht. Hij wil er een ‘huis van ontmoeting en inspiratie’ van maken. Als het aan hem ligt, wordt de bediening straks gedaan door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En in maanden dat het minder druk is met toeristen, kunnen er groepen uit de randstad op retraite komen. ‘Het beloofde land is niet ver weg vandaag’, houdt Van Zwieten zijn achterban enthousiast voor.

Aan sommige dorpsbewoners is De Glazen Kerk (55 min.) echter niet besteed. Dat huis is hun kerk niet meer. Wordt het werkelijk meer dan ‘een snel Zuidas-project, waar jongens inzitten met geld, die uiteindelijk rendement willen maken’? Ook Coby ervaart vooral verlies, een volgende stap in het afscheid nemen van het leven zoals ze dat kende. Op de verjaardagskalender heeft zij al heel wat kruisjes moeten zetten achter de namen van mensen met wie ze altijd heeft gekerkt. ‘Overleden.’

De kerk zelf denkt er ook het zijne van. ‘Ik dacht dat ik alles had gehoord, alles had gezien’, spreekt het gebouw via teksten in beeld, ondersteund door gerommel uit het binnenste ervan, terwijl een 3D-camera alle uithoeken van de kerk scant. ‘Vijf keer ben ik overstroomd, omhelsd door de zee. Maar nu hoor ik nieuwe geluiden. Ik voel dat er langzaam iets verandert.’ Zo werkt Vuijk toe naar de slotscène waarin hij zijn oma haar vertrouwde geestelijke thuis op een geheel nieuwe manier laat beleven.

Intussen krijgt Kortgene’s kerk, tot vreugde van de initiatiefnemer en verdriet van oudere kerkgangers zoals Coby Boot, z’n nieuwe bestemming. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Van Zwieten heeft voldoende ‘return on investment’ nodig. Om de tent draaiende te houden, moeten er ook inkomsten komen, houdt hij de bezoekers van een kerstdienst voor. Met behulp van Chat GPT heeft ie dit zelfs in een spreekwoord vervat: ‘Je kan niet én het uiterste onder de kan krijgen en de kan heel laten.’

Matthijs Vuijk zet de botsende werelden recht tegenover elkaar en maakt er ook geen geheim van waar zijn hart ligt. Bij de vrouw die ruim 65 jaar geleden in die failliete kerk, tegenwoordig ‘De Nieuwe Poort Zeeland’ genaamd en nog altijd ‘overgoten met een theologisch sausje’, in het huwelijk trad, natuurlijk.