Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

Robert Rauschenberg: Everything Is Art

ZDF / AVROTROS / maandag 2 maart, om 22.45 uur, op NPO2

Hij koopt in de jaren vijftig een opgezette angorageit voor 30 dollar, beschildert die met felle kleuren en plaatst er vervolgens een autoband omheen, als een soort zwemband. Geplaatst op een zorgvuldig vormgegeven plateau vormt het dier de ‘combine’ Monogram, een huwelijk van schilderij en sculptuur. Het is een typisch werk voor Robert Rauschenberg (1925-2008), één van de toonaangevende kunstenaars van de twintigste eeuw die regelmatig ‘found objects’ integreerde in zijn werk en die in zijn lange loopbaan alle mogelijke kunstvormen en -stijlen aftastte.

Volgens zijn zoon Christopher was zo’n kunstwerk als Monogram niet bedoeld als kritiek op de consumptiemaatschappij, maar simpelweg zijn manier om de wereld verder te ontdekken. Gedreven door een nooit te bevredigen nieuwsgierigheid. Rauschenberg vertelde volgens zijn zoon ooit dat hij medelijden had met mensen die een oude sok lelijk vinden. Want met zulke spullen krijgen ze dagelijks te maken. ‘Als mensen zich afvragen waarom ik zoveel lelijke spullen in mijn kunst verwerk’, zei hij volgens Christopher wel eens, ‘zeggen ze in wezen dat ze de wereld waarin ze leven lelijk vinden.’

Zijn vader wordt in Robert Rauschenberg: Everything Is Art (52 min.) geportretteerd als een man die altijd in beweging is gebleven en daardoor zóveel heeft geproduceerd dat zijn werk soms bijna als weinig exclusief wordt gezien. Zelf kon Rauschenberg daar overigens wel om grinniken. Alles beter dan de dood in de pot. Hij wilde laten zien dat kunst leeft en verbonden is met sociale en technologische ontwikkelingen, stelt de verteller van dit kunstportret van Susanne Brand. Kunstenaars waren voor hem een katalysator voor sociale verandering, mensenrechten en de vrijheid van expressie.

Rauschenberg wilde, kort gezegd, het leven (terug)brengen in de kunst, hield daarmee ook zichzelf in leven en wordt een kleine twintig jaar na zijn dood, zo blijkt in dit vitale portret, nog altijd in leven gehouden door liefhebbers en kenners die zijn omvangrijke en zeer diverse oeuvre in kaart proberen te brengen.

Trailer Robert Rauschenberg: Everything Is Art

Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem

Ça Tourne Productions

Hij rommelt wat aan in en rond zijn zomerhuis in Caraquet, ontvangt er nieuwe en oude vrienden en probeert vooral in leven te blijven. De befaamde Canadese keramist Léopold Foulem slikt inmiddels zo’n vijftien pillen per dag, om de diabetes in toom te houden en z’n hartproblemen te bezweren. Zijn echtgenoot Richard en zus Marie-Paule fungeren daarbij als zijn linker- en rechterhand. Richard bedient de oven en maakt de foto’s van Léopolds werk. Marie-Paule, opgeleid als verpleegster, verzorgt haar broer en ondersteunt hem in de huishouding.

En nu heeft een dorpsgenoot, Renée Blanchar, het plan opgevat om een portret te maken van de vermaarde kunstenaar. Ze kwam vroeger als klein meisje al in Léopolds cadeaushop Le Royaume Du Cadeau. Voor haar was de winkel, vertelt ze geëmotioneerd aan hem, een eerste venster op wat de wereld verder nog te bieden had. ‘Het was alsof ik Ali Baba’s grot binnenging. Ik zag dingen die ik nog nooit eerder had gezien.’ En achter de toonbank stond een flamboyante jonge man zoals ze die nog niet eerder had gezien. Door hem, weet ze nu, is ze zelf later filmmaker geworden.

Haar film heeft dan allang het karakter aangenomen van een Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem (52 min.). Geen gewone keramist overigens, maar een conceptuele keramist. Hij maakt geen decoraties, maar interpretaties van decoraties. ‘Het lijkt misschien een object’, vertelt Foulem aan galeriehouder John Leroux, die bij hem op bezoek komt. ‘Maar is in feite een abstractie ervan. Het object heeft z’n functie verloren.’ Dit misverstand wordt ook in de hand gewerkt door het materiaal waarmee Foulem werkt, keramiek. Daardoor lijkt het al snel alsof hij simpelweg gebruiksvoorwerpen maakt.

Iemand die beter kijkt, zoals Blanchar met haar camera, ziet echter de ideeënrijkdom, de grotere verhalen en de kleine details over pak ‘m beet religie, macht en seksualiteit. Beelden waarmee hij niet alleen haar raakt. ‘Lieve Léopold’, besluit zij dit kleine en huiselijke portret, als de keramist voor de rest van het jaar naar zijn andere huis in Montréal vertrekt, met een persoonlijke voice-over. ‘Je hebt mijn verbeelding verrijkt. Je voedde mijn eerste intuïtie over het bestaan van een wereld waarin je jezelf kunt uitvinden en kunt creëren op je eigen manier.’

Brainwashed: Sex-Camera-Power

IDFA

Natuurlijk, dat Hollywood wordt gedicteerd door ‘The Male Gaze’, een term die werd gemunt door filmwetenschapper Laura Mulvey, kan nauwelijks een verrassing zijn. Regisseur Nina Menkes gaat echter nog een stuk verder in het scherp geformuleerde video-essay Brainwashed: Sex-Camera-Power (107 min.), dat weer is gebaseerd op haar eigen lezing Sex And Power: The Visual Language Of Oppression. Volgens Menkes is er een direct verband met de achtergestelde positie van vrouwen in de filmindustrie én het feit dat seksueel misbruik, daar en in de rest van de (westerse) wereld, zoveel voorkomt. Films hebben ons, zowel mannen als vrouwen, nu eenmaal op een bepaalde manier geprogrammeerd.

Om te beginnen richt Menkes zich op het verschil tussen subject en object. Als in: de kat (subject) eet de muis (object). In Hollywood is de man volgens haar al sinds jaar en dag subject (ofwel: protagonist) en de vrouw niet meer dan een object waarmee/-van hij iets wil. Ofwel: de man ziet de vrouw. The Male Gaze dus. Neem dat gerust letterlijk. Vrijwel alle speelfilms worden verteld vanuit mannelijk perspectief en vrouwen – en niet te vergeten: hun lichaam – worden daarin stelselmatig geobjectificeerd. Met een stortvloed aan fragmenten uit speelfilmklassiekers maakt Menkes in dit beeldtaalcollege overtuigend haar punt. Geen speld tussen te krijgen, eigenlijk.

Ze krijgt bovendien rugdekking van de wetenschapper Mulvey, psychoanalyticus Sachiko Taki-Reece en vrouwelijke filmmakers zoals Catherine Hardwicke (die de spraakmakende tienerfilm Thirteen regisseerde), Rosanna Arquette (die als actrice regelmatig slechte ervaringen had) en Amy Ziering (die het giftige man-vrouwklimaat in de entertainmentindustrie aankaartte in documentaires als Allen v. Farrow en On The Record). Zij kunnen getuigen over de lastige positie van vrouwen in Hollywood, waar mannen nog altijd onverminderd de dienst uitmaken. Het is daarom niet vreemd dat Amerikaanse films doorgaans, in de woorden van de non-binaire regisseur Joey Soloway (Transparent), propaganda voor het patriarchaat bedrijven.

Met het vlijmscherpe college Brainwashed, dat alleen aan het eind wat aan kracht inboet en dus wel wat korter had gekund, demonstreert Nina Menkes in elk geval duidelijk dat er echt een maatschappelijk belang is om dit te veranderen.