Return To Space

Netflix

‘De veiligheid van Bob en Doug is niet onze eerste prioriteit maar de enige prioriteit.’ De zin is waarschijnlijk rechtstreeks afkomstig uit een communicatiebriefing. De emotie die Elon Musk voelt bij het uitserveren van de oneliner over ‘zijn’ astronauten – hij moet duidelijk z’n emoties wegslikken – lijkt echter oprecht.

De drijvende kracht achter SpaceX schiet wel vaker vol. Als zijn grote held Neil Armstrong, de eerste man op de maan, in het openbaar zijn commerciële ruimtevaartinitiatief affakkelt bijvoorbeeld. Musk heeft, zo toont Return To Space (128 min.) nog maar eens ten overvloede aan, ook emotioneel geïnvesteerd in het project dat uiteindelijk tot een permanente basis op de Maan en publieksvluchten naar Mars zou moeten leiden.

Misschien kan ruimtevaart niet zonder mannen met enorme ego’s en diepe zakken zoals Tesla-oprichter Musk, Richard Branson en Jeff Bezos. Zij durven groot te dromen en schuiven ook rücksichtslos alles wat die dromen in de weg staat aan de kant. Zulke overwegingen komen overigens slechts zijdelings aan de orde in deze documentaire van Elizabeth Chai Vasarhelyi en Jimmy Chin, die in de afgelopen jaren scoorden met de ijzingwekkende Oscar-winnaar Free Solo en het al even enerverende The Rescue. 

Return To Space richt zich vooral op de ontzagwekkende scope van Musks poging om de zieltogende Amerikaanse ruimtevaart te reanimeren. De film heeft een onmiskenbare positieve grondtoon – op het gladde af. Al te kritische vragen blijven achterwege. Tegelijkertijd is het beslist een kundig gemaakte documentaire, die de uitdagingen, trauma’s en mijlpalen van de moderne ruimtevaart in beeld brengt als een heroïsch avontuur dat van eminent belang is voor de gehele mensheid.

Zoals hun vorige films uiteindelijk een lofzang werden op de free solo-klimmer Alex Honnold en het duikersteam dat jeugdige voetballers uit een ondergelopen Thaise grot wist te redden, zo wordt ook Return To Space ondanks enkele bescheiden kanttekeningen een onverholen eerbetoon aan de missie van Elon Musk en zijn team. In die zin past de lijvige documentaire, die wel een stuk minder spannend is dan zijn voorgangers, ook in de Amerikaanse traditie van ronkende ruimtevaartfilms.

Waarbij space dus ‘the place’ is waar de echte helden zich onderscheiden van ons, gewone stervelingen.

The Pickup Game

Good women love bad men.  Als eenvoudige, doordeweekse jongen moet je dus gewoon zo’n slechte vent spelen. Anders loop je het risico dat de babe, waar jij al weken natte dromen van hebt, je gaat beschouwen als haar beste vriend. Of, nog erger, als een soort oudere broer. Als je niet uit jezelf zo’n gladde praatjesmaker bent die genadeloos toeslaat als zij het niet ziet aankomen, dan kun je terecht bij zogenaamde Pickup Artists, onvervalste players die jou wel eens even haarfijn uitleggen hoe je elke rondborstige bimbo binnen de kortste keren je bed inlult. Tegen een billijke vergoeding, natuurlijk.

The Pickup Game (98 min.) buigt zich over de industrie die stiekem is ontstaan rond al die alleenstaande mannen die zich geen echte vent voelen en wel wat hulp kunnen gebruiken bij het veroveren van dames. ‘Respect the cock’, zou Frank T.J. Mackie uit de magnifieke speelfilm Magnolia zeggen. ‘And tame the cunt.’ Het begon allemaal in 1988 bij de bestseller How To Get The Women You Desire In Bed van Ross Jeffries, een voormalige brekebeen op het liefdespad, die technieken uit Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) besloot te gaan toepassen op het versieren van vrouwen. En de rest is geschiedenis.

Tegenwoordig kun je als schutterende versierder, getuige deze slicke documentaire van Matthew en Barnaby O’Connor, terecht bij professionele alfamannetjes als Maximilian ‘RSDMAX’ Berger, Robert ‘Beckster’ Beck en Erik ‘Mystery’ von Markovik. Die leren de deelnemers aan hun cursus of workshop hoe ze het ‘target’ eerst moeten benaderen, daarna in hun invloedssfeer kunnen krijgen en tenslotte op het juiste moment hun kans moeten zien te grijpen. Waarbij de vrouwen in kwestie, tijdens de praktijkoefeningen op straat en in uitgaansgelegenheden gefilmd met een verborgen camera, worden gereduceerd tot willoos neukobject.

Dat je daarin ook te ver kunt gaan, toont het voorbeeld van versiercoach Julien Blanc, die onder vuur kwam te liggen omdat hij had gesuggereerd dat je Japanse vrouwen gewoon op straat bij hun hoofd kunt pakken, dat je vervolgens met ferme hand richting je eigen kruis duwt. Dat het bestaan van een pickup-artiest uiteindelijk alleen leidt tot emotionele leegte, betoogt spijtoptant Paul Janka, die inmiddels keurig getrouwd is. En dat The Game, de term die Neil Strauss ooit muntte in het gelijknamige boek, misogynie en geweld tegen vrouwen in de hand werkt, heeft dating- en ontwikkelingscoach Minnie Lane met eigen ogen kunnen vaststellen.

Die hele pickup-business, stelt een geanonimiseerde marketeer die de business inmiddels de rug heeft toegekeerd, heeft bovendien echt maar één bedoeling: de nietsvermoedende klant zoveel mogelijk geld uit de broek kloppen, voordat hij zich in het bijzijn van een appetijtelijke dame daadwerkelijk van die broek kan ontdoen. Het is een even treurige als voorspelbare conclusie voor deze interessante film, waarin de zelfverklaarde ladykillers juist op dat thema nog wel wat steviger hadden mogen worden aangepakt.

Laurel Canyon: A Place In Time

In Laurel Canyon, een idyllisch deel van Los Angeles, hing magie in de lucht: de geest van de sixties waarde er rond en bracht zijn meest verlichte vertegenwoordigers mee. Ze vormden bands als The Byrds, Love, The Mamas & The Papas, Buffalo Springfield en The Doors. En de fotografen Henry Diltz en Nurit Wilde, de laissez-faire vertellers van dat historische verhaal, keken hun ogen uit en legden voor het nageslacht vast wat zij mochten zien.

Dit babyboomer-tweeluik van Alison Ellwood kijkt ook over de Love & Peace-schutting: de vallei vormde immers niet alleen een toevluchtsoord voor musicerende hippies. Ook Frank Zappa, The Monkees en Alice Cooper hielden er huis. Zodat het er niet te serieus en zoetsappig aan toe zou gaan in Laurel Canyon: A Place In Time (156 min.). En anders kwam Sadie Mae Glutz, één van de vooraanstaande leden van The Manson Family, wel even langs, met haar vriendje Bobby Beausoleil.

Niet veel later zouden deze twee betrokken raken bij de gruwelijke Tate- en LaBianca-moorden, die een rassenoorlog hadden moeten ontketenen. Ideetje van hun leider, de gesjeesde muzikant Charles Manson. Helter Skelter, juist. De oorlog in Vietnam en een volledig uit de hand gelopen concert van The Rolling Stones bij de Altamont-racebaan, waarbij de als beveiligers ingehuurde Hells Angels een zwarte concertganger doodden, zouden de geest van de vrijgevochten jaren zestig, perfect vervat in het nummer Woodstock van Joni Mitchell, vervolgens weer helemaal in de fles doen verdwijnen.

In Laurel Canyon, zo laat het tweede deel van deze verzorgde en ook wat brave documentaire zien, vond er intussen een wisseling van de wacht plaats, waarbij seventieshelden als Jackson Browne, The Flying Burrito Brothers, Bonnie Raitt, The Eagles en Linda Ronstadt het nieuwe decennium een countryfeel meegaven en zo een eigen hoofdstuk toevoegden aan de muziekgeschiedenis van dit glorieuze deel van de ‘City Of Angels’. Wat de rol van Laurel Canyon daarin was – en of de plek überhaupt echt een rol speelde – blijft daarbij een beetje ongewis.

Ellwood verweeft al die verhalen, off screen geduid door de direct betrokkenen, overigens soepeltjes met elkaar en geeft de bijbehorende muziek behoorlijk wat ruimte. Al lijkt haar selectie ook tamelijk willekeurig en zijn de meeste van die zo-maakten-wij-belangwekkende-muziek verhalen al eerder verteld. Een halve eeuw later lijkt het alsof de trip nostalgia naar de helden van Laurel Canyon nu wel vaak genoeg is gemaakt, dat déze tijdgeest even niet meer per se hoeft te worden opgeroepen. Oké, boomer?

Chasing The Moon

Het was net zo goed een tijd van grote woorden als van grote daden. ‘Na deze dag gaan we wellicht nog verder, naar Mars en Jupiter en zelfs naar de hemelen daar voorbij’, verklaarde een zwarte leider bij de lancering van de Apollo 11-raket op 16 juli 1969, tevens de openingsscène van deze historische docuserie. ‘Maar zolang racisme, armoede, honger en oorlog op aarde blijven heersen hebben wij als beschaafde natie gefaald.’

Een ander zag in de reis naar de maan niets minder dan een uitkomst: ‘Volgens sommigen is de zo populaire ruimtevaart een zoektocht naar een nieuw paradijs’, klonk het bijna religieus. ‘De mens voelt zich schuldig over de wereld waarin hij leeft en die hij misschien heeft leeggeroofd. En nu hij de volwassenheid heeft bereikt, moet hij een nieuwe plek gaan zoeken. Een plek waar de mens naartoe kan gaan met achterlating van de roestige kooi waarin zijn fouten hem gevangen hielden.’

En dan waren er vier dagen later, bij het betreden van het aanbeden hemellichaam, natuurlijk de iconische woorden van de eerste man op de maan zelf. ‘One small step for man’ verhaspelde Neil Armstrong de grootse zin die voor hem was geschreven. ‘For a man’, had hij moeten zeggen. Een man, hijzelf. En daarna, de mensheid: ‘One giant leap for mankind.’ Er sprak een soort onmetelijk geloof uit al die woorden, in een maakbare wereld. Hier op aarde en anders in de één of andere uithoek van het heelal. Zonder grenzen of beperkingen.

In de zesdelige documentaireserie Chasing The Moon (300 min.) wordt de ruimterace die aan de geslaagde maanlanding voorafging minutieus gereconstrueerd. Een wedloop die in eerste aanleg door de Sovjet-Unie leek te worden gewonnen, tot grote consternatie van de Verenigde Staten die zich publiekelijk vernederd voelden. Onder aanvoering van de illustere Duitser Wernher von Braun, die ook al voor Hitler werkte, zetten ze begin jaren zestig de achtervolging in op de Russische spoetnik. Waarbij de NASA ook enorme tegenslagen moest overwinnen. Zoals de dramatische episode rond Apollo 1 en de astronauten Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee, die door een wrede speling van het lot nooit in de buurt van de maan zouden komen.

Regisseur Robert Stone plaatst de ruimterace met een karrenvracht aan archiefmateriaal binnen de Koude propagandaoorlog – met astronauten als Glenn, Armstrong en Gagarin als boegbeelden van het vrije westen of juist het communistische ideaal – en kadert dit in met off screen quotes van de ruimtevaarders, hun echtgenotes (die het lang niet altijd gemakkelijk hadden met deze haantjes), NASA-medewerkers, historici en journalisten. Sergej Chroestsjov, de zoon van de toenmalige Sovjet-leider, vult aan met het Russische perspectief.

Zo ontstaat een uitputtend, gelaagd en persoonlijk verslag van een stuk moderne geschiedenis met een mythisch karakter, dat eigenlijk geen hedendaagse equivalent heeft. De maan is even ver weg als toen, Mars en Jupiter zijn vooralsnog buiten het bereik van de mens gebleven. De reuzensprong voorwaarts die ‘man’ via ‘a man’, Armstrong dus, destijds voor de gehele mensheid zette, heeft in de navolgende jaren slechts kleine stapjes als vervolg gekregen.

Deze puike serie is een prima bijsluiter voor de uitmuntende documentaire Apollo 11, die op dit moment in de Nederlandse bioscoop draait, en geeft ook extra context bij de speelfilm First Man, over de jarenlange reis van Neil Armstrong en zijn mannen naar de maan, die vorig jaar op het witte doek was te zien.

Apollo 11

Neon

Als de vlucht van Apollo 11 naar de maan niet daadwerkelijk had plaatsgevonden – en dat wordt door complotdenkers inderdaad wel eens betwijfeld – dan had de ruimtereis ook afkomstig kunnen zijn uit een weldoordacht filmscript. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de historische missie van Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en de derde astronaut, die nog wel eens wordt vergeten omdat hij toevallig achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia en dus niet op de maan mocht lopen, een halve eeuw na dato heeft geresulteerd in zowel een geweldige speelfilm (First Man, 2018) als een ijzersterke documentaire: Apollo 11 (93 min.).

Sommige onderdelen van deze majestueuze ruimteonderneming uit 1969, die hier op ongelooflijk knappe wijze wordt gereconstrueerd door regisseur Todd Douglas Miller, zouden zomaar kunnen zijn bedacht door een begenadigde science fiction-schrijver. ‘One small step for man’, zegt Neil Armstrong bijvoorbeeld zodra hij als eerste mens een stap op de maan zet. ‘One giant leap for mankind.’ Die uitspraak is zonder enige twijfel gescript. Bedoeld voor de eeuwigheid, waarin-ie ook daadwerkelijk een plek heeft veroverd. Zonder souffleur met gevoel voor drama had Armstrong wellicht blijmoedig naar zijn vrouw en kinderen gezwaaid, een duim in de lucht gestoken en een tekst als ‘hoi, papa loopt nu dus op de maan!’ in de geschiedenisboeken achtergelaten.

De Amerikaanse president Richard Nixon was zich er ook van bewust dat de hele wereld meekeek toen hij met de bemanning van de Apollo 11 belde en sprak over ‘the most historic telephone call ever made’. Waarna hij zijn grondig voorbereide speech begon af te steken. ‘As you talk to us from the Sea of Tranquility, it inspires us to redouble our efforts to bring peace and tranquility to Earth’, oreerde de man die in de navolgende jaren zowel Vietnam als Cambodja he-le-maal plat zou bombarderen. Hij was nog niet eens klaar: ‘For one priceless moment in the whole history of man, all the people on this Earth are truly one: one in their pride in what you have done, and one in our prayers that you will return safely to Earth.’

En op de één of andere vreemde manier – de uitkomst mag immers bekend worden verondersteld – is die behouden thuiskomst ook de drijvende kracht voor deze enerverende documentaire. Met nooit eerder vertoonde en digitaal gerestaureerde beelden, meeslepende audiofragmenten en subtiele eigen toevoegingen als split screen, graphics en titels reconstrueert Miller minutieus de NASA-ruimtemissie. Alsof die zich op dit eigenste ogenblik, voorzien van een passend imposante soundtrack, voor onze ogen voltrekt. Ook met een 21e eeuwse blik blijft het ontzagwekkende karakter van de hele onderneming voelbaar: hier reiken drie mensen – ondersteund door een enorm team in het Mission Control Center en gade geslagen door kamperende toeschouwers op de grond en miljoenen televisiekijkers in de hele wereld – naar een ooit onbereikbaar geachte stip op de horizon. En dan moeten ze ook nog gewoon terug naar planeet aarde, liefst heelhuids.

‘Dit was veel meer dan drie mannen op een expeditie naar de maan’, stelt Buzz Aldrin op de gedragen toon die inmiddels vertrouwd voelt als het megalomane project, de culminatie van een duizelingwekkende ruimterace tussen de Verenigde Staten en aartsvijand de Sovjet-Unie, veilig is afgerond. ‘Wij denken dat dit een symbool kan zijn voor de oneindige nieuwsgierigheid van de mensheid om het onbekende te ontdekken.’ Waarna hij wel eens – daarover biedt Apollo 11, dat overigens een speciale juryprijs voor montage won op het Sundance Film Festival, helaas geen uitsluitsel – een veelbetekenende blik op Neil en ‘die andere’ kan hebben geworpen en met een zucht van verlichting zou kunnen hebben gezegd: ‘En nu gaat deze jongen eens een weekje op z’n rug liggen, met moeder de vrouw erbij en een kistje bier.’