Gedwongen Geloften

BNNVARA / maandag 30 maart, om 21.20 uur, op NPO3

Het onzegbare is misschien nog wel uit te spreken, maar hoe breng je dit dan in beeld? Roxanne Herder en Eva Strating hebben voor Gedwongen Geloften (53 min.), hun documentaire over Nederlandse vrouwen die werden gedwongen om te trouwen en/of getrouwd te blijven, een creatieve oplossing gevonden: ze introduceren enkele jonge actrices die eerst via een koptelefoon het persoonlijke verhaal van een slachtoffer beluisteren en dit daarna zelf, vanuit een neutraal ingerichte kamer, uitspelen voor de camera.

Zo werd ‘Sarah’ door haar ouders verplicht om naar Somalië te gaan, om daar met een oom te trouwen. Die zou dan ook een Nederlands paspoort krijgen. ‘Nadia’ werd in Afghanistan voor 10.000 dollar verkocht. Haar paspoort werd afgepakt, de beoogde echtgenoot ontmoette ze pas op de huwelijksdag. En ‘Zainab’, die in Nederland een vriendje had gekregen, dreigde door haar familie naar Turkije te worden gebracht, zodat haar vader haar daar kon uithuwelijken. Bij een supermarkt in Bulgarije sloeg ze op de vlucht.

Behalve Nederlandse vrouwen van buitenlandse komaf, met een islamitische achtergrond, introduceren Herder en Strating ook ‘Deborah’, een vrouw die opgroeide in een zwaar gereformeerde omgeving. Toen haar huwelijk uitmondde in huiselijk en seksueel geweld, wilde zij zich daarvan losmaken. Als dochter van een dominee was een echtscheiding echter niet aan de orde. En hoewel haar echtgenoot later werd veroordeeld, was het toch Deborah die door haar gemeenschap als de dader werd aangemerkt.

Hun tragische verhalen worden in deze indringende film ingekaderd door de Pakistaans-Nederlandse mensenrechtenactiviste Shirin Musa, die de vrouwen op alle mogelijke manieren bijstaat en die zich met haar organisatie Femmes For Freedom sterk maakt voor hen. Ze ijvert bijvoorbeeld voor de zogeheten ‘dochterregeling’, zodat voormalige (kind)bruiden die hier zijn opgegroeid en tijdens een gedwongen verblijf in het buitenland hun nationaliteit en verblijfsrecht zijn kwijtgeraakt, weer kunnen terugkeren naar Nederland.

Musa kent de problematiek van binnenuit. Haar betrokkenheid is volgens eigen zeggen ontstaan ‘vanuit persoonlijke wanhoop en groot verdriet’. Zij weet dus hoe belangrijk ‘t is om een bondgenoot te vinden, liefst ook in de Nederlandse overheid, en om een stem te krijgen als je mensenrechten met voeten worden getreden.

10 Jaar #JeSuisCharlie

Marec / VRT

Niemand werd gespaard. Hard en grof, niets en niemand ontziend. De redactie van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, een zelfverklaard ‘journal irrespondable’, kende geen heilige huisjes. ‘Als iemand zei: je mag dat niet doen, dan deden ze het wel’, vertelt de Vlaamse cartoonist Marec in de tv-docu 10 Jaar #JeSuisCharlie (51 min.). ‘Met het idee: we zorgen dat we met veel zijn, want je kan ons niet allemaal doden.’

Dat was buiten de broers Chérif en Saïd Kouachi gerekend. Op 7 januari 2015 drongen deze zwaarbewapende moslimextremisten binnen bij de redactie en maakten daar twaalf dodelijke slachtoffers. De terroristische aanslag schokte de wereld. ‘Wie vermoordt er nu een clown?’ Cartoonist Monsieur KAK kan er nog altijd niet over uit. ‘Dat doe je niet.’ Ruim drie miljoen mensen gingen de straat om te betogen. Ook ruim veertig regeringsleiders liepen mee in Parijs en riepen vrij en onverveerd: je suis Charlie.

Op de eerste rij was de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te ontwaren, even verderop volgde de Hongaarse leider Viktor Orbán. Tien jaar later is duidelijk hoeveel waarde zij in werkelijkheid hechten aan de vrijheid van meningsuiting: nagenoeg niets. Zodra hun eigen imago of belangen in het geding komen, komen zulke heren – of hun politieke vrinden of trollenleger – direct in het geweer en laten ze zien dat ze geen haar beter zijn dan hun Turkse collega Recep Erdogan of andere autocratische regimes.

Sinds Charlie Hebdo lijkt het klimaat voor cartoonisten en politieke tekenaars zelfs alleen maar verslechterd. Als Marec in een Purple Lives Matter-cartoon bijvoorbeeld bestuurlijke perikelen bij de voetbalclub Anderlecht verbindt met de dood van George Floyd wekt dat de woede van de Belgische international Romelo Lukaku en zijn achterban. Zijn collega Lectrr krijgt na een Corona-cartoon zelfs de Chinese overheid achter zich aan. Die eist een publieke verontschuldiging van hem en z’n krant.

‘Het gaat niet over de tekening die je maakt’, concludeert de bekende Vlaamse absurdist Kamagurka, die dertig jaar werkte voor Charlie Hebdo en enkele maanden voor de aanslag in 2015 stopte. ‘Het gaat over degene die ernaar kijkt en de macht van de figuur die ernaar kijkt tegenover de cartoonist. Het is niet de cartoonist die zich iets permitteert, maar wel de macht.’ En dus heeft zijn beroepsgroep zich georganiseerd in belangenverenigingen zoals Cartooning For Peace en Reporters Zonder Grenzen.

Want ook in het vrije westen, waar de persvrijheid altijd min of meer gegarandeerd leek, krijgen individuele tekenaars en hun opdrachtgevers te maken met openlijke vijandigheid en censuur, toont deze boeiende documentaire via via voorbeelden uit alle uithoeken van de wereld. Simpel gesteld: je suis Charlie lijkt op sommige plekken stilaan te zijn vervangen door tu es Charlie.

Ik Zeg Je Eerlijk

NTR

‘Ik identificeer mij als een meisje of een vrouw’, begint Peter ‘Musa’ van Maaren het kennismakingsgesprek waarmee hij zijn les ‘culturele, religieuze en seksuele diversiteit’ voor leerlingen van de basis- en middelbare school opent. De meisjes uit de kring staan op. En de jongens kijken toe. Volgende stelling: ‘anderen zien mij als een meisje of een vrouw.’ Verbazing alom. Want Peter staat zelf ook op. ‘Écht?’ vraagt de jongen naast hem. ‘Ja’, antwoordt Peter. ‘Ja, dat kan.’ Volgende stelling: ‘ik geloof in een God.’ En ook dan staat Peter op. Hij is moslim.

In de korte documentaire Ik Zeg Je Eerlijk (24 min.) volgt Eva Nijsten wat Van Maaren te weeg brengt bij verschillende groepen pubers. Haar film is opgebouwd uit verschillende kringgesprekken, waarbij net zo vaak luisterende jongeren in beeld zijn als degenen die het woord nemen of krijgen. Onderwerpen als zoenen (voor de huwelijksnacht), internetporno en geaardheid passeren de revue. Op gezette tijden toont Nijsten bovendien als intermezzo wat er zoal op schoolmuren is geschreven, gekalkt of gekerfd. Grappige, seksueel getinte of onverdraagzame tekeningen of boodschappen.

Halverwege confronteert Peter van Maaren de diverse groepen jongeren met zichzelf: als kleine katholieke jongen was Petertje verliefd op Zwarte Piet. Later als tiener had hij ‘voor de schijn’ verkering met Monique. Totdat haar ouders eens een avondje weg waren…. ‘Ik was gewoon een vette homo’, vertelt hij over die tijd, zonder omhaal van woorden. ‘Maar ik probeerde wel hetero te worden.’ Het noopt een islamitische jongen, rechts van hem, tot een reactie: ‘De dingen die u nu doet is allemaal voor niks’, zegt die gedecideerd. ‘Want homo is niet geaccepteerd in de Islam.’

Peter van Maaren lijkt echter niet op zoek naar de confrontatie. Hij blijft de dialoog aangaan, op zoek naar verbinding. En daarmee lijkt hij de meeste tieners – en vast ook het leeuwendeel van de kijkers van deze boeiende gespreksfilm – wel te kunnen ontwapenen.