Geographies Of Solitude

Bantam Film

Is het een natuurdocumentaire? Ja, als de menselijke natuur daar ook toe wordt gerekend. Diens geestdrift, creativiteit en doorzettingsvermogen bijvoorbeeld. Beter: van Zoe Lucas. In 1971 kwam ze voor het eerst op Sable Island, een eiland in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, 160 km van de kust van Nova Scotia. Dertig kilometer lang, twee breed. Als kunstacademiestudent kwam Lucas er in eerste instantie vooral voor de paarden. En toen werd ze verliefd op dat eiland.

Inmiddels heeft ze er volgens haar eigen berekeningen zo’n negenduizend dagen gespendeerd. Al het andere heeft ze uit het oog verloren. Ze kan nog altijd bevangen raken door de schoonheid ervan. De prachtige luchten, waterspiegelingen en sterrenhemels. De zeehonden, pissebedden, jan-van-gents, kevers en – natuurlijk! – wilde paarden. Toen Zoe Lucas voor het eerst op het eiland kwam waren dat er ruim honderdvijftig. Inmiddels zijn er al gauw vijfhonderd van de edele dieren.

Ze leven er in volledige vrijheid. Net als hun beschermvrouwe. Die koestert het ontbreken van andere exemplaren van de menselijke soort. Alhoewel, voor Geographies Of Solitude (104 min.) heeft ze gezelschap gekregen van documentairemaker Jacquelyn Mills. Die laaft zich aan de manier waarop Lucas leeft voor, door en met haar omgeving, die ze secuur bestudeert, verzamelt, documenteert in spreadsheets en vereeuwigt met beeld- en geluidsopnames.

Over het persoonlijke leven van Zoe Lucas, haar achtergrond en of ze er ook een sociaal bestaan op nahoudt komt de kijker uiteindelijk betrekkelijk weinig te weten. Over haar oneindige fascinatie voor al wat leeft en sterft – hoe dan, wat blijft er achter en hoe zorgt dit weer voor nieuw leven? – des te meer. En ze weidt tevens uit over het afval – kabels, ballonnen, flesjes, afkomstig uit de halve wereld – dat het strand en de duinen van Sable Island bereikt. Dit dreigt de harmonie te verstoren.

‘Hou je van dit eiland?’ vroeg Jacques Cousteau, de man die ooit de wereldzeeën toegankelijk maakte voor een tv-publiek, haar nu alweer zo’n veertig jaar geleden. ‘Jazeker’, antwoordde zij toen. ‘Het is mijn thuis, eigenlijk.’ Deze contemplatieve film, doorsneden met stukjes 16mm-film die Mills en Lucas met behulp van paardenmest, zeewier en planten hebben ontwikkeld en muziek gemaakt door insecten (!), maakt die weelderige wereld inzichtelijk, maar vraagt wel serieuze aandacht en geduld.

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?