Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

Hi My Name Is Jonny Polonsky

Humo

‘Ik wil niet alleen met hem in huis zijn’, zegt Iris Nechelput, de vriendin van Otto-Jan Ham. De radio- en televisiepresentator, die carrière maakte bij Studio Brussel, VIER en Canvas, heeft ‘t in zijn hoofd gehaald om zijn jeugdheld, de New Yorkse rocker Jonny Polonsky, over te laten komen voor een korte tournee door België – en om daar, dat lijkt ook al vanaf het allereerste begin het plan, een film over te maken.

Hoewel Polonsky allang in de vergetelheid is geraakt – als er al mensen zijn die zich zijn gruizige debuutalbum Hi My Name Is Jonny (1996), geproduceerd door Pixies-voorman Frank Black, überhaupt nog herinneren – is het Ham toch gelukt om enkele optredens te regelen in het najaar van 2020. Er is alleen nauwelijks budget. En dus zal de Amerikaanse zanger/songschrijver, waarmee hij zelf welgeteld één keer contact heeft gehad via Instagram, in zijn eigen huis in Halle moeten logeren.

Niet alleen daarmee neemt Otto-Jan Ham, die tevens zal optreden als tourmanager en er zelfs over fantaseert om bas te spelen in een speciaal samengestelde begeleidingsband rond Polonsky, een risico: zijn ontmoetingen met een grote held niet sowieso gedoemd om te mislukken? De Jonny Polonsky van toen, die hij overigens nooit zag optreden, kan zomaar een arrogante kwal, schim van zijn vroegere zelf of suffe broodmuzikant zijn geworden. Een man die je berooft van dromen.

Als de Amerikaan arriveert op vliegveld Zaventem staat Ham, ter zijde gestaan door cameraman Sjoerd Tanghe, hem met een naambordje op te wachten. De tour door Vlaanderen, met een uitstapje naar Amsterdam, en de weerslag daarvan, Hi My Name Is Jonny Polonsky (70 min.), kunnen nu echt beginnen. Van tevoren legt Ham voor de zekerheid nog wel even zijn oor te luister bij musici als Mauro Pawlowski, Stijn Meuris en Isolde Lasoen. Die muziek van Polonsky is toch helemaal oké? 

De man die zich in het huis van zijn superfan meldt en beleefd onderhoudt met diens kinderen blijft alleen een enigma. Hij houdt zich in gesprekken steeds op de vlakte en doet tijdens optredens in bars en achterafzaaltjes gewoon zijn ding, terwijl zijn grootste fan, tourmanager en bassist in spe – al heeft Jonny daarvan nog geen idee – zijn uiterste best doet om het hem naar de zin te maken. In de hoop dat de vonk nog eens ouderwets overslaat.

Het blijkt een uitstekend recept voor lol, ongemak, stress en – hopelijk – vlammende rock & roll in deze smeuïge roadmovie, die werkt als een aanstekelijke ode aan live-muziek en het onbekommerd, tegen beter weten in zelfs, najagen van ’s mans jeugddromen.

Hi My Name Is Jonny Polonsky is hier te bekijken.

Losers

Netflix

Bij een serie sportdocumentaires over ‘losers’ ga je automatisch bedenken wat Nederlandse bijdragen aan de reeks zouden kunnen zijn. Even vluchtig nadenken leverder al snel op: de onfortuinlijke debutant in het Nederlands elftal Marcel Peeper, schaatser Hilbert van der Duim die een ronde te vroeg dacht dat hij klaar was (commentator Leen Pfrommer: ‘Hilbert, jongen, je moet doorrijeh!’) en de spelers van het Feyenoord dat in 2010 met 10-0 werd afgedroogd door PSV.

In Losers, een pakkende titel waarbij de vlag de lading niet helemaal dekt, worden acht vergeten sportverhalen opgediept. Niet zozeer over verliezers als wel over sporters die werden geconfronteerd met diepe teleurstellingen of fikse ontberingen. Over een bokser die eigenlijk nooit de ring in wilde (en liever in Hollywood had gewerkt) en tegen een pijnlijke knockout oploopt. Een Brits voetbalteam, dat degradatie uit de allerlaagste divisie probeert te voorkomen en in het allesbeslissende duel wordt geconfronteerd met een bijtgrage politiehond. En een zwarte kunstschaatster uit Frankrijk die de volledig witte ijsdanswereld op zijn grondvesten doet schudden.

Meest in het oog springend is het relaas van de Italiaanse marathonloper Mauro Prosperi. Hij belandt tijdens de Marathon des Sables, een loodzware woestijnrace in Marokko, in een zandstorm, raakt vermist en moet noodgedwongen zijn eigen urine drinken en vleermuizen eten om te overleven. Het kost hem niet alleen bijna zijn leven. ’Met Indiana Jones leven is moeilijk omdat Indiana Jones er nooit is’, zegt zijn vrouw Cinzia met de nodige (zelf)spot. ‘En Indiana Jones denkt dat het hele leven uit avonturen bestaat. Maar het leven zelf is het avontuur.’

Deze achtdelige serie van Mickey Duzyj heeft een opzet die is te vergelijken met Andere Tijden Sport. In afleveringen van ongeveer een half uur wordt een vormende gebeurtenis uitgewerkt met de betrokken sporter, diens directe omgeving en enkele kenners van de desbetreffende sport. Het is een aanpak die bijna niet kan mislukken, al is-ie ook wat voorspelbaar. Alleen de geanimeerde scènes, waarmee herinneringen en gebeurtenissen uit het verleden worden verbeeld, geven Losers een eigen signatuur. In essentie zijn het echter gewoon verhalen, zoals die al veel vaker, soms beter en vaak slechter, zijn verteld. Over (jezelf) overwinnen – of niet.

En daarvan zijn er, zo lijkt het, nooit genoeg.