Scotty And The Secret History Of Hollywood

Als hij uitkijkt over de skyline van Hollywood en een prachtige regenboog ontwaart, claimt de inmiddels hoogbejaarde Scotty Bowers dat hij daar hoogstpersoonlijk voor heeft gezorgd. Dat is geen grootspraak, maar beeldspraak. Bij het benzinestation dat hij jarenlang runde op 5777 Hollywood Boulevard vonden heel wat celebrities in het geheim de spreekwoordelijke pot goud: (betaalde) sex met iemand van dezelfde sekse. Twintig dollar, veel meer rekende Scotty doorgaans niet.

Na de tweede wereldoorlog zette de voormalige marinier een florerende escortservice op voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven. In 2012 besloot de souteneur van de celebrities zijn levensverhaal op papier te zetten in het boek Full Service: My Adventures In Hollywood And The Secret Sex Lives Of The Stars. Daarin outte hij zonder scrupules beroemdheden als acteur Cary Grant, FBI-directeur J. Edgar Hoover en actrice Katherine Hepburn.

Zelf ziet hij daarin nog altijd weinig kwaad, getuige Scotty AndThe Secret History Of Hollywood (97 min.). Deze sterren flonkeren immers alleen nog op de Hollywood Walk Of Fame. Bovendien was hun seksuele geaardheid een publiek geheim in de stad van de sterren. En een hedendaagse homoseksuele acteur zoals Stephen Fry kan er ook wel mee leven, zegt hij in deze documentaire. Het maakt die onaanraakbare sterren weer mens en laat ze zien voor wie ze waren: kwetsbare zielen, gevangen in hun eigen imago.

Regisseur Matt Tyrnauer portretteert Bowers, die tegenwoordig is getrouwd met een vrouw die geen weet had van zijn achtergrond en die ook nog altijd weigert om zijn boek te lezen, als een seksuele vrijbuiter. Volgens eigen zeggen heeft hij werkelijk met Jan en alleman het bed gedeeld, waaronder een triootje met Ava Gardner en Lana Turner. Hij zou bovendien een prominente rol hebben gespeeld in de aantekeningen van dokter Kinsey, die puriteins Amerika shockeerde met zijn wetenschappelijke onderzoek naar menselijke seksualiteit.

Seks lijkt bijna negentig jaar lang Scotty Bowers’ voornaamste raison d’être te zijn geweest. En dat komt, zo blijkt later in dit vermakelijke portret van zowel de flamboyante man zelf als de achterkant van zijn natuurlijke biotoop, niet helemaal uit de lucht vallen en zorgt later, indirect, ook nog voor één van de grootste drama’s van zijn enerverende bestaan. Net als in de film, zogezegd. En perfect in lijn met Scottys onvervalste Hollywood-leven.

The Trade


Een man belt in bij het hulpnummer 911: ‘Ik denk dat mijn dochter dood is’, klinkt het nog redelijk nuchter. ‘Ze ligt in de badkamer, ik kom net binnen. Oh, mijn God! Er komt spul uit haar mond. Uit haar neus. Oh, mijn God, Ashley. Oh, Ashley. Ashley!’ Ashley Staub sterft uiteindelijk aan een overdosis heroïne. Haar twee kinderen speelden in de kamer verderop. Ashleys ouders zitten in zak en as. Zij weet bovendien dat hij ook ooit met een verslaving kampte. Heeft hij die zwakte doorgegeven aan zijn dochter? Agenten nemen de zaak in onderzoek. Haar verslaafde ex-vriendje lijkt erbij betrokken te zijn. Maar hoe komt hij aan zijn dope?

De agenten zoeken door. Terwijl ze speuren naar Ashleys leveranciers krijgen ze meer begrip voor ‘die junkies’, die ze voorheen vooral beschouwden als op te jagen wild. Het blijken gewoon mensen. The Trade (258 min.), een vijfdelige serie van Matthew Heineman over de zogenaamde ’opioid crisis’, belicht de catastrofe die zich in de afgelopen jaren heeft afgetekend via een mozaïek van direct betrokkenen. Gewone – en, opvallend genoeg, vrijwel altijd blanke – mensen uit alle uithoeken van de Verenigde Staten en Mexico. Columbus, Ohio. Juarez, Chihuahua. Atlanta, Georgia. Voetsoldaten en burgerslachtoffers van de opnieuw oplaaiende ’war on drugs’.

Een moeder die haar verslaafde zoons in het gareel probeert te houden (en er één uiteindelijk buiten moet trappen). Don Miquel, het hoofd van de heroïnebende van Guerrero dat zijn territorium wil beschermen. De hoogzwangere dealer. Een Amerikaanse ‘cop’ die in de buurt probeert te komen van de hoogste echelons van een drugskartel. De Mexicaanse man op zoek naar zijn vermiste broer. Een federale agent die in Mexico rücksichtslos poppyvelden laat platbranden. De koelbloedige professionele killer. Een oudere zus die de was doet voor haar verslaafde broer. En alle uitgeteerde lijven, die allang de geest lijken te hebben gegeven en zweren bij die godvergeten naald.

Met de voortreffelijke docuserie The Trade borduurt Matthew Heineman voort op zijn geweldige documentaire Cartel Land uit 2015. Hij zit het drugsspook dat door heel Noord-Amerika waart voortdurend op de hielen en laat zien hoe het in allerlei verschillende, veelal oerlelijke, gedaanten steeds weer de kop opsteekt. Daarbij schakelt hij voortdurend tussen meta- en microniveau; de majestueuze poppyvelden die voor welvaart zorgen aan de ene kant van de grens, zaaien dood en verderf aan de andere kant, bij twee tot elkaar veroordeelde junks in een troosteloos drugspand.

Heineman hanteert intussen met verve het principe ‘show, don’t tell’. Interviews blijven in het fascinerende The Trade vrijwel volledig achterwege. Hij laat van heel dichtbij zien hoe zijn personages grip proberen te krijgen op hun leven en geeft hen diepte middels een ‘monologue interieur’, interviewfragmenten buiten beeld waarmee hij de kijker als het ware in hun hoofd laat kruipen. Soms lijkt wat er voor Heinemans uiterst doeltreffende camera gebeurt bijna te ‘mooi’ om waar te zijn. Alsof hij een real life mash-up van Narcos en The Wire heeft gemaakt, waarin iedere speler, door een wrede speling van het lot gecast, zich netjes aan zijn uitgeschreven rol houdt.

In The Trade – Season 2 belicht Matthew Heineman de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning.

Score


Zodra dat uit duizenden herkenbare surfgitaarloopje weerklinkt, waan je je direct in de wereld van Agent 007 die wordt bedreigd door het Spectre van Ernst Stavro Blofeld. Bij die overbekende pompeuze synthesizerklanken krijg je direct de neiging om als een ongetrainde Rocky Balboa een enorme trap te beklimmen en vervolgens zegevierend je vuisten ten hemel te heffen. En het dreigende Jaws-thema zorgt ervoor dat je zelfs in het poedelbadje van je kinderen op zoek gaat naar een opstomende haaienvin.

In Score (89 min.) zet regisseur Matt Schrader de schijnwerper op (de geschiedenis van) filmmuziek en de invloed die soundtracks hebben gehad op de ontwikkeling van het medium film. Aan de hand van grote componisten als John Williams, Thomas Newman en Hans Zimmer stoomt de documentaire van filmklassieker naar blockbuster. Behalve een feest der herkenning voor cinefielen levert dat ook tips en tricks van de musici op en inzicht in de psychologische betekenis van filmmuziek.

‘De componist fungeert bijna als een soort therapeut’, beweert Hollywood-icoon James Cameron. ‘Uit wat de regisseur zegt haalt hij de essentie.’ Soms wordt bijna tastbaar hoe dat in zijn werk gaat. Kijk bijvoorbeeld hoe Rachel Portman live op haar piano meespeelt met een voorlopige montage van de film Race, op zoek naar de juiste toon. Score, waarin ook de Nederlander Tom Holkenborg (Mad Max: Fury Road) uitgebreid aan het woord komt, is gelardeerd met zulke fascinerende scènes, aangevuld met een stortvloed aan hoogtepunten uit de filmhistorie.