I Was A Teenage Sex Pistol

Pink Moon

Hij schittert nu eens door afwezigheid: John Lydon. Ofwel: Johnny Rotten, het boegbeeld van The Sex Pistols. De man die de geschiedenis van de legendarische Britse punkband heeft bepaald en geschreven. En daarbinnen was wel héél véél ruimte voor ‘bassist’ Sid Vicious, de wildeman die in 1979 op 21-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne – en verdacht weinig voor zijn voorganger, de man die de basgitaar daadwerkelijk bespeelde: Glen Matlock.

Hij krijgt nu alle gelegenheid om zijn eigen versie van dat stukje pophistorie te delen in de documentaire I Was A Teenage Sex Pistol (96 min.) van Andre Relis en Nick Mead, die is gebaseerd op Matlock gelijknamige autobiografie (2012). Hij wordt daarbij in de rug gedekt door zijn voormalige Pistol-maatjes, gitarist Steve Jones en drummer Paul Cook. Samen schetsen zij de opkomst van hun band, waarvan hij als bassist en songschrijver een integraal onderdeel was.

Niet zonder trots demonstreert Glen Matlock hoe zijn baslijnen het fundament hebben gevormd voor de Pistols-klassiekers Anarchy In The UK, Pretty Vacant en God Save The Queen. Tegen de tijd dat die werden opgenomen voor het klassieke debuutalbum Never Mind The Bollocks (1977), was hij echter al de laan uitgestuurd. Volgens de officiële persverklaring van manager Malcolm McLaren, altijd op zoek naar nieuwe relletjes, omdat hij stiekem van The Beatles hield.

In werkelijkheid botste Matlock gedurig met Rotten en moest ie dus het veld ruimen. Hij zou echter nooit een punkvariant worden op de vergeten Beatle Pete Best of de man die nooit echt een Stone mocht zijn, Ian Stewart. Want het lukte de bassist in de navolgende decennia met Rich Kids, Iggy Pop, Johnny Thunders, The Faces en Blondie om een bestendige muzikale carrière op te bouwen. Hij zou zelfs nog op het podium belanden met zijn illustere opvolger, Sid Vicious.

Met dat vermakelijke relaas, opgetekend met fraai archiefmateriaal en aangekleed met quotes van Billy Idol en leden van verwante bands zoals The MC5, Blondie, The Damned, Sigue Sigue Sputnik, Dead Boys, The Vandals, Spandau Ballet en The Stray Cats, zetten Relis en Mead de schijnwerper nu eens vol op de grote onbekende Sex Pistol.

Squaring The Circle: The Story Of Hipgnosis

Splendid Film

Even popquizzen: wat hebben Pink Floyd, T.Rex, Led Zeppelin, Genesis, Paul McCartney, Wishbone Ash, Electric Light Orchestra en 10cc met elkaar gemeen? Een beetje kenner antwoordt dan meteen: Hipgnosis. In Squaring The Circle: The Story Of Hipgnosis (101 min.) zoomt de vermaarde Nederlandse fotograaf/filmmaker Anton Corbijn in op het Britse designduo Aubrey ‘Po’ Powell en Storm Thorgerson (1944-2013) en daarmee ook op de tijd dat elpeehoezen nog het werk van kunstenaars waren. Het artwork kreeg in de jaren zestig en zeventig nog, letterlijk, de ruimte om een verhaal te vertellen.

In kenmerkend zwart-wit, waarbij alleen de hoezen en performances van de betrokken artiesten in kleur worden getoond en er dus lekker uitspringen, geeft Corbijn nu ook Po alle ruimte om zijn relaas te doen en tot in detail stil te staan bij de klassieke albumcovers die ze maakten voor acts zoals Pink Floyd, Led Zeppelin en Wings. Hij wordt in de rug gedekt door medewerkers, collega’s en bekende klanten zoals Paul McCartney, David Gilmour en Roger Waters (Pink Floyd), Robert Plant en Jimmy Page (Led Zeppelin), Peter Gabriel (Genesis) en Graham Gouldman (10cc). Zij verhalen over onmogelijke mensen (de dwarse Storm in het bijzonder), ambitieuze plannen en oneindige budgetten.

Want Hipgnosis maakte naam in de jaren dat rockmuziek definitief doordrong tot stadions en een gigantische moloch werd, die vervolgens wel lomp moest worden neergehaald door punk (hier vertegenwoordigd door Sex Pistol Glen Matlock). In 1983 viel dus ook het doek voor het befaamde ontwerpbureau en raakten de twee oprichters meteen gebrouilleerd. Ze waren uit de tijd geraakt, ingehaald door een nieuwe ‘jeugd van tegenwoordig’ die alles anders wilde (al zou Oasis-gitarist Noel Gallagher maar wat graag het budget hebben gehad om die Hipgnosis-lui te kunnen inhuren, stelt hij in deze stijlvolle en stevig doortimmerde kunst/muziekfilm tegelijkertijd grappend en niet-grappend).

En omdat we toch aan het popquizzen waren nog een slotvraag: welke favoriete groep van Anton Corbijn, waarmee hij ooit naam maakte als fotograaf, waarover hij veel later ook een speelfilm (Control) maakte en waarvan hij hier de hoesontwerper Peter Saville nog maar eens opvoert, zou z’n artwork nooit laten ontwerpen door Hipgnosis?