Naked Ambition

Music Box Films

Ze wordt ‘the world’s most prettiest photographer’ genoemd. Dat is niet zo gek. Linnea Eleanor ‘Bunny’ Yeager (1929-2014) is haar carrière gestart als pin-upgirl. Als fotograaf weet zij vervolgens het beste uit haar eigen modellen te halen. Ze heeft het vermogen om van elk knap meisje een onweerstaanbare vamp te maken en schuwt naakt daarbij niet. In de jaren vijftig zoekt Bunny zo doelbewust de grens op van wat nog als acceptabel en smaakvol wordt gezien.

Bij haar voelen fotomodellen zich veilig en durven ze meer van zichzelf te laten zien. Het voormalige fetishmodel Bettie Page bijvoorbeeld, in (en zonder) een luipaardpakje. De foto’s vormen de opmaat naar een kerstreportage in Playboy, waarmee ze allebei definitief doorbreken. Yeager groeit al snel uit tot de hoffotograaf van het ultieme mannenblad en slaat haar vleugels daarna uit naar boeken en films. Totdat ze begin jaren zeventig onaangenaam wordt verrast door de opkomst van pornografie en explicietere bladen zoals Penthouse en Hustler.

Tegen die tijd begint Naked Ambition (72 min.), het postume portret dat Dennis Scholl en Kareem Tabsch van de fotografe hebben gemaakt, zich te richten op de magere jaren van Bunny Yeager, waarin het haar zowel persoonlijk als professioneel bepaald niet voor de wind gaat. Haar dochters Lisa en Cherilu herinneren zich nog goed hoe hun moeder destijds geen cent te makken heeft. Totdat Bettie Page in de jaren negentig wordt herontdekt als een symbool van vroege vrouwelijke seksualiteit en Yeagers oeuvre zowaar doordringt tot de kunstwereld.

Met prominente bronnen zoals televisiepresentator Larry King, Playboy-oprichter Hugh Hefner, fotograaf Bruce Weber, actrice/regisseur Guinevere Turner en het burleske model Dita von Teese tekenen Scholl en Tabsch de fotografe, die zelf ook regelmatig voor de camera blijft verschijnen en zo misschien wel de weg plaveit voor wat we nu selfies noemen, met grove penseelstreken op, in een film die tamelijk braaf blijft en nooit écht doordringt tot de vrouw achter het icoon. Bunny Yeager blijft eerst en vooral een baanbrekende vrouwelijke kunstenaar.

Citizen Ashe

Magnolia

Nog nooit had een zwarte tennisser Wimbledon gewonnen. Zelfs Arthur Ashe (1943-1993) niet, de eerste Afro-Amerikaanse topspeler. In 1975, op 31-jarige leeftijd, kwam alsnog zijn kans. Tegen zijn grote rivaal, nota bene: Jimmy Connors. Een man die Ashe waarschijnlijk bedoelde toen hij zei. ‘Winnaars zijn de mensen die op een bepaalde dag tegenstander verslaan.’ Voor zichzelf had Arthur iets anders voor ogen: ‘Maar kampioenen laten hun sport beter achter dan ze die hebben aangetroffen.’

Daar zag ’t overigens lang niet naar uit, laten Rex Miller en Sam Pollard zien in Citizen Ashe (94 min.). Terwijl de basketballer Kareem Abdul-Jabbar de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad boycotte, zijn sprintende landgenoten Tommie Smith en John Carlos daar hun Black Power Salute maakten en Muhammad Ali weigerde om naar Vietnam te gaan en zo zijn eigen carrière helemaal ontregelde, hield de enige zwarte tennisser in een verder volledig wit circuit zich ogenschijnlijk geheel afzijdig bij de strijd van de Afro-Amerikaanse gemeenschap om burgerrechten.

Arthur Ass, noemde Abdul-Jabbar hem. De zwarte activist Harry Edwards vond Ashe niet meer dan een ‘Oom Tom’. En de man zelf voelde zich een lafaard. Hij was bang om de familienaam in diskrediet te brengen en zo zijn vader, bij wie hij stevig onder de plak zat, te bruuskeren. Ashe had bovendien een toernooi te winnen: de US Open van 1968, waar hij ’t in de finale opnam tegen de Nederlander Tom Okker. Ashe kon daar overigens alleen spelen doordat zijn broer Johnnie besloot om nog een extra ‘tour of duty’ in Vietnam te doen. Zodat Arthur kon tennissen en studeren.

Arthur Ashe wist dat hij in een door en door witte sport van onbesproken gedrag moest zijn. Hij mocht toernooidirecteuren geen excuus geven om hem uit te sluiten. Dat idee had hij grondig geïnternaliseerd. Ashe was opgegroeid in Richmond, Virginia, een geheel gesegregeerde wereld. Jongens zoals hij zaten achter in de bus en hielden zich koest. En anders… Net als andere zwarte Amerikanen had hij natuurlijk ook meegekregen wat er was gebeurd met Emmett Till. De 14-jarige zwarte jongen werd in 1955 bruut gelyncht nadat hij zou hebben geflirt met een wit meisje.

Op zijn eigen diplomatieke manier was Ashe zich later toch uit gaan spreken. Over Apartheid in Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Zo won hij uiteindelijk het respect van zwarte activisten die eerder nog zo kritisch op hem waren geweest. Zij spreken in dit portret stuk voor stuk met respect over de man, die als captain van het Amerikaanse Davis Cup-team nog heel wat te stellen kreeg met het heethoofd John McEnroe. ‘Ik ergerde me dood en was tegelijkertijd jaloers op hem’, zei Ashe daarover in een tv-interview. ‘Want ik zou dat ook wel willen doen. Die luxe heb ik alleen niet.’

Want hoewel hij zou uitgroeien tot een voorbeeld voor al die Afro-Amerikaanse sporters die zich in het openbaar durven uit te spreken, zoals Colin Kaepernick, Lebron James en de tennissende zussen Williams, bleef Arthur Ashe zich er altijd van bewust dat hij een gewone zwarte jongen was in een wereld die nog altijd werd gedomineerd door witte mannen. En toen hij verzeild raakte in het laatste gevecht van zijn leven – misschien wel het meest heroïsche gevecht in dit fijne portret – toonde Arthur Ashe zich nog eenmaal een echte kampioen.

Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado

Netflix

Wat je ziet, vraag je niet in Puerto Rico. Bij Walter Mercado, de flamboyante televisie-astroloog waarmee hele generaties Latino’s opgroeiden, was van alles te zien. Maar er werd niet naar gevraagd of over gesproken. Ook niet door Mercado zelf. Hij liet zijn seksuele oriëntatie altijd onbenoemd. Terwijl die er toch echt duimendik bovenop lag.

De inmiddels hoogbejaarde hoofdpersoon van Mucho Mucho Amor: The Legend Of Walter Mercado (96 min.), die nog altijd oogt als een soort doldwaze kruising van Liberace, Willen Ruis en Jomanda, blijft zwijgen. ‘Bedoel je dat je maagd bent?’ wagen Cristina Constantini en Kareem Tabsch, de makers van deze film, toch weer een poging. ‘De enige in de stad’, antwoordt Mercado lachend.

Hij maakt zich er steeds met een grapje vanaf. Of die 06-lijn met advies van helderzienden misschien oplichting was? ‘Ze kregen altijd inspirerende woorden of motivatie’, klinkt het gelikt. En of hij nu eigenlijk met pensioen is? Welnee. ‘Ik sterf in het harnas’, zegt de man die al zeker tien jaar weg is uit het publieke domein. ‘Ik ben twintig jaar en begin aan een nieuwe reis in het leven van een held.’

En zo krijgt de androgyne hoofdpersoon steeds alle ruimte om zijn façade op te houden. Deze film is daardoor eerder een (glad en flinterdun) portret van het fenomeen Walter Mercado dan van de persoon die deze verbergt. Want wie er nu werkelijk schuilgaat achter die make-up, opzichtige capes en grote gebaren? Ook dat staat vast in de sterren geschreven.