Everybody To Kenmure Street

Conic

’Let them go!’ scanderen de demonstranten. ‘These are our neighbours.’ Wat begint als spontaan verzet tegen de poging van de Immigration Enforcement van het Schotse Home Office om twee Indiase buurtgenoten aan te houden, mondt binnen de kortste keren uit in een grootschalige sit-in, die acht uur lang live kan worden gevolgd via televisie, internet en social media. 

De multiculturele wijk Polokshields in Glasgow wordt op 13 mei 2021 het strijdtoneel voor een felle confrontatie tussen ‘gewone’ burgers en de Schotse autoriteiten. Nadat de twee mannen in een busje zijn geplaatst, zodat ze het land kunnen worden uitgezet, duikt er een demonstrant onder het voertuig. Zolang deze ‘van man’ daar ligt, kan dat busje niet vertrekken. Al snel wordt de halve wijk opgetrommeld en verschijnt ook de politie ten tonele. ‘Refugees are welcome here!’ roepen de demonstranten dan, terwijl agenten de orde proberen te handhaven. Zodat die uitzetting toch kan doorgaan. De situatie ontwikkelt zich tot een spannende ‘stare down’ tussen overheid en burgers. 

Interculturele spanningen die al lang onder de oppervlakte leven komen nu tot uiting. ‘Je kunt hier tweehonderd jaar wonen, maar in de ogen van de machthebbers word je nooit Brits’, vertelt Mohammad Asif, één van de leiders van het spontane protest in Everybody To Kenmure Street (98 min). Als hij bijvoorbeeld terugkeert vanuit het buitenland, wordt ie er op het vliegveld altijd tussenuit gepikt door de douane. ‘In 2005 werd me gevraagd of ik wist waar Bin Laden was. Meen je dat serieus? vroeg ik. Als ik wist waar Bin Laden was, dan zou ik nu niet naar Glasgow komen. Dan zou ik naar Downing Street gaan, Tony Blair vertellen waar Bin Laden was en de beloning van vijf miljoen incasseren.’

Samen met andere lokale leiders, demonstranten en bewoners van de kleurrijke wijk blikt Asif in deze reconstructie terug op het moment dat Polokshields een vuist maakt tegen hoe de staat met burgers van kleur zoals hij omgaat. Regisseur Felipe Bustos Sierra ondersteunt hun herinneringen met beelden van deze enerverende dag en vult die aan met enkele bronnen, die alleen anoniem hun verhaal willen delen. Acteurs, geplaatst in een replica van de situatie, vertellen wat er toen door hen heen ging. De ‘van man’ wordt opmerkelijk genoeg gespeeld door een vrouw, de bekende actrice Emma Thompson. Vanonder de bus belicht zij de patstelling waarin de twee partijen elkaar gevangen hebben gehouden.

Terwijl Kenmure Street lijkt af te stevenen op een harde confrontatie, plaatst Bustos Sierra de spanningen op straat met een archiefsequentie, een Fremdkörper halverwege de film, tevens binnen de geschiedenis van Glasgow. De Schotse stad, waar activisme en protest van oudsher welig kunnen tieren, heeft vanwege z’n betrokkenheid bij zowel de slavenhandel als de strijd tegen Apartheid ook een beladen historie. De situatie op 13 mei, tevens de dag dat moslims Eid Mubarak vieren, doet ook denken aan het ijskoude ingrijpen van ICE in de Verenigde Staten en de navolgende protesten – en aan de volledig ontsporende betogingen in Nederland bij plekken waar een asielzoekerscentrum komt.

Om zulke onlusten te voorkomen, roepen de leiders van het protest in Glasgow hun achterban op om zich te onthouden van geweld. ‘The world is watching us.’ Met die gedachte in het achterhoofd koerst Everybody To Kenmure Street af op z’n ontknoping.

The Road To Fenix

M&N Film

In een oude havenloods in de Rotterdamse wijk Katendrecht, een omgeving die ooit werd bevolkt door zeelui en hoeren, is in de afgelopen jaren het migratiemuseum Fenix verrezen. Bij de officiële opening in mei 2025, in aanwezigheid van koningin Máxima, spreekt de jonge directeur van het museum, Anne Kremers, over migratie ‘als universele menselijke beweging’. Behalve in de historie moet de kunstcollectie van Fenix dus ook in het hier en nu geworteld zijn.

Na de feestelijke opening gaat deze film van Mark Bakker vijf jaar terug in de tijd, om The Road To Fenix (91 min.) op te tekenen. En daarin speelt niet alleen Kremers een belangrijke rol. De hoofdrol wordt opgeëist door Wim Pijbes, oud-directeur van Het Rijksmuseum en in die hoedanigheid ook één van de hoofdpersonen van Oeke Hoogendijks klassieke documentaireserie Het Nieuwe Rijksmuseum. Hij is tegenwoordig directeur van Droom en Daad, het filantropische fonds van de Rotterdamse rederijfamilie Van der Vorm dat de culturele sector in de havenstad ondersteunt en ook Fenix heeft geïnitieerd.

Pijbes staat voor ‘hoge kwaliteit, lage drempel’, zegt ie zelf. ‘Verwacht dingen die je kunt verwachten’, houdt hij buurtbewoners voor. ‘Maar verwacht vooral verrassingen.’ Een kolossale tornado bijvoorbeeld, ontworpen door de Chinese architect Ma Yansong, op het dak van het museum. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde. Voor de metershoge zeemeeuw die Ma op het dak wil laten landen – de eerste vogel die je begroet als je een haven invaart en de laatste vogel die je weer uitzwaait – gaan de handen nu niet direct op elkaar in de Maasstad. Zoals Kremers en Pijbes wel meer flinke hobbels moeten nemen in de aanloop naar deze nieuwe Rotterdamse blikvanger.

Intussen moet ook de collectie worden samengesteld. Om inspiratie op te doen reizen Kremers en haar team af naar het Amerikaanse Ellis Island National Museum Of Immigration en het Canadian Museum of Immigration. Elders proberen ze interessante aankopen te doen. Zo tikt Pijbes op een onbewaakt ogenblik bijvoorbeeld een portret van de Rotterdamse wereldburger Erasmus op de kop. En in hun eigen ateliers zijn hedendaagse kunstenaars zoals Efrat Zehavi en Raquel van Haver aan het werk. Beya Gille Gacha fabriceert bijvoorbeeld een collectie handen. Want als we elkaars taal niet spreken, stelt zij, zijn we genoodzaakt om met onze handen te spreken.

Behalve kunstwerken en foto’s toont Bakker hoe ook gewone gebruiksvoorwerpen met een emotionele lading, zoals de stoelen die Molukkers bij hun komst kregen en koffers die de reis van en naar Nederland hebben gemaakt, een plek verwerven in het gelaagde verhaal over migratie dat Fenix wil delen. Zijn documentaire wordt daarmee een traditionele making of-film: hoe met vereende kracht, worstelend met tegenslag en weerwerk, een museum uit de grond wordt gestampt. Misschien niet met zoveel grandeur als bij Pijbes’ vorige project, Het Rijksmuseum, maar met evenveel bloed, zweet en tranen.

Immigration Nation

Netflix

Voordat Donald Trump aan het begin van zijn presidentschap de immigratiedienst van tienduizend extra manschappen voorzag en een zero tolerance-beleid afkondigde, richtte The US Immigration and Customs Enforcement (ICE) zich vooral op illegalen met een strafblad. Nu moest de jacht worden geopend op álle mensen zonder verblijfsvergunning in de Verenigde Staten.

Sindsdien kan er bij iemand die al jarenlang in het land van de onbegrensde dromen woont zomaar ineens een geharnast team deportatie-agenten voor de deur staan met een uitzettingsbevel. Hij of zij krijgt dan nog nét de tijd om afscheid te nemen van z’n directe familie en wordt daarna, in de verplichte handboeien, afgevoerd naar een cellencomplex. Van daaruit wordt het gedwongen vertrek naar het land van herkomst, ook als de persoon in kwestie daar in werkelijkheid nooit heeft gewoond, in gang gezet.

En als de ICE-medewerkers tijdens de operatie toevallig andere illegalen aantreffen worden ook die direct ingerekend. Voor deze ‘collaterals’ mogen ze zelfs op een complimentje rekenen van hun directe collega’s. Die krikken de cijfers zo lekker op. ‘De wet is de wet’, dreunt een Homeland Security-functionaris trouw één van de dogma’s van zijn job op in de schrijnende docuserie Immigration Nation (373 min.). Ze zijn tenslotte niet voor niets ‘wetshandhavers’ en ‘doen ook maar gewoon hun werk’.

Zelfs als dat betekent dat ze daarbij ouders en kinderen van elkaar moeten scheiden. Een paardenmiddel dat een afschrikwekkend effect moet hebben en dat regelmatig resulteert in onmenselijke toestanden. ‘Haar moeder is vermoord’, zegt gedetineerde Erin Ramos bijvoorbeeld geëmotioneerd nadat zijn dochtertje elders, op een voor hem onbekende plek, is ondergebracht. ‘Ze zag alles wat er gebeurde. Wat haar moeder overkwam… En het doet pijn dat ik nu niet weet wat er met m’n dochter gebeurt.’

Net als enkele andere illegale ouders bivakkeert Ramos al enkele maanden in een soort niemandsland, waarbij zowel terugkeer naar z’n geboorteland als hereniging met zijn kind uitblijft. Die hardvochtige aanpak zorgt voor gewetensnood bij enkele van de wat meer empathische immigratiemedewerkers, die door Christina Clusiau en Shaul Schwartz in deze zesdelige serie van zeer dichtbij worden gevolgd, blijkbaar met toestemming van hun werkgever.

Anderen, de hardliners, varen wel bij de omstreden nieuwe koers. ‘Er is een bepaalde… ik noem het geen blijheid maar… voldoening in het uitzetten van mensen die hier niet thuishoren’, zegt een deportatie-supervisor zelfs zonder enige gêne. De rechter heeft zijn beslissing genomen. Hijzelf is nu niet meer dan ‘de taxichauffeur die ze van A naar B brengt’. En dat doet de man dus met liefde en plezier. It’s all in a day’s work for ICE-man, zullen we maar zeggen.

In wezen zijn alle casussen in Immigration Nation – of het nu gaat om uitgebuite illegale werkkrachten, de tienduizenden wachtende asielzoekers in de Mexicaanse grensplaats Ciudad Juárez of uitgezette Amerikaanse oorlogsveteranen – pijnlijke varianten op één en hetzelfde thema, dat in deze heftige, soms ook wat fragmentarische miniserie van alle kanten wordt belicht: hoe, waar en waarom begrenzen we elkaar? En wie heeft daarbij de overhand?

Het draait uiteindelijk om gewone mensen in de knel die de gok hebben gewaagd en hun geluk elders zijn gaan beproeven. In een land dat in wezen vrijwel volledig uit immigranten bestaat en dat zich tóch met vrijwel alle middelen te weer stelt tegen hun komst. Dat grimmige en aangrijpende uitgangspunt wordt vertaald in een vlijmscherpe aanklacht tegen de (virtuele) muur die Trump, net als overigens veel van zijn voorgangers, rond Amerika heeft opgetrokken.