Mijn Rembrandt

Jan Six / Cinéart

Taco Dibbits zal toch ook nooit vermoed hebben dat hij, als kunsthistoricus, een heus filmpersonage zou worden. Toch is dit alweer de derde documentaire van Oeke Hoogendijk waarin de huidige directeur van het Rijksmuseum een prominente rol vertolkt.

Nadat hij eerder figureerde in het jarenlange proces dat moest leiden tot een nieuwe locatie voor het Amsterdamse museum (Het Nieuwe Rijksmuseum) en een centrale rol speelde bij de aankoop van een schilderij van Rembrandt (Marten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk) volgt de documentairemaakster Dibbits in Mijn Rembrandt (95 min.) naar Schotland waar de puissant rijke Duke of Buccleuch nog gewoon een authentiek schilderij van Rembrandt van Rijn aan de muur heeft hangen.

Net als in haar eerdere films ontsluit Hoogendijk met gevoel voor stijl, humor en drama een wereld die normaal verborgen blijft voor buitenstaanders. Een subcultuur waarin hertogen, museumdirecteuren, kunsthistorici, handelaren en verzamelaars zich vergapen aan Rembrandts schilderijen en met elkaar bakkeleien of een bepaald werk nu wel of niet van de grote meester is. Met illustere personages als de nét iets te happige kunsthandelaar Jan Six, een aalgladde verzamelaar met echt te veel geld en de bloedserieuze Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering.

Het decor waarin alle intriges zich afspelen voelt inmiddels vertrouwd: van de barokke huizen van de oude adel en werkplaatsen van kunstenaars of restaurateurs tot musea en veilinghuizen waar de kunst naar het publiek wordt gebracht. Deze locaties vormen het toneel voor enorme ambities, groot geld én oprechte passie voor een grote kunstenaar. Want daarin schuilt eveneens de meerwaarde van deze liefdevolle film (waarin de verhaallijn van de Marten & Oopjen-docu deels is geïncorporeerd): Mijn Rembrandt dwingt ook de niet-kenner om héél aandachtig te kijken naar de Hollandse meester.

Houen Zo!

beeldengeluid.nl

‘Hier een hele mooie! De gouwen medaille gewonnen voor voor- en achteruit zwemmen, dat gekke ding’, prijst een marktkoopman de verse vis in zijn hand aan. ‘Twee kwartjes per kilo.’ Verder wordt er in deze klassieke korte documentaire van Herman van der Horst, samen met Bert Haanstra de voornaamste exponent van wat de Hollandse Documentaire School werd genoemd, nauwelijks gesproken. Behalve het spreekwoordelijke ‘Houen Zo!’ (20 min.), de al dan niet geënsceneerde slogan om aan te geven dat de zaak wel snor zit waaraan deze film zijn titel ontleent.

Geluid is er overigens genoeg in deze associatieve documentaire, die in 1953 als beste ‘Film de realité’ werd bekroond op het filmfestival van Cannes. Het geluid van mannen – nauwelijks een vrouw te bekennen in deze film – aan het werk: drilboren, scheepshoorns, heipalen, cementmolens en pikhouwelen. En muziek: het carillon, de harmonie en het draaiorgel, als soundtrack van de jaren vijftig, de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.

Deze straf gefilmde en gemonteerde film werd mede mogelijk gemaakt door het Marshall Plan en brengt de reconstructie van het vernietigde stadscentrum van Rotterdam met veel daadkracht, schwung en beeldrijm in beeld. ‘Wederopbouwcineast’ Van der Horst (1910-1976), volgens dit NRC-artikel ‘de filmische erfgenaam van de landschapschilders uit de zeventiende eeuw’ probeert zo de geest te vangen van een stad die zich niet laat kisten. Houen Zo! is bijna een sublimering van het ‘Geen Woorden Maar Daden’-principe, waarbij werkelijkheid en verbeelding met elkaar aan de haal gaan.

‘Moge de wederopbouw van verwoest Rotterdam een symbool zijn van de herwonnen kracht van geheel Nederland’, laat de ronkende begintekst er al geen misverstand over bestaan. Dit wordt een film met een boodschap, over menselijke kracht en optimisme, die een kleine twintig minuten later culmineert in een bezwerende heiscène; met elke beuk van het heiblok verrijst een nieuw kolossaal gebouw in de havenstad. Daartegen, zo wil Van der Horst maar zeggen, is geen kwaad kruid gewassen!