Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

We Are Fugazi From Washington, D.C.

Fugazi

Als nu één groep het punkprincipe Do It Yourself heeft uitgedragen, dan is ‘t Fugazi (1987-2002). De post-hardcoreband uit Washington D.C. deed z’n eigen management, bracht met Dischord Records zelf platen uit en hield bij optredens een open deurbeleid aan: iedereen die opnames wilde maken was welkom. Met deze fanvideo’s, inclusief de bijbehorende flyers en posters, is een heel aardig bandjesfilm te maken, die op z’n Do It Yourselfs ook daadwerkelijk is gemaakt door Joe Gross, Jeff Krulik en Joseph Pattisall: We Are Fugazi From Washington, D.C. (96 min.).

Tussen opwindende uitvoeringen van publieksfavorieten zoals Song #1, Bulldog Front en Waiting Room door geven zij het woord nu eens niet aan de bandleden, maar aan de filmers van dienst. En die hebben destijds, voor of na een show, ook wel eens een interviewtje gedaan. ‘Als ik bakker was, zou ik brood bakken voor mensen die honger hebben’, vertelt Fugazi- en straight edge-boegbeeld Ian MacKaye dan bijvoorbeeld aan Sean Capone, die destijds z’n eigen queerzine runde. ‘Als ik timmerman was, zou ik huizen bouwen voor daklozen. Als muzikant kan ik mensen ondersteunen die dat soort werk doen.’

Want Fugazi was een band met een uitgesproken links gedachtengoed. Voor een concert werden er soms tekstvellen verspreid onder het publiek, zodat iedereen goed meekreeg wat ze te melden hadden. Uit data die fan Carni Klirs heeft gevisualiseerd blijkt bijvoorbeeld ook hoeveel geld de band heeft opgehaald voor goede doelen. Eerst en vooral is dit echter een verzameling dampende live performances, waarbij de band speelt alsof z’n leven ervan afhangt, er nauwelijks een barrière lijkt te bestaan tussen podium en publiek en iedereen die lomp stagedivet direct tot de orde wordt geroepen.

Fugazi had zonder enige twijfel helemaal binnen kunnen lopen, maar weigerde consequent om compromissen te sluiten. En dus bleef ‘t bij zo’n honderd songs, duizend shows en onvergetelijke herinneren. Aan een tijd dat de wereld, de muziekbusiness en het clubcircuit wel zo overzichtelijk waren. Je deugde – of niet.

Thunderdome Never Dies

Toen zij ‘de jeugd van tegenwoordig’ waren en nergens voor leken te willen deugen – behalve dan voor hersenloos hakken – hadden gabbers waarschijnlijk ook niet kunnen bevroeden dat ze ooit nog eens salonfähig zouden worden. Nadat hun muziek vorig jaar al een prominente plek kreeg in het drieluik 30 Jaar Dutch Dance, is er nu een groots opgezette film over het toonaangevende hardcorefeest Thunderdome.

De filmmakers Vera Holland en Ted Alkemade gebruiken het 25-jarige jubileum in 2017 als rode draad voor Thunderdome Never Dies (83 min.). Dat is tevens een prima gelegenheid om het ontstaan en de ontwikkeling van het Nederlandse feest te reconstrueren met de voornaamste spelers: de oprichters Irfan van Ewijk en Duncan Stutterheim, de deejays die de heftige dancevariant destijds op de kaart zetten en de huidige brand manager Francois Maas, een oudgediende die het Thunderdome-gevoel nog altijd perfect belichaamt.

De nadruk ligt op het pionierswerk van de jonge honden die hun eigen feesten gingen organiseren, niet zozeer op de muziek of de al zo vaak besproken excessen met drugs, geweld of nationalisme. Dit jongensboekverhaal van pure liefhebbers die zich (moeten) ontwikkelen tot ondernemers wordt natuurlijk ondersteund met een karrenvracht aan beelden van strakke, kale koppen in de onvermijdelijke aussies, die collectief helemaal uit hun plaat gaan op basale beukbeats.

Via het aanstekelijke relaas van hun voorhoede zet Thunderdome Never Dies zo de schijnwerper op misschien wel de enige unieke jeugdcultuur die Nederland ooit heeft voortgebracht – en waarbij menigeen, en dat is ook precies de bedoeling, nog altijd horen en zien vergaat.