Hands On A Hardbody

https://handsonahardbodythemovie.com/

De prijs gaat naar ‘the last (wo)man standing’. De 24 Texanen die tot hun eigen blijdschap zijn geselecteerd voor de wedstrijd Hands On A Hardbody (97 min.) gaan naast een speciaal uitgezochte pickup truck staan en leggen één hand erop. Daarna begint de afvalrace. De laatste man of vrouw met zijn ogen en hand(schoen) op de prijs wint de truck, die beschikbaar is gesteld door een handige autodealer uit Longview. Als ie de verplichte drugstest doorstaat, tenminste.

Één van de organisatoren legt de regels in deze klassieke documentaire van S.R. Bindler uit 1997 nog even uit: elk uur krijgen de deelnemers vijf minuten pauze. En na zes uur volgt een break van een kwartier. Tussendoor wacht de strijd met vermoeidheid, verveeldheid en elkaar. Er wordt gekletst, geschaakt en gelezen – al blijkt het nog best lastig om bladzijden om te slaan met handschoenen aan. Er ontstaan vriendschappen, naar verluidt voor het leven. En er wordt gebeden voor een goede afloop.

Want die pickup truck is voor sommige deelnemers aan de editie van 1995 niet zomaar een leuke prijs. Een enkeling heeft ‘m eigenlijk echt nodig, een ander verwacht er wonderen van. ‘I’m going home in a truck’, beweert een deelnemer stellig, die er even later toch de brui aan geeft. Een ander haakt af als hij stemmen begint te horen. Na 48 uur zijn er nog tien deelnemers over, waaronder oud-winnaar Benny Perkins. Hij wil volgens eigen zeggen een nieuw ‘wereldrecord’ vestigen. Dat staat nu op 102 uur.

Perkins neemt het op tegen een bont gezelschap. Janice Curtis bijvoorbeeld, een vrouw met een slecht gebit, die wordt gesteund door haar nogal morsige echtgenoot Don. Hij mist al evenveel tanden. Don beweert dat ie ‘reverse psychology’ bij haar heeft toegepast. Op zijn verzoek heeft de moeder van Janice tegen haar gezegd dat ‘t haar helemaal niet gaat lukken. ‘En toen zei ik: misschien weet je moeder ‘t wel beste en moet je ermee ophouden’, vertelt Don glunderend. ‘Nou weet ik zeker dat ze er niet mee kapt.’

Bindler volgt simpelweg het verloop van Hands On A Hardbody, verrijkt de slijtageslag met toepasselijke bluesmuziek en duwt de deelnemers en hun verwanten zo nu en dan, als een echte sportverslaggever, een microfoon onder de neus voor een Texaanse variant op de verplichte vraag: wat gaat er nu door je heen? Deze wedstrijd vergt duidelijk het uiterste van hen, zowel fysiek als mentaal. En dat allemaal voor een gloednieuwe pickup truck en ‘eeuwige roem’. In een film die onverminderd vermaakt en charmeert.

Regisseur Robert Altman was ten tijde van zijn dood in 2006 niet voor niets bezig met de ontwikkeling van een uiteindelijk nooit gemaakte film, die was gebaseerd op Bindlers documentaire. En in 2011 verscheen er zowaar een musical over deze ‘survival of the fittest’ per pickup truck.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Flying Hands

Limonero Films

Een naam was eigenlijk overbodig. Veel Pakistanen spraken het kind wel aan op z’n beperking. Hee, dove! Dat wilde Aniqa Bano niet laten gebeuren. Toen haar dochtertje vijf maanden oud was, ontdekte de hoogopgeleide vrouw uit Skardu, een district in de afgelegen regio Baltistan, dat haar kind ernstige gehoorproblemen had. Aniqa wist één ding zeker. Dit kind zou wél bij haar naam genoemd worden: Narjis Khatoon. Inmiddels is dat kleine meisje uitgegroeid tot een zelfbewuste jonge vrouw, die gerust het dagboek mag inzien dat haar moeder in de tussenliggende jaren bijhield.

Samen praten ze ook over die tijd in de documentaire Flying Hands (78 min.). Over hoe een tante bijvoorbeeld tegen Aniqa zei: Allah heeft Narjis bewust doof gemaakt, zodat ze het huishouden kan doen terwijl jij aan het werk bent. Dat was tegen het zere been. Hoewel zij zich geen cochleair implantaat voor hun dochter konden veroorloven, zagen Aniqa en haar trouwe echtgenoot Afzal wel een andere uitweg: een dovenschool. Ze realiseerden zich al snel dat zij dan zelf ook gebarentaal moesten leren. Inmiddels runnen ze hun eigen opleiding: de, jawel, Narjis Khatoon Hearing Impairment School.

In deze gestileerde film kijken Marta Gómez en Paula Iglesias mee bij de pogingen van het gedreven echtpaar om ook de andere ouders van de ongeveer vierhonderd dove kinderen in Baltistan te bewegen om hun kind naar school te sturen. Daarbij stuiten ze regelmatig op onbegrip en schaamte. ‘Ze kunnen niet horen, dus waarom zou ik ze een educatie geven?’ zegt de moeder van dove dochters van tien en zes, die het ouderlijk huis nauwelijks uitkomen, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek. En wat kost dat dan? willen andere ouders bij een huisbezoek weten. Ze hebben geen cent te makken.

Tegelijk tonen Gómez en Iglesias de gang van zaken op die school, waar geïsoleerd opgegroeide kinderen via elkaar zichzelf leren kennen en waarderen. Ze vervatten dit in poëtische en theatrale beelden, die het bijzondere karakter benadrukken van wat er zich tussen die schoolmuren voltrekt. Met een gemanipuleerd geluidsdecor proberen ze er bovendien zo nu en dan echt een immersieve ervaring van te maken, zodat de kijker even kan ervaren hoe ’t is om niets te horen en buiten het reguliere leven te staan. In dat leven gelden in Pakistan voor meisjes overigens ook nog andere beperkingen.

En die melden zich in deze boeiende film als de leerlingen van de Narjis Khatoon Hearing Impairment School willen meedoen aan een sporttoernooi in de grote stad Lahore.