Wrong Time Wrong Place

Cobos Films

Het plan waarmee documentairemaker John Appel al een tijd rondloopt, krijgt op 22 juli 2011 ineens zijn ‘inciting incident’. Hij wil een film maken over hoe leven zonder risico feitelijk onmogelijk is. Ons bestaan wordt bepaald door toeval – ook al leven we daar helemaal niet naar. Geheel in stijl wacht Appel geduldig op een geschikte aanleiding om zijn plan ten uitvoer te brengen. Een flinke kettingbotsing misschien?

En dan pleegt de Noorse extremist Anders Breivik op die vrijdag in juli eerst een bomaanslag in Oslo en vertrekt hij vervolgens naar het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Arbeiderspartij een zomerkamp organiseert. Als een moordmachine houdt Breivik daar huis. Hij maakt op deze ene fatale dag in totaal 77 dodelijke slachtoffers en werpt zich zo op als de meest verafschuwde terrorist van de westerse wereld.

John Appel – zoon van een onvervalste gokker, The Player – is echter niet op zoek naar het wezen van het monster Breivik, die in zijn film nooit bij naam wordt genoemd. Te midden van alle journalisten die zich direct naar het Noorse drama spoeden wil hij zijn oorspronkelijke idee over toeval gaan uitwerken. De Nederlandse filmmaker moet uiteindelijk praten als brugman om toegang te krijgen tot overlevenden en nabestaanden van de aanslag.

In Wrong Time Wrong Place (80 min.), de openingsfilm van het International Documentary Festival Amsterdam van 2012, spreekt hij bijvoorbeeld met de ouders van de jonge Georgische vrouw Tamta, die door haar vriendin Natia is overgehaald om mee naar het Noorse zomerkamp te gaan. Natia gaat de dag voor de aanslag zwemmen en kent daardoor een plek bij het water om zich te verbergen voor de schutter, die al talloze slachtoffers heeft gemaakt.

‘Als ze had kunnen zwemmen, had ze ‘t misschien overleefd’, constateert Tamta’s moeder triest. Want haar dochter heeft altijd geweigerd om zwemles te nemen en mijdt water. Zij wordt het laatste dodelijke slachtoffer op Utøya. Tamta’s moeder gelooft niet in toeval: het moest zo zijn. ‘Zonder dit ongeluk was Tamta ergens anders aan doodgegaan’, zegt ze. Haar echtgenoot reageert fel: ‘Zonder die moordenaar had niets anders mijn dochter kunnen doden.’

Verder spreekt Appel enkele jonge mensen die zich op Utøya in een WC-hokje verstoppen. ‘We dachten dat hij door de deur zou schieten en iedereen zou doden die binnen was’, herinnert de Noorse tiener Håkon zich. Het Koerdische meisje Hajin richt zich daar tot Allah. Ze kan het gebed moeiteloos terughalen. De Oegandese vluchtelinge Ritah vertelt hen dat ze twee maanden zwanger is en een miskraam vreest. Ze noemt het kind Michaël, hij wordt haar beschermengel.

Stuk voor stuk ervaren zij hoe ’t is om een speelbal van (ogenschijnlijk) toevallige gebeurtenissen te zijn. In het geval van Harald lijkt de bliksem zelfs tweemaal op dezelfde plek te zijn ingeslagen. Eerst verliest de Noorse ambtenaar zijn zoon Yngve bij een basejump-ongeluk. Daarna overleeft hij zelf ternauwernood Breiviks bomaanslag in Oslo, omdat hij toevallig even niet op zijn plek zit op kantoor. Harald raakt wel vrijwel zijn volledige gezichtsvermogen kwijt.

Het leven is, betoogt Appel via mensen zoals hij in deze indringende en bespiegelende film, een aaneenschakeling van toevalligheden. Elke dag kan een ‘point of no return’ worden, waarop het bestaan zomaar een andere wending neemt. En wij, eenvoudige stervelingen, zijn dan als plastic zakjes die worden meegenomen door de wind – op weg naar God weet waar. Naar een goede plaats, goede tijd, hopelijk.

Ruthless Times – Songs Of Care

Human

Het is een bijzonder koor en dat is ‘t. De leden hebben hun blauwe werkkleding aan, staan netjes gegroepeerd in een non-descripte gang van een willekeurig zorgcentrum en kijken voor Ruthless Times – Songs Of Care (92 min.) recht in de camera. ‘Ik ben er regelmatig getuige van geweest dat er fouten werden gemaakt met medicatie’, zingt de groep verpleegkundigen bijvoorbeeld. ‘We mochten niet tegen de familie vertellen dat we onderbezet waren.’ Achter hen hangt, nét niet scherp, een klok. Die tegenwoordig de godganse dag aangeeft hoeveel tijd ze nog hebben, volgens het zorgsysteem.

En terwijl zij nog ‘ik ben doodmoe’ zingen, baant een zorgrobot zich een weg door een soortgelijke gang, op zoek naar klusjes om te klaren. Hij/zij is onderdeel van het Kustis Goes Digi-project, dat in het kader van ‘slimme oplossingen’ wordt ingezet in het Kustaankartano-verzorgingshuis te Helsinki. Elders videobelt een zorgmedewerker van het ’virtuele service centrum’, dat tussendoor ook nog zomaar als helpdesk van een willekeurige multinational zou kunnen fungeren, regelmatig in naar ouderen, om ze aan te sporen om vooral goed te eten en ook hun medicatie niet te vergeten of ‘samen’ enkele lichamelijke oefeningen te doen.

Het is moderne ouderenzorg, geavanceerd en scherp aan de prijs, waarmee de vergrijzing het hoofd moet worden geboden. Enkele ouderen in Kaavi, een kleine gemeenschap in Oost-Finland, hebben er desondanks weinig vertrouwen in. Als de gemeente in zee gaat met een private zorgaanbieder, spreken zij hun zorg uit over deze ‘gezichtsloze organisatie’, die bovendien een monopoliepositie heeft verworven. Dat doen ook zij veelal zingend. In weelderige nordic folk-composities die Anna-Mari Kähärä speciaal voor deze musicaldocu van Susanna Helke heeft geschreven, gebaseerd op anonieme mails die verpleegkundigen aan hun zorgmanagers stuurden.

De composities, in werkelijkheid ingezongen door het vrouwenkoor Philomela, fungeren als karkas voor een fikse aanklacht tegen de moderne gezondheidszorg, waarbij steeds minder mensen steeds meer patiënten moeten verzorgen en de techniek dan maar voor niets moet staan. Als contrast laat Helke verpleegkundige Tiina Mollberg zien. Terwijl zij rustig de tijd neemt voor de aan haar toevertrouwde ouderen, vertelt ze hoe ‘t bij een vorige werkgever helemaal spaak liep met die technocratische benadering. Zij belichaamt de menselijke zorg voor ouderen. Zoals hoogleraar Marja Vaarama de verpersoonlijking wordt van zorgen over de verzakelijking van die zorg.

Via de verschillende verhaallijnen zet Susanna Helke het contrast tussen wat we voor het gemak maar ouderwetse en nieuwerwetse zorg zullen noemen dik in de verf. En dat geheel krijgt dan nog eens een flinke vernislaag met straf geënsceneerde muziekscènes. Die tillen Ruthless Times naar aanzienlijke hoogte op en maken van deze activistische documentaire een onweerstaanbaar pleidooi voor menselijke zorg, waarover tegelijkertijd met een gerust hart kan worden gezegd: het is een bijzondere film en dat is ‘t.