One In A Million

Jack MacInnes / KEO Films

Als Itab Azzam en Jack MacInnes in 2015 het elfjarige Syrische meisje Israa ontmoeten, is zij al enige tijd van huis. Vanuit Aleppo is Israa met haar familie naar de Turkse stad Izmir gevlucht. Van daaruit wil het gezin nu, in de rubberboot van een smokkelaar, de Middellandse Zee oversteken naar Europa.

Nadat vader Tarek ervoor heeft gezorgd dat al z’n kinderen een zwemvest aanhebben, kunnen ze vertrekken. ‘Samen leven of sterven.’ Hij heeft zijn falafel- en shoarmastand in Aleppo verlaten om zijn kinderen een (betere) toekomst te bieden en kan dan niet vermoeden wat hen in de komende tien jaar nog te wachten staat. Tarek drukt Azzam, die zelf afkomstig is uit Syrië, en haar Britse collega MacInnes wel op het hart: ‘Als er iets slechts met ons gebeurt, moeten jullie ons verhaal vertellen.’

One In A Million (102 min.) begint als Israa in 2025 terugkeert in haar volledig verwoeste geboortestad. Kom je op bezoek of wil je blijven? vraagt een taxichauffeur haar dan. Het antwoord moet ze hem schuldig blijven. Als jonge Syrische vrouw vraagt ze zich wel af: ben ik een buitenlander geworden? De ‘wie ben ik?’-vraag houdt haar vaker bezig. Als ze tien jaar eerder in Oostenrijk ‘een trein vol vreemdelingen’ ziet, bijvoorbeeld, en zich dan pas realiseert: hier ben ik de vreemdeling.

Na een lange reis bereikt het Syrische gezin Duitsland. Daar beginnen de uitdagingen voor Israa’s familie pas echt. Eerst juicht vader Tarek de westerse vrijheden nog toe, later moet hij hoofdschuddend aanzien hoe die zijn vrouw Nisreen en hun kinderen grondig veranderen. Totdat hij zich, als een traditionele pater familias, genoodzaakt voelt om de familie-eer te bewaken. Azzam en MacInnes leggen dit pijnlijke proces van binnenuit vast, met oog voor alle betrokkenen.

Want ook Israa heeft zich, als de puberteit eenmaal achter de rug is, te verhouden tot haar nieuwe leefomgeving: wil ze gewoon een westerse tiener worden? Of wil ze de traditie waarbinnen ze is opgegroeid recht aan doen? Haar ontmoeting met Mohammed, een charmante jongen die eveneens is gevlucht uit Syrië, dwingt ook haar om positie te kiezen in deze intieme film en te bepalen hoe – en, nadat de Syrische dictator Assad eind 2024 is afgezet, ook wáár – ze verder wil met haar leven.

Volgt Israa het voorbeeld van haar moeder? En wat betekent dit dan voor de relatie met haar vader?

The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga

Netflix

‘Nu wordt alles duidelijk’, concludeert Kevin Curtis. ‘Denk erover na: Steve Holland, volksvertegenwoordiger, directeur van een uitvaartcentrum, orgaanoogsten, lijken…’ In het hoofd van Curtis worden ineens allerlei verbanden gelegd. De Elvis-imitator uit Tupelo, de geboorteplaats van ‘The King of rock & roll’, is al enige tijd bevangen door een complottheorie over de handel in lichaamsdelen op de zwarte markt en weet ‘t nu zeker: Holland, volksvertegenwoordiger in de Amerikaanse staat Mississippi, maakt zich daaraan schuldig en wordt door alles en iedereen in de rug gedekt.

Het zaadje voor deze steeds ingewikkeldere samenzweringstheorie is in Curtis’ hoofd geplant tijdens zijn werk als schoonmaker in het North Mississippi Medical Center. In het mortuarium van dat ziekenhuis zou hij in een vriezer het afgehakte hoofd hebben gevonden van een patiënt die twee dagen eerder nog gewoon in leven was. Kort daarna werd ‘KC’ ontslagen omdat hij zich op verboden terrein had begeven en begon hij via allerlei websites wilde complottheorieën over ‘orgaanoogsten’ te verspreiden. En zo dreef hij dan weer een wig tussen hemzelf en zijn broer, de verzekeringsagent Jack Curtis, met wie hij al enige tijd een act had als het Elvis-imitatieduo Double Trouble.

Volgt u ‘t nog? Ja, tis wel opletten geblazen in The Kings Of Tupelo: A Southern Crime Saga (193 min.), een driedelige serie van Chapman Way en Maclain Way (Wild Wild Country en de Untold-serie) over de doldwaze lotgevallen van de ‘crazy Southerner’ Kevin Curtis, die na ledematenhandel ook complotten rond ‘chem trails’, 9/11 én zijn eigen vervolging ontdekt. Hij duikt van het ene in het andere konijnenhol en wordt alsmaar meer paranoïde. Ten einde raad zou hij in 2013 vervolgens brieven hebben gestuurd aan een assistent-aanklager in Mississippi, rechter Sadie ‘moeder van Steve’ Holland, de Republikeinse senator Wicker en president ‘Barack Hussein Obama’. De enveloppen bevatten het dodelijke gif ricine.

‘I am KC and I approve this message’, stond er onder de bijbehorende dreigbrieven. Hoe heeft ’t zover kunnen komen? Dat is ook de vraag die deze miniserie probeert te beantwoorden. De gebroeders Way kiezen ervoor om deze kwestie met veel humor aan te vliegen, de sowieso al kleurrijke personages nog eens extra dik aan te zetten en Curtis zelf alle ruimte te geven. Samen met een volvette soundtrack, illustratieve tekeningen en een slicke verhaalopbouw zorgt dit voor een bijna campy vertelling, waarbinnen de ernst van ‘s mans mentale problemen en zijn afdaling in steeds uitzinnigere complotten vooral voer zijn voor verbazing en vermaak – niet voor serieuze ongerustheid. The Kings Of Tupelo maakt er liever een gimmick van dan een invoelbaar persoonlijk verhaal.

En dan – aflevering 3 van deze kluchtige serie is al begonnen – steekt er met de introductie van een ander larger than life-personage, J. Everett Dutschke, nog een andere vraag de kop op: is Kevin Curtis eigenlijk wel de (enige) afzender van die dodelijke brieven?