Life Is Beautiful

IDFA

Het zou een culturele uitwisseling worden van een maand. De jonge Palestijnse filmmaker Mohamed Jabaly wordt in 2014 met open armen ontvangen door een gastgezin in de Noorse zustergemeente Tromsø. Dan gaat echter onverwacht en voor onbepaalde tijd de grens naar Gaza dicht en zit hij vast in een kleine gemeenschap boven de poolcirkel. De Noorse regering wil bovendien zijn Palestijnse paspoort niet erkennen. Jabaly wordt beschouwd als ’statenloos’.

En daarmee komt in de aardige egodocu Life Is Beautiful (originele titel: Al Haya Helwa, 86 min.) een lang en slopend bureaucratisch proces op gang. Want terwijl zijn debuutfilm Ambulance, afgerond in Tromsø, is te zien op alle internationale filmfestivals, wordt hij als autodidact door de Noorse autoriteiten niet erkend als filmmaker. Mohamed Jabaly komt dus ook niet in aanmerking voor een nieuw visum en wordt geacht om het land weer te verlaten.

Hoewel de goedlachse Palestijn alle steun krijgt van de plaatselijke gemeenschap lijkt het verdict, na diverse slepende beroepszaken, eind 2016 wel duidelijk: hij zal nog vóór Kerstmis moeten vertrekken. Maar waar moet hij heen? De situatie lijdt tot een steunbetuiging vanuit de Scandinavische filmwereld: ‘Mohamed is mijn collega.’ Deze docu heeft een soortgelijk effect: het is moeilijk om niet te sympathiseren met de Palestijnse filmer die zich in korte tijd geliefd heeft gemaakt.

Intussen zit Mohamed jarenlang vast in een soort niemandsland, tussen de winterse taferelen van Noord-Noorwegen, waar hij zich welkom voelt maar niet mag blijven, en Gaza, waar hij thuis is maar al jaren niet naartoe kan. Die patstelling krijgt gaandeweg steeds meer vat op zijn gemoed. Elke keer valt er weer, voor het oog van de camera, een nieuwe beslissing op de digitale deurmat. Waarop hij samen met zijn medestanders en de moed der wanhoop dan weer moet anticiperen.

Mohamed Jahaby’s situatie lijkt tevens exemplarisch voor de benarde positie van zijn volk, dat al decennia in de verdrukking zit en zich door de actuele politieke situatie in Gaza weer even in de belangstelling van de rest van de wereld mag verheugen. Het leven is mooi, de optimistische titel van deze documentaire waarmee de Palestijnse filmer op het IDFA de prijs voor beste regie won, valt ondertussen alsmaar moeilijker vol te houden. Waar dan? En hoe valt het tij te keren?

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.

Western Arabs

‘Met deze film hoopte ik mijn vader beter te leren kennen’, stelt de Deens-Palestijnse filmmaker Omar Shargawi halverwege Western Arabs (77 min.). ‘Dichter bij hem te komen. Hem te raken in zijn ziel.’ Even daarvoor lijkt de explosieve relatie met zijn vader Munir, waarin het al gedurig heeft gerommeld en geknetterd, echter definitief op de klippen te zijn gelopen. ‘Je hebt nooit iets om ons gegeven’, voegde Omar hem via de telefoon toe. Waarna zijn ‘Babba’ had geantwoord: ‘Je moet me maar gewoon vergeten.’ En de hoorn op de haak had gesmeten.

Over en uit, zo oogde het. Dit zou nooit meer goed komen. Misschien leken vader en zoon, ondanks de generatiekloof die hen verscheurde en de verschillende werelden waarin ze opgroeiden, stiekem wel te veel op elkaar. Tegelijkertijd: dit is een film. En we moeten nog zo’n drie kwartier. Omar en Babba, één van de eerste Palestijnen die vanuit Gaza naar Denemarken vluchtte, zullen elkaar in deze broeierige egodocu op de één of andere manier moeten vinden. Koste wat het kost. Intussen vraagt Omar zich af hoe hij de relatie met zijn eigen dochter Amina wél gezond kan houden.

Wees gerust, dit is geen Hollywood-film. Verre van dat, zelfs. Over deze vader-zoon relatie wordt geen suikerlaagje gestrooid. Zelfs niet aan het eind, als Omar inmiddels al twaalf jaar in de familiekring filmt. Het beeld is rudimentair, de toon bikkelhard. De verhouding ouder-kind wordt tot aan de kern afgepeld met hoog oplopende ruzies, slepende conflicten en een enkel moment van wederzijds begrip. Wat rest zijn twee uiterst temperamentvolle mannen, die gevangen zitten tussen twee culturen, erdoor vermorzeld worden bijna. En hun woede koelen op elkaar – en daardoor op zichzelf.

Western Arabs is geen prettige kijkervaring. En dat was vast ook de bedoeling. De explosieve relatie tussen de vluchteling Munir en zijn zoon, die met typische tweede generatie-problematiek kampt, is vervat in een grimmige, zelfs wat exhibitionistische film, die van binnenuit optekent hoe een familie kan imploderen door een nog altijd verder etterend verleden.