Mysteriepakken

A5 Film / DR Sales

Al 22 jaar wordt er met kerst een pakketje bezorgd bij het oudere echtpaar Arne en Inge Sandnes in Valldal, in het uiterste noorden van Noorwegen. Er zitten geschenken in voor de gehele familie. Met een handgeschreven briefje erbij: prettig kersfeest vanuit Arendal. Wie de gulle gever is, is na al die jaren nog altijd niet duidelijk. Veel meer dan dat hij of zij de pakketjes op de post doet in Arendal, helemaal in het zuiden van Noorwegen, weet de familie niet.

Dat is dus een mooie opdracht voor de kleinkinderen Edle (9) en Brage (6). Als rechtgeaarde kinderdetectives gaan zij direct enthousiast aan het werk. Ze overleggen voortdurend met elkaar via walkie talkies, ondervragen ‘verdachten’ in de familie en vriendenkring en proberen verder bewijsmateriaal, zoals vingerafdrukken op het Mysteriepakken (internationale titel: The Mystery Package, 75 min.), veilig te stellen. Deze kerst moet het raadsel echt worden opgelost!

En hun moeder Silje Evensmo Jacobsen, die enkele jaren geleden met A New Kind Of Wilderness (2024) een fraaie en ingetogen documentaire over verlies en rouw maakte, sluit aan bij de doldwaze queeste van Edle en Brage en legt hun speelse onderzoek met zichtbaar plezier vast. Daarbij helpt ze de kinderen – en de waarheid – zo nu en dan ook wel eens een handje, in deze Linus-achtige documentaire die aanvoelt als een hartveroverende jeugdfilm.

Die pakketjes begonnen overigens te komen na een tragische gebeurtenis in de familie: de zelfdoding van hun oom Hans Petter, de oudere broer van vader Magnus. Zit daar misschien een aanknopingspunt voor de nijvere speurders? Alle familieleden, inclusief de aanhang, laten zich in elk geval graag voor hun karretje spannen in deze verrukkelijke combinatie van whodunnit en familiedocu, die op een luchtige manier een zwaar thema toegankelijk maakt.

Een ideale film, kortom, voor de winterse dagen. Een kerstdocu, zogezegd.

Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem

Ça Tourne Productions

Hij rommelt wat aan in en rond zijn zomerhuis in Caraquet, ontvangt er nieuwe en oude vrienden en probeert vooral in leven te blijven. De befaamde Canadese keramist Léopold Foulem slikt inmiddels zo’n vijftien pillen per dag, om de diabetes in toom te houden en z’n hartproblemen te bezweren. Zijn echtgenoot Richard en zus Marie-Paule fungeren daarbij als zijn linker- en rechterhand. Richard bedient de oven en maakt de foto’s van Léopolds werk. Marie-Paule, opgeleid als verpleegster, verzorgt haar broer en ondersteunt hem in de huishouding.

En nu heeft een dorpsgenoot, Renée Blanchar, het plan opgevat om een portret te maken van de vermaarde kunstenaar. Ze kwam vroeger als klein meisje al in Léopolds cadeaushop Le Royaume Du Cadeau. Voor haar was de winkel, vertelt ze geëmotioneerd aan hem, een eerste venster op wat de wereld verder nog te bieden had. ‘Het was alsof ik Ali Baba’s grot binnenging. Ik zag dingen die ik nog nooit eerder had gezien.’ En achter de toonbank stond een flamboyante jonge man zoals ze die nog niet eerder had gezien. Door hem, weet ze nu, is ze zelf later filmmaker geworden.

Haar film heeft dan allang het karakter aangenomen van een Lettre D’Amour À Léopold L. Foulem (52 min.). Geen gewone keramist overigens, maar een conceptuele keramist. Hij maakt geen decoraties, maar interpretaties van decoraties. ‘Het lijkt misschien een object’, vertelt Foulem aan galeriehouder John Leroux, die bij hem op bezoek komt. ‘Maar is in feite een abstractie ervan. Het object heeft z’n functie verloren.’ Dit misverstand wordt ook in de hand gewerkt door het materiaal waarmee Foulem werkt, keramiek. Daardoor lijkt het al snel alsof hij simpelweg gebruiksvoorwerpen maakt.

Iemand die beter kijkt, zoals Blanchar met haar camera, ziet echter de ideeënrijkdom, de grotere verhalen en de kleine details over pak ‘m beet religie, macht en seksualiteit. Beelden waarmee hij niet alleen haar raakt. ‘Lieve Léopold’, besluit zij dit kleine en huiselijke portret, als de keramist voor de rest van het jaar naar zijn andere huis in Montréal vertrekt, met een persoonlijke voice-over. ‘Je hebt mijn verbeelding verrijkt. Je voedde mijn eerste intuïtie over het bestaan van een wereld waarin je jezelf kunt uitvinden en kunt creëren op je eigen manier.’

Hockney: I Love View

Amstelfilm

Twee mannen in een auto, op weg naar Normandië. Pratend over kunst, David Hockney in het bijzonder. Regisseur, schrijver en acteur Gerard Jan Rijnders en schilder Pieter Athmer zijn op weg naar Athmers grote held Hockney.

Enige tijd geleden besloot hij de Britse kunstenaar ook al op te zoeken en hem een persoonlijk schilderij te overhandigen. Toen Hockney niet thuis bleek te zijn, heeft Pieter Athmer dat letterlijk over de schutting getild en op diens terrein achtergelaten. Als hij ’t niks vond, schreef de Nederlander erbij, mocht hij het kunstwerk in ‘een speciale cadeauverbrandingsoven’ doen. Die toenaderingspoging is niet verkeerd gevallen.

En dus zijn Athmer en Rijnders, inmiddels bijna dertig jaar bevriend, nu opnieuw onderweg naar Frankrijk. Onderweg zijn ze permanent in gesprek met elkaar. Over de levende legende Hockney, zijn unieke perspectief, baanbrekende werk en opvallende ontdekkingen en hun eigen verhouding daartoe. Hockney: I Love View (70 min.) is de weerslag daarvan: een gesprek op niveau tussen twee heren, vastgelegd met camera’s vanuit de auto.

Het duurt even voordat Rijnders daarbij meer wordt dan geïnteresseerde toehoorder bij de bespiegelingen van zijn vriend. Halverwege, nét voor ze een poging gaan wagen om een, jawel, cadeauverbrandingsoven af te leveren bij David Hockney, zet deze door henzelf geregisseerde documentaire een stap terug in de tijd, naar hun gezamenlijke theaterverleden bij Toneelgroep Amsterdam, waarmee Rijnders furore maakte als artistiek leider.

Zo wordt hun onderlinge relatie, en de rol van Gerard Jan Rijnders daarbinnen, verder uitgediept en nadert deze sympathieke roadmovie, die teven dienst doet als ode aan één van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars, zijn onvermijdelijke apotheose: hoeveel perspectief heeft dit spontane plan van twee volwassen jongens en hun hondje Fien? En kan David Hockney hun geste dan waarderen – als hij zijn deur al voor hen opendoet?