Het Wonder Van Le Petit Prince

De Kleine Prins werd een vriend voor het leven. Nadat haar zus Pirkko verdronk, was Kerttu Vuolab uit Samiland als dertienjarig meisje naar een kostschool in Ivalo gestuurd. De taal waarmee ze in het afgelegen Vuovdaguoika opgroeide, Sami, werd daar niet gesproken. Ze moest en zou Fins leren. ‘Het voelde alsof iemand mijn keel had doorgesneden’, zegt Kerttu nu. ‘Mij werd de mond gesnoerd nog voordat ik iets had gezegd.’

Toen ontdekte ze het boek Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry. ‘Het bood me vriendschap en troost.’ Het was alsof Kerttu via de woorden van de Sain-Exupéry met zichzelf kon praten en zich kon laven aan de inherente wijsheid ervan. Met een eigen vertaling van het boek, in de taal van de hooglanden van Samiland, zou ze er later bovendien haar bedreigde taal en cultuur mee revitaliseren.

Na de Bijbel is Le Petit Prince het meest vertaalde boek ter wereld. De klassieker is inmiddels in meer dan 375 talen uitgebracht. In Het Wonder Van Le Petit Prince (88 min.) portretteert Marjoleine Boonstra vertalers uit alle windstreken. Zij vervatten het moderne sprookje in zieltogende talen als Nawat of Tamazight, die in respectievelijk El Salvador en de Sahara worden gesproken en ernstig in hun voortbestaan worden bedreigd.

Boonstra geeft haar hoofdpersonen alle ruimte in deze bespiegelende film. Ze laat hen kalm – of traag, afhankelijk van je kijktempo – hun eigen verhaal doen. Van een veelbewogen persoonlijk leven, hun cultuur die vertrapt of ondergesneeuwd dreigt te worden en dat ene boek van De Saint-Exupéry, waaruit ze ook liefdevol, in hun eigen taal natuurlijk, voorlezen. Omdat de wereld, zo lijkt deze verstilde documentaire te betogen, gebaat is en blijft bij ‘culturele en taalkundige diversiteit’.

Spiegeldromen

De Familie

Ze durven groot te dromen. De een wil miljonair worden, een ander professioneel vuurwerkafsteker. Anderen zoeken het dichter bij huis: in een supermarkt, bij de plaatselijke bouwmarkt of in het boerenbedrijf. Tegelijkertijd kijken de jongeren letterlijk in de spiegel. En documentairemaakster Marjoleine Boonstra kijkt mee en stelt intussen oprecht geïnteresseerd vragen.

De jongeren die aan het woord komen in Spiegeldromen (50 min.) zijn afkomstig van het praktijkonderwijs. Het VMBO bleek vanwege allerlei verschillende redenen te hoog gegrepen voor hen. De afgelopen jaren hebben ze aan praktische vaardigheden en hun zelfvertrouwen gewerkt. Nu staan ze op het punt om de wijde wereld in te trekken. Zonder diploma, dat wel.

In deze film spreken ze heel openhartig over zichzelf en hun leven. Over hun fijnste vakantie of hun favoriete muziek, maar ook over hun leerproblemen, woedeaanvallen en depressies. Die gesprekken vormen het hart van deze interviewdocumentaire, waarin ook hun (soms te) betrokken docenten, enkele stagebegeleiders en een ouder aan het woord komen en tevens de praktijkgerichte lessen in beeld worden gebracht.

Iedereen loopt in zijn leven deuken en schrammen op, legt één van de leerkrachten uit tijdens een les. Ze laat haar leerlingen een papier verfrommelen en vervolgens weer gladstrijken. De kreukels blijf je altijd zien, wil ze maar zeggen, maar je kunt ze ook weer redelijk wegwerken. En dat lijkt precies wat ze binnen het praktijkonderwijs proberen te doen – en wat ook deze treffende documentaire lijkt te beogen. Als de aftiteling loopt, echoën de allerlaatste woorden nog na: geef ze een kans…