Germaine Acogny – The Essence Of Dance

AVROTROS

‘Zweet is nooit verspild’, zegt Germaine Acogny overtuigd. ‘En ook al hebben we veel moeilijkheden moeten overwinnen, dat zweet is niet voor niets geweest.’ In Senegal runt de inmiddels hoogbejaarde ‘koningin van de hedendaagse Afrikaanse dans’ samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt een eigen dansschool, l’École des Sables. Het is steeds weer een heel gedoe om alles geregeld te krijgen voor die school en de zoektocht naar geld lijkt nooit op te houden, stelt ze, maar met haar eigen opleiding kan ze er wel voor zorgen dat de ‘Acogny-techniek’, haar geheel eigen vermenging van traditionele West-Afrikaanse en moderne westerse dans, nooit verloren gaat.

In Germaine Acogny – The Essence Of Dance (88 min.) portretteert Greta-Marie Becker de gelauwerde danser en choreograaf, die nadat ze in haar jonge jaren klassieke dans studeerde in Parijs een geheel eigen plek wist te verwerven in de internationale danswereld – een wereld die niet per definitie op haar zat te wachten. Deze film is doorsneden met dampende dansscènes en hoogtepunten uit haar lange loopbaan, zoals die ene avond in 2021, waarop Acogny tijdens de Biënnale van Venetië een Gouden Leeuw voor dans krijgt overhandigd. ‘Haar unieke stem verhaalt niet alleen over haar eigen ervaringen’, ronkt de jury, ‘maar reikt en resoneert véél verder.’

In deze ene krachtige vrouw komen liefde voor dans, vrijheid en een eigen culturele identiteit samen. Acogny durft zich ook uit te spreken. Over kolonialisme, voor vrouwenrechten en tegen seksueel geweld. Op haar eigen school spoort ze dansers uit alle windstreken intussen aan om vooral hun eigen stem te ontdekken. ‘De borst is de zon’, vertelt de mater familias, terwijl ze de Acogny-techniek aan een nieuwe generatie doceert. De billen zijn de maan, legt ze uit. En het schaambeen vormt de sterren. ‘We hebben dus een minikosmos in ons lichaam.’ Waarna ze het geleerde, onder haar bezielende leiding en opgestuwd door trommels, in de praktijk brengen.

Dans wordt zo een collectieve vorm van vrijheidsbeleving – een bevrijding van al wat ooit was, met tegelijk daarin opgesloten de belofte van wat nog komen kan. Zowel een kunstvorm als een idee om door te geven, de laatste opdracht die Germaine Acogny zichzelf lijkt te hebben gegeven.

Novak Djokovic: The Wolf In Winter

Prime Video

Ook de gouden medaille op de Olympische Spelen van 2024 heeft de honger niet kunnen stillen. Begin 2025 maakt Novak Djokovic, de succesvolste tennisser aller tijden, zich op voor zijn 25e Grand Slam-titel. Stoppen wordt voor de ‘wolf’, het nationale dier van zijn land Servië, pas een optie als zijn lichaam écht niet meer wil – of als de jonkies hem structureel alle hoeken van de baan laten zien.

Echt populair is Djokovic nooit geworden. Hij werd beschouwd als een soort spelbreker, de man die zich ongevraagd begon te bemoeien met de verheven tweestrijd tussen de iconen Roger Federer en Rafael Nadal, het duo dat jarenlang de dienst uitmaakte in de tenniswereld. Een uitdager die zich bovendien niet wist te gedragen. Als een vulkaan kon de Serviër uitbarsten. Hij koelde die woede dan op z’n rackets.

Zijn schurkenimago heeft natuurlijk ook een plek gekregen in de documentaire Novak Djokovic: The Wolf In Winter (93 min.). Djokovic en zijn vrouw Jelena, ouders Srdan en Dijana en broers Marko en Djordje verbinden dit met zijn Servische inborst. Als alles tegenzit en iedereen tegen je lijkt te zijn, vallen Serviërs terug op ‘inat’, een soort innerlijke koppigheid waarmee ze hun eigen gelijk willen aantonen.

Regisseur Jason Hehir benadrukt daarbij ook de invloed van de Joegoslavische burgeroorlog. De kleine Novak, die als kind onbedaarlijk kon huilen als hij eens verloor, groeide op toen de NAVO bommen dropte op Servië. Demonstranten begonnen destijds met ‘target’ op hun borst rond te lopen. Hen konden ze misschien doden, was de boodschap, maar hun geest zouden ze er nooit onder krijgen.

Die rebelse houding kenmerkt ook Djokovic, getuige bijvoorbeeld een hoogopgelopen kwestie rond de Australian Open in 2022. Toen het Coronavirus in de hele wereld huishield, wilde de recordwinnaar ongevaccineerd deelnemen. ‘Ik kwam op voor mijn recht’, zegt hij er ruim vier jaar later over. ‘Voor de bescherming van mijn integriteit en wat ik denk dat het beste is voor mijn lichaam. Dat is alles.’

In Melbourne wil de routinier nu, als ‘een leeuw in de winter’ aldus journalist Howard Bryant, voor de elfde keer winnen en dus zijn 25e Grand Slam binnenhalen, het hart van de tweede helft van deze overtuigende sportdocu. Dit gaat, zoals waarschijnlijk bij alle grote kampioenen, gepaard met elementaire twijfel. ‘Hoe lang nog?’ vraagt Novak Djokovic zich af. ‘Waarom doe ik mezelf en mijn gezin dit steeds weer aan?’

The World According To Dick Cheney

Showtime

Het hele lijstje vragen wordt zonder problemen afgewikkeld. Zijn belangrijkste karaktereigenschap? Integriteit. Wat hij het meest waardeert in vrienden? Eerlijkheid. Zijn favoriete eten? Spaghetti. En dan valt ie toch even stil, de man die alles zo zeker weet. Bij de vraag wat zijn grootste fout is. ‘Daar denk ik eerlijk gezegd niet zoveel over na, moet ik eerlijk bekennen.’ En dan kan The World According To Dick Cheney (109 min.) daadwerkelijk van start.

Iedereen die vluchtig aan ‘de machtigste vicepresident die de Verenigde Staten ooit hadden’ denkt, roept bij die vraag waarschijnlijk meteen: de Amerikaanse inval in Irak. De respons van president George W. Bush op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 – naar verluidt ingefluisterd door Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld, die nog een appeltje hadden te schillen met de Iraakse leider Saddam Hoessein – liep uit op een bloedige oorlog.

Gedrieën zouden ze zich ontwikkelen tot de kop van Jut voor links Amerika, de hardliners die hun land in alwéér een nodeloze oorlog hadden gestort, op basis van nepbewijs rond Hoesseins vermeende ‘weapons of mass destruction’. Intussen hadden ze in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib en het strafkamp Guantanamo Bay ook nog alle mogelijke mensenrechten geschonden bij krijgsgevangenen. ‘Het was belangrijker om succesvol te zijn dan geliefd’, zegt Cheney over de periode na 911.

Op die turbulente jaren ligt vanzelfsprekend ook de nadruk in deze gedegen film van R.J. Cutler (A Perfect CandidateBelushi en Billie Eilish: The World’s A Little Blurry) uit 2013, waarin behalve de Republikeinse mastodont zelf ook zijn vrouw Lynne, enkele politieke vertrouwelingen en gezaghebbende duiders zoals Bob Woodward, Ron Suskind en Jo Becker aan het woord komen. Zij schetsen een politieke loopbaan waarin het doel vrijwel altijd de middelen lijkt te rechtvaardigen.

En ook zijn trouwe vriend Don Rumsfeld ontbreekt niet in dit politieke portret, waarvoor acteur Dennis Haysbert als verteller fungeert. Zij trokken al samen op in de regering van Richard Nixon, vormden later de zogeheten ‘Praetorian Guard’ van diens opvolger Gerald Ford (die tijdens het beschermen van de president zelf ook aanzienlijke macht verwierf) en fungeerden als kloppend hart van het kabinet van George W. Bush, dat hen tot Amerika’s meest gehate mannen zou maken.

In de halve eeuw voordat Donald Trump de macht greep in zijn partij speelde Dick Cheney (1941-2025) eigenlijk bij elke afzonderlijke Republikeinse regering een sleutelrol. En tussendoor was hij ook nog enkele jaren CEO van de oliegigant Halliburton. Een man met macht, statuur en tegenstanders. Het vertrouwde gezicht van (oer)conservatief Amerika, dat zelf vast ook niet had kunnen bedenken dat hij zich ooit niet meer thuis zou kunnen voelen binnen de Republikeinse partij.

Toch is dat precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd: in navolging van zijn dochter Liz, prominent congreslid, heeft Dick Cheney zich als ‘wise old man’ van de Republikeinse partij publiekelijk afgekeerd van de huidige president Trump. De twee hadden nochtans een gemeenschappelijke vijand: James Comey, de man die als onderminister van Justitie vicepresident Cheney de voet dwars zette, werd later als FBI-directeur een gezworen vijand van Donald Trump.

Die heeft de huidige minister van Justitie onlangs opgedragen om Comey te laten vervolgen. En daar scheiden de wegen van de Republikeinse kopstukken. Want zulke acties lijken zelfs voor een ijzervreter zoals Dick Cheney toch echt een brug te ver.

Time Bomb Y2K

HBO

In de wetenschap dat die hele millenniumbug niet meer dan een storm in een glas water is gebleken, krijgen de doemscenario’s in Time Bomb Y2K (80 min.) al snel iets komisch. Op 1 januari 2000 zou de wereld met de ene na de andere ramp worden geconfronteerd. Van falende energievoorzieningen en een imploderend financieel systeem tot plotse hongersnood en acute problemen met kernreactoren en -bommen.

En dat allemaal vanwege één kortzichtige bezuinigingsmaatregel: computerprogrammeurs hadden in allerlei systemen alleen de laatste twee cijfers van een jaartal ingevoerd: 99 dus, in plaats van 1999. En dat moest volgens Amerikaanse computerexperts zoals Peter de Jager bij de start van 00 wel tot ernstige problemen leiden. Hij luidde de noodklok. En niet één keer, maar zowat continu. Totdat je er horendol van werd. Het begon verdacht veel op een businessmodel te lijken.

Dat is ook precies de kritiek die De Jager krijgt. Verdien jij niet gewoon de kost met mensen doodsbang maken? vraagt een interviewer van het televisieprogramma Crossfire hem bijvoorbeeld venijnig. Deze docu van Marley Mcdonald en Brian Becker toont nog talloze andere voorbeelden van hoe mensen reageren op de bug: Y2K-survivalists willen terug naar de natuur. Religieuze leiders krijgen een boodschap van God. En gewapende milities zien er munitie in voor hun strijd tegen de overheid.

Het is niet moeilijk om in deze heerlijke archieffilm, op smaak en tempo gebracht met een kleurrijke soundtrack, parallellen te vinden met de Coronacrisis. Van ontkenners (‘hoax van computerprogrammeurs‘) tot gelovigen (‘The End Of The World As We Know It’). John Koskinen haalt na oudejaarsnacht opgelucht adem. Als alles goed gaat, dan zijn ze jou snel vergeten, stelt de door de Amerikaanse regering aangestelde millenniumtsaar. Maar gaat het mis, dan weten ze je te vinden.

Met louter bestaand materiaal hebben Mcdonald en Becker intussen treffend de tijdgeest opgeroepen. Zodra ze bij de start in 1995 beginnen af te tellen naar het nieuwe millennium/Doomsday komt alles terug: de angst- en juichverhalen over computers en het internet, alle pogingen om ook deze ‘good crisis’ vooral niet te verpesten en media die met alle winden meewaaien, om maar in de gunst van hun publiek te blijven. Het was van toen, is ook van nu en wordt ongetwijfeld eveneens van straks.

Uiteindelijk werd het dus een tamelijk geruisloze transitie naar de 21e eeuw, waarin George W. Bush al snel president van de Verenigde Staten werd, de aanslagen van 11 september al in de pijplijn zaten en de mens nog heel veel technologische uitdagingen te verwerken zou krijgen. Tijdens die veelbesproken jaarwisseling kwam er bovendien, bijna ongemerkt, een man aan de macht in Rusland waarvan destijds veel werd verwacht in het westen. Hij zit er nog steeds: Vladimir Poetin, de ramp die niemand zag aankomen.

Boom! Boom! The World vs. Boris Becker

Apple TV+

Twee keer heeft Alex Gibney de voormalige toptennisser Boris Becker gesproken voor dit portret, vertelt hij aan het begin van Boom! Boom! The World vs. Boris Becker (212 min.): in 2019, op 51-jarige leeftijd, als de drievoudige Wimbledon-winnaar net vanwege mogelijke fraude in het vizier van justitie is gekomen. En drie jaar later, in het voorjaar van 2022, enkele dagen voordat hij daadwerkelijk de gevangenis in moet. Ze ogen als twee verschillende mensen: een goed geconserveerde charmeur versus een gebroken mens, een oudere man ineens, met waterige ogen, die maar niet kan begrijpen wat hem is overkomen.

De eerste Boris Becker heeft duidelijk de overhand in het eerste deel van deze tweedelige documentaire, waarin Alex Gibney de start van zijn carrière doorlicht. Van zijn eerste overwinning op Wimbledon in 1985 als zeventienjarige serve & volley-speler tot het moment dat hij de nummer 1-positie op de wereldranglijst claimt, na een heroïsche overwinning op Ivan Lendl tijdens de Australian Open van 1991. Behalve de voormalige tennistopper komen daarbij ook Beckers ex-vrouw Barbara, legendarische manager Ion Tiriac en opponenten als Björn Borg, John McEnroe en Mats Wilander aan het woord – ook over de sport tennis zelf, een grote liefde van Gibney.

De eerste helft van deel 2 benut hij voor de nazomer en herfst van Beckers carrière, waarin hij er een sport van maakt om overwinningen voor de poorten van de hel weg te slepen. Die wedstrijden worden door Alex Gibney, met behulp van een zeer uitgesproken soundtrack, weergegeven als shootouts in een spaghettiwestern. Wanneer de situatie hopeloos lijkt, haalt Boom Boom Boris het allerbeste in zichzelf naar boven. De filmmaker ziet er een metafoor in voor het leven van zijn protagonist. Eerst laat hij de boel volledig ontsporen, om de zaak daarna alsnog vlot te trekken en als een Houdini te ontsnappen – of er op zijn minst een goed verhaal aan over te houden.

Want Alex Gibney herkent ook de verhalenverteller in Boris Becker: een man die zijn eigen versie van de waarheid liever niet dood checkt. Dat doet Gibney dus voor hem: met een voice-over grijpt hij enkele keren in na een interviewfragment en meldt dan dat wat zijn hoofdpersoon hem zojuist heeft verteld wellicht toch nét iets anders ligt. Het is een betwistbare werkwijze – reparatie in de montage in plaats van directe confrontatie – van een verhalenverteller die er een specialiteit van heeft gemaakt om omstreden persoonlijkheden te portretteren (Julian Assange, Lance Armstrong en Elizabeth Holmes) en daarbij niet schroomt om ze zo nodig ook te ontmaskeren.

Het laatste uur van zijn tweeluik reserveert Gibney voor Beckers leven ná de sport, het beruchte zwarte gat, waarin hij nog een periode coach is van Novak Djokovich (die zich hier lovend over hem uitlaat) en verder vooral ernstig boven zijn stand leeft.  Zo manoeuvreert hij zich steeds nadrukkelijker in de problemen én in de Duitse Boulevardbladen. Want over drie dingen raakt het land volgens de übercelebrity nooit uitgepraat: Adolf Hitler, de hereniging van Oost- en West-Duitsland én Boris Becker. Als de problemen hem boven het hoofd groeien, meldt ook Boris 2 zich weer, ontzet over hoe het leven hem nu kansloos achter volstrekt onmogelijke ballen aan laat rennen. 

Een roemloze nederlaag lijkt onvermijdelijk, waarbij Alex Gibney zich ook steeds vaker opstelt als geduchte tegenstander, met bovendien een bijzonder gevaarlijk wapen: die venijnige voice-over waarmee hij zijn hoofdpersoon rücksichtslos kan fileren. Daarmee licht hij ditmaal met name Beckers financiële bokkensprongen kritisch door. Tot een totaal demasqué van de Bekende Duitser leidt dit niet. Boom! Boom! is krachtiger als psychologisch portret van een begenadigde tennisser – en daarmee van het wezen van een sport, die twee mensen fysiek en psychologisch volledig tegen elkaar uitspeelt. Totdat één van beiden omvalt.

In dat spel is en blijft Becker een nooit te onderschatten opponent. Gibney vervat dit in een dramatisch shot van die fractie van een seconde waarop hij zijn racket laat neerdalen voor alwéér een machtige service. Als Boris zijn zinnen écht zet op de overwinning en die opslag begint te lopen, dan is er meestal geen houden aan. Zoals zijn voormalige coach Günther Bosch ‘t ooit verwoordde: Becker speelt doorgaans vooral tegen Becker. Als hij die verslaat, wint hij meestal ook wel de wedstrijd.

Love Means Zero

Showtime

Zijn bekendste protégé, Andre Agassi, wilde niet meewerken aan deze film over de omstreden tenniscoach Nick Bollettieri. De manier waarop hij publiekelijk aan de kant werd gezet door zijn pseudovader, waarbij hij als tennisser opgroeide, ligt blijkbaar nog altijd erg gevoelig. Agassi’s grote rivaal in Bollettieri’s tennisacademie, Jim Courier, neemt in Love Means Zero (91 min.) wél plaats voor de camera van filmmaker Jason Kohn.

Nadat Bollettieri in 1989 tijdens het Roland Garros-toernooi in Parijs openlijk partij koos voor zijn lievelingetje Andre Agassi, vertrok Courier bij de succescoach. Hij weigerde nog langer tweede viool te spelen. Van tevoren sloeg hij nog wel even Agassi uit het toernooi. Het tekent de genadeloze survival of the fittest tussen Bollettieri’s spelers, die hij zelf maar al te graag aanmoedigde. De kampioen van nu kon morgen afgedankt worden voor een nieuwe kroonprins.

Waarom hij toch met zoveel mensen in conflict is gekomen, wil Kohn weten van de voormalige topcoach. ‘Nick kijkt nooit terug’, zegt de man zelf, inmiddels dik in de tachtig. Alsof hij het over compleet iemand anders heeft, een zelfverzonnen personage. Die ‘Nick’ meldt zich ook regelmatig in de interviews; een sterke verhalen en anekdotes opdissende patser, die weigert om aan echte introspectie te doen. Een man ook, die nog altijd zoveel ontzag inboezemt dat bepaalde oud-medewerkers en -tennissers elk woord wegen voordat ze het uitspreken.

Hoewel Bollettieri eigenlijk niet al te veel wil zeggen, vertelt de mental coach toch veel over zichzelf in dit psychologische portret, dat is opgebouwd rond zijn getroebleerde relatie met Agassi. Nadat ze tot hun eigen verdriet afscheid hebben genomen, blijven de twee elkaar tegenkomen op de tenniscourts. Inmiddels heeft de coach het ultieme verraad gepleegd en zich aan de zijde geschaard van Agassi’s nieuwe opponent Boris Becker, die wel opdraaft in deze overtuigende film. En uiteindelijk doet ook Andre Agassi toch nog van zich spreken…