Making Marie Antoinette

c: Eleanor Coppola / vanaf vrijdag 6 november op MUBI

Haar motivatie voor deze film lijkt heel particulier: Eleanor Coppola wil simpelweg haar kind aan het werk zien en een rol spelen in haar wereld, schrijft ze in haar dagboek.

Zo is de Amerikaanse documentairemaakster in 2005 op de filmset van Sofia’s nieuwste project terechtgekomen: Marie Antoinette, een film over de jonge en decadente Franse koningin (1753-1799), die de hongerende Franse bevolking, bij gebrek aan brood, aanraadde om dan maar cake te gaan eten. Eleanor Coppola (1936-2024) maakt er zo’n tachtig uur aan making of-materiaal, voor een belangrijk deel op Milena Canonero‘s kostuumafdeling. Die beelden blijven echter altijd op de plank liggen. Totdat zowel Sofia als zijzelf niets beters hebben te doen tijdens de Corona-lockdown van 2020.

Na de dood van haar moeder in 2024 heeft Sofia Coppola de documentaire Making Marie Antoinette (86 min.) zelf afgemaakt. Ze ziet zichzelf natuurlijk terug in haar moeders observerende film en hoort intussen haar gedachten, vastgelegd in dat dagboek en ingesproken door de Amerikaanse actrice Diane Lane. Waarom haar dochter, die eerder de succesvolle speelfilms The Virgin Suicides (1999) en Lost In Translation (2003) heeft gemaakt, bijvoorbeeld altijd vrouwelijke hoofdpersonen kiest, die zich geïsoleerd en onbegrepen voelen? Alsof ze Sofia wil vragen: voel jij je ook zo?

Eleanor is overigens geen groentje in het making of-genre. Eerder registreerde ze hoe haar echtgenoot en Sofia’s vader Francis, regisseur van de Godfather-trilogie, bijna ten onder ging aan de slopende opnames voor zijn Vietnam-klassieker Apocalypse Now. Haar documentaire Heart Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991) werd eveneens een ijkpunt in de filmhistorie. Daarmee vergeleken ogen het budget voor Sofia’s film (40 miljoen dollar), de beoogde draaitijd (57 dagen) en de opnamelocaties (enkele plekken in Frankrijk, waaronder het kasteel van Versailles) nog héél bescheiden.

Hetzelfde geldt voor deze making of. Een hoestende regisseur is toch écht iets anders dan een hoofdrolspeler, die in de Filipijnse jungle een hartaanval krijgt. Eleanor laat niettemin een dokter komen. Die stelt bronchitis vast bij haar dochter. Ze vraagt bij acteurs zoals hoofdrolspeelster Kirsten Dunst en Jason Schwartzman (Louis XVI) ook nog wel eens naar de bekende weg. Hoe het was om te werken met Sofia? Alsof ook maar iemand het in z’n hoofd haalt om dan te antwoorden: nepobaby, bakt er eerlijk gezegd weinig van, ik zal blij zijn als ik weer met een echte regisseur mag werken.

Making Marie Antoinette is duidelijk gemaakt vanuit een moederhart. Afgerond bovendien door het object van haar liefde, een filmmaakster die haar sporen inmiddels echt wel heeft verdiend en die nu ook haar eigen making of-docu, waarin ze als een redelijk relaxte vrouwelijke regisseur de scepter zwaait op de set, heeft mogen maken. Als eerbetoon aan de vrouw die zo graag een rol wilde spelen in haar wereld – en die zich tegelijkertijd afvroeg of ze zo langzamerhand niet eens voor haar eigen creatieve proces moest gaan, in plaats van het observeren van het creatieve werk van haar familie.

Road Diary: Bruce Springsteen & The E Street Band

Disney+

Hoewel Thom Zimny ook documentaires heeft gemaakt over Johnny Cash, Sylvester Stallone en The Beach Boys, geldt hij toch eerst en vooral als huisfilmer van Bruce Springsteen. In de afgelopen twintig jaar verscheen er geen clip, special of docu van de Amerikaanse rocker of Zimny was erbij betrokken als regisseur, editor of producer. Ook bij Road Diary: Bruce Springsteen & The E Street Band (99 min.) zit hij weer aan de knoppen – al blijft het de vraag hoeveel ruimte The Boss zelf en zijn manager Jon Landau claimen.

Bruce Springsteen lijkt er de man niet naar om de teugels al te veel te laten vieren. Zo stuurt hij deze film, over de eerste tour in zes jaar met zijn befaamde E Street Band, weer aan met zijn welbekende, licht gezwollen voice-over, waarin de zegeningen van rock & soul en zijn band worden geteld, twee gestorven groepsleden worden geëerd (saxofonist Clarence Clemons en toetsenist Danny Federici, vervangen door respectievelijk neefje Jake Clemons en oudgediende Charles Giordano) en het verhaal dat hij ditmaal wilde vertellen met zijn concerten: over ‘leven en dood, en alles er tussenin’.

Aan een interview waagt hij zich verder niet. Alle andere leden van de aangeklede E Street Band, ditmaal met blazerssectie en achtergrondkoor, nemen wel de gelegenheid om hun zegje te doen en herinneringen op te halen aan de ‘glory days’ van de muzikale onderneming die ook hun leven domineert. Zoals er tevens ruimte is voor Springsteens wereldwijde aanhang, om nog maar eens uitbundig de loftrompet te steken over hun held en de bijna religieuze ervaringen die zijn concerten ook deze tournee, die nadrukkelijker dan ooit wordt beschouwd als mogelijk de allerlaatste, weer zijn geworden.

Vanzelfsprekend is dat in eerste instantie niet, getuige deze tourdocu. Bruce lijkt ditmaal niet zo’n zin te hebben in uitgebreid en alles tot in detail repeteren, constateert Jon Landau. Springsteens rechterhand, Steven Van Zandt, vindt zelfs dat de teugels moeten worden aangetrokken en begint daarom extra te oefenen met de band, voor het eerst in de historie zónder de grote baas zelf erbij. Van Zandt krijgt zelfs een officiële titel van zijn bloedsbroeder: music director. ‘Leuk hoor’, zegt ‘Little Steven’ grinnikend en laat vervolgens een korte stilte vallen. ‘Maar wel veertig jaar te laat.’

Met zulke aardige inkijkjes bij het groots opgezette rock & roll-circus waarmee Springsteen wederom de wereld rond is gegaan, gepaard aan hoogtepunten uit zijn vurige concerten met een excellerende E Street Band, voldoet Road Diary precies aan de verwachtingen. Die worden alleen ook niet overtroffen. Daarbij wreekt zich toch dat Springsteen en Landau de controle nooit helemaal uit handen lijken te geven. Als er zich ‘on the road’ al onverwachte, gênante of pijnlijke zaken hebben voorgedaan, dan zijn die waarschijnlijk nooit gefilmd of in elk geval in de montage gesneuveld.

Het maakt eerlijk gezegd benieuwd naar een Bruce-docu zónder Thom Zimny –  of Springsteen zelf – aan de knoppen. De ongefilterde Springsteen, dát zou pas wat zijn.

Depeche Mode: 101

Sire Records

Ruim dertig jaar zijn er verstreken sinds de documentaire Depeche Mode: 101 (120 min.) werd uitgebracht in 1989. Zanger Dave Gahan worstelde in die periode opzichtig met een drugsverslaving, songschrijver Martin Gore leek de band daardoor meermaals op te moeten doeken, toetsenist Alan Wilder verliet halverwege de jaren negentig gefrustreerd de groep en keyboardspeler Andrew Fletcher overleed plotseling in 2022. Tegenwoordig bestaat de Britse synthpopband nog slechts uit twee leden, Gahan en Gore, maar is er desondanks opnieuw een wereldtournee aangekondigd.

Deze tourdocu van David Dawkins, Chris Hegedus en direct cinema-pionier D.A. Pennebaker (die klassieke muziekfilms maakte zoals Dont Look Back, Monterey Pop & Ziggy Stardust And The Spiders From Mars), geremasterd in 2021, toont het oorspronkelijke viertal, zoals dat in de jaren tachtig furore begon te maken, en route in de Verenigde Staten. Soms treffen ze daar een uitverkocht huis aan, op een andere plek moeten ze ter plaatse nog allerlei promotionele activiteiten ondernemen om de zaal enigszins vol te krijgen. Intussen is er het leven tussen de concerten door: interviews, cassettebandjes van Roy Orbison en Johnny Cash scoren in Nashville, de stapels geld tellen van verkochte merchandise, spontane jamsessies en zanger Dave Gahan die backstage een baby de fles geeft.

Het meest opmerkelijke aan deze film is echter de aanwezigheid van een groepje kleurrijke Depeche Mode-fans, dat met hun favoriete band meereist naar Pasadena voor het 101ste en laatste concert van de Music For The Masses World Tour in de Rose Bowl, op 18 juni 1988. De acht jongelingen zijn via een danswedstrijd in Club Malibu geselecteerd voor deze trip langs de vermaarde Route 66, van New York naar Californië, en hebben daarmee automatisch ook een prominente plek in de film veroverd. Zij genieten overduidelijk van hun ‘fifteen minutes of fame’ en zullen de geschiedenisboeken ingaan als de allereerste realitysterren, een fenomeen dat in de navolgende jaren door televisieprogramma’s zoals MTV’s The Real World immens populair zal worden.

101 is verder doorsneden met songs, hits om precies te zijn, van het groots opgezette concert in de Rose Bowl, waar Depeche Mode, in voortdurende wisselwerking met diezelfde fans, zich manifesteert als een band die het gevoel van de jaren tachtig in de vingers heeft en moeiteloos het hart van een nieuwe generatie popfans, inmiddels overigens stuk voor stuk dik in de vijftig, weet te winnen.