Ronaldinho Gaúcho

Netflix

Zijn standbeeld wordt in de hens gestoken. Als het Braziliaanse nationale elftal in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal van 2006 is uitgeschakeld door Frankrijk, koelen fans van de Seleção hun woede op het bijna acht meter hoge beeld van de grote ster, Ronaldinho.

Het lijkt de ommekeer in de carrière van de begaafde balgoochelaar van FC Barcelona, die al tweemaal is verkozen tot beste speler van de wereld en in 2002 wél wereldkampioen is geworden met Brazilië. ‘Als je niet presteert, betaal je de prijs’, zegt zijn oudere broer en zaakwaarnemer Roberto de Assis Moreira, zelf oud-profvoetballer, bijna schouderophalend in Ronaldinho Gaúcho (internationale titel: Ronaldinho: The One And Only, 165 min.). ‘Zo is het.’

De driedelige docuserie van Luis Ara is dan ruim honderd minuten onderweg. Ronaldinho’s weg naar de top, die hem van de straten van Porto Allegre via Grêmio en Paris Saint-Germain naar Barcelona heeft gebracht is met behulp van gesprekken met de wereldster zelf, fraaie actiebeelden en bijdragen van voetbalgrootheden zoals Ronaldo, Neymar en zijn protegé Messi vaardig opgetekend. Nu, aan het einde van deel twee, kondigt de val van de held zich aan.

‘Ronnie’ is geen schim meer van de frivole speeltuinvoetballer, die iedereen dol draait en de bal vanuit elke denkbare hoek het doel in werkt. Hij is permanent geblesseerd, oogt ongemotiveerd en verliest zich in het uitgaansleven. Barca dirigeert hem naar de uitgang… Het einde van Ronaldinho’s roemruchte carrière lijkt in aantocht, maar moet in aflevering 3 tóch nog een paar keer worden uitgesteld. Totdat elke titel is gewonnen en hij z’n kicksen definitief aan de wilgen kan hangen.

Die geschiedenis is best onderhoudend, maar deze miniserie wordt het meest interessant als de gewezen topspeler een voorzichtig inkijkje geeft in zijn persoonlijk leven: de vroegtijdige dood van zijn vader, de lastige relatie met z’n zoon João Mendes en het verlies van zijn moeder. Hoewel hij ook dan het achterste van zijn tong niet laat zien – ook niet over die geruchtmakende arrestatie in Paraguay in 2020 – verschijnt de mens achter de topsporter even in beeld.

En dan is ie weer weg… En volgt die kenmerkende kamerbrede glimlach, een van het basketbal afgekeken no look-pass of zo’n onnavolgbare solo – waarvan niemand weet waar die eindigt.

Higuita: El Camino Del Escorpión

Netflix

Of hij bevriend is met Pablo Escobar? wil een journalist weten. ‘Ja’, antwoordt René Higuita zonder ook maar een spoor van twijfel.

Higuita geldt als één van de spectaculairste keepers die ooit tussen – nou ja, tussen… – de palen heeft gestaan. Zijn hele loopbaan is samengebald in één enkel beeld uit 1995: met een verbluffende bicycle kick, naderhand ‘de Schorpioen‘ genaamd, voorkomt de Colombiaanse krullenbol tijdens een duel met het Engelse elftal in het Wembley-stadion een potentieel tegendoelpunt. Een andere doelman zou de bal gewoon hebben gevangen en eens rustig om zich heen kijken.

‘El Loco’ is nu eenmaal een man van het spektakel. Hij komt vaak (veel te) ver uit zijn doel, trekt rustig ten aanval op de helft van de tegenstander en scoort regelmatig uit penalty’s en vrije trappen. René Higuita is daarnaast ook topsporter in een land waar een bloedige oorlog woedt tussen concurrerende drugskartels. Die wordt tevens op het voetbalveld uitgevochten via América (van het Cali-kartel) en Higuita’s club Atletico Nacional (gesteund door Escobars Medellin-kartel)

Ergens onderweg is de flamboyante doelman bevriend geraakt met Pablo Escobar, bevestigt diens broer Roberto in Higuita: El Camino Del Escorpión (100 min.). ‘En daar was niets vreemds of aparts aan.’ Dat moge zo zijn, maar niet elke voetballer komt in de positie – of wil in de positie komen – dat hij moet bemiddelen bij de ontvoering van een jong meisje (dat nu, een kleine dertig jaar later als geanonimiseerde volwassen vrouw, haar verhaal doet in deze film van Luis Ara). Deze verhaalwending, met veel drama gereconstrueerd, brengt Higuita ernstig in de problemen.

Het is een verhaal dat exemplarisch lijkt voor de verwording van René Higuita’s land, maar dat hier vooral aanleiding is om de loftrompet te steken over de hoofdpersoon. Dat is sowieso de makke van dit portret (en dit soort sportportretten in het algemeen): wie er ook zijn zegje mag doen – Higuita’s echtgenote Magnolia en de rest van zijn familie of Colombiaanse voetbalcoryfeeën zoals Carlos Valderrama en Francisco Maturana – er valt geen kwaad woord over René.

En serieuze vragen over de verwevenheid van boven- en onderwereld blijven natuurlijk al helemaal achterwege. Deze film is bedoeld als heldenverhaal van de man achter ‘de Schorpioen’, een showkeeper die vanwege ongelooflijke heldendaden en een enkele tragische flater een eigen plek in de sportgeschiedenis heeft verworven.

Ara Malikian, Una Vida Entre Las Cuerdas

In zijn instrument weerklinkt het lot van zijn volk. Ruim honderd jaar na dato speelt de Armeense genocide van 1915, waarbij zo’n anderhalf miljoen mensen zijn omgebracht, nog altijd een dominante rol in het leven van violist Ara Malikian. Zijn grootvader Krikor ontsnapte toen als vijftienjarige jongen aan een gruwelijk lot. Hij deed zich voor als violist en ontvluchtte met een orkest het land dat we tegenwoordig kennen als Turkije. ‘s Mans nazaten zouden in Libanon terechtkomen, een land dat vrijwel permanent in oorlog was verwikkeld.

Toen Ara als muzikant veelvuldig begon te reizen, merkte de Armeense Libanees – of Libanese Armeen – pas wat die identiteit losmaakte. ‘Wat zit er in die koffer: een viool of een Kalasjnikov?’, vroegen ze hem bij een grens of op het vliegveld. Hij oogt tegenwoordig, met zijn ruwe baard, weelderige haardos en tatoeages, ook eerder als een lid van de Armeens-Amerikaanse metalband System Of A Down dan als een meesterviolist. Of beter: als een soort ‘Jimi Hendrix van de viool’, een bijnaam die zijn collega Warren Ellis eens ten deel viel.

In Ara Malikian, Una Vida Entre Las Cuerdas (89 min.) vertelt de goedlachse muzikant, ondersteund door vrienden en collega’s, zijn levensverhaal en kijkt hij terug op zijn carrière die hem langs allerlei verschillende muzieksoorten – van vioolpop, gipsy en klezmer tot jazz, flamenco en tango – heeft gebracht. Regisseur Nata Moreno vervat dat in fraaie montages van concertbeelden uit heden en verleden, die illustreren hoe Malikian zich uit het korset van de klassieke muziek heeft gewrongen en nu als een muzikale nomade op zijn eigen voorwaarden de wereld rondreist. Als een echte performer, in directe interactie met zijn publiek.

Hij is niet gericht op het bereiken van perfectie, maar op het delen van de ervaring. Dat komt ook tot uiting in de gedragen slotscène van deze gesmeerd lopende (auto)biografie, waarin Ara Malikian als een vioolvorst door zijn publiek schrijdt terwijl hij Aria de Bach vertolkt. ‘Uit de slechtste omstandigheden kun je goud halen’, constateert hij tot besluit. ‘Als je het wilt, kun je het.’