Bajo Las Banderas, El Sol

Icarus Films / vanaf 14 mei in de bioscoop

Vrede, werk en welzijn met Stroessner. Met die slogan zal de president van Paraguay volgend jaar opnieuw worden verkozen, stelt de verslaggever van dienst in een nieuwsreportage over de eerste verre reis van de Zuid-Amerikaanse leider naar Japan. Op 12 april 1972 neemt hij op het Aeropuerto Internacional President Stroessner afscheid van een enthousiaste natie. Alfredo Stroessner zit dan al sinds 1954 in het zadel in Paraguay, na de bijna verplichte militaire coup, en is voorlopig ook niet van zins om te wijken. Hij zal nog tot 1989 aan de macht blijven.

Alfredo Stroessner Matiauda (1912-2006) geldt dan als de langstzittende dictator van Zuid-Amerika. Vanuit de hoofdstad Asunción regeert hij, net als tijdgenoten en gelijkgezinden zoals de generaals Augusto Pinochet en Jorge Videla, met ijzeren land over Paraguay, dat zit ingeklemd tussen Argentinië, Brazilië en Bolivia. In Bajo Las Banderas, El Sol (internationale titel: Under The Flags, The Sun, 90 min.) laat Juanjo Pereira dit land opnieuw zien: via de promofilms en lofliederen die De Grote Leider en zijn Colorado-partij de wereld instuurden. En, zeker in de tweede helft van deze archieffilm, ook via dossiers en kritische reportages, veelal van buitenlandse makelij, over de uitwassen van de dictatuur.

Over Hotel Tirol bijvoorbeeld, waar (oud-)nazi’s zoals de beruchte kamparts Josef Mengele vertoeven en ook Stroessner, die zelf een Duitse achtergrond heeft, zich graag laat zien. Over de abominabele behandeling van Paraguay’s inheemse bevolking, die het leven onmogelijk wordt gemaakt. En over de folteringen in de gevangenissen van het regime, natuurlijk. Geen totalitaire staat kan zonder. ‘Misschien wordt u soms moe van ons’, spreekt een volgeling Alfredo Stroessner geheel in stijl publiekelijk toe op een partijcongres, aan de vooravond van weer een herverkiezing. ‘Maar als u ziet dat wij, als uw volk, u nodig hebben, dan kunt u ons niet in de steek laten, generaal!’

Stroessner en de zijnen presenteren zichzelf dan doodleuk als hoeders van de democratie, die populisten, oproerkraaiers en allerlei links gespuis de pas afsnijden. De hardwerkende Paraguayaan mag zijn handen dichtknijpen bij zoveel onbaatzuchtige gemeenschapszin. Met de selectie en rangschikking van beschikbare beelden, en het vinden van overeenkomsten en contrasten daartussen, laat Pereira intussen een land herleven dat ruim 35 jaar na dato ongetwijfeld van menig netvlies was verdwenen en dat desondanks – onder een andere naam, op een andere plek in de wereld – nog gewoon lijkt te bestaan. Alleen de namen van de zelfverkozen leiders zijn anders.

Voordat hij kon worden geliquideerd door zijn opvolger, generaal Andrés Rodriguez, wist Alfredo Stroessner in 1989 naar het buitenland te ontkomen. Daar zal hij zich nog wel eens achter z’n oren hebben gekrabd. De man die hem met een staatsgreep van de macht beroofde behoorde niet alleen tot zijn eigen Colorado-partij, die overigens nog altijd aan de lakens uitdeelt in Paraguay, maar was ook nog eens aangetrouwde familie. Andrés Rodriguez zou de macht na vier jaar, een opmerkelijke stap die bijna voor democratisch zou kunnen worden versleten, overigens alweer afstaan.

Narco Cultura

WNYC Studios

De statistieken zijn dodelijk:

2007: 320

2008: 1623

2009: 2754

2010: 3622

In de Mexicaanse grensgemeente Ciudad Juárez vloeit door de escalerende drugsoorlog steeds vaker bloed. Tegelijkertijd blijft de teller in El Paso, aan de andere kant van de Mexicaans-Amerikaanse grens, steken op vijf moorden per jaar. Daar lijkt die oorlog soms bijna een bron van vermaak. ‘Met een AK-47 maar zonder kogelvrij vest reed ik rond in mijn witte truck’, zingt Edgar Quintero, frontman van BuKnas de Culiacan, bijvoorbeeld geveinsd stoer. ‘Ik schoot er één neer. Mijn geweer schiet altijd raak. Met een goed oog en een goede hartslag vecht mijn school terug.’

Edgar schrijft op bestelling ‘narcocorrido’s’, typische Mexicaanse songs waarin de ‘helden’ van de karteloorlog worden bewierookt. Tijdens een optreden met zijn groep in El Paso laat hij doodleuk een bazooka zien. Waar doet die jullie aan denken? vraagt hij aan het verzamelde publiek, dat vervolgens hartstochtelijk meezingt: ‘Met een AK-47 en een bazooka op mijn schouder. Kruis mijn pad en ik hak je kop eraf. Wij zijn bloeddorstig, gek en moordlustig.’ Het is weer eens wat anders dan André Hazes – of La Bamba van Ritchie Valens. Een latino-variant op gangsterrap, zo je wilt.

Terwijl Edgar, als onderdeel van de zogenaamde Movimiento Alterado, vanaf de goede kant van de grens onbekommerd het kartelleven verheerlijkt, leeft forensisch onderzoeker Richi Soto daadwerkelijk te midden van die Narco Cultura (99 min.). Hij rijdt in deze grimmige film van Shaul Schwartz uit 2013 regelmatig met gillende sirene naar een plaats delict, waar achteloos een slachtoffer van de drugsoorlog is gedumpt. Als medewerker van de Mexicaanse justitie loopt Richi ook zelf gevaar – of zijn familieleden, want de drugskartels deinzen werkelijk nergens voor terug.

Gedurende de gehele documentaire alterneert Schwartz tussen de bittere realiteit van het desolate leven in de Mexicaanse grensstreek en de ‘cultuur’ – een parodie bijna, als het niet zo onsmakelijk was – die daarvan wordt gemaakt in de Verenigde Staten. ‘Het is goeie muziek, al ben ik tegen geweld’, zegt een jonge Amerikaanse vrouw in een sexy jurkje bijvoorbeeld, bij een optreden van de befaamde corrido-zanger Alfredo ‘El Komander’ Rios. Intussen houdt ze ferm een mitrailleur vast en benadrukt nog maar eens: ‘Het is heel erg wat er in Mexico gebeurt. Dus: stop het geweld.’

Truth is, tegelijkertijd, scarier than fiction: diezelfde karikaturale corrido’s, waardoor schoolmeisjes zomaar zeggen dat ze best een narco als vriendje willen hebben, gelden aan de andere kant van de grens, op het slagveld van de permanente drugsoorlog, inmiddels als een aankondiging of melding van alwéér een moord. Het normale leven raakt er volledig door ontspoord. Terwijl Richi Soto overweegt of hij toch maar naar de VS moet verkassen, maakt zijn tegenpool Edgar Quintero juist plannen om eens inspiratie op te gaan doen in de wereld waar al z’n songs zijn gesitueerd.

Het is de Narco Cultura in een notendop. Waar de drugsoorlog het leven van gewone rechtschapen Mexicanen ondraaglijk maakt, is die over de grens een bron van vermaak of inkomsten – of simpelweg een bijproduct van de niet te bevredigen behoefte aan narcotica.