Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film / zondag 7 juni, om 22.40 uur, op NPO2

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Elvis ’56

Media Home Entertainment

‘Terwijl hij onderweg is en in kleine clubs speelt, wil Elvis Presley niets liever dan een grote ster worden’, constateert Levon Helm, de verteller van Elvis ‘56 (58 min.). ‘Die droom lijkt volstrekt buiten zijn bereik. Op één klein detail na: de manier waarop meisjes beginnen te gillen als ze zien hoe Elvis beweegt terwijl hij zingt.’

Aan het begin van 1956 neemt de dan 21-jarige Presley, ingelijfd door de illustere manager Colonel Tom Parker (een pseudoniem van de Nederlandse ritselaar Dries van Kuijk), zijn allereerste nummer op voor het vermaarde platenlabel RCA: Heartbreak Hotel. Daarna zal het leven van de voormalige truckchauffeur uit Memphis, Tennessee, nooit meer hetzelfde zijn. 

Deze documentaire van Alan en Susan Raymond uit 1987 richt zich volledig op het sleuteljaar 1956, waarin Elvis van een ‘rockin’ nobody’ binnen korte tijd de onbetwiste ‘king of rock & roll’ wordt, een contract voor zeven jaar bij Paramount Pictures tekent en de ongevraagde aandacht, torenhoge verwachtingen en scherpe (en bekrompen) kritiek leert kennen die gepaard gaan met plotselinge roem.

Elvis voelt die druk ook, getuige deze film die volledig bestaat uit archiefmateriaal: dampende performances en fraaie zwart-wit foto’s. Voor Hound Dog heeft hij maar liefst dertig takes nodig. Pas dan is hij tevreden. Take 28 zal uiteindelijk de hitlijsten bestormen, in datzelfde jaar nog gevolgd door klassiekers als Don’t Be Cruel en het titelnummer van zijn debuutfilm Love Me Tender.

Met vaste hand schildert Elvis ’56 een jonge, viriele artiest die de duffe jaren vijftig een schop in hun kloten geeft met muziek die hij ‘leent’ van zwarte muzikanten en zulke ‘weerzinwekkende bewegingen’ maakt tijdens optredens dat een rechter ze probeert te verbieden. Hij zal in de navolgende decennia nog véél groter worden, constateert verteller Helm, die zelf furore maakt als drummer en zanger van The Band.

Elvis Presley wordt echter nooit meer zo benaderbaar als in het jaar 1956.