Frida – Viva La Vida

Piece Of Magic

‘Ik ben drie kinderen en een heleboel andere dingen kwijtgeraakt die mijn verschrikkelijke leven zin hadden kunnen geven’, citeert regisseur Giovanni Troilo bij aanvang van dit portret zijn hoofdpersoon Frida Kahlo. ‘Het schilderen moest dit allemaal vervangen.’ Daarmee zou de Mexicaanse kunstenares zichzelf echter onsterfelijk maken, zo wordt nog eens onderstreept met de gestileerde documentaire Frida – Viva La Vida (93 min.)

De filmmaker maakt daarin opmerkelijke keuzes. Een verteller in beeld, bijvoorbeeld: de mysterieuze Asia Argento. Zij wordt gesecondeerd door Kahlo-kenners en kunsthistorici, die de kijker, enigszins opgeprikt, langs plekken in het hedendaagse Mexico leiden die zijn gelieerd aan de hoofdpersoon. Deze getuige-deskundigen proberen het iconische beeld van Frida Kahlo van enige nuance te voorzien. Uiteindelijk leveren ze evenwel vooral hun eigen bijdrage aan het mythologiseren van hun heldin.

Alle kernelementen uit haar opmerkelijke levenswandel passeren daarbij de revue: het dramatische ongeluk dat Kahlo’s leven veranderde, zodat er ineens twee Frida’s zouden zijn ontstaan: de feministe avant la lettre en de gevierde kunstenares. Haar ontmoeting met de vermaarde schilder Diego Rivera, die tot belangwekkende kunst en twee (!) stormachtige huwelijken zou leiden. En die ontzettend beladen beslissing in 1953, het startpunt van deze film, om haar rechterbeen te amputeren – het begin van het einde, háár einde.

Troilo lardeert zijn dramatische vertelling met passages uit Kahlo’s geschriften en zet die nog eens stevig aan met een tamelijk bombastische mixture van haar kunstwerken, archiefmateriaal, panorama’s van het hedendaagse Mexico, symbolische sequenties die de emotionele ontwikkeling van zijn protagonist moeten weerspiegelen en een dikke soundtrack. Het is allemaal wat veel, voelt soms ook wat gekunsteld en slaat uiteindelijk een beetje dood.

Rising Phoenix

Netflix

Ze zijn stoer, krachtig, sierlijk. Iconen. Zo worden de hoofdpersonen van Rising Phoenix (106 min.) tenminste doelbewust geportretteerd. Ze hebben weliswaar een lichamelijke beperking, maar excelleerden stuk voor stuk al op de Paralympische Spelen. De boodschap is duidelijk: ondanks hun beperking zijn deze sporters uitgegroeid tot geslaagde mensen. En dat wordt er in deze volvette film van Ian Bonhôte en Peter Ettedgui bijna twee uur lang ingehamerd.

Sterker: ze zijn te vergelijken met superhelden. De documentaire start niet voor niets met een quote van de Franse sprinter en verspringer Jean-Baptiste Alaize. ‘Het is grappig’, zegt hij tijdens een zwaar aangezette sequentie met beelden van ongenaakbare paralympische atleten. ‘Als je de laatste Avengers van Marvel kijkt, dan zie je een team van superhelden. Ze willen het beste voor de mensheid. Ze redden en vechten voor succes. Daarin lijken we op elkaar.’

Die vergelijking is ongetwijfeld emanciperend bedoeld. Een sublimatie van het adagio dat niets onmogelijk is zolang je maar gelooft in jezelf. Al die gestileerde shots, het weelderige muzikale decor en de bombastische montage, met veel gebruik van close-ups en slow-motion, geven Rising Phoenix echter de feel van een gladde promotiefilm, die de Paralympics in een goed daglicht moet stellen en en passant ook de ontstaansgeschiedenis en recente historie ervan belicht.

Binnen zo’n gelikte context komen de persoonlijke getuigenissen van de geportretteerde atleten niet helemaal tot hun recht. Allerlei verschillende individuen, met elk hun eigen beperking, achtergrond en uitdagingen, worden in wezen teruggebracht tot varianten op steeds hetzelfde archetypische heldenverhaal: over een dappere eenling die alle mogelijke tegenslag moet overwinnen en dan uiteindelijk, tegen alle verwachtingen in, tóch zegeviert (of nét niet).

Hoewel de thematiek, omgeving en hoofdrolspelers beslist tot de verbeelding spreken, wil Rising Phoenix daarom maar geen boeiende film worden.

Samen

Nederland, Amsterdam, 22 november 2019. Carmen Cobos en haar man Kees Rijninks. Foto: Jorgen Caris

Misschien beleven ze ook deze fase in hun bestaan te veel samen. ‘Anderen zeggen dat ik meer mijn eigen leven moet leiden’, zegt Carmen Cobos over haar echtgenoot Kees Rijninks, die sinds enige tijd de ziekte van Parkinson heeft. ‘Maar ik wil me geen weduwe voelen voor ik dat ben.’ Het koppel maakt een film over hoe ze Samen (77 min.) met zijn aandoening omgaan – en hoe dat in de toekomst moet.

In deze persoonlijke film ontmoeten ze ook andere stellen die de verduivelde ziekte in hun leven hebben gekregen. Gezamenlijk representeren zij de verschillende stadia van Parkinson: van een jong koppel dat samen bloembollen teelt tot een ouder echtpaar, waarvan de vrouw eigenlijk niet meer thuis kan wonen. En dan is er nog de alleenstaande man, die enkele jaren geleden plotseling zijn vrouw verloor en alleen is achtergebleven met Parkinson.

Cobos en Rijninks tekenen hun verhalen met veel begrip en nog meer blikken van herkenning op en verweven die met hun eigen stappen op het pad dat de ziekte voor hen uitlegt. Wat de toekomst brengt is voor allen glashelder: de aandoening is ongeneeslijk. Maar hoe en wanneer je dat eindstadium bereikt, ligt in de toekomst verscholen. ‘Die Parkinson kruipt stiekem naar binnen en je weet niet waar en wat er gebeurt’, stelt Ans, die de diagnose alweer zeven jaar geleden kreeg.

Te midden van deze onzekerheid, alle praktische problemen die de aandoening met zich meebrengt en de angst dat hun denk- of communicatievermogen raakt aangetast, proberen deze gewone mensen te bewaren wie ze zijn en waar ze van houden. Samen met hun partner, die natuurlijk ook met zijn eigen angsten en onzekerheden moet zien te dealen. Want Parkinson hebben ze inmiddels echt met zijn twee, zo laat deze fijngevoelige film zien.

Samen brengt al die verhalen liefdevol samen. Van mensen die, ieder voor zich en toch samen, het beste proberen te maken van het lot dat het leven hen heeft toebedeeld.

Crip Camp: A Disability Revolution

Netflix

In Camp Jened ontdekten ze dat ze, behalve gehandicapt, ook gewoon mens konden zijn. Daar, op dat vakantiekamp voor jongeren met een lichamelijke beperking, werd begin jaren zeventig de basis gelegd voor een ferme emancipatiestrijd. Niet alleen bezoekers van het kamp zouden zich overigens veel beter bewust worden van hun eigen maatschappelijke positie. Ook Afro-Amerikaanse begeleiders merkten dat er in hun leven buiten Jened nog een wereld te winnen was.

In Crip Camp: A Disability Revolution (108 min.) van Nicole Newnham en James LeBrecht, die zelf als tiener het kamp bezocht en tevens als verteller van deze aangrijpende film fungeert, blikken sleutelfiguren van deze authentieke bevrijdingsbeweging terug op hun ervaringen in het kamp, die een diepgevoelde behoefte aan een volwaardig bestaan in hen losmaakten. Hun herinneringen worden ondersteund met fraaie filmbeelden van (groeps)gesprekken en activiteiten tijdens het zomerkamp en een lekkere soundtrack met gekende hippiehits.

Via de verhalen laten ze zich ook echt in hun ziel kijken. Dit resulteert in diep ontroerende ontboezemingen. Zo had Denise Sherer Jacobson, die ernstige hersenbeschadiging opliep bij haar geboorte, zich voorgenomen om beslist niet als maagd te sterven. Na een blindedarmoperatie kreeg ze van haar dokter te horen dat ze gonorroe had. ‘En heel even was ik zo trots op mezelf’, bekent ze nu lachend, ‘Maar toen ik erover nadacht was dat vooral omdat ik ervan uitging dat die arts vast dacht dat ik niet seksueel actief kon zijn. Kijk maar naar me. Wie wilde er nu seks met mij?’

De vrouw uit New York, veroordeeld tot een elektrische rolstoel, besloot om weer te gaan studeren en haalde een master in menselijke seksualiteit. ‘En dat was mijn ticket uit de Bronx.’ Intussen laten Newnham en LeBrecht een oude foto zien van Denise, waarop ze een shirt draagt met de tekst ‘Behind this T-shirt lies a sensuous woman’. Crip Camp maakt zo duidelijk wat een beperking doet met mensen en maakt die mensen tegelijkertijd ook weer los van die beperking. Voor ons, 21e eeuwers, lijkt dat misschien vanzelfsprekend, maar een kleine halve eeuw geleden was er doorgaans nog weinig oog voor de persoon achter het spasme of in de rolstoel.

Die aandacht voor hun persoon en belangen hebben de Crip Campers ook echt moeten bevechten. Tot een hongerstaking aan toe. Het maatschappelijke respect, en bijbehorende zelfrespect, is hen dus bepaald niet komen aanwaaien. Deze prachtfilm, geproduceerd door Barack en Michelle Obama en winnaar van de Audience Award op het Sundance-filmfestival, maakt die persoonlijke strijd uitstekend invoelbaar en blaast meteen het stof van een welhaast vergeten deel van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.