Killing Anna

KEO Films / Dogwoof

Ieder misdadig regime weet: als er geen bewijs is van misdaden tegen de menselijkheid, dan zijn die gruwelijkheden verdomd lastig aan te tonen. Wanneer de Syrische dictator Bashar al-Assad in 2011 wordt geconfronteerd met aanhoudend verzet tegen zijn schrikbewind, slaat hij dus bruut terug én verdonkeremaant hij het bewijs daarvan.

In 2019 weet Uğur Ümit Üngör, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies bij de Universiteit van Amsterdam, via een bron uit Damascus echter de hand te leggen op schokkende videobeelden van ernstige oorlogsmisdaden door het Assad-regime. Hij ontwaart bovendien een officier van de Syrische inlichtingendienst Moeghabarat die de lakens lijkt uit te delen. Samen met zijn student Annsar Shahhoud gaat Üngör op zoek naar deze ‘Shadow Man’, die een opvallend klein litteken heeft bij zijn linkerwenkbrauw en afgaande op z’n Facebook-pagina een volstrekt normaal bestaan leidt.

Is hij de persoon via wie ze het onmenselijke karakter van de Syrische dictatuur onomstotelijk kunnen bewijzen? Üngör en Shahhoud bedenken een list om in contact te komen met de man die ze hebben leren kennen als Amgd Yusuf. Op Facebook creëren ze een nepprofiel voor een pro-Assad meisje uit Homs, dat in het buitenland studeert. Onder het nom de plume ‘Anna Sh’ begint Annsar vervolgens een online-netwerk op te bouwen, waarna ze contact legt met de hoofdverdachte zelf. Die gesprekken vormen het hart van deze reconstructie van hun enerverende Catfish-operatie.

Met veel drama en suspense serveert regisseur Sam Benstead in Killing Anna (75 min.) de actie uit. Die legt volgens journalist Michael Safi van de Britse krant The Guardian, die in het voorjaar van 2022 als eerste publiceert over de zogeheten Tadamon-bloedbaden, een angstaanjagende wereld bloot. Waarin gewone mensen kunnen uitgroeien tot monsters. En hoewel de Syrische leider inmiddels met donderende geraas van zijn zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, lijkt het loslippige hoofd van Assads doodseskader, dat in zijn opdracht zonder scrupules moordde, de dans vooralsnog te ontspringen.

Paikar

Baldr

‘Verhuizen naar een veiligere plek is geen ontsnapping aan de omstandigheden’, constateert Dawood Hilmandi aan het einde van deze zeer persoonlijke film. ‘Het is een strijd om te overleven. Misschien is in leven blijven mijn enige daad van verzet, in een tijd waarin het leven goedkoop is.’

Die sombere conclusie is de slotsom van een geladen zoektocht naar verbinding. Met het land van zijn geboorte (Afghanistan), het land waar hij opgroeide (Iran) en het land waar hij tegenwoordig woonachtig is (Nederland). En met zijn familie, die verspreid is geraakt over de hele wereld. Zijn autoritaire vader Mohammad Yousef Amin Hilmandi, kortweg ‘Baba’ genoemd, in het bijzonder.

Een man met een onbuigzaam karakter. Ooit een bekende strijder en commandant van de Moedjahedien, inmiddels schrijver en geestelijke. Met Dawoods moeder, zijn derde vrouw, heeft Baba zeven kinderen. En veertien in totaal. Hij is geen gemakkelijke vader. Als zijn zoon hem na een tragisch verlies in de familie opzoekt in zijn huidige thuisbasis Iran, zit hij bepaald niet te wachten op moeilijke vragen.

Paikar (97 min.) – ofwel: krijger – zet echter door. Dawood wil Baba dwingen tot reflectie. Contact. Nabijheid. De hardvochtige oude man laat zich alleen niet zomaar ontdooien. ‘Ik zag onderdrukking en tirannie en hoorde vloeken vanaf mijn vroegste kinderjaren totdat ik een jonge man was met een baard en snor’, legt ie uit. Ofwel: hij weet niet beter, kan niet anders en wil dat ook helemaal niet.

Baba laat zich uiteindelijk wel verleiden tot een reis naar hun land van herkomst. ‘Ik hield van dit land’, zegt Baba als ze door Afghanistan trekken. ‘Maar dit land heeft nooit van mij gehouden.’ Vader moet soms zelfs een hoofddoek omdoen, want dat land is nog altijd vol gevaren voor hem. Tegelijk is er wel degelijk toenadering tot zijn zoon. Samen bezoeken ze ook Dawoods geboortehuis in Qala-I-Naw. 

Daar krijgt vader zelf even de camera in de hand gedrukt. Hilmandi begeleidt de tocht die hij met hem aflegt, ook mentaal, verder met een poëtische, bijna gefluisterde voice-over. Zo overbrugt hij tevens de afstand tussen de verschillende verhaalelementen, vult andere scènes aan en zorgt voor houvast als Baba terugkeert naar Iran en z’n zoon met zijn moeder achterblijft in Afghanistan.

COVID-19 begint dan ook hun wereld in een ijzeren greep te krijgen en zet de afwikkeling van deze schrijnende film in gang. ‘Ik ben een zwerver geworden in deze wereld, Baba’, constateert Dawood Hilmandi dan. ‘Ik heb alleen de kracht niet om te vertrekken en ontbeer de wil om te blijven.’