Motorbendes

Powned

In Nederland staan politie en justitie al jaren recht tegenover enkele beruchte motorclubs, die door hen worden beschouwd als een vorm van georganiseerde misdaad. In de vierdelige serie Motorbendes (166 min.) neemt Joost van der Valk, die daarmee een vervolg geeft aan zijn documentaires over de Haagse Crips-gang en de Molukse motorclub Satudarah, de woelige historie van de Nederlandse bikerclubs door. Zijn productie doet denken aan de Scandinavische Brutalt Broderskab-docuseries over de Bandidos, Comanches en de penoze van Oslo.

In afleveringen over respectievelijk de Hells Angels, Satudarah, No Surrender en nieuwe kleine clubs belicht Van der Valk de kaaskopvariant op de beruchte Nordic Biker War, die Scandinavië al decennia teistert. De verhoudingen zijn duidelijk: terwijl de motorclubs zelf stug volhouden dat zij een toonbeeld van broederschap zijn en in wezen geen kwaad in de zin hebben, zien politiemensen, officieren van justitie, burgemeesters en politici in diezelfde club juist een criminele organisatie. Zij hebben in de afgelopen jaren ook verwoede pogingen gedaan om die de voet dwars te zetten en verboden te krijgen.

Deze ontwikkelingen worden met een karrenvracht archiefmateriaal tot leven gewekt. In feite komen ook die steeds op hetzelfde neer: vroeger of later komt er een conflict met een andere club en ontstaat er ook intern gedoe – en van daaruit weer een nieuwe club. Waarna de geschiedenis zich herhaalt. Zo moet ‘Big Willem’ van Boxtel in 2004, vanwege vermeende betrokkenheid bij een moordcomplot tegen Willem Holleeder, in ‘bad standing’ de Hells Angels verlaten, de club waarvan hij decennia president was. Misdaadjournalist Paul Vugts: ‘Uiteindelijk is de vriend van vandaag de vijand van morgen.’

Voor Van Boxtel, die later opduikt bij Klaas Otto’s No Surrender, was het een hard gelag. ‘Ja, was zwaar’, zegt hij geëmotioneerd over zijn vertrek bij de Angels. ‘Ik wist ook niet waar ik heen moest.’ Het is één van de weinige momenten dat een motorclubkopstuk écht iets van zichzelf laat zien. Verder hangen zij bij Van der Valk hun eigen stoere zelf uit, het type biker waar media verzot op zijn. ‘Ik krijg net te horen dat ik me moet voorstellen, maar dat lijkt me overbodig’, zegt ‘Captain Henk’ Kuipers, die ook al z’n eigen docusoap had, bijvoorbeeld bij zijn introductie. ‘Ik denk dat iedereen dat wel weet – en waarvan ook.’

Motorbendes doet verder geen serieuze poging om achter de façade te komen bij zulke opperbikers, maar zet wel de roemruchte motorclubhistorie netjes op een rij, met ankerpunten zoals het openlijke geweld tegen de tv-presentatoren Jan Lenferink (RUR) en Barend & Van Dorp, de drievoudige moord bij een Nomads-chapter in Limburg en een wilde schietpartij in Eindhoven in 2014. In de wat meer bespiegelende slotaflevering wordt tenslotte de huidige stand van zaken opgemaakt, waarin de motorclubwereld als gevolg van (wel) erg daadkrachtig optreden van de overheid volledig versplinterd is geraakt.

De Taxioorlog

Powned

Als er op 1 januari 2000 een nieuwe taxiwet in werking treedt in Nederland, barst de bom in Amsterdam. Taxichauffeurs die bij de monopolist TCA (Taxicentrale Amsterdam) een verplichte, peperdure vergunning hebben aangeschaft, zijn woest dat concurrenten van de nieuwe centrale Taxi Direkt zonder zo’n vergunning aan de slag kunnen.

Broodroof, menen de verontwaardigde TCA-chauffeurs. Hun eigen taxivergunning, die te zijner tijd als oudedagsvoorziening had moeten dienen, is ineens geen dubbeltje meer waard. Dat gevoel van onrecht leidt tot ernstige ongeregeldheden op straat, de eerste schermutselingen van wat uitmondt in De Taxioorlog (125 min.). En die zal in de navolgende jaren nog danig escaleren.

Gaandeweg ontdekken de chauffeurs daarbij dat hun eigenlijke vijand zich misschien wel binnen de eigen gelederen bevindt: het driekoppige bestuur van de TCA, onder leiding van oud-politieman Dick Grijpink. Met een roestvrijstalen glimlach en snedige oneliners werpt die alle beschuldigingen steeds ver van zich en deelt intussen ferme sneren uit naar z’n concurrent en de politie, rechters en politiek.

Samen met zijn collega’s wordt Grijpink, een man met een hoofd en manier van doen die bepaald niet hadden misstaan in de misdaadserie Penoza, geassocieerd met allerlei dubieuze zaken: onrechtmatige verrijking, belastingontduiking, intimidatie, omkoping en witwassen. De Amerikaanse term ‘racketeering’ valt ook. Afpersing van z’n eigen mensen. Als de eerste de beste maffiabaas.

Wanneer de verhoudingen verharden en zijn chauffeurs niet meer zo gemakkelijk in het gareel zijn te krijgen, begint Grijpink, de onmiskenbare ‘schurk’ van deze straffe serie, zich zelfs te omringen met een eigen ‘controledienst’ van kooivechters. Misdaadjournalist Paul Vugts kwam ermee in aanraking. ‘Wat zal ik met hem doen?’ zou één van hen dreigend hebben gezegd. ‘Neusje of ruggetje?’

Joey Boink pelt deze gelaagde zaak in deze vierdelige serie, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Sander ’t Sas en zijn bekroonde podcast voor BNR, gestructureerd af. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de voormalige TCA-chauffeurs Cees Meester en Jan den Hartog. Zij hebben zich, met gevaar voor eigen leven, opgeworpen als klokkenluider.

Hun herinneringen aan de tijd waarin ze meer en meer onder vuur komen te liggen bij de TCA, worden verder ingekaderd door onder anderen ‘t Sas, voormalig minister Tineke Netelenbos, Taxi Direkt-directeur Peter Fonckert, politiecommissaris Ad Smit, TCA-advocaat Rob IJsendijk, misdaadjournalist John van den Heuvel en de zoon van Peter R. de Vries, advocaat Royce de Vries.

Zij schetsen een ontluisterend beeld van de hoofdstedelijke taxiwereld, die wordt gedomineerd door een uiterst dubieuze monopolist, met vermoedelijk directe banden met de penoze. Boink omkleedt de verklaringen van zijn bronnen – Grijpink en z’n medebestuurders wilden overigens niet meewerken – met treffend archiefmateriaal, spannende reconstructiebeelden en smakelijke (volks)muziek.

Zo ontstaat een even stemmige als enerverende vertelling over de verwevenheid van onder- en bovenwereld, die tijdens De Taxioorlog voor eenieder zichtbaar werd – niet voor het eerst en zeker ook niet voor het laatst.

Wat Is Het Waard?

Mave Media / BNNVARA

Aan de hand van drie concrete casussen belichten Max Vessies en Gonzalo Ochoa in de korte docu Wat Is Het Waard? (25 min.) het toenemende geweld tegen Nederlandse journalisten. In 2023 werden bij Persveilig, een organisatie die zich ten doel heeft gesteld om ‘de positie van journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op social media en tegen juridische claims’, maar liefst 218 incidenten met journalisten gemeld.

In Göteborg, waar hij samen met zijn Zweedse vriendin woont, vertelt podcasthost, columnist en programmamaker Sander Schimmelpenninck bijvoorbeeld over hoe hij vanuit extreemrechtse hoek aanhoudend wordt bestookt met bedreigingen, laster en stalking. Tot handgeschreven brieven aan zijn Zweedse schoonfamilie aan toe. Schimmelpenninck vindt het daarom wel zo prettig om buiten Nederland te wonen. In Zweden voelt hij zich veiliger, vertelt hij tijdens het uitlaten van de hond.

De Rotterdamse journaliste Tara Lewis werd in 2022 ernstig bedreigd na een column in NRC over de Roze Kameraden, de LHBTIQ+-supportersvereniging van de voetbalclub Feyenoord. Op een gegeven moment adviseerde de politie haar zelfs om tijdelijk haar woning te verlaten, omdat er vanuit de harde kern van de club concrete plannen zouden zijn om dat in brand te steken. Intussen wilde Lewis zelf gewoon wedstrijden van Feyenoord kunnen blijven bezoeken in stadion De Kuip.

Misdaadjournalist Paul Vugts tenslotte kreeg in de nazomer van 2017 concrete aanwijzingen dat er voor hem een moordopdracht was afgegeven. Uit zijn publicaties in het Parool hadden criminelen opgemaakt dat Vugts nog veel meer moest weten dan hij al had opgeschreven en op basis daarvan geconcludeerd dat hij daarom maar beter uit de weg kon worden geruimd. Vugts leefde vervolgens een aanzienlijke periode in een safehouse en mocht alleen met beveiliging de straat op.

De ervaringen van Schimmelpenninck, Lewis en Vugts maken tastbaar hoe kwetsbaar kritische journalisten kunnen worden in de huidige maatschappelijke verhoudingen en hoeveel moed en doorzettingsvermogen het dan van hen en hun directe omgeving vraagt om dat werk gewoon te vervolgen. De opzet en lengte van deze film laten echter niet toe dat zij verder gaan dan het simpelweg delen van wat hen is overkomen en welke rol dat nu nog speelt in hun leven.

Dat volstaat weliswaar om de problematiek (nogmaals) te agenderen, maar laat ook nog het nodige te wensen over.