Fataal Schot

BNNVARA / Hazazah Pictures

Om twee uur ‘s nachts is café Eindspurt in het centrum van Beverwijk op die tiende juli 2004 dicht gegaan. Daarna heeft de 26-jarige barman Erwin Laan alleen nog enkele van zijn gasten naar buiten gelaten. En dan klinkt er rond half drie een Fataal Schot (51 min.). Een buurman treft Erwin even later dood aan. Hij is achter de bar neergeschoten en heeft dat schot vermoedelijk nooit zien aankomen.

De verdenking valt uiteindelijk op Maurice, een boezemvriend van Erwin Laan. Zij zijn samen opgegroeid, voetballen al jaren in hetzelfde vriendenelftal en staan bovendien op het punt om met enkele andere kameraden op vakantie te gaan naar het Griekse eiland Chersonissos. Maurice heeft tijdens de massaal bezochte uitvaart Erwins kist gedagen en zelfs nog een stille tocht voor hem georganiseerd.

Inmiddels zijn er ruim twintig jaar verstreken. Erwins moeder Marian is in 2023 overleden. Aan hartzeer, volgens zijn zus Judith. Samen met vader Jan herdenkt ze hun joviale zoon/broer elk jaar met zijn vrienden. En net als de rechercheurs die de zaak destijds onderzochten, blikken zij nu terug op de nacht die hun aller levens heeft getekend – en die later in een volledig ander licht is komen te staan.

Daartegenover staat in deze film van Hans Pool het relaas van de dader, Maurice van L. Vanuit de gevangenis geeft hij, ondersteund door gedramatiseerde zwartwit-scènes, opening van zaken. Waarom?, vervat in zowel een gedicht van Youp van ‘t Hek als een tranentrekker van André Hazes, is daarbij de grote vraag. Hoe komt iemand ertoe om één van zijn beste vrienden van het leven te beroven?

Een rationale reden lijkt te ontbreken, maar Maurice blijkt zo z’n eigen motief te hebben. Voor een Fataal Schot dat uiteindelijk alleen als een pure wanhoopsdaad is te kenschetsen. Waarmee Erwin Laan van het leven wordt beroofd en hun gezamenlijke vrienden het vertrouwen in andere mensen wordt ontnomen. Wat ooit vanzelfsprekend leek – gewoon samen genieten van het leven – wordt dat nooit meer.

Yab Yum

Wat gebeurt in Yab Yum (75 min.), blijft in Yab Yum. De meeste oud-medewerkers van het vermaarde Amsterdamse bordeel hullen zich bijvoorbeeld nog altijd in stilzwijgen over de toenmalige clientèle. Want er kwam van alles: internationale beroemdheden, Bekende Nederlanders, vermaarde zakenmensen, het halve Saoedische koningshuis én de topcriminelen over wie sindsdien boeken zijn geschreven en films gemaakt.

En daar praten de voormalige eigenaar Theo Heuft en zijn manager, barkeepers, portier en gastvrouwen liever al helemaal niet over. Want de Amsterdamse penoze begon de exclusieve gelegenheid aan de Singel op een gegeven moment als zijn eigen clubhuis te beschouwen. En daarmee was het lot van de club bezegeld. Yab Yum verwerd tot een plek waar schimmige deals werden beklonken, zwart in wit geld veranderde en vetes tot heftige confrontaties konden leiden.

In het Amsterdamse grachtenpand, waar de kogelgaten nog in het plafond zitten, leidt Anna Maria van ’t Hek haar gesprekspartners door het woelige verleden van de chique club; van de jaren van vrijheid blijheid via de doemtijd van het AIDS-virus naar de verstikkende wurggreep van de onderwereld. De filmmaakster omkleedt hun smeuïge herinneringen met een zinnenprikkelende verbeelding van Yab Yums geleidelijke aftocht naar de hel, waar boosaardige engelen voortaan de dienst zouden uitmaken.

En wat al die oud-medewerkers niet over hun lippen krijgen, wordt ingevuld door voormalig politiewoordvoerder Klaas Wilting, die namen en rugnummers geeft bij de onvermijdelijke neergang van wat eens ‘het beroemdste bordeel van de wereld’ was. Onvermijdelijk, want bordelen lijken van lieverlee altijd in verkeerde handen te belanden. Sommige sprekers in deze boeiende documentaire blijken de teloorgang nog altijd te betreuren. Als het kon, zouden ze zo weer aan de bar plaats nemen tussen de klanten die alleen al 75 gulden hadden afgetikt om binnen te mogen.

Om naar ‘boven’ te mogen met een ‘dame’ kwamen daar nog gauw enkele honderden guldens bij. Voor ‘een beetje jeuk aan je snikkel en één vingerhoedje stijfsel’, zouden de Klisjeemannetjes zeggen. Maar daarmee zou dit hoogwaardige etablissement gelijkgeschakeld worden met een ordinair bordeel en, in elk geval volgens de direct betrokkenen, danig tekort worden gedaan.