Ice Grave

Lightdox / SEPPIA

Op 11 juli 1897, een jaar later dan oorspronkelijk gepland, vertrekken ze vanaf Danskøya, een onbewoond eiland in de archipel van Spitsbergen. Initiatiefnemer Salomon August Andrée (42), een Zweedse ingenieur, en zijn twee expeditieleden, de fotograaf Nils Strindberg (26) en ingenieur/atleet Knut Frænkel (27), gaan van Svalbard op weg naar de Noordpool. Ze willen de ruim duizend kilometer afleggen in een waterstofballon en houden hun achterban op de hoogte met berichten die ze versturen via postduiven. Al snel droogt de stroom brieven echter op en wordt het stil.

Pas 33 jaar later ontdekt een ander gezelschap, de Bratvaag-expeditie, hoe het Andrée en de zijnen is vergaan. In 1930 worden de perfect geconserveerde lichamen van de drie poolreizigers en de restanten van hun expeditie aangetroffen op Kvitøya, het ‘witte eiland’ in de Arctische Oceaan. Met hun dagboeken, brieven en foto’s reconstrueert regisseur Robin Hunzinger weer een kleine honderd jaar later in de weldadige archieffilm Ice Grave (78 min.) de ontzaglijke onderneming van de drie Zweedse avonturiers en de tragische afloop daarvan.

Andrée’s dagboek eindigt op 8 oktober 1897, de laatste notitie van zijn kompaan Nils Strindberg dateert van enkele dagen later, 17 oktober. Hij heeft een gletsjer vernoemd naar zijn vriendin, Anna Harlier. Zij is bijna zestig en al lang en breed met een andere man getrouwd als ze zijn brieven voor het eerst onder ogen krijgt en kan lezen hoe haar vroegere geliefde zijn laatste levensdagen heeft beleefd. Het is alsof de tijd Anna, ruim dertig jaar na zijn verdwijning, alsnog inhaalt. Bijna een eeuw later komen hun beider levens opnieuw tot leven in deze film.

Met de zorgvuldig gedocumenteerde ontdekking op Kvitøya, aangekleed met een heel precies geluidsdecor en een delicate soundtrack, haalt Hunzinger het tragisch geëindigde avontuur naar het hier en nu. Hij wordt terzijde gestaan door de historicus Tyrone Martinson en de schrijfsters Hélène Gaudy en Béa Uusma, die zich allen hebben verdiept in de Andrée-expeditie. Samen kleuren zij Strindbergs foto’s en de daarbij opgediepte informatie in, zodat Ice Grave de achterkant en keerzijde kan tonen van de vaak met romantiek omklede ontdekkingsreizen.

In Andrée, Strindberg en Frænkel is nog altijd de onbedwingbare behoefte van de mens om de wereld z’n wil op te leggen te herkennen – en diens uiteindelijke onvermogen daartoe. Tegelijk werkt deze documentaire ook als een bezwerend en aangrijpend eerbetoon aan degenen die het desondanks, met gevaar voor eigen lijf en leden, blijven proberen.

Bobby Sands: 66 Days

Fine Point Films & Cyprus Avenue Films

Op 1 maart 1981, dag 1 van de hongerstaking, weegt hij 64 kilo. Zijn lichamelijke toestand wordt in de officiële rapportage omschreven als ‘satisfactory’. 65 Dagen later, op 5 mei 1981, sterft Bobby Sands, een toonaangevende figuur in het illegale Irish Republican Army (IRA) die behandeld wil worden als een politieke gevangene, in de Maze-gevangenis in Long Kesh. Hij heeft al enkele dagen zijn zicht verloren en is buiten bewustzijn geraakt.

Beelden zijn er nauwelijks van ‘s mans eenzame strijd tegen het leven, om de Republikeinse zaak, bevrijding van Noord-Ierland uit het Verenigd Koninkrijk, te dienen. De Britse autoriteiten hoopten zo wellicht – tevergeefs, natuurlijk – Sands’ status als IRA-martelaar in te dammen. Voor Bobby Sands: 66 Days (110 min.) heeft regisseur Brendan J. Byrne dus de cel laten nabouwen van zijn protagonist, die ondanks zijn gevangenschap enkele weken eerder is gekozen als parlementslid. Deze cel fungeert als decor voor de steeds terugkerende rapportages over zijn lichamelijke gesteldheid. En die worden weer vergezeld door persoonlijke geschriften van Sands, ingelezen door Martin McCann.

Dag 15 bijvoorbeeld, als de film bijna een half uur onderweg is. 15 maart 1981: Bobby Sands weegt dan 57,5 kilo, zijn fysieke toestand is desondanks nog steeds ‘satisfactory’. ‘Zo nu en dan voel ik de natuurlijke behoefte om te eten, maar het verlangen naar het einde van de opgave voor mijn kameraden en de bevrijding van mijn volk is zoveel groter’, schrijft de 27-jarige activist uit Rathcoole dan, te midden van verhalen over zijn eenzame strijd van voormalige celmaten en bewaarders in het zogenaamde H-Block van Long Kesh. ‘Ze zullen ons niet criminaliseren, beroven van onze werkelijke identiteit of depolitiseren. Nooit mogen ze onze vrijheidsstrijd delegitimeren!’

Deze film uit 2016, ingekleurd met animaties en een sferische soundtrack, wil echter meer zijn dan een aangrijpend portret van het gezicht van ‘The Troubles’ en plaatst Sands en de bloedige periode waarvan hij een symbool is geworden in hun historische en maatschappelijke context. Byrne neemt daarnaast de tijd om in te zoomen op thema’s als geweldloos verzet, de impact van martelaren en het belang van iconische beelden daarbij. Zo ontstaat een krachtige, gelaagde vertelling over hoe zelfopoffering een machtig wapen kan worden in een gevecht dat anders nauwelijks is te winnen. Er is alleen een man met een ijzeren wil nodig die bereid is om alles te offeren voor zijn ideaal.

‘Sands was een speler in een tragisch drama’, stelt de Ierse historicus Jack Foster. ‘Net als Hamlet probeerde hij de schrijver van zijn eigen verhaal te zijn, maar in werkelijkheid voerden Bobby Sands en de hongerstakers een script uit dat allang was geschreven.’ In 1981 zouden er overigens nóg negen IRA-strijders sterven in Long Kesh. Zij hebben echter nooit de mythische status gekregen van de allereerste: Bobby Sands.