Hallo, Ik Ben Hier

VPRO / zondag 8 november, om 19.20 uur, op NPO3

Cas (13) wordt nog wel eens vergeten in de klas. Hij is er soms wel, maar ook weer niet. Vanwege jeugdreuma kan de brugklasser uit Amstelhoek niet alle lessen bijwonen. Op zulke dagen laat hij zich vervangen door een robot. Alleen: ze vergeten best vaak om die aan te zetten. En dan zit Cas thuis maar te wachten.

Hallo, Ik Ben Hier (16 min.), denkt hij dan. Cas baalt er sowieso van dat hij regelmatig eerder naar huis moet en daardoor lessen mist, vertelt hij in deze jeugddocu van Tanja Warning. En zal hij dat bezoek aan Diergaarde Blijdorp maar aan zich voorbij laten gaan? Anders moet hij vast de hele week van het inspannende uitstapje bijkomen.

Thuisonderwijs heeft zo z’n beperkingen, laat Warning zien. Zeker als alle andere leerlingen wel ‘gewoon’ naar school komen. Het is voor Cas zo ook lastig om aansluiting te houden met zijn klasgenoten. Op zware dagen moet hij nu eenmaal die robot, zijn ogen en oren, naar de les sturen. Zodat hij straks toch naar het VWO kan.

Dit perspectief – en het feit dat Cas ook regelmatig wordt omringd door vrienden en dan leuke dingen met hen doet – zorgt ervoor dat Hallo, Ik Ben Hier Ik nooit topzwaar wordt. Zoals het een echte jeugdfilm betaamt wordt er weliswaar een maatschappelijk thema geagendeerd, maar gebeurt dit klein en met een optimistische ondertoon.

Zodat het te allen tijde fijn blijft om te kijken.

How Big Is The Galaxy?

Marx Film

Sinds de film die wordt beschouwd als de allereerste documentaire – Nanook Of The North (1922) van Robert Flaherty – werd uitgebracht, zijn er zo’n honderd jaar verstreken. In eerste instantie lijkt How Big Is The Galaxy? (73 min.) echter bijna een kopie van Flaherty’s klassieke docu over een Inuit-gezin, onderdeel van een eskimo-gemeenschap in de omgeving van het Canadese Quebec. Ze woonden in een iglo en voorzagen in hun dagelijkse behoeften met jagen en vissen.

De plaats van handeling in deze observerende film van Ksenia Elyan is nu Siberië, maar de setting is verder vergelijkbaar: een uitgestrekt, besneeuwd landschap, vooral bevolkt door elanden, waar zich nauwelijks een mens waagt. In deze toendra wonen het zevenjarige jongetje Zakhar Zharkov, zijn oudere broer Prokopy en hun ouders. Zij behoren tot een inheems volk, de Dolganen, dat met uitsterven wordt bedreigd. Slechts een enkeling houdt nog vast aan de traditionele nomadische leefstijl.

Illustratief daarvoor is een scène waarin vader Zharkov een ree vangt en doodt met zijn mes, terwijl zijn zoons in een boom klimmen en daar met elkaar beginnen te kibbelen. Al snel roept de plicht. Zakhar moet bijspringen als zijn vader het dier begint te villen. ‘Mam, kijk, ik heb in het bloed gestaan’, zegt hij naderhand. Gevolgd door de onvermijdelijke vraag: ‘Papa, waarom is bloed rood?’ Want Zakhar is een guitig en vroegwijs joch, dat nieuwsgierig is naar alles. Aan zijn vragen komt nooit een eind.

Intussen is Prokopy koppig in die boom blijven zitten. De rivaliteit tussen de jongens, die volledig op elkaar zijn aangewezen, vormt het hart van deze film over een gemeenschap die los lijkt te zijn gemaakt van tijd en ruimte en ondertussen via de televisie, mobiele telefoon en laptop wel degelijk in verbinding staat met de bewoonde wereld. De twee broers zitten elkaar gedurig op de huid. En als de oudste eindelijk uit die boom is geklommen, moeten ze het reeënkarkas nog samen per slee naar huis vervoeren.

Sinds enige tijd is er ook iets veranderd: de jonge en serieuze juf Nelly Andreevna geeft de kinderen in hun eigen huis les. Nog niet zo lang geleden werden Dolganen verplicht om hun kinderen naar kostscholen te sturen, waar ze volledig vervreemd raakten van hun wortels. Tegenwoordig kunnen ze thuis wiskunde of Russische literatuur leren. Tenminste, als ze een door de staat goedgekeurde onderwijzer(es) in huis nemen. Al snel hangt er dus ook een portret van Vladimir Poetin in het geïmproviseerde klaslokaaltje.

In de ogen van Poetin zitten volgens Zakhar camera’s. ‘En hij ziet jou en hij ziet hoe raar jij doet’, houdt hij Prokopy voor. ‘Hij zegt: wat zit dat ventje te mopperen? Als hij volwassen was, zou hij naar Oekraïne worden gestuurd. En daar zou je meteen doodgeschoten worden.’ Zo vloeien realiteit en fantasie samen in een jongensboekleven dat langzaam door de werkelijkheid wordt ingehaald.