De MOB Methode

Hollandse Helden / KRO-NCRV

Het uitgangspunt lijkt zo logisch als wat: de Nederlandse overheid moet zich aan z’n eigen wetten houden. Toch maakt Mobilisation for the Environment (MOB) zeker niet alleen vrienden met z’n juridische procedures om de staat bij de les te houden. Met het door MOB afgedwongen stikstofslot heeft de ‘milieuclub’ volgens critici het halve land platgelegd. ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik met MOB ga spreken’, heeft BBB-kamerlid Caroline van der Plas bijvoorbeeld ooit laten optekenen.

In De MOB Methode (60 min.) volgt Ingeborg Jansen oprichter Johan Vollenbroek en enkele andere centrale figuren van de activistische stichting. Zij bevinden zich ogenschijnlijk vrijwel permanent voor de rechter, tegenover grote bedrijven zoals Tata Steel, Schiphol en Cosun (de voormalige Suiker Unie) en vertegenwoordigers van de overheid. Vanuit de zaal kijken dan vaak direct betrokkenen mee, zoals bijvoorbeeld pluimveehouder Frank Rooijakkers uit de Peel.

Zijn bedrijf dreigt door de rechtsgang van MOB z’n natuurvergunning kwijt te raken. Voel je je slachtoffer van onze acties? vraagt Vollenbroek, als hij met z’n markante elektrische autootje is afgereisd naar de Brabantse kippenboer. Rooijakkers heeft er slapeloze nachten van, bekent hij. Hij heeft het gevoel dat ie aan de schandpaal wordt genageld. Die procedures zijn geen laatste redmiddel voor de natuur, maar een doodlopende weg! Het is een scherp gesprek dat niettemin respectvol blijft.

MOB procedeert niet om het procederen, stelt Max Haan, één van de juristen van de stichting. Hij vindt de methode die ze hanteren soms zelfs bijna kinderachtig. ‘Het is een beetje alsof je gaat klikken bij de meester, maar soms kom je met een bedrijf in gesprek en lukt het om onderling afspraken te maken. En dat is voor iedereen het beste.’ Daarvoor wordt dan wel eerst een juridisch breekijzer ingezet, ten overstaan van rechters die puur oordelen op basis van de voorliggende feiten.

Zo kunnen ze wanbestuur’ corrigeren, vinden de gepensioneerde chemicus Vollenbroek en zijn groene strijders. De natuur, dieren en biodiversiteit dienen koste wat het kost te worden beschermd – hoeveel tegels daarvoor ook gelicht en beerputten geleegd moeten worden. En daarbij nemen de MOB’ers op de koop toe dat ze heel wat Nederlandse bedrijven en boeren, die het gevoel hebben dat ze persoonlijk gepakt worden door een stelletje fanatiekelingen, tegen de haren instrijken.

Deze boeiende documentaire brengt hun idealistische strijd, de onwrikbare overtuigingen daarachter en de belangen waarop ze zo botsen helder in beeld. Het is een film over het hedendaagse Nederland, een land vol tegenstellingen die soms nauwelijks meer kunnen worden overbrugd. Waar polderen heeft plaatsgemaakt voor strijd, met het risico dat gedeelde belangen uit het oog verdwijnen.

Groenkijkers

NTR

Het vereist een onverwoestbaar soort optimisme om te midden van de sombere berichten over het klimaat en de teruglopende biodiversiteit het kleine te blijven eren. Jacques, de vader van filmmaker Sanne Rovers, beschikt daarover. Hij ziet in zijn omgeving altijd wel iets moois. Intussen vraagt zijn dochter zich af hoe het kan dat hij iets ziet wat zij niet ziet. ‘Als ik naar de natuur kijk, voel ik me vooral machteloos: de droogte, stikstof, de klimaatverandering…’, verzucht ze bij de start van Groenkijkers (50 min.). ‘Het is gewoon best wel moeilijk om je daartoe te verhouden.’

Hoe keren we het tij? vraagt Sanne Rovers zich in die film af, terwijl ze zich vergaapt aan al die groene initiatieven en bevlogen natuurliefhebbers om haar heen. Begint een ommekeer werkelijk met het starten van een vlindertuin op een betonnen stadsplein, het beschermen van weidevogels tegen maaimachines of glasaaltjes tellen in de Rotterdamse haven? Iedereen met ogen in z’n kop – of gewoon met oog voor de alarmerende berichten en cijfers – kan toch zien dat de biodiversiteit onder druk staat en de natuur zienderogen verschraalt?

Drie bevriende spotters, die al 25 jaar samen vlindersoorten proberen op te sporen en daarover trouw rapporteren, zien dat aantal in elk geval jaarlijks minder worden. ‘De natuur wacht niet totdat de politiek eindelijk eens overeenstemming bereikt over stikstofreductie’, roept één van hen gefrustreerd tijdens een hoog oplopende discussie. Jacques Rovers, met wie Sanne de hele film in gesprek blijft, kiest er desondanks voor om positief te blijven. Misschien wel tegen beter weten in. Als mensen willen, houdt hij staande, dan kun je ’t omdraaien.

Dat begint in zijn optiek met goed kijken. En dat lijkt sowieso, vaak onuitgesproken, de basishouding van alle groenkijkers op wie zijn dochter haar camera richt in deze ode aan natuurbeschermers. Het gaat veelal om mensen die nog een andere wereld hebben gekend, waarin de vaderlandse flora en fauna ongestoord kon bloeien. Die wereld willen ze behouden en als ’t even kan ook doorgeven aan volgende generaties. ‘Als opa dood is en jullie zijn heel groot’, zegt een nette man, terwijl hij een boompje plant, tegen zijn kleinzoon. ‘Dan is deze boom ook groot.’

Sanne Rovers heeft uiteindelijk ook geen keuze, vindt ze: zij zal haar blik moeten richten op het leven om haar heen. En dat werkt zowaar. ‘Omdat ik beter om me heen kijk’, concludeert ze, ‘voel ik me meer verbonden.’ Die gedachte kan en wil ze nu, indachtig haar bevlogen vader, ook zelf weer doorgeven.

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.