The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door

CNN / Videoland

‘Er zit iets in de psyche van de Russische staat, dat veel ouder is dan Poetins regime, waardoor liegen en dat iedereen weet dat je liegt een teken van macht is’, stelt Mark Sedwill, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van de Britse regering, over de bewering van Vladimir Poetin dat zijn land niets van doen heeft met de vergiftiging van de Russische overloper Sergej Skripal en diens dochter Joelia in 2018. ‘Omdat je kunt liegen en daarvoor toch niet verantwoordelijk wordt gehouden.’

In The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door (79 min.) akkert regisseur Daniel Vernon de dubbele moordpoging helemaal door. Die wordt tevens gezien als een ernstig risico voor de volksgezondheid. Doordat de daders het zeer gevaarlijke zenuwgas Novitsjok hebben gebruikt en niet duidelijk is wat ze met het restant daarvan hebben gedaan, loopt iedereen in het slaperige Britse stadje Salisbury, door de plaatselijke bevolking ook wel Smallsbury genoemd, gevaar. Burgerslachtoffers kunnen bijna niet uitblijven.

Behalve een geestelijke, arts, plaatselijke correspondent en enkele gewone inwoners van Salisbury, waaronder bijvoorbeeld de eigenaresse van de winkel waar Skripal vrijwel dagelijks worstjes en krasloten kocht, laat Vernon ook de toenmalige Britse premier Theresa May, minister van Binnenlandse Zaken Amber Rudd, de MI6-chefs John Sawer en Richard Dearlove en het hoofd van de landelijke anti terrorisme-eenheid Neil Badu terugblikken op de kille moordaanslag die voor een acute crisis met Rusland zorgt.

Die is typisch Poetin, als we onderzoeksjournalist Christo Grozev (Bellingcat) mogen geloven. Hij laat opponenten rücksichtslos uit de weg ruimen. Een erfenis wellicht van zijn vorige leven, toen hij geheimagent was bij de KGB. ‘Om een goede spion te zijn, moet je vooral aardig gevonden worden’, stelt zijn voormalige studiegenoot Viktor Makarov echter. ‘En Poetin hield ervan gevreesd te worden.’ Een verrader zoals Sergej Skripal, die zich veilig waant in het Verenigd Koninkrijk, zou dus kunnen weten wat er op hem afkomt.

Een moordcommando bestaande uit Ruslan Boshirov en Alexander Petrov, de schuilnamen van twee Russische inlichtingenofficieren die direct aan Vladimir Poetin kunnen worden gelukt, moet het klusje klaren en kijkt daarbij niet op een slachtoffer meer of minder De Britse autoriteiten proberen intussen rust uit te stralen. Keep calm and carry on, aldus minister Rudd – ook al is zij veel minder zeker van haar zaak dan ze wil uitstralen. Hoe kan deze kwestie worden getackeld, zonder dat er oorlog van komt?

Trefzeker roept The Salisbury Poisonings zo een cruciale stap in de verdere verslechtering in de relatie van Rusland met het westen op. Een ernstig incident dat véél slechter had kunnen aflopen.

Eerder dit jaar werd ook de miniserie Salisbury Poisonings: The Untold Story uitgebracht.

Vernon, Florida

IFC Films

Het verhaal wil dat Errol Morris in Vernon, Florida (55 min.) belandde omdat hij daar een saillante kwestie ging onderzoeken: in het Amerikaanse stadje werden in de jaren vijftig en zestig namelijk zoveel verzekeringsclaims ingediend vanwege tragische ongelukken, waarbij iemand een ledemaat was kwijtgeraakt, dat het verdacht was. Ze deden het toch niet expres?

Op die documentaire, met de werktitel Nub City, zat echter bepaald niet elke bewoner van het gehucht in Florida te wachten. Na tal van bedreigingen liet de eigenwijze filmmaker zijn oorspronkelijke plan varen, ten faveure van een groepsportret van enkele inwoners van het typische ‘southern town’, om zo het wezen van de plaatselijke gemeenschap bloot te leggen – al kan dat natuurlijk ook gewoon een Broodje Aapverhaal zijn. 

Zoals er in Morris’ tweede film, de opvolger van zijn tragikomische debuut Gates Of Heaven (1979), wel vaker sterke verhalen worden verteld. Door lokale mannen die duidelijk genieten van de aandacht die hen ten deel valt. Een wormenkweker, een jager en een dominee bijvoorbeeld. Zij dissen hun lotgevallen, filosofieën en herinneringen met het nodige drama, theater en (onbedoelde) humor op voor Morris’ camera.

Deze vermakelijke praatfilm uit 1981 is tamelijk sober van opzet en komt nooit echt op tempo. De documentaire is daardoor nauwelijks te vergelijken met latere films van Errol Morris, die worden gekenmerkt door virtuoos geframede interviews, ravissante vormgeving en een stuwende soundtrack. Samen vormen ze echter een geheel eigen universum, dat regelmatig gefronste wenkbrauwen en een besmuikte glimlach oproept. 

Vernon, Florida staat of valt met de personages, stuk voor stuk kleurrijke representanten van een welhaast vergeten Amerika, en de dingen die hen van het hart moeten over pak ‘m beet de kalkoenjacht, het menselijke brein en alle mogelijke betekenissen van het woord ‘therefore’. ‘We hadden een zes-minuten-regel’, legde Morris ooit uit. ‘Hou je mond en laat mensen zes minuten aan het woord, dan bewijzen ze vanzelf hoe gek ze eigenlijk zijn.’

Over verzekeringsfraude, en wat die kost, zwijgen ze echter als het graf.

Se Busca Millonario

HBO Max

‘Ik ben vast de enige burgemeester van Spanje die een miljonair zoekt’, zegt Carlos Negreira, de voormalige burgervader van de Galicische gemeente A Coruña, tijdens een persconferentie in 2012. ‘Niet om geld te vragen, maar om geld te geven.’

Uiteindelijk melden zich bij de Spaanse gemeente meer dan tweehonderd (!) mensen die beweren dat zij het winnende lot van de Primitiva-loterij, goed voor maar liefst 4,7 miljoen euro, zijn kwijtgeraakt. Lot 4722337 blijkt te zijn aangetroffen in een kleine loterijwinkel aan de Plaza San Augustín. Die ligt in een totaal ander deel van de stad dan de Carrefour waar het felbegeerde lot even daarvoor is gekocht. Welke weg heeft het gouden ticket sindsdien afgelegd? En wie zijn daarbij betrokken geweest?

Noemí Redondo en Susana López Raña maken van Se Busca Millonario (Engelse titel: Wanted: Millionaire, 128 min.) een kek vormgegeven whodunnit. Met een fraai opgezette en uitgelichte maquette hebben zij het Spaanse stadje nagebouwd, waarbij de reclamanten als poppetjes worden ingezet in een ondoorzichtig spel om de grote prijs. Saillant detail daarbij: als niemand kan bewijzen dat het lot van hem/haar is, gaat het geld naar de eigenaar van de winkel waar het lot is gevonden. En laat dat nu net de broer van de verkoper zijn…

De complexiteit van deze zaak, die inmiddels ruim tien (!) jaar beloopt, wordt in deze driedelige ‘true crime’-serie verbeeld met een gestileerde studio-opstelling, waarbij acht stoelen in een kring zijn gezet. Daarop nemen de verschillende eisers plaats die beweren dat zij, écht, de rechtmatige eigenaar van het felbegeerde lot zijn. Of ze daarbij te goeder trouw handelen en werkelijk overtuigd zijn van de rechtmatigheid van hun eigen claim of gewoon een slaatje proberen te slaan uit de situatie is slechts met zeer veel moeite vast te stellen.

Duidelijk is in elk geval dat zij nauwelijks meer terug kunnen. In plaats van een gelukzalig gevoel van oneindige rijkdom heeft de zaak hen echter vooral stress en slapeloosheid bezorgd. Via deze ‘winnaars’ lopen Redondo en López Raña op z’n Agatha Christies allerlei verschillende scenario’s door, die steeds nét een ander licht op de kwestie werpen. Dat proces neemt, hoewel slim opgezet en enerverend gemonteerd, nogal wat tijd in beslag en komt uiteindelijk tot een ontknoping, die nog veel zaken open laat. 

Waarbij zich meteen ook een vervolgvraag aandient: zouden al deze potentiële miljonairs überhaupt een ander als echte eigenaar van het lot kunnen accepteren? Met het opgeven van het idee dat zij dat winnende lot (zouden kunnen) hebben, verliezen ze immers ook hun signatuurverhaal.

Three Minutes – A Lengthening

US Memorial Holocaust Museum

Een beeld zegt misschien meer dan duizend woorden, maar dan moet je wel weten waarnaar je kijkt. De drie minuten film die de Joodse Amerikaan David Kurtz maakte tijdens een trip door Europa in 1938 werden in elk geval níet geschoten in het geboortedorp van Kurtz’s vrouw, zo ontdekte hun kleinzoon Glenn. Hij trof de beelden in 2009 bij toeval aan in een oude kast in een familiehuis te Florida.

Toen Glenn Kurtz na maanden zoeken eindelijk een overlevende had opgespoord, hielp die hem binnen enkele ogenblikken uit de droom: nee, al die onbekommerde Joodse mensen, zich ogenschijnlijk nauwelijks bewust van wat hen boven het hoofd hing, kwamen niet uit zijn geboortedorp nabij de grens van Polen en Oekraïne. Teleurstelling. Dan moesten het wel beelden zijn van het stadje Nasielsk, ten noorden van Warschau, de plek waar zijn grootvader is geboren.

De zoektocht van Glenn Kurtz, eerder vervat in zijn boek Three Minutes In Poland (2014), vormt het uitgangspunt voor het intrigerende essay Three Minutes – A Lengthening (69 min.), waarin Bianca Stigter die drie minuten tot in detail ontleedt. In- en uitzoomen. Voor- en achteruit kijken. Speculeren over wat je denkt te zien of daarbij juist de hulp inroepen van een deskundige of getuige (zoals Maurice Chandler, ofwel Moszek Tuchendler, die als jongetje is te zien in de film).

Op zoek naar aanwijzingen voor wie of wat er in beeld is en welke informatie daaruit valt te destilleren, duikt Stigter in de Joodse gemeenschap Nasielsk. De Britse actrice Helena Bonham-Carter fungeert daarbij als verteller, die namens haar alle hoeken en gaten van het materiaal verkent. Van heel praktisch – wie, wat, waar? – tot meer filosofisch. Over de kleur rood bijvoorbeeld. In sommige talen is er voor rood en bloed maar één woord. Rood, de kleur ook die het laatst vervaagt.

De Nederlandse filmmaakster gebruikt verder geen ‘talking heads’. Ze verlaat zich volledig op die dikke drie minuten amateurfilm. Meer is er van de bewoners van het Joodse stadje ook niet bewaard gebleven. Ook niet van de plek waarnaar ze binnen afzienbare tijd vrijwel allemaal zouden verdwijnen, het vernietigingskamp Treblinka. Met die wetenschap krijgen de op zichzelf onschuldige beelden, van mensen die nieuwsgierig naar de camera kijken, onvermijdelijk een loodzware lading.

‘Mijn tante was ongeveer even oud als sommige overlevenden’, zegt Glenn Kurtz. ‘Zij groeide op in Brooklyn. De wereld waarin zij opgroeide is óók verdwenen. En toch, als je naar beelden van Brooklyn uit 1938 kijkt, is dat totaal anders dan bij materiaal uit Nasielsk uit 1938. Vanwege het gevaar dat deze mensen bedreigde en het gegeven dat de wereld waarin zij leefden snel daarna met geweld zou worden vernietigd. In plaats van langzaam, als gevolg van het verstrijken van de tijd.’