Photophobia

Movies That Matter

Is het een documentaire die is verrijkt met een fictieve verhaallijn? Of toch een speelfilm, gemaakt in de echte wereld?

Als Rusland in het voorjaar van 2022 Oekraïne is binnengevallen zoekt een deel van de bevolking van de stad Charkiv z’n toevlucht tot het metrostation. Daar ontstaat een soort minimaatschappij van mensen die alles achter hebben moeten laten en geen idee hebben of ze ooit nog kunnen terugkeren naar hun vorige leven. Boven hun nieuwe geïmproviseerde thuis wordt de wereld die ze kennen grondig vernietigd.

In deze ondergrondse omgeving, waartoe de Russische bommen vooralsnog niet kunnen doordringen, laat het Slowaakse filmmakersduo Ivan Ostrochovsky en Pavol Pekarcik de twaalfjarige Niki (Nikita Tyshchenko) het dartele elfjarige meisje Vika (Viktoriia Mats) ontmoeten. Samen ontdekken de twee kinderen in Photophobia (71 min.) de magie van de metrotunnels, een wereld die veelal verstoken blijft van daglicht.

Daglicht, zo wordt metrokinderen ook te verstaan gegeven, staat gelijk aan gevaar. Daarbij moeten ze dus uit de buurt blijven. Terwijl Niki en Vika door het binnenste van het station zwerven, verlaten treinstellen ontdekken en zich laven aan de liederen van een bejaarde troubadour, verzamelen ze de moed om tóch de zon weer op te zoeken. Het is een treffende metafoor voor de hoop, die ook in bange dagen, doet leven.

Ostrochovsky en Pekarcik verbleven voor deze film enkele maanden in de ondergrondse metrostad, waar in het voorjaar van 2022 zo’n 1500 inwoners van Charkiv onderdak hadden gevonden. Daar ontmoetten ze, volgens dit interview, ook Nikita en z’n familie. Omdat vanwege de oorlog onduidelijk was hoeveel tijd ze hadden om te filmen, schreven ze een script rond hem en een meisje aldaar, Viktoriia.

Met super 8-filmpjes, gemaakt in de omgeving van de Poolse stad Krakau, verbeelden de filmmakers bovendien hoe hun protagonist zich het leven buiten het metrostation voorstelt. Zo proberen ze de oorlog, die al talloze malen in beeld is gebracht, met kinderogen te bekijken. Het is wel een geconstrueerd perspectief, bedacht door volwassen filmmakers, dat hoop biedt en ontroert, maar de werkelijkheid soms ook verfraait.

Zo brengt Photophobia een grotere waarheid over het voetlicht, maar staat de film ook op gespannen voet met een onuitgesproken regel van de documentaire: dat wat er zich voltrekt voor de camera écht is en niet geacteerd. Dit past overigens binnen een trend waarbij makers steeds meer hybride vormen opzoeken rondom het genre. En daarbij lijken ze een voor docufreaks enigszins onnatuurlijk uitgangspunt te hebben:

Fiction is stranger than truth.

The Killing Of A Journalist

Final Cut For Real

Negen dagen na de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kusnirová op 15 februari 2018 zijn er overal in het land protestdemonstraties. Geschokte Slowaken tonen de wereld een groot zwart spandoek: ‘Een aanval op een journalist is een aanval op ons allen’.

Hun woede richt zich op de regering van premier Robert Fico, die sinds 2006 vrijwel permanent aan de macht is geweest. Onder zijn bewind is Slowakije, ogenschijnlijk een reguliere lidstaat van de Europese unie, afgegleden naar het niveau van een ordinaire maffiastaat, waar de rechtspraak en politie inmiddels grondig zijn gecorrumpeerd. Bovendien onderhouden hooggeplaatste figuren daadwerkelijk banden met de ‘Ndrangheta, de beruchte Italiaanse misdaadorganisatie.

De opdracht voor The Killing Of A Journalist (100 min.) zou zijn gekomen van Marián Kocner, een maffioso in een net pak die hoogstpersoonlijk de vervlechting van onder- en bovenwereld belichaamt. Met een opgepoetst social media-profiel laat hij zijn medewerkster Alena Zsuzsová bijvoorbeeld politieke kopstukken benaderen. Als sexy verleidster verzamelt zij ‘kompromat’ van hen, die hij dan weer in stelling kan brengen tegen deze ‘eersteklas schapen’.

Vanwege BTW- en belastingfraude komt Kocner echter op de radar van de dossiervreter Kuciak. Dat zint hem duidelijk niet. ‘Ik vertel jou nu heel kalm dat ik bijzondere aandacht ga geven aan jou, je moeder, je vader en je broers of zussen’, voegt hij de journalist toe tijdens een telefoongesprek. In een indringende scène van deze documentaire van Matt Sarnecki is te zien hoe zijn ouders, Martina’s moeder en collega’s van Kuciak opnamen van de nauwelijks verhulde bedreiging aanhoren.

Het brute karakter van de huurmoord wordt nog eens gedemonstreerd met een video-opname van de politie, waarin de schutter zijn eigen daad reconstrueert op de plaats delict. Het team dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de huurmoord – een oud-politieman en een voormalige militair, met de eigenaar van een pizzeria als moordmakelaar – oogt als een Slowaakse unit van The Sopranos en opereert als een moordcommando dat ook zomaar in Nederland actief had kunnen zijn.

Want de moord vertoont tevens overeenkomsten met de liquidatie van Peter R. de Vries. Afgaande op deze ontluisterende film, waarin verhoren van de verdachten, confrontaties tussen hen en verklaringen van hun advocaten zijn opgenomen, is de situatie in Slowakije alleen nóg ernstiger omdat onder- en bovenwereld er echt nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden en de overheid dus ook geen middelen – of een belang – heeft om in te grijpen.

De woorden van de omstreden politiechef Tibor Gaspar, uitgesproken tijdens een persconferentie na de moord op Ján Kucian, krijgen tijdens het onderzoek een steeds pijnlijkere lading: ‘Het is misschien vreemd om te zeggen na zo’n gebeurtenis’, houdt hij zijn gehoor dan met een stalen gezicht voor. ‘Maar wij leven niet in een maffiastaat.’