Teddy Pendergrass: If You Don’t Know Me

Hoewel Harold Melvin vanzelfsprekend te boek stond als leider van de succesvolle soulgroep Harold Melvin and The Blue Notes, was het in werkelijkheid Teddy Pendergrass (1950-2010) die grote hits als Don’t Leave Me This Way en If You Don’t Know Me By Now zong. Volgens hun songschrijf- en producersduo Kenny Gamble en Leon Huff, de architecten van de zogenaamde Philly Sound, had hij een stem als ‘raw meat’. Terwijl Teddy daarmee begin jaren zeventig ieders hart veroverde, streek Harold ondertussen stiekem het leeuwendeel van de inkomsten op. Dat kon natuurlijk niet goed gaan.

In 1976 verliet een gebelgde Pendergrass The Blue Notes voor een solocarrière die hem vijf opeenvolgende platina platen opleverde en tot een absoluut (vrouwen)idool maakte. The Black Elvis, in de woorden van zijn handige manager Shep Gordon. Want Teddy Pendergrass werkte als een magneet op het andere geslacht. ‘Er kwam eens een vrouw backstage toen ik net de kleedkamer wilde verlaten’, vertelt hij zelf in een talkshow. ‘Ze pakte een mes uit haar zak en zei: als ík je niet kan hebben, zal niemand je hebben. En ze haalde nog uit ook!’ Hij kan het zelf nauwelijks geloven: ‘Een zwarte vrouw, met een zwart mes.’

En toen, op het hoogtepunt van zijn roem, parkeerde hij in 1982 zijn Rolls Royce tegen een boom. Het auto-ongeluk zou hem voortaan aan een rolstoel kluisteren en fungeert als breekpunt in Teddy Pendergrass: If You Don’t Know Me (106 min.). In dit gesmeerde portret van Olivia Lichtenstein uit 2018 komt Teddy zelf aan het woord via fragmenten uit zestig audiocassettes waarin hij over zijn leven vertelt. Zijn moeder Ida, kinderen, familieleden, (jeugd)vrienden, bodyguard, bandleden en allerlei vrouwen die hun hart aan hem verloren zorgen intussen voor duiding en rugdekking.

Van de viriele vent, die zonder vader opgroeide in een achterbuurt van ‘the city of brotherly love’ Philadelphia en die vanuit deze ervaring als geen ander de zwarte gemeenschap wist te raken, is na het ongeluk weinig over. Kan hij überhaupt nog zingen? Menigeen in zijn directe omgeving heeft er z’n twijfels over. Pendergrass probeert ondertussen de zin van het/zijn leven terug te vinden. Die queeste vormt de apotheose van deze lekkere, met een aanzienlijke portie kneitersoul afgewerkte, film over een hart & ziel-zanger die de laatste jaren enigszins in de vergetelheid is geraakt.

The King Of Kong


Ken je Donkey Kong nog, de digitale aap die jou, een onooglijk mannetje, over vaten en vuurbollen laat springen zodat ‘t je niet lukt om het meisje te bevrijden dat hij gevangen houdt? The King Of Kong: A Fistful Of Quarters (82 min.), een documentaire over de klassieke computergame, start met een citaat van William Burroughs: ‘This is a war universe. War all the time. There may be other universes, but ours seems to be based on war and games.’ Vergezocht, niet?

Totdat je deze kostelijke klassieker van Seth Gordon uit 2007 ziet, waarin het werkelijk hard tegen hard gaat. De onbetwiste koning van het genre, gamer van de eeuw Billy Mitchell, krijgt te maken met een serieuze uitdager, een man die eigenlijk nooit ergens in uitblonk. Nadat deze Steve Wiebe werd ontslagen, vulde hij zijn dagen echter obsessief met Donkey Kong spelen en werd er, zeker naar de zin van de onbetwiste kampioen, nét iets te goed in. Als Wiebe besluit om Billy Mitchells wereldrecord aan te vallen, gaan de handschoenen uit.

Via de enerverende tweekamp tussen de good guy Steve Wiebe, met wie je je gemakkelijk kunt identificeren, en de flamboyante bad guy Billy Mitchell, die steeds weer blijft verbazen met bizarre acties, brengt Gordon een curieuze subcultuur in beeld, waarbinnen een kleine groep nerds elkaar tot grote hoogten opzweept; het verbeteren van een wereldrecord betekent al gauw zo’n 2,5 uur aan een stuk achter een ouderwetse speelkast zitten, met de hand vastgelijmd aan de joystick.

The King Of Kong, afgetopt met lekker cheesy jaren tachtig-hits zoals Eye Of The Tiger, is opgebouwd als een klassieke sportfilm, waarbij enkele matadoren het tegen elkaar opnemen en ‘t tot het eind spannend blijft wie er uiteindelijk met de hoofdprijs vandoor gaat. In de tussentijd worden de mores van de scene en de bijbehorende kinnesinne blootgelegd en valt er natuurlijk ook nog wat te lachen. Kortom: heerlijke film!

Het larger than life’-personage Billy Mitchell speelt ook een bijrol in Man Vs. Snake: The Long And Twisted Tale Of Nibbler, een documentaire die uit dezelfde mal komt als The King Of Kong. Ditmaal gaat het om het spel Nibbler, speelt de morsige Tim McVey (nee, niet die van Oklahoma City) de rol van uitdager en is er natuurlijk ook een veel te arrogante kampioen, Dwayne Richard.

En ook in Chasing Ghosts: Beyond The Arcade komen we Billy Mitchell tegen. Net als Walter Day, de man achter het toonaangevende videogamebedrijf Twin Galaxies die in de drie documentaires een belangrijke bijrol vertolkt. Tezamen vormen deze films een soort aparte gamedocu-franchise.