Prince Of Muck

De Productie

‘We willen evolutie’, zegt Lawrence MacEwen. ‘Geen revolutie.’ De bebaarde Schotse boer gelooft in geleidelijkheid. Als er dan toch iets moet veranderen, laat het dan langzaam gaan. Vloeiend. Bijna zonder dat je het merkt. Precies zoals het nu met hemzelf zou moeten gaan. Langzaam maar zeker verdwijnt hij uit beeld op het eiland Muck, nabij de westkust van Schotland. Waarna zoon Colin zijn werk voortzet.

Zo verloopt ‘t alleen niet voor de Prince Of Muck (77 min.). Althans, zo vóelt het niet. Zijn opvolger wil niet naar hem luisteren. Die weet het beter. Ineens lijkt die dikke halve eeuw boeren er niet meer toe te doen. Lawrence’s vrouw Jenny vindt dat hij niet zo moet somberen. Laat die jongen toch! Zoals wij ‘t deden, zo doen ze ‘t nu niet meer, houdt ze haar echtgenoot voor. En die probeert zijn onvrede voor zichzelf te houden.

De man die zich begint te realiseren dat zijn tijd er zo langzamerhand opzit is nochtans een interessant hoofdpersonage voor deze verstilde film van Cindy Jansen. Terwijl hij zich bekommert om zijn koeien, werk verricht met zijn tractor of speelt met de kleinkinderen, mijmert de eilander over het verleden. Hij laat zijn lange leven de revue passeren en kan daarbij zomaar ineens een gedicht reciteren, dat hij als kind heeft geleerd.

Sinds jaar en dag houdt Lawrence ook een dagboek bij, een gewoonte die hij heeft overgenomen van zijn vader. Via voorgelezen fragmenten daaruit, die als geraamte voor deze documentaire fungeren, laat hij in zijn ziel kijken; van de rituele passages over werk, weer en wind tot een staccato verslag van ingrijpende levensgebeurtenissen en sterfgevallen. Hij is volledig vergroeid met Muck. Zoals zijn vader ooit was en zoon nu is.

Dat gevoel van afscheid nemen en ruimte maken voor een nieuwe generatie, een proces dat onvermijdelijk gepaard gaat met weemoed en weerzin, is voortdurend op de achtergrond aanwezig in dit bitterzoete portret van het leven op een idyllisch Schots eiland, waar de zee geeft en neemt en een koppige Schot en zijn familie hun complete leven slijten.

Sir Alex Ferguson: Never Give In

Universal

Hij kan zich elk detail herinneren. De straat waarin hij werd geboren (Shieldhall Road). De dag waarop hij trouwde (12 maart 1966). En zelfs de reisagent die hij bij zijn eerste voetbalclub gebruikte (Harry ‘Disaster’ Hynds). Alles. Behalve de gebeurtenissen op 5 mei 2018. Op die dag kreeg Alex Ferguson een hersenbloeding. In een boekje schreef de voormalige manager van de Britse voetbalclub Manchester United naderhand alles op wat hij zich kon herinneren. Want dat geheugen was zijn alles. Zonder bestond hij, de levende legende, de man die ‘sir’ voor zijn naam mag plaatsen, helemaal niet meer.

Die ene dag waarop Fergusons complete bestaan op z’n kop werd gezet en de periode daarna, waarin hij weer vat probeerde te krijgen op het leven dat ooit van hem was, lopen als een rode draad door het gedragen portret Sir Alex Ferguson: Never Give In (108 min.) dat zijn zoon Jason Ferguson van hem maakte. Samen met zijn vrouw en drie kinderen blikt de nurkse Schot terug op de dag dat hij, de archetypische bikkelharde manager, ook maar een gewoon mens bleek te zijn. Hij lijkt er milder op te zijn geworden, op het eerste gezicht niet meer de rücksichtslose bullebak die altijd met scherp schoot als iets hem niet zinde.

Legendarisch is in dat verband zijn bijtende reactie na de Schotse bekerfinale van 1983, waarin hij met Aberdeen had gewonnen van Glasgow Rangers, de club die ooit zijn grote jeugdliefde was en die hem later als speler genadeloos afdankte. Ferguson was ondanks de winst woest over de slechte performance van zijn elftal. ‘Ging het je om het beste team van Schotland zijn?’ wil Jason bijna veertig jaar later weten. ‘Of was het je om het vernederen van de Rangers te doen? Pa maakt van zijn hart geen moordkuil: ‘Ik wilde het mes in ze steken.’

Ferguson kreeg het imago van een coach die er ook bij zijn eigen ploeg maar wat graag de zweep over legde. Geen vaderfiguur die met een aai over de bol twijfelaars over de streep trekt. Die leiderschapsfilosofie hangt hij nog steeds aan: elk klein dingetje dat je door de vingers ziet, kan je uiteindelijk de kop kosten, zo is zijn stellige overtuiging. Het is een killersmentaliteit, die hem een overvolle prijzenkast heeft bezorgd. Daar wordt in deze film overigens relatief weinig aandacht aan besteed. Zoals er ook weinig oud-spelers en trainers aan het woord komen. Gordon Strachan, Ryan Giggs en Eric Cantona, dat is ‘t wel zo’n beetje.

Vader en zoon Ferguson houden het liever klein en verwijzen gedurig naar de arbeidersachtergrond van de topcoach, die wordt verbeeld met lyrische shots van werkers in de scheepswerf van de Glasgowse volkswijk Govan, waaronder Alex’s eigen vader, die zich een leven lang het schompes moesten werken. Daar ligt volgens hen de sleutel naar zijn succes. Die thematiek zit ook vervat in de climax van de film, de roemruchte Champions League-finale van 1999, waarin het team dat de coach en persoon Alex Ferguson het beste representeerde voor de poorten van de hel de overwinning wegsleept tegen Bayern München. 

Deze zwaarbevochten cup zal het hoogtepunt worden van een imposante trainersloopbaan, die in het Verenigd Koninkrijk niet licht zal worden vergeten en waarvan de hoofdpersoon nog steeds elk detail probeert vast te houden.

Andy Murray: Resurfacing

Amazon

Dan ben je eindelijk nummer één op de wereldranglijst. Nadat ze altijd zeiden dat je geen Grand Slam kon winnen. Dat Wimbledon ook voor jou niet was weggelegd. En toen, na talloze verloren finales, won je tóch. Eerst op de US Open. Daarna, als eerste Brit in 77 jaar, op het center court van Wimbledon. En goud op de Olympische Spelen in Londen. Tweemaal zelfs.

En dan, ineens, ben je niet meer de onbetwiste nummer één. Maar de speler met die heup. Die trekkebenend achter onbereikbare ballen aan moet. Een man die de pijn probeert te verbijten. Die geopereerd moet worden. Terug vechten. Tegen beter weten in. Een man ook die zichzelf kwijtraakt. Die en plein publique zijn tranen niet kan bedwingen. En die te langen leste de handdoek in de ring wil gooien. Nee: móét gooien.

En toch mag Olivia Capuccini je blijven filmen. Voor de documentaire Andy Murray: Resurfacing (108 min.). Als je zwaar gefrustreerd bent. Op de één of andere manier toch weer hoopvol. Of het – gewoon – echt niet meer weet. Ze mag tevens praten met je begeleidingsteam. Je prominente echtgenote en moeder. En de broer die ook graag tennisser had willen worden. En jij spreekt een soort cameradagboek in. Om de lijdensweg te documenteren.

Ze begeleidt het onvermijdelijke verdwijnen van elke vorm van geloof met dramatisch getoonzette muziek. Jouw glorieus bedoelde terugkeer, die een trieste aftocht dreigt te worden. Van een man die ooit tennisser was. En nu waarschijnlijk iemand anders moet gaan worden. Een Racketloze. Want dit breakpunt valt met geen mogelijkheid weg te werken. Zelfs niet door een man die consequent weigert om naar zijn lijf te luisteren. Of geloof jij er, stiekem, nog wél in, Andy?

Scheme Birds

‘Locked up’ of ‘knocked up’? Dat is doorgaans waarop het uitdraait voor de jongeren uit de Schotse industriestad Motherwell, die worden geportretteerd in de coming of age-docu Scheme Birds (86 min.). Sinds de Britse premier Margaret Thatcher de plaatselijke staalindustrie de nek omdraaide – zo zien ze dat tenminste ter plaatse – is er nauwelijks meer perspectief voor de lokale jeugd.

Neem de tiener Gemma Gillon, de hoofdpersoon van deze fijne film van Ellen Fiske en Ellinor Hallin. Véél meer dan haar net iets te stoere vriendje, de vechtersbaas Pat, lijkt ze niet te hebben. Haar moeder, die is weggezonken in haar eigen drugsverslaving, heeft ze nauwelijks gekend en hoeft ze – zegt ze zelf – ook nooit meer te zien. En vader is eveneens buiten beeld. Alleen ‘papa’ is gebleven, haar opa die een boksschool runt, waar soms ook duivententoonstellingen worden gehouden.

Zuipen, blowen en tattoos zetten, héél veel meer doen het tienermeisje en haar wild feestende vrienden niet. En ruzie maken, veel en heftig. Met de mond, hun vuisten en alles wat er toevallig voorhanden is. De gevolgen zijn soms ronduit verpletterend. En ook in Gemma’s kleine leventje dient zich een wezenlijke verandering aan. Die zet alles he-le-maal op zijn kop. De losbol zal moeten opgroeien. Of ze nu dat nu wil en kan of niet.

De Zweedse filmmakers Fiske en Hallin observeren het ontwortelde meisje en haar vrienden van héél dichtbij. Scheme Birds, straf gemonteerd en aangezet met dikke alternatieve popmuziek, sluit gevoelsmatig perfect aan bij het kitchen sink realism van sociaal bewogen filmers als Ken Loach. Alleen is het verhaal van Gemma écht echt. Zij is geen speelfilmpersonage, maar een jonge vrouw die zich moet losmaken van alles wat ze was om te worden wie ze wil zijn. Als een duif uit papa’s boksschool.