Hokusai, Impressions De Soleil Levant

France TV / AVROTROS / maandag 4 mei, om 22.40 uur, op NPO2

Zijn echte naam is altijd onbekend gebleven. De Japanse schilder wordt bekend onder zijn pseudoniem Hokusai (noordster). We weten wel dat hij werd geboren op de 23e dag van de negende maan in het Jaar van de Draak van het tiende jaar van het Hōreki-tijdperk, meldt de alomtegenwoordige verteller van de documentaire Hokusai, Impressions De Soleil Levant (58 min.). Ofwel: 31 oktober 1760.

Ruim 250 jaar later spreekt het werk van de kunstenaar nog altijd tot de verbeelding. Hij is opgegroeid in de Japanse hoofdstad Edo, het huidige Tokio. In een land, dat strak wordt geleid door de Shogun en dat zich volledig heeft afgesloten van de rest van de wereld. De jonge illustrator, dan nog Shunrō genaamd, gaat in de leer bij de Shunshō-studio, waar hij zich bekwaamt in de houtbewerkingskunst Ukiyo-e. Met kerven in zachte kersenhoutbokken en verf leert hij kleurrijke prints te maken.

Nauwgezet probeert regisseur Lise Barron de persoonlijke en artistieke ontwikkeling van de latere Hokusai, die ook nog door het leven gaat als Sōri, Taito en Litsu, te reconstrueren. Soms is ze haar protagonist enige tijd kwijt, waarna hij plotseling weer van zich doet spreken met bloemrijke kunst die het Japan van zijn tijd doet herleven. Een wereld van kabuki-acteurs, courtisanes, samoerai, draken en manga, vervat in een ontzaglijke hoeveelheid tekeningen, illustraties en schilderijen.

Barron omlijst haar vertelling over de enigmatische kunstenaar, die zich steeds blijft ontwikkelen en daarbij ook wordt beïnvloed door de grote Nederlandse schilders, met sfeervolle sequenties van woodprinten en sumo-worstelaars en fraaie archiefbeelden van Japanse cultuur. Zo haalt ze een kunstenaar die al een kleine twee eeuwen dood is – en die zich in de jaren voor zijn overlijden overigens Manji noemt – overtuigend naar het hier en nu.

Viktor

Cinephil

De Oekraïense jongeling Viktor (89 min.) wil het leger in. Zijn land verdedigen. En de onuitgesproken belofte aan zijn vader gestand doen. Die is in 2015 overleden en had toen vast niet kunnen vermoeden dat de Russen zeven jaar later aan de grens zouden staan, klaar om hun land binnen te vallen.

Aan de vooravond van die historische gebeurtenis start ook deze zwart-wit film van Olivier Sarbil. Viktor staat buitenspel bij die oorlog. Hij is sinds zijn vijfde doof – oorkanker – en mag daarom, tot zijn verdriet, niet in het leger. ‘Ik spreek tot jullie met een stem, die ik zelf niet kan horen’, zegt hij in de openingsscène, met de aardedonkere ‘inner voice’ waarmee hij/Sarbil de film aanstuurt. ‘De doven worden aan de kant geschoven en raken verloren. Ze verliezen het contact met de horende wereld. Ik wilde een krijger zijn, maar misschien heb ik mezelf voor de gek gehouden.’

Terwijl hij dit ‘zegt’ houdt Viktor een samoeraizwaard vast. Zijn andere houvast. Hij zweert bij Miyamoto Musashi’s boek De Strategie Van De Samoerai. Ondanks zijn imposante gestalde, een gepijnigde blik en donkere baard – die zijn moeder niet te kort mag knippen, anders verliest hij, gelijk Samson, wellicht zijn kracht – oogt hij op zulke momenten als een jongetje. Met een heel irreëel beeld van de oorlog. Sarbil, die zelf gehoorschade heeft opgelopen tijdens z’n werk, valt hem echter niet lastig met moeilijke vragen tijdens zijn pogingen om een plek in het Oekraïense leger te bemachtigen.

Intussen speelt de filmmaker met het geluid en die inwendige stem, die overigens heel anders klinkt dan Viktor zelf. Zodra die een machinegeweer krijgt omgehangen blijkt dat hij een talent heeft voor schieten. Instructeurs kunnen nauwelijks geloven dat Viktor dit nog nooit eerder heeft gedaan. Dat betekent alleen niet dat er ook plek is voor hem in één van de legereenheden. Daarvoor verloopt de communicatie met iemand die niet kan horen toch te stroef. Op momenten dat soldaten aan één woord genoeg moeten hebben, zou Viktor volstrekt aan de Goden zijn overgeleverd.

Deze documentaire is bedoeld als een immersieve ervaring, een poging om te benaderen hoe een jonge, vaderlandslievende en dove man de oorlog in zijn land ervaart. Dat voelt soms enigszins gekunsteld en staat zo nu en dan ook het ervaren van diezelfde oorlog in de weg. Alsof alles minder hard binnenkomt. Secundair. En misschien is dat precies hoe Viktor die oorlog ervaart en waarom hij er zo graag deel van wil uitmaken – al is het dan als fotograaf, de uitweg die hij uiteindelijk vindt om zijn diepgevoelde behoefte en de daaraan opgelegde beperkingen te omzeilen.

‘Stilte is geen leegte’, stelt die innerlijke stem intussen. ‘Er ontbreekt niets. Het is de aanwezigheid van het zelf en niets anders. En in deze stilte vind ik m’n vrede.’