Monsters Of God

HBO Max

Zelfs vrienden staan na een praatje meestal bij hem in het krijt. Want Ray Van Nostrand, inmiddels een broze oude man met dementie, is een geboren verkoper. Zijn specialiteit zijn reptielen, slangen in het bijzonder. Die begint hij in de jaren zeventig in Florida te verkopen bij het bedrijf Pet Farm. En daarbij wil hij nog wel eens een loopje met de regels nemen.

Ray komt al snel in contact met de ‘Cocaine Cowboy’ Mario Tabraue, een Cubaanse drugshandelaar met een voorliefde voor wilde dieren en een eigen bedrijf, Zoological Imports Unlimited. Behalve leeuwen en tijgers bezit die bijvoorbeeld ook Caesar, een chimpansee met een gouden Rolex en een opzichtige ketting om. De aap is werkelijk verzot op coke. Al snel stapt Ray met Mario ook in een andere business. Hij houdt er een bijnaam aan over: Ray Van Nostril. Want hij voorziet ook zijn eigen neusgaten rijkelijk van witte lijntjes.

Met zijn bedrijf Strictly Reptiles, ‘de Amazon.com van de reptielen’, zet Rays zoon Mike de familiezaak voort. Net als zijn vader verwerft hij een bijnaam ‘The Lizard Ling of Florida’. Met Mike Van Nostrand kan deze vijfdelige serie van Eric Goode, die eerder met ditzelfde bijltje heeft gehakt als maker van de groteske bingehit Tiger King (2020) en het al bijna even scandaleuze Chimp Crazy (2024), weer verder. Jarenlang brengt Mike koffersvol regenboogboa’s, pijlgifkikkers en ringstaartleguanen het land in. Een miljoenenbusiness, volstrekt legaal. Toch?

Via deze ‘reptielmensen’ brengt Goode, die zelf sinds z’n zesde wilde dieren bezit en ook regelmatig een illegale aankoop heeft gedaan, de geschiedenis van de (illegale) handel in reptielen in de Verenigde Staten in kaart, een business waarin (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar worden beschouwd. Die lijkt te zijn opgestart door twee aartsrivalen. De lepe leverancier Hank Molt en zijn concurrent, meesterfokker Tommy Crutchfield (voor al uw custom made-reptielen!), nemen het allebei niet zo nauw met de wet en mogen dus ook een tijdje brommen.

Monsters Of God (273 min.) zit barstensvol met zulke ‘larger than life’-personages. Types als Larry Loveless, géén artiestennaam, een agent van de Drugs Enforcement Agency die, volgens eigen zeggen dan, masturbeert bij de gedachte aan criminelen die hem op de korrel willen nemen. De kluizenaar Al Killian, die met een collectie gifslangen woont, waaronder de levensgevaarlijke koningscobra. Én de Maleisische superhandelaar Anson Wong die via Nederland, blijkbaar een knooppunt in de internationale reptielensmokkel, zo’n beetje elk exotisch dier kan leveren.

Waardige opvolgers van Tiger Kings Joe Exotic, zonder de bijbehorende reality-achtige ontwikkelingen. Zij vertegenwoordigen in deze intrigerende en (on)smakelijke serie een subcultuur, waarin sommigen (bedreigde) diersoorten puur als handelswaar beschouwen en anderen juist helemaal gebiologeerd zijn door de variëteit in reptielenland – en dus ook bereid zijn om de poeplap te trekken en/of schimmige paadjes te bewandelen.

Morderca Szyty Na Miarę

HBO Max

Het kan niet lang duren voordat de naam ‘Hannibal Lecter’ valt in de driedelige true crime-serie Morderca Szyty Na Miarę (internationale titel: Fit For A Killer, 145 min.). Dat doet ’t dus ook niet. Hooguit een minuut of vijf. En dan wordt de mysterieuze Poolse moordenaar, die eind jaren negentig de huid van zijn slachtoffer afstroopt, al vergeleken met de gestoorde killer uit The Silence Of The Lambs (1991). Zou de Hollywood-thriller als inspiratie hebben gediend voor de man die de 23-jarige studente Katarzyna Zowada op weerzinwekkende wijze van het leven heeft beroofd?

De verdenking valt al snel op voormalig geneeskundestudent Wlodymir Womaczko, die met het gezicht van zijn vader op wordt gesignaleerd. Uitroepteken. Zijn opa denkt in eerste instantie dat hij gewoon zijn zoon ziet, in plaats van zijn kleinzoon met een masker van mensenhuid op. Volgens Womaczko past deze daad in de cultuur van zijn ouders. Hij wil zo zijn minachting uitdrukken voor de man, die zijn moeder heel slecht zou hebben behandeld. Kat in het bakkie, zou je zeggen. Dit moet de verknipte moordenaar zijn – ook al ontkent hij zelf, nog steeds, in alle toonaarden dat hij ‘Kasia’ heeft vermoord.

De dader zal echter nog héél lang uit de handen van de politie blijven. Pas een kleine twintig jaar later belandt er een verdachte achter de tralies. Het duurt dan nog eens zeven jaar voordat er een vonnis wordt uitgesproken. Regisseur Rafael Skalski heeft de nietsvermoedende kijker tegen die tijd al vergast op duistere horrorbeelden en macabere bijzonderheden over het misdrijf. De man die daarvoor verantwoordelijk wordt geacht is bovendien opgetekend als een waanzinnige gek, met een ernstige vorm van godsdienstwaanzin, een verslaving aan de sportschool en diverse seksuele perversies.

In het mortuarium van het ziekenhuis, waar ie een tijdje werkte, zou hij een missverkiezing voor het mooiste vrouwelijke lijk hebben georganiseerd. Zo’n type. Een Poolse variant op Hannibal. Even geniaal als gek. Een ten diepste beschadigde figuur, zonder twijfel. ‘Soms moet je een kind berispen of zelfs een klap geven’, stelt zijn eigen vader Jozef, ongetwijfeld eufemistisch. Over zijn zoon zegt ie ook: ‘Ik was niet echt gehecht aan hem, maar hij draagt nu eenmaal onze achternaam.’ Met zo’n getroebleerde figuur moet ‘t, kortom, wel verkeerd aflopen – en met iedereen in zijn directe omgeving.

En dan draait Rafael Skalski de zaak om en plaatst al die onheilspellende signalen en gore details in een ander perspectief. Waarnaar hebben we gekeken en waarvan hebben we gegruweld? Tunnelvisie? Trial by media? Wie is de man die vanuit de schaduw meekijkt? Een Poolse variant op Dr. Jekyll & Mr. Hyde? Die zijn prooi als een slang beloert, zodat hij op een onbewaakt ogenblik kan toeslaan? Het verhaal dat tevoorschijn komt vanachter het misdrijf is net zo onrustbarend – al wordt het punt dat Skalski ermee wil maken enigszins vertroebeld door de vette vorm waarin hij z’n vertelling ook dan giet – en de implicaties van zijn eigen keuzes voor lieden die het niet meer kunnen navertellen.

Animorphia

Ruud Lenssen Documentaires / Picl

‘Geef mij maar tachtig honden, in plaats van één kind’, zegt oud-militair Claudia Boerma in Animorphia (56 min.). Nadat ze in 2006, als gevolg van traumatische ervaringen tijdens een uitzending, complexe PTSS had ontwikkeld, kwam hulphond Dingo in haar bestaan. Die heeft haar leven, dat zich inmiddels afspeelt in Hammarstrand te Zweden, weer draaglijk gemaakt.

Boerma is één van de vier hoofdpersonen van deze documentaire van Ruud Lenssen – ondertitel: the skin we keep – met een uitgesproken liefde voor dieren. En daaruit spreekt soms ook teleurstelling in de mens. Bij Jari Jansen bijvoorbeeld, een jonge man uit het Limburgse Beesel die een huis vol met reptielen en gifslangen heeft. Dieren liegen en bedriegen niet, stelt hij. ‘Dat is bij mensen vaak anders.’

Jansen prepareert ook dieren. Dat heeft hij gemeen met taxidermist Wesley Kevenaar uit Venlo. Die is druk doende met het opzetten van de Sumatraanse tijger Hermes, ooit één van de blikvangers in Diergaarde Blijdorp. Het geprepareerde roofdier komt op termijn in het Museon in Den Haag te staan, maar wordt eerst geshowd tijdens het Europees kampioenschap taxidermie in Salzburg te Oostenrijk.

Als leerling van de land- en tuinbouwschool kwam Kevenaar ooit in een slachthuis. Toen hij klaar was met school ging ie er ook werken. Als ik het doe, rechtvaardigde hij dit tegenover zichzelf, gebeurt ‘t tenminste goed. ‘Voordat ik dan schoot of voordat het lichtje uitging, zei ik altijd: sorry’, herinnert hij zich. ‘Dus dan keek ik ze altijd recht in de ogen aan en schoot ik.’ Jaren later kreeg de taxidermist er toch last van .

Ook Debby Smit uit Sint Willebrord heeft echt iets met dieren. Dat moet ze, als fervent jaagster, nogal eens benadrukken. En ze moet de online scheldpartijen en dreigementen erbij op de koop toe nemen. Smit ziet zichzelf als een serieuze jager, zeker niet als zo’n rotte appel, een ‘schieter’. De jacht is essentieel voor het beheer van dierenpopulaties, stelt ze. ‘En je hebt gewoon een lekker stukje vlees op je bord.’

Lenssen laat zijn hoofdpersonen intussen in hun waarde en knoopt hun verhalen tenslotte ook aan elkaar. Zo meldt Claudia Boerma, die er niet aan moet denken om zonder Dingo te leven, zich bijvoorbeeld bij Wesley Kevenaar. Als zij er zelf niet meer is, kan haar hond dan misschien mee de kist in? ‘Hij is er jaren voor mij geweest’, concludeert ze, volgens een geheel eigen logica. ‘En nou ben ik er voor hem.’

Stuk voor stuk hebben deze lekkere eigenheimers zo hun eigen manier om hun liefde voor dieren te betuigen. Van het opzetten van een gedood dier als ultiem teken van respect tot het beeld van een geprepareerd dier als een zelfgemaakt kunstwerk met alleen een huid erom. En van een soort surrogaatkind tot ‘een stukje natuur in huis’. En de kijker van Animorphia mag zich eraan vergapen. Aan hun dieren en aan henzelf.