We Had A Plan

Docmakers

Tien jaar lang hebben ze toegewerkt naar dit moment. Tien jaar van poetsen en sparen, tien jaar zonder familie. En nu is het dan eindelijk zover voor Paul en Daniel: ze keren terug naar de Filipijnen. Ze hebben een flatje geregeld in de hoofdstad Manilla, waar ze een Airbnb beginnen. Daarnaast hebben ze nog een klein huisje voor zichzelf. Zo hebben de twee het zich altijd voorgesteld. Na jaren van harde arbeid in Nederland, zeven dagen per week en ongedocumenteerd, wacht nu het goede leven voor het Filipijnse koppel, te midden van de mensen die van hen houden. Ze kunnen hun geluk niet op.

We Had A Plan (96 min.) – and we love it when a plan comes together, zoiets. Daniel laat het zich lekker aanleunen, Paul raakt om de haverklap overmand door emoties. Bevangen door het geluk dat op hun pad komt. Dat ze overigens zelf hebben afgedwongen, met al die jaren noeste arbeid in de schaduw, en dat hij, de plannenmaker van de twee, al zo vaak heeft gevisualiseerd. Paul wil bovendien gaan ondernemen, terwijl Daniel terugkeert naar zijn oude baan in het ziekenhuis. Kortom: de zon schijnt. Het leven wordt zelfs begeleid door vrolijke muziekjes. Al is dat laatste vooral de keuze van regisseur Suzanne Raes. Alsof ze nu al, nu het Paul en Dan zo voor de wind gaat, wil zeggen: geniet ervan zolang het kan, want dit kan zo niet duren.

Als alles inderdaad niet geheel volgens plan verloopt, blijkt Paul – anders zou hij Paul natuurlijk niet zijn – ook nog een Plan B te hebben. Essentieel is dat Daniel zijn vaardigheden als verpleegkundige weer op peil weet te krijgen in het plaatselijke ziekenhuis, waar hij voor een hongerloon ellenlange diensten moet draaien. Maar: life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Het dreigt hen zelfs uit elkaar te spelen. Hun liefdessprookje, zo fraai opgezet door henzelf en Raes en haar Filipijnse coregisseur Venice de Castro Atienza, lijkt te ontsporen in het echte leven, waarin zij onderdeel zijn van grote maatschappelijke thema’s zoals armoede, LHBTIQ+-acceptatie, arbeidsmigratie en de uitdagingen binnen de gezondheidszorg.

We Had A Plan – and we hate it when the plan seems to fall apart – keert echter altijd terug naar de kern: de relatie tussen deze mannen, die voor elkaar lijken te zijn gemaakt. Als twee figuren die inmiddels volledig in elkaar overlopen, net als de knuffelende beeldjes die in hun huis staan. Raes vangt de wisselwerking tussen de twee sowieso met veel oog voor sfeer en detail. Als de één, wanneer het lot hen toch uit elkaar lijkt te drijven, een nachtelijk tochtje maakt door de Amsterdamse grachten, blijkt de ander ineens te roken. De nette sweater die eerst nog liefdevol rond een kussen is geplooid, zodat ie in model blijft, hangt later verweesd aan een hangertje. Intussen nestelen die dekselse Paul en Daniel, geheel volgens het plan van de filmmaker(s), zich in het hart.

Ze hebben alleen nog wel het één en ander te overwinnen. Voordat alles toch nog volgens plan kan worden afgerond.

Flana

Karada Films

Waar is mijn vriendin? Ruim twintig jaar na dato vraagt de Iraakse actrice en filmmaakster Zahraa Ghandour zich dit nog altijd af. Haar tienjarige buurmeisje Nour werd in 2001 huilend meegenomen. Zahraa zag ’t door een raam van de huiskamer gebeuren. Ze heeft haar sindsdien nooit meer gezien. Nour is een Flana (87 min.) geworden. Een vergeten, naamloze vrouw.

Samen met haar ongetrouwde tante Hayat, een vroedvrouw die zowel Nour als haar ter wereld heeft gebracht, buigt de Iraakse filmmaakster zich in deze persoonlijke film over waarom meisjes en vrouwen zo weinig waarde lijken te hebben in Irak. Aanstaande ouders hopen met heel hun hart op een jongetje. Een meisje wordt doorgaans met stilzwijgen begroet. Een gevoel van verwrongen rouw.

Nour werd geboren bij Hayat thuis. ‘Toen haar moeder aan het bevallen was, vertelde ze dat haar echtgenoot tegen haar had gezegd: als je een meisje krijgt, kom dan niet bij me terug’, herinnert tante zich. ‘Dan scheid ik van je.’ En dus liet ze het kind achter bij Hayat, met de belofte dat zij snel zou worden opgehaald. Niet dus. Toen een kinderloos stel later het geschrei van Nour hoorde, wilde dat de baby adopteren.

Daarmee was het leed echter nog niet geleden. Uiteindelijk verdween van Nour dus elk spoor. In de zoektocht naar haar vriendin stuit Ghandour op een andere beschadigde vrouw. Laïla. Net als andere ‘flana’ heeft zij de koude schouder van het huidige Irak leren kennen. Ooit konden vrouwen er frank en vrij leven, weet tante Hayat zich nog te herinneren. Maar ergens onderweg is hun land veranderd.

Ghandour begeleidt haar tocht door die vijandige wereld met een persoonlijke voice-over, gericht aan Nour. ‘Ik blijf zoeken’, zegt ze bijvoorbeeld, bij beelden van meisjes die voor contant geld lijken te dansen. ‘Ik vind anderen. Slachtoffers. Die zichzelf elke nacht verliezen in deze geschifte stad.’ Ze noemt ze bij naam: ‘Dalia. Raghad. Duha. Mariam. Aya. Mery. Lina. Zainab. Hiba. Te veel om op te noemen.’

Met haar geladen film vraagt Ghandour aandacht voor alle naamloze vrouwen, die tussen de kieren van deze patriarchale samenleving verdwijnen. Elke week wordt er ook wel één meisje vermoord. En als de dader een mannelijk familielid blijkt te zijn, kan die zowaar z’n straf ontlopen. Ongedocumenteerde meisjes zoals Nour kunnen dus ook ineens verdwijnen. Zonder dat er ook maar een haan naar kraait.