De MOB Methode

Hollandse Helden / KRO-NCRV / zondag 17 mei, om 22.40 uur, op NPO2

Het uitgangspunt lijkt zo logisch als wat: de Nederlandse overheid moet zich aan z’n eigen wetten houden. Toch maakt Mobilisation for the Environment (MOB) zeker niet alleen vrienden met z’n juridische procedures om de staat bij de les te houden. Met het door MOB afgedwongen stikstofslot heeft de ‘milieuclub’ volgens critici het halve land platgelegd. ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik met MOB ga spreken’, heeft BBB-kamerlid Caroline van der Plas bijvoorbeeld ooit laten optekenen.

In De MOB Methode (60 min.) volgt Ingeborg Jansen oprichter Johan Vollenbroek en enkele andere centrale figuren van de activistische stichting. Zij bevinden zich ogenschijnlijk vrijwel permanent voor de rechter, tegenover grote bedrijven zoals Tata Steel, Schiphol en Cosun (de voormalige Suiker Unie) en vertegenwoordigers van de overheid. Vanuit de zaal kijken dan vaak direct betrokkenen mee, zoals bijvoorbeeld pluimveehouder Frank Rooijakkers uit de Peel.

Zijn bedrijf dreigt door de rechtsgang van MOB z’n natuurvergunning kwijt te raken. Voel je je slachtoffer van onze acties? vraagt Vollenbroek, als hij met z’n markante elektrische autootje is afgereisd naar de Brabantse kippenboer. Rooijakkers heeft er slapeloze nachten van, bekent hij. Hij heeft het gevoel dat ie aan de schandpaal wordt genageld. Die procedures zijn geen laatste redmiddel voor de natuur, maar een doodlopende weg! Het is een scherp gesprek dat niettemin respectvol blijft.

MOB procedeert niet om het procederen, stelt Max Haan, één van de juristen van de stichting. Hij vindt de methode die ze hanteren soms zelfs bijna kinderachtig. ‘Het is een beetje alsof je gaat klikken bij de meester, maar soms kom je met een bedrijf in gesprek en lukt het om onderling afspraken te maken. En dat is voor iedereen het beste.’ Daarvoor wordt dan wel eerst een juridisch breekijzer ingezet, ten overstaan van rechters die puur oordelen op basis van de voorliggende feiten.

Zo kunnen ze wanbestuur’ corrigeren, vinden de gepensioneerde chemicus Vollenbroek en zijn groene strijders. De natuur, dieren en biodiversiteit dienen koste wat het kost te worden beschermd – hoeveel tegels daarvoor ook gelicht en beerputten geleegd moeten worden. En daarbij nemen de MOB’ers op de koop toe dat ze heel wat Nederlandse bedrijven en boeren, die het gevoel hebben dat ze persoonlijk gepakt worden door een stelletje fanatiekelingen, tegen de haren instrijken.

Deze boeiende documentaire brengt hun idealistische strijd, de onwrikbare overtuigingen daarachter en de belangen waarop ze zo botsen helder in beeld. Het is een film over het hedendaagse Nederland, een land vol tegenstellingen die soms nauwelijks meer kunnen worden overbrugd. Waar polderen heeft plaatsgemaakt voor strijd, met het risico dat gedeelde belangen uit het oog verdwijnen.

De IRT Affaire

Prime Video

Met één arm op de rug gebonden moet de Nederlandse politie in de jaren tachtig de strijd aangaan met de georganiseerde misdaad. Als de rechercheurs al eens wat overuurtjes mogen schrijven, dan vallen die volledig in het niet bij de oneindige oorlogskas van de bendes waarop ze jagen. Het is net ‘een aflevering van Tom & Jerry, waarbij de muis altijd won’, zegt één van de mannen uit de directe entourage van topcriminelen zoals Klaas Bruinsma en Mink Kok. Voor het eerst vertellen zij in deze boeiende vierdelige serie over de tijd waarin de Nederlandse onderwereld, in de woorden van misdaadjournalist Bas van Hout, van ‘softcrime’ overgaat op ‘hardcrime’. Hun verklaringen zijn ingesproken door stemacteurs. En Daniel Belinfante, een kompaan van Kok en zelf ook een zware jongen, geeft zelfs gewoon in beeld tekst en uitleg.

In 1988 besluit het Ministerie van Justitie tot oprichting van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland / Utrecht, dat zich gaat richten op georganiseerde misdaad en daarbij gebruik maakt van omstreden opsporingsmiddelen. Dat zal enkele jaren later resulteren in een enorm schandaal: De IRT Affaire (169 min.). De politie blijkt jarenlang doelbewust enorme partijen drugs doorgelaten te hebben – de bijzonder omstreden Delta-methode – om zo de drugskartels in beeld te krijgen en te kunnen oprollen. Intussen begint de onderwereld zich inderdaad van steeds grovere methoden te bedienen, zoals intimidatie en criminele afrekeningen. Een treffend voorbeeld daarvan is de moord op de drugshandelaar Jaap van der Heijden in 1993. Hij treft een tas met de springstof Semtex aan bij zijn voordeur, die tot ontploffing wordt gebracht.

In deze miniserie ontleedt showrunner Thijs Schreuder en het team dat ook Over Grenzen maakte, een serie over hoe Nederland en België een spilfunctie hebben gekregen in de internationale drugshandel, met politiekopstukken, IRT-medewerkers en insiders de affaire die Nederland begin jaren negentig op z’n grondvesten doet schudden. De nadruk ligt daarbij op het criminele milieu rond de erven van Klaas Bruinsma, die in 1991 wordt geliquideerd. Tussen de zogenaamde Delta-groep van beruchte criminelen zoals Stanley Hillis, Jan Femer en Mink Kok en de politie ontstaat een kat- en muisspel, waarbij het inderdaad maar de vraag wie nu eigenlijk de muis is. Want de criminelen durven groot te denken en opereren dan allang internationaal, kunnen twee ex-leden van het Colombiaanse Calikartel en een kolonel uit doorvoerland Ecuador bevestigen.

In de slotaflevering van deze goed onderbouwde misdaadserie, die is aangekleed met archiefbeelden, illustratieve fictiescènes en privéfilmpjes van de betrokken criminelen, volgt de plotselinge ontmanteling van het IRT en de parlementaire enquête over de werkwijze van het rechercheteam, dat gebruik maakte van criminele informanten en volgens de overlevering dus een eigen drugslijn zou hebben gerund. Het koningskoppel van de criminele inlichtingendienst in Haarlem, Joost van Vondel en Klaas Langendoen (die uitgebreid aan het woord komt in deze serie), werd daarvoor destijds verantwoordelijk gehouden. Dit zou echter wel eens een ernstige simplificatie van de situatie kunnen zijn geweest. En dat lijkt dan weer de resultante van een richtingenstrijd binnen de politie, die dwars door de jacht op de criminelen heen liep.

Na recente crimeproducties zoals Martin H. en Mijn Vader De Hasjkoning brengt De IRT Affaire zo opnieuw een stukje Nederlandse misdaadhistorie in kaart. Daarbij blijven er nog wel wat vragen onbeantwoord en beschuldigingen onweersproken. Dat is waarschijnlijk echter onvermijdelijk bij een kwestie, waarover nog altijd een fundamenteel verschil van mening bestaat en die bovendien diepe wonden heeft geslagen.

De Dick Maas Methode

WW Entertainment

‘Nederland heeft een heel ordinaire smaak’, zegt filmkenner René Mioch met een olijke glimlach bij aanvang van De Dick Maas Methode (97 min.). ‘Dick heeft daar een goed gevoel voor.’

‘Een boodschap?’ smaalt actrice Monique van de Ven even later over de Nederlandse regisseur die kaskrakers als Flodder, Amsterdamned en Sint op zijn naam heeft staan. ‘Er is geen boodschap.’

‘Boodschappen doe je bij Albert Heijn’, maakt producent Matthijs van Heijningen, de producent van Maas’ eerste grote succes De Lift, de introductie van deze documentaire van Jeffrey De Vore met een kwinkslag af.

En dan kan die film, vlot gemonteerd en als een lekker trashy Maas-productie vormgegeven, van start. Een publieksdocumentaire zou je het kunnen noemen. Met een aantrekkelijke vertelling over een cineast die in navolging van Paul Verhoeven de Nederlandse film naar een groot publiek bracht, vervolgens zakelijk helemaal aan de grond raakte en uiteindelijk tóch weer met de nodige bravoure opkrabbelde. En heel veel bekende koppen natuurlijk: Huub Stapel, Willeke van Ammelrooy, Barry Hay, Pierre Bokma en – natuurlijk – Tatjana ‘dochter Kees’ Simic. Géén documentaire dus om aan de randen van de nacht te vertonen voor een select publiek met een intellectuele bril.

Al komt behalve Maas’ grote bioscoopsuccessen ook zijn werkwijze als filmmaker serieus aan de orde met collega-regisseurs als Martin Koolhoven, Johan Nijenhuis, Mike van Diem, Tim Oliehoek en (echtgenote) Esmé Lammers. Zij schetsen de contouren van een bijna onNederlandse maker die altijd op zoek is naar een groot publiek. Een man ook die leeft voor het spektakel op zijn monitor. Aan de lieden die daarop hinderlijk door het beeld lopen – of vaker: scheuren, vrijen of vechten – besteedde hij meestal weinig aandacht. ‘Van acteurs weet ie geen reet af’, zegt René van ‘t Hof, die in de eerste Flodder-films zoon Kees vertolkte. Dick Maas zou er op de filmset zelfs een vaste boutade naar hoofdrolspelers op na hebben gehouden: ‘Doe het nou effe goed, eikel.’

Toen hij, tijdens een internationaal uitstapje, te maken kreeg met William Hurt, een acteur die zichzelf héél serieus nam, moest dat wel tot frictie leiden. Dat imago kleeft sowieso aan Dick Maas: een wat sikkeneurige man, die nogal eens in de clinch ligt met zijn directe omgeving. Is het niet met de cast van zijn eigen films, dan is het wel met Laurens Geels, zijn voormalige compagnon in het ter ziele gegane First Floor Features (die in deze docu niet aan het woord komt), of met subsidiënten die maar niet over de brug willen komen voor zijn nieuwste project.

Gelukkig is De Dick Maas Methode bepaald geen docu waar het chagrijn van afdruipt, maar een levendig portret van een man die met zijn films doorgaans meer dan genoeg vertier biedt om negentig minuten uit het dorre dagelijks bestaan te stappen. En dat lukt met dit zwaar entertainende portret gelukkig ook zonder enig probleem.