The Last Days Of Kabul

LOOKSfilm / Filippo Genovese / VPRO / vanaf zondag 30 augustus, om 22.40 uur, op NPO2

Aan het eind van de eerste aflevering van deze driedelige serie valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel voor het eerst. De Taliban, fundamentalistische moslims die het land vijf jaar lang met ijzeren hand hebben geregeerd, worden afgezet door de Amerikanen. Die zijn een ‘war on terror’ gestart nadat Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda op 11 september 2001 een aanslag heeft gepleegd, waarbij de Twin Towers in New York zijn gesneuveld. Bin Laden woont dan al een tijdje in bij de Taliban.

De ‘bevrijding’ van Afghanistan in 2001 is het sluitstuk van ruim twintig jaar onrust in het Aziatische land. Na een inval van de Sovjets, die vervolgens worden verjaagd door Moedjahedien-strijders, raakt het land verzeild in een permanente burgeroorlog. Ergens onderweg, in vluchtelingenkampen in buurland Pakistan, wordt de basis gelegd voor wat de Taliban zal worden. En die laat zich niet definitief verjagen. Twintig jaar later, op 15 augustus 2021, valt Kaboel opnieuw en komen de Taliban weer aan de macht.

In The Last Days Of Kabul (uitzendtitel: De laatste dagen van Kaboel, 180 min.) nemen Bence Máté en Lucio Mollica de tijd om de aanloop naar de tweede machtsovername van de moslimfundamentalisten te schetsen met insiders uit binnen- en buitenland. Hun voornaamste troeven zijn ex-president Ashraf Ghani (2014-2021), een in het westen opgeleide diplomaat, en z’n vicepresident, de omstreden krijgsheer Abdul Rashid Dostum. Die opmerkelijke tandem symboliseert Afghanistans verscheurdheid, die het vrijwel onmogelijk maakt om echte vooruitgang te boeken.

Te midden van alle onenigheid moet Ghani een vrij en democratisch Afghanistan vormgeven. Daarnaast krijgt ie ook te dealen met de wispelturige Amerikanen en dienst hij zich de Taliban, in deze miniserie vertegenwoordigd door medeoprichter Sayed Abdul Wasi Motasim, van het lijf te houden. Als de Amerikaanse regering van Donald Trump, via diens zalvend lachende ambassadeur Zalmay Khalilzad, begin 2020 in Doha een zeer omstreden deal sluit met de (voormalige) vijand, zijn Ashraf Ghani’s dagen geteld.

Máné en Mollica nemen deze ontwikkelingen ook door met vooraanstaande Afghaanse vrouwen, zoals de mensenrechtenactiviste Asila Wardak en minister van vrouwenzaken Hasina Safi. De hoop die zij hebben als Kaboel voor het eerst valt in 2001 is twintig jaar later, aan het einde van deze stevig doortimmerde miniserie, totaal vervlogen. ‘Ik kon nog maar aan één ding denken’, vertelt de journaliste Farahnaz Forotan bijvoorbeeld, als haar begint te dagen wat er op stapel staat. ‘Hoe gaan de Taliban me aanvallen?’

Afghanistan lijkt weer volledig terug bij af.

De val van Kaboel is in de afgelopen jaren overigens al vaker onderwerp geweest van documentaireseries: Escape From Kabul (2022), Leaving Afghanistan (2022) en de Nederlandse serie Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026).

Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.

The Hungarian Playbook

Film Five

Een onafhankelijk opererende pers is alleen maar lastig als je als politicus of politieke partij de volledige macht wilt hebben. En dus hebben de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn Fidesz-partij, die alweer sinds 2010 aan de macht zijn in het Oost-Europese land, zich flink ingespannen om de journalistiek aan banden te leggen. Met een mediawet, het opzetten van faciliteren van een eigen mediaconglomeraat én het knechten van de publieke omroep.

Hoe The Hungarian Playbook (45 min.) er in de praktijk uitziet? Een concreet voorbeeld: ‘In 2015, toen er veel vluchtelingen en migranten naar Hongarije kwamen, kregen we de opdracht om geen kinderen te laten zien’, vertelt András, die destijds nog als journalist werkzaam was bij de Hongaarse publieke omroep. ‘Kinderen zouden voor empathie kunnen zorgen. En dat was duidelijk niet de bedoeling. Er kwamen alleen jonge mannen, die Europa wilden binnenvallen.’

‘Ik moest op zoek gaan naar migrantenverhalen’, vult zijn collega Krisztina aan. Zij behoort tot de Roma-minderheid in het land en heeft haar heil inmiddels buiten de journalistiek gezocht. ‘Ik moest beweren dat zij onbekende ziektes meebrachten en moest daarbij een dokter zoeken die dat voor me kon bevestigen. In Boedapest kon ik zo iemand niet vinden. Toen hebben collega’s van buiten de stad een arts gevonden die woord voor woord zei wat onze eindredacteur wilde horen.’

Zo gaat dat in een autoritair geleide staat. En uit deze journalistieke docu van Bence Máté en Áron Szenpéteri zijn nog wel meer regels te destilleren voor hoe media zich in zo’n omgeving dienen te gedragen. Aan de oppositie besteed je bijvoorbeeld geen of alleen negatieve aandacht. Kritisch berichten over de regering en bondgenoten (zoals de Russische leider Vladimir Poetin) is natuurlijk niet de bedoeling. En zulke regels schenden betekent automatisch de toorn van de staat over jezelf afroepen.

Inmiddels is zo’n tachtig procent van de Hongaarse media of min of meer in handen van Orbán, die zijn verhaal zo dus goed kwijt kan aan het land, tamelijk eenvoudig verkiezingen naar z’n hand zet en weinig last heeft van waakhonden die beginnen te blaffen bij belangenverstrengeling of corruptie. Dus slecht voor de portemonnee is het uiteindelijk ook niet, zo’n gedienstige pers. Alleen de lieden die waarde hechten aan democratie krabben zich misschien even achter de oren.

In dat opzicht zou deze degelijke docu toch ook als waarschuwing kunnen dienen voor bezorgde Nederlanders – ook al lijkt ons land zo op het eerste oog totaal anders dan Hongarije.